Napoleon

Chapter 33

Chapter 333,856 wordsPublic domain

Na een schijnaanval ergens tusschen Aspern en Essling, ondernomen om zeker te zijn, dat de tegenpartij zich niet naar Presburg verplaatst doch zijn stellingen op het Marchfeld nog altoos bezet had, deed Napoleon in den nacht van den 5en Juli onder een heftig kanonvuur en onder een ontzettend onweder met regen en wind langs verscheiden bruggen tegelijk, tegenover Mühlleiten den overtocht beginnen.

Al die weken had het Oostenrijksche leger, den linkeroever der rivier met zijn voorposten in een grooten boog omspannende, in een huttenkamp tusschen Wagram en Neusiedel, met de modderige Rüssbach voor zich, hoofdzakelijk met exerceeren doorgebracht. Hoewel het in die streken wemelde van paarden was de cavalerie niet aangevuld; bij de Rüssbach waren geen veldwerken opgeworpen, zelfs voor de levensbehoeften der troepen was onvoldoende gezorgd; drinkwater alsmede fourage voor de paarden ontbraken meer dan eens. Geen enkel korps, dat steun had kunnen verleenen, was uit Bohemen of van den Donauoever naar Wagram in beweging gesteld; alleen ontving aartshertog Johann den 5en te Presburg last den linkervleugel der stelling bij Wagram te komen versterken.--Hij kwam echter te laat en bereikte den 6en het slagveld eerst, toen hier alles reeds was afgeloopen. Een slecht gegeven order was nòg slechter uitgevoerd.

Toen aartshertog Karel met den keizer naast zich Napoleon, die bij den rivierovergang weinig tegenstand had ondervonden, in den morgen van den 5en Juli bezig zag zijn macht tusschen Enzendorf en Glinzendorf te ontwikkelen, kwam hij tot de ontdekking, dat hij door Napoleon was misleid. Niet tusschen Aspern en Essling, waar hij hem verwacht had, was Napoleon den Donau gepasseerd; het gevolg hiervan was dat de aartshertog geen 200.000 doch slechts 150.000 man tot zijn beschikking had; hij was dus ongeveer even sterk als zijn tegenpartij.

Zijn korpsen opgesteld in een haakvorm, met Wagram als centrum, den linkervleugel bij Neusiedel, den rechter- zich in de vlakte uitbreidende over Gerardsdorf naar Stamersdorf, met Aspern en Essling zwak bezet, nam de aartshertog een zeer gunstige positie in, n.l. op het hooge terrein en de heuvels. Van hier kon hij de ontwikkeling van Napoleons leger in de vlakte op het met hoog, rijp graan bedekte Marchfeld vrij goed overzien. Zijn beide vleugels had hij sterk, zijn centrum zwak bezit, dit werd hoofdzakelijk gevormd door cavalerie.

Tegenover deze haakvormige frontlijn rukte de Fransche armee nu op, de richting nemende naar Wagram, de rechtervleugel onder Davoust en Oudinot op Neusiedel aan, de linker- onder Massena over Essling, Aspern en Breitenlee met Süssenbrunn als eerste doel. Het centrum dat over Raschdorf naar Aderklaa werd gedirigeerd, bestond uit de troepen van Marmont, het leger van Italië onder Eugène, Bernadotte met de Saksers, de Beieren, de garde en de zware cavalerie en was dus zéér sterk.

Door zijn stafofficieren onvoldoende ingelicht, op die reusachtige vlakte niet in staat zulk een geweldige troepenmacht persoonlijk te leiden, alleen wetende, dat van aartshertog Johann nog geen spoor was te ontdekken, meende de Keizer het centrum der tegenpartij reeds dien dag door een krachtigen aanval op Wagram te kunnen doorbreken, om de beide vleugels daarna afzonderlijk te verslaan. Dan mocht Johann komen!

