Napoleon

Chapter 30

Chapter 303,684 wordsPublic domain

Het Pruisische hof was reeds vroeger naar Memel gevlucht. De koning had zijn gemalin hier achtergelaten en was alleen doorgereisd naar zijn bondgenoot, die, misleid door Bennigsens beloften, zijn leger naar den Niemen was tegemoet gegaan, in de stellige verwachting het als overwinnaar te begroeten. Thans kon Alexander het den 18en Juni de grensrivier zien overschrijden, verslagen, ontmoedigd, luidkeels om vrede roepende en vragende "waarom het moest vechten voor de Engelschen, die altoos hulp beloofden maar deze niet zonden en die alleen dachten aan 't inpalmen van koloniën."

Hij was diep terneergeslagen; en Frederik Wilhelm, die in stilte op zijn hulp had gehoopt om te overwinnen en die daarom Napoleons voorstellen had afgewezen, begreep thans, dat hij het gelag zou moeten betalen. Beide vorsten zagen tevens in, dat breken met Engeland en vrede sluiten met den Keizer voor hen een gebiedende eisch was geworden. Van een en ander was het gevolg dat Napoleon, die Tilsit aan den Niemen den 19en had bereikt, hier reeds zeer spoedig van hen een voorstel ontving tot het sluiten van een wapenstilstand, die weldra door een vrede zou worden gevolgd.

Met groote ingenomenheid, doch voor 't oog zeer koel, begroette Napoleon dit voorstel. De afgezanten ontving hij zeer hoffelijk; vooral veldmaarschalk von Kalkreuth viel een bijzondere onderscheiding ten deel. Zooals de Keizer het uitdrukte, was hij de eenige vijandelijke officier, die de Fransche gevangenen goed had bejegend. De voorwaarden van de wapenstilstand werden geteekend.

Dit belette niet, dat Napoleon, immer waakzaam, zijn troepen aan den Niemen samentrok, alsof hij den oorlog weldra zou moeten voortzetten; dat hij de reeds naar de Weichsel op marsch zijnde reserve-afdeelingen niet terugzond en aan al zijn korpsen ruimschoots levensmiddelen en krijgsvoorraad deed uitdeelen. Alleen gaf hij order, dat de reeds opgeroepen tweede helft der lichting van 1808 naar heur haardsteden kon terugkeeren.--Dit bevel zou Frankrijk verheugen, meende hij. Eindelijk verzocht hij Talleyrand te Tilsit bij hem te komen.

Deze diplomaat, die in Polen de slijkcampagne had medegemaakt, en bij deze gelegenheid door het omslaan van zijn rijtuig, een boerenkar zonder veeren, met dit slijk eenmaal zelfs in de nauwste aanraking was geweest, en die als een echt edelman van den ouden stempel dergelijke koopjes "ontzettend" vond, was te Dantzig tijdelijk meer veiligheid en rust gaan zoeken.

Het verheugde Napoleon zeer, dat het einde van den veldtocht was genaderd; hij verlangde terug naar Parijs; bijna een jaar was hij nu afwezig. In al dien tijd was het Wetgevend Lichaam niet bijeengekomen. Dagelijks gevoelde hij meer, dat hij te ver weg was van 't centrum van zijn gezag. In Holland gingen de zaken volstrekt niet naar wensch; Louis dacht meer aan de belangen van zijn eigen land dan aan die van hem; ook over Jozef en den toestand in Napels was hij maar half tevreden. Vol ongeduld verbeidde hij dus den dag, waarop zijn eerste ontmoeting met Alexander zou plaats hebben. Hij wilde een vorst leeren kennen, wiens geest, vormen en begaafdheden hij herhaaldelijk had hooren prijzen en--door wiens hulp het hem misschien doenlijk zou wezen de Engelschen te vernietigen. Bij het begin van dezen veldtocht had hij zich tot taak gesteld hen te beoorlogen op het vaste land. De helft dezer taak had hij thans volbracht, want hij had het vaste land ontwapend en Rusland teruggedrongen tot achter den Niemen. Wilde Alexander nu zijn bondgenoot worden, dan zou hij de Engelschen verslaan door het vasteland, dat dan geheel onder zijn banieren zou geschaard wezen. Eenmaal zoover had hij de wereldheerschappij voor 't grijpen, dacht hij. Die eerste ontmoeting met zijn jeugdigen tegenstander zou dus beslissend kunnen zijn.

Verlangde Napoleon dus naar de kennismaking, Alexander eveneens; voor het militaire genie van zijn tegenpartij had hij een onbegrensde hoogachting leeren krijgen.

Midden op de grensrivier, den Niemen, op een opzettelijk voor deze gelegenheid vervaardigd en vorstelijk gedecoreerd vlot, in het bijzijn van duizenden belangstellenden had de ontmoeting plaats; ze was van weerszijden allerhartelijkst. Alexanders: "Ik haat de Engelschen even innig als u zelf," had het ijs terstond gebroken. "Dan is de vrede ook gesloten," was Napoleons antwoord op deze ruiterlijke verklaring geweest.