Om 7 uur in den avond waren hiertoe de bevelen gegeven, doch de aanval van Bernadotte op Wagram was slap; een paar colonnes van Eugène kwamen terecht in het Oostenrijksche huttenkamp op de hoogten van Baumersdorf en kregen hier, door een vergissing, ontstaan door de overeenkomst in uniform met die van den vijand, in 't schemerdonker vuur in den rug van Macdonalds infanterie. Twee Saksische bataljons gaven zich over; er ontstond een paniek; slechts met moeite gelukte het aan de lichte cavalerie de vluchtende drommen tot staan te brengen.

Hoewel Davoust de Rüssbach reeds was gepasseerd en Neusiedel had genomen, deed de Keizer het gevecht dus afbreken en het bivak opslaan.--Een zeer koud bivak was 't zonder hout, met een stuk beschuit en een slok brandewijn tot voeding. Zelfs voor Napoleon was geen andere brandstof aanwezig dan eenige bossen stroo.

Nog in den nacht verzamelde hij zijn korpscommandanten. Aan Davoust en aan Massena, die op Lobau een val had gedaan, niet te paard kon zitten, en dus in een licht, open rijtuig zijn troepen commandeerde, gaf hij last om meer aan te sluiten bij het centrum. Daarop sliep hij een paar uur, en steeg toen weder in den zadel.

't Is vijf uur in den morgen van den 6en Juli. Reeds zijn de Oostenrijksche vleugelkorpsen op marsch.--Bij Glinzendorf eerst wordt Davoust teruggeworpen, doch weldra kan hij weder over de Rüssbach vooruit en dringt hij zijn tegenpartij steeds verder naar Neusiedel terug; terwijl op den rechtervleugel de cavalerie de stelling des vijands reeds begint te omvatten, wordt Massena op zijn marsch naar het centrum bij Aderklaa door drie korpsen tegelijk in front en linkerflank aangegrepen. Om 10 uur is deze vleugel in weerwil van Bernadotte's ondersteuning omvat, half vernietigd en in vollen aftocht. Over de geheele linie, van Aspern tot Wagram zegevieren de Oostenrijkers.

Daar verschijnt Napoleon! Hij komt van Eugène; ook hem heeft hij Wagram aangewezen als den sleutel der stelling. Hij ziet dat Bessières met de garde-cavalerie en Nansouty tevergeefs trachten den aanval der Oostenrijkers te stuiten, dat Massena terug moet naar Aspern en de bruggen!

Maar dan dreunt de grond en davert de lucht opeens onder den galop-slag van honderden paarden en het rollen van honderden voertuigen. 't Is de gansche garde-artillerie, zestig vuurmonden sterk, door nog veertig andere gevolgd. Vóór die linie uit galoppeert Drouot, de commandant. Ginds blijft hij staan en wenkt met den degen. Daar is de vuurlijn.--"In batterij!" schettert de trompet.--Keert! vliegen de stukken. De artilleristen van 't paard. Even gericht.--Vuur!--Een hagel van granaten en kartetsen slaat in de dichte drommen der aanvallers; deze beginnen te wankelen. Nu infanterie vóór! Hier moet de bajonet de beslissing geven.--Nog in zijn uniform van generaal der republiek, zijn korps geschaard in linie, een sterke gesloten colonne op iederen vleugel, de 24 escadrons van Nansouty op de achterflank van dit reuzencarré, gaat Macdonald er op in.--Drommen kurassiers vallen hem aan; geweervuur wijst ze af. Zoo gaat het in één adem door naar Süssenbrunn. Garde-bataljons er achter tot steun.

Tegen zulk een geweldigen voor niets wijkenden aanval zijn de Oostenrijkers niet bestand; ze deinzen af. Dan zingen de zware batterijen van 't eiland Lobau eensklaps de baspartij bij het daverend Vive l'Empereur! waarmede Macdonalds Italiaansche regimenten stormloopen.

Vol belangstelling volgt Napoleon diens aanval met de oogen.

"Wat een dappere kerel!" hoort zijn omgeving hem zeggen. Opeens ziet hij den rook der vuurmonden van Davoust nu ook opstijgen ten westen van Neusiedels hoogen, plompen toren. Davoust, zijn trouwe Davoust, heeft 't pleit dus ook daar beslist en gaat op Wagram af! Dan is de slag gewonnen.

Naar alle richtingen rennen de adjudanten.--Voorwaarts! Er op in met al wat nog adem en beenen heeft, is het parool over de gansche slaglinie. Zelfs Massena's weder verzamelde bataljons dringen mede naar voren. Om vier uur is het leger van den aartshertog geslagen en in vollen aftocht naar Bohemen en Moravië, doch niet vernietigd, niet geheel opgelost. Zelfs had het nog voldoenden samenhang om de volgende dagen bij Hollabrunn en bij Znaim weerstand te bieden.

Hier kwam den 11en de prins van Lichtenstein Napoleon, namens keizer Frans, niettemin een wapenstilstand verzoeken.

Napoleon nam dezen aan.--"Er is genoeg bloed vergoten. Wij sluiten vrede," zeide hij en keerde terug naar Schönbrunn, vestigde hier met de oude garde om zich heen weder zijn hoofdkwartier, tot de vrede zou zijn gesloten, maar verzuimde intusschen niets om zijn positie letterlijk onneembaar te maken, voor 't geval de oorlog toch mocht worden voortgezet.

Weder vielen een reeks van belooningen zijn getrouwen ten deel. Berthier werd prins van Wagram, Massena prins van Essling. Oudinot, Marmont en Macdonald werden bevorderd tot maarschalk; de laatste weldra bovendien tot hertog van Tarente. Spotters zeiden, dat Napoleon "zijn goudstuk," den edelen Lannes, die aan zijn wonden was overleden, had ingewisseld voor "klein geld." Zeker is 't, dat de laatstbenoemden in kennis en talent bij dien schranderen, bekwamen opperofficier ver achter stonden en hierdoor later niet weinig tot 's Keizers val hebben bijgedragen.

De dood van Lannes was een groote slag voor Napoleon, die op zeer vriendschappelijken voet met hem omging. Als hij hoort, dat Lannes gewond is, bezoekt hij met Berthier zijn maarschalk trots alle bezigheden èn 's morgens èn 's avonds; zoodra hij zijn dood verneemt vertoeft hij meer dan een uur bij het lijk van zijn krijgsmakker, zich niet storende aan de ondragelijke lucht, die er heerscht. "Quelle perte pour la France et pour moi," hoort men hem zeggen en van uit Ebersdorf had hij den 31en Mei aan Joséphine geschreven: ... "La perte du duc de Montebello qui est mort frappé ce matin, m' a fort affligé. Ainsi tout finit!.... si tu peux contribuer à consoler la pauvre maréchale, fais le."

Nog op 't slagveld had Napoleon aan Bernadotte het commando over de Saksers ontnomen. Hij had diens houding bij Auerstadt, later ook bij Eylau niet vergeten. In weerwil van zijn grooten persoonlijken moed, had de maarschalk het wederom slecht gemaakt en zelfs 's Keizers bevelen voor den rivierovergang openlijk durven laken; ook had hij tot groote woede van den Keizer in een proclamatie de eer van Wagram aan hem en zijn Saksers toegeschreven!

Behalve Lannes had Napoleon ook den onverschrokken cavalerie-generaal Lasalle verloren. Een prachtstuk van een officier die evenals Junot, Duroc en Rapp, een van de weinigen was, die Napoleon ongestraft iets mochten zeggen. Een bewijs uit vele.--Hij zou gaan trouwen; de Keizer schonk hem 200.000 francs en vroeg een week of wat later, wanneer er bruiloft zou wezen. Bruiloft, Sire? Zoodra ik geld genoeg heb om een uitzet en meubels te koopen.--En die 200.000 francs dan?--Met de eene helft heb ik mijn schulden betaald; de andere heb ik verdobbeld.--De Keizer begon te glimlachen, trok hem eens flink aan zijn lange knevels en gaf Duroc last hem datzelfde bedrag nogmaals ter hand te stellen.