In de volgende dagen waren de keizers urenlang samen alleen. Napoleon was steeds gastheer; hij overstelpte Alexander letterlijk met beleefdheden, hield hem geregeld bij zich aan tafel, maakte verre tochten te paard met hem, was in één woord de voorkomendheid en hoffelijkheid zelf. Bij die lange gesprekken onder vier oogen opende hij den eerzuchtigen opvolger van Peter den Eersten vooral ten opzichte van diens verhouding tot Turkije een verschiet, zoo glansrijk, dat deze er schier van duizelde, en dat hij zich in zijn sterk geprikkelde fantasie mogelijk nog meer illusies schiep, dan Napoleon onder de gunstigste omstandigheden ooit plan heeft gehad te verwezenlijken, aangenomen, dat hij hiertoe is bereid geweest. De grootheid van anderen bevorderde hij immers dan alleen, als zijn eigen bedoelingen hierdoor werden gebaat.

Niet licht zal men een grooter contrast tusschen twee alleenheerschers vinden dan tusschen Alexander en Napoleon. De eerste, toen acht en twintig jaar, lang en slank, was met zijn open vriendelijk gelaat en uiterst beschaafde, hoffelijke vormen het type van den edelman uit het einde der achttiende eeuw, een thans verdwenen menschensoort. Aan een groote mate van natuurlijkheid paarde hij de achtelooze bevalligheid en de schier vrouwelijke vormen van het slavische ras. De ander, tien jaar ouder en zwaar gebouwd, bijna 1.7 M. lang, met een gelaat dat telkens veranderde van uitdrukking, was het type van een weergaloos soldaat-veldheer, bruusk en driftig en dit telkens door een woord of gebaar verradende, een man, die nooit verborg welk een minachting hij koesterde voor het menschdom in 't algemeen.

Lanfrey zegt o.i. volkomen terecht van hem: "Uit het tijdperk vol verfijnd beschaafde vormen en verwarde wijsgeerige begrippen, dat hij had doorgeworsteld, had hij de denkbeelden, de vormen en de taal met verbazingwekkend gemak zich eigen gemaakt, maar de oorspronkelijke mensch had bij hem weinig verandering ondergaan. Goedhartig kon hij wezen, katachtig lief in zijn manieren zelfs, maar de onoverwinnelijke achterdocht van den eilander, die tegenover zijn vijanden onafgebroken op zijn hoede is, lag daarachter verscholen. Kenmerkend voor zijn afkomst, was hij op enkele punten evenals zijn landgenooten nog bijgeloovig; vaak kon zijn naaste omgeving hem bij 't vernemen van een ernstige tijding of van een groote ramp werktuigelijk een kruis zien slaan."

Bang was hij inmiddels voor niets en voor niemand; wat de wereld zou denken van 't geen hij verrichtte, liet hem koud, alleen de militaire of staatkundige eischen van het oogenblik gaven bij hem den doorslag.

Eerlijk en bescheiden doch in zichzelf gekeerd, linksch en vaak onhandig, speelde Frederik Wilhelm, die den tweeden ontmoetingsdag reeds door Alexander aan Napoleon voorgesteld en door dezen beleefd doch koel ontvangen was, bij al die gelegenheden een vrijwel treurige rol. Dit werd er niet beter op, toen Napoleon op zijn bewering, dat hij zich te zijnen opzichte niets te verwijten had, hem antwoordde, dat al het gebeurde zijn eigen schuld was, want dat hij hem vaak genoeg vriendschappelijk voor Engelands kuiperijen had gewaarschuwd.

Bij de vredesonderhandelingen bleef de koning beweren, dat Napoleon door het schenden van Anspachs grondgebied van dezen oorlog de schuld droeg en hierdoor was de Keizer nog minder bereid aan zijn wenschen, waarbij het bezit van Maagdenburg voorop stond, tegemoet te komen. Op raad van zijn neef en bondgenoot besloot hij dus eindelijk zijn gemalin te ontbieden, in de hoop, dat haar bevalligheid en haar geest het succes zouden verkrijgen, dat hij met zijn stijfhoofdigheid tevergeefs had gezocht.

Hartstochtelijk verlangend haar doel te bereiken, streefde de koningin met haar krachtig karakter dit echter voorbij. Bij het eerste bezoek, dat Napoleon na haar komst te Tilsit haar bracht, verried zij zich zelve in haar lof over hem, en in haar betuigingen van leedwezen, dat zij hem had miskend, was zij te overdreven, te gekunsteld, in één woord te weinig vrouw om hem te treffen; haar woorden maakten hem zelfs half verlegen met zijn figuur.

Dit deed hem nog meer op zijn hoede zijn dan gewoonlijk. In elk opzicht beleefd en hoffelijk, zorgde hij dus zich geen woord te laten ontvallen, dat hem later tegenover haar binden kon. Hij verzocht haar bij zich aan tafel, ging haar bij haar komst tot aan de deur zijner tijdelijke woning tegemoet, betoonde zich in elk opzicht een hoffelijk gastheer maar ontweek ook aan tafel elk gesprek over de voorwaarden des vredes. Zelfs toen zij, verbitterd over deze houding, hem na een complimentje over een roos, die zij in de ceintuur droeg, deze stoutweg aanbood in ruil voor Maagdenburg, prees hij wel de hand, die hem de roos voorhield, doch liet het hierbij blijven.

Met betraande oogen keerde de vorstin terug naar haar tijdelijke woning.

Den 7en Juli sloot Napoleon vrede met Rusland, den 9en met Pruisen. Dit rijk zou, uit beleefdheid voor den keizer van Rusland, heette het, Oud-Pruisen, Pommeren, Brandenburg en Opper- en Beneden