Ook na Wagram had hij den vijand niet terstond tot het uiterste doen vervolgen om hem totaal te vernietigen.--Er was reden voor. Zijn troepen waren na den tweedaagschen strijd doodaf; de verliezen waren groot, de hitte ontzettend; aartshertog Johann kon ieder oogenblik opdagen, en het leger van Wagram was niet meer dat van Jena.--De paniek in den avond van den 5en en een tweede in den namiddag van den 6en, toen de slag reeds was gewonnen, hadden dit bewezen. Toen was bij Neusiedel alles eensklaps aan den haal gegaan op het losse gerucht, dat aartshertog Johann uit het noorden naderde. Met zulke troepen, bovendien van verschillenden landaard, voor 't meerendeel conscrits en zeer jonge mannen, moest men voorzichtig zijn. De beestachtige dronkemans tooneelen na 't gevecht in de veroverde dorpen, waar wijn was in overvloed, zullen den veldheer, al zweeg hij, tevens wel tot nadenken hebben gestemd.

Terwijl op Lobau alles nog voor den rivierovergang werd voorbereid, had Napoleon den 1en Juni den paus volgens het decreet van 17 Mei t. v. de rest van zijn wereldlijk gezag ontnomen. "Die comedie daar moet nu maar uit zijn," had hij gezegd, en generaal Miollis, militair gouverneur van Rome, had deze order stipt uitgevoerd.--Van den man van het Concordaat was deze handelwijze bevreemdend; onverwacht kwam ze echter niet. Voor een groot deel had Pius VII ze aan zichzelf te wijten of, liever gezegd, aan de drieste kuiperijen van zijn omgeving, met name van zijn secretaris, kardinaal Pacca.

Al jaren was de verhouding met den paus minder goed geweest; reeds de weigering van den Heiligen Stoel om het huwelijk van Jérome met Miss Patterson ongeldig te verklaren had de goede verhouding tusschen paus en Keizer verstoord; erger werd het nog toen Napoleon tijdens den oorlog in 1805 Ancona bezette onder voorwendsel van voorzichtigheid, daar deze plaats in de nabijheid van Corfoe lag, dat door de Engelschen bezet was. Vertoogen van de zijde van den paus baatten niet veel en de gevoerde correspondentie tusschen hen toonde duidelijk de bitterheid van Napoleon over het verzet van den kerkvorst, die er niet over dacht, zooals Napoleon wenschte, den Kerkelijken Staat te sluiten voor de vijanden van Frankrijk.

"Uw heiligheid is souverein van Rome, maar ik ben er Keizer van" schrijft Napoleon aan den paus in 1806 en deze antwoordt in een zijner brieven: "Gij zijt ontzaggelijk groot, maar gij zijt gekozen, gezalfd, gekroond tot Keizer der Franschen en niet van Rome. Er bestaat geen Keizer van Rome... Wel is er een Romeinsch Keizer, maar dit is een titel alleen, door geheel Europa en door Uwe Majesteit zelf erkend in den Keizer van Duitschland. Aan twee souvereinen kan deze titel niet behooren en bovendien doet deze eeretitel in niets te kort aan de werkelijke onafhankelijkheid van den Heiligen Stoel."

Men zal erkennen, dat dergelijke brieven niet geschikt waren om de verhouding te verbeteren, integendeel de gedachten van Napoleon werden er niet door veranderd, de weerstand van den paus werd niet minder.

Ook in de volgende jaren wordt de strijd steeds heftiger en het resultaat daarvan is ten slotte, dat Napoleon tijdens den oorlog in 1809 bovengenoemd decreet uitgeeft.

Voor het beheer der goederen werd een raad benoemd; de inquisitie, de kloosters en de geestelijke rechtspraak over burgerlijke zaken werden afgeschaft; in één woord werd aan het geheele priesterlijke gezag in publiek-rechterlijke aangelegenheden met één pennestreek een einde gemaakt; al de grondbeginselen van 1789 werden op den Kerkelijken Staat toegepast.

De paus behield zijn paleis te Rome, kreeg een civiele lijst van twee millioen francs en bleef het geestelijke opperhoofd der roomsche kerk. Voor deze geestelijke zending had hij geen wereldlijk gezag noodig, beweerde Napoleon. Hij liet den kerkvorst als geestelijk hoofd dus met zijn kerk, zijn vormen, dogma's enz. in zijn volle waarde, maar als opvolger van Karel den Groote ontnam hij hem het wereldlijke goed, dat deze indertijd aan den Heiligen Stoel had geschonken.

De paus dacht er niet over zich te onderwerpen aan deze regeling en op de excommunicatie van den Keizer, aangeplakt op de muren van Rome, werd geantwoord met het in bezit nemen van het Quirinaal en de gevangenneming van den paus. Kolonel Radet was er mede belast en op denzelfden dag, dat de Keizer te Wagram overwon, voerde Radet het bevel uit en bracht den paus naar Florence. Elisa Borghèse in haar rustig Toscane volstrekt niet gesteld op de aanwezigheid des pausen aldaar, wist echter bij haar broer te bewerken, dat Savona voorloopig als verblijf aan het kerkhoofd werd aangewezen.

De hardhandige manier, waarop door Napoleon met den ouden man werd omgesprongen, werd niet door de geestelijkheid alleen, doch ook door de roomsche bevolking van Frankrijk scherp afgekeurd. Zelfs ontstond hierdoor tegen hem een geest van wrevel en zwijgenden haat, die koren op den molen der geestelijkheid was en die door deze in stilte werd aangemoedigd.

Op het kasteel van Schönbrunn, waar gravin Walewska hem was komen opzoeken, bracht de Keizer intusschen niet veel zorgelooze dagen door. Na den slag bij Essling, die in Duitschland algemeen als een glansrijke overwinning was voorgesteld, was Andreas Hofer in Tyrol krachtiger dan ooit opgetreden; eerst zijn gevangenneming en zijn executie te Mantua (1810) zouden aan zijn verzet een einde maken.

Wat de Keizer van Spanje hoorde, was ook al niet erg naar zijn zin en de berichten, die hij over de gevechten ontving, vertrouwde hij niet bijzonder, want elke overwinning was nu eenmaal voor Jozef een Austerlitz of een Marengo. Deze waande zich een eerste legeraanvoerder en meende de operaties te kunnen leiden, maar zijn broer liet dat niet aan hem over en belastte Jourdan met de leiding. Door het groot aantal troepen, niet altijd van de beste soort, dat de Keizer verplicht was tot steun van zijn broeder te zenden, kwam de handhaving van Jozef op den troon in Madrid hem op groote offers te staan. Meer dan 300.000 man waren er voor noodig en nog had dit niet het gewenschte resultaat.

En toen Jourdan, die in ongenade bij den Keizer was gevallen, door Soult werd vervangen ging het niet veel beter. Jozef wist wel waaraan de schuld lag, aan den Keizer, die hem niet totaal de vrije hand liet. Mocht hij maar eens alles alleen doen zonder bevelen van den Keizer te ontvangen, dan zou het wel gaan, want Spanje had nog nooit zoo'n uitstekend koning gehad en alle Spanjaarden zouden zich om hem scharen, wanneer zijn broer hem de handen niet bond. Zoo dacht Jozef! en hij ging zelfs zoover, Napoleon te dreigen naar Frankrijk terug te keeren. Aan zijn vrouw, die liever in Frankrijk bleef, schreef hij bittere brieven vol klachten over den toestand.

Het was in één woord een ware anarchie, terwijl het leger in desolaten toestand verkeerde. Napoleon was van plan na terugkeer uit Oostenrijk zelf het commando in Spanje op zich te nemen en Berthier werd belast voorloopig alles in gereedheid te brengen.

En het rijk van den benjamin uit het geslacht Bonaparte?

Voor een uitstekende constitutie voor het nieuwe koninkrijk te Westfalen heeft Napoleon gezorgd, alleen uitgezocht personeel zou den nieuwen vorst omringen en de Keizer had de hoop gekoesterd, dat daar in het midden van Duitschland een staat zou gesticht worden, die door haar uitstekende inrichting een voorbeeld aan de volken zou geven en waardoor de beginselen der revolutie zouden gepropagandeerd worden. Welk een illusie! Jérome, door spotters wel "Koning pret" genoemd, vormt een huis met zeer middelmatige personen, waarvan hem later niet één trouw blijft en zijn hofhouding wordt zoo weelderig ingericht, dat Napoleon hem al spoedig ernstig moet onderhouden over de vele schulden, die gemaakt worden. Wel worden vorstelijke sommen besteed om zijn vrienden te ondersteunen, wel wordt aan broeder Lucien 200.000 francs en aan Miss Patterson een jaarlijksch inkomen van dezelfde som aangeboden, maar schuld aan Napoleon en Frankrijk afdoen, daar denkt hij niet over. Bij het uitbreken van den oorlog met Oostenrijk heeft Napoleon hem belast met het commando over de reserve, dat zal bestaan uit het Westfaalsche contingent troepen uit Maagdenburg en de Hollanders, die zich in Hamburg bevinden, maar niet alleen ontvangt de Keizer niet de minste steun van Jérome, maar ook in en om Westfalen doen zich de gevolgen reeds gevoelen van het slechte bestuur. Een plan van den Kolonel Dörnberg om in den nacht, geholpen door de garde, het paleis binnen te dringen en Jérome op te lichten, heeft wel geen gevolg, maar 't is teekenend voor den toestand en Catharine vlucht voor alle veiligheid naar Frankfort. En als de majoor Schill met zijn vrijkorps door Noord-Duitschland trekt en zelfs het Westfaalsche koninkrijk betreedt, wordt er door Jérome niets tegen hem ondernomen. Majoor Schill, die Stralsund bij verrassing had genomen vindt daar later den dood onder de sabel van een Hollandschen huzaar van koning Louis.

Toen de hertog van Brunswijk-Oels met zijn benden Westfalen binnen trok, smeekte Jérome Napoleon om hulp, maar zelf deed hij niets.

Hoe begrijpelijk, dat de Keizer te Schönbrunn aan zijn broer het actieve commando ontnam over de troepen, al laat hij voor den vorm het bevel aan Jérome. En deze doet nog of hij er verdriet van heeft!

Alzoo raakt Napoleon vrijwel op voet van oorlog met Jérome, die door zijn wijze van regeeren de schuld is, dat daar in Duitschland een centrum van opstand tegen het keizerrijk wordt gevormd.

In Frankrijk zelf waren de gemoederen door de overdreven voorstellingen eener verovering van Dresden en Bayreuth door Brunswijk-Oels, zoo terneergeslagen, dat de Keizer het noodig vond zoowel Fouché als Clarke, den minister van Oorlog, een "hartelijk" woordje te doen toekomen. "Als een paar onbeduidende strooptochten de heeren nu reeds zoo geducht van streek brengen, hoe zullen ze 't dan maken, als 't werkelijk ernst wordt? Dat mannen in mijn dienst zoo weinig karakter toonen en voor zoo belachelijke uitingen van vrees zelf het sein geven, bevalt mij volstrekt niet. Alleen daar, waar ik handelend optreed, kunnen ernstige gebeurtenissen plaats grijpen; en daar ben ik zelf om alles te beheerschen."

Over de aangelegenheden te Rome schreef hij half Juli aan Fouché, dat die gevangenneming van den paus een groote dwaasheid was geweest, maar dat gedane zaken geen keer namen; dat er een oog moest worden gehouden op de brieven van den ouden man, en dat kardinaal Pacca gevangen gezet diende te worden met de kennisgeving, dat de eerste Franschman, die door zijn opruiïngen vermoord werd, hem zelf den kop zou kosten.

Intusschen werkten de diplomaten, die de vredesvoorwaarden zouden vaststellen, zoo langzaam voort en kibbelden zoo kinderachtig met elkander over allerlei kleinigheden, dat de wapenstilstand, die aanvankelijk slechts voor een maand was gesloten, moest worden verlengd.--Een landing, op 29 Juli door de Engelschen met een sterk leger tegen Walcheren ondernomen en hoofdzakelijk ten doel hebbende de havenwerken van Vlissingen, die van Antwerpen zoomede de Fransche vloot op de Schelde te vernielen, was hiervan bij de Oostenrijksche heeren de geheime reden. Men kon nooit weten hoe een stuivertje rolde, dachten zij zeker.

In het rijk van Louis dus een inval! Wel had deze bij den aanvang van den oorlog met Oostenrijk er zijn broer met nadruk op gewezen, dat Holland te veel van troepen ontbloot was, ook had hij te kennen gegeven noch Den Helder, noch Vlissingen tegen een mogelijken aanslag te kunnen bewaken, maar Napoleon geeft van deze landing alleen aan Louis de schuld. De regeering van zijn broer heeft den Keizer al lang geprikkeld en al spoedig na zijn troonsbestijging had de Keizer er spijt van gehad, Holland aan Louis te hebben gegeven. Wat Louis ook tot verdediging aanvoert, het helpt niets, hij blijft van alles de schuld dragen en de Keizer hoopt, dat zijn broer maar spoedig afstand van den troon zal doen. In afwachting daarvan, want hem afzetten wil Napoleon niet, komen de Fransche troepen in ons land en worden hier Fransche bevelhebbers aangewezen. Door de Engelsche expeditie is zijn troon vernietigd, beweert Napoleon en deze gaat niet in op het voorstel van zijn broer om afstand te doen ten behoeve van zijn zoon. Holland dient ingelijfd te worden en de Keizer is misschien wel blij geweest nu een gunstig oogenblik daarvoor te hebben.

Toen die landing half September echter totaal was mislukt, het Engelsche leger door zware koortsen en door het bombardement van Vlissingen ruim 10.000 man aan dooden en gekwetsten had verloren, de expeditie ontmoedigd naar Engeland terugstevende, en de onderhandelingen nu nog niet vorderden, begon hij er zich persoonlijk mede te bemoeien. Zijn leger was weder op sterkte en de macht, in Vlaanderen onder Bernadotte samengebracht, reeds zoo groot, dat hij weder als oppermachtige kon spreken. De ambassadeurs von Bubna en prins von Lichtenstein, die hij zeer beleefd ontving, kregen dus kort en bondig te verstaan, dat hij vrede verlangde. Keizer Jozef kon kiezen: Op redelijke voorwaarden aan de zaak een einde maken of--opnieuw oorlog.--Toen was 't uit met talmen, en kwam er tusschen Champigny en Bubna meer overeenstemming. Den 14en October teekende hij het voorloopig verdrag. Kanonschoten verkondigden het heuglijke feit aan de bevolking van Weenen; den volgenden dag reeds was hij op weg naar Parijs. Zijn tegenstander had hij zoodoende voor een voldongen feit gesteld; deze zou nu het tractaat wel ratificeeren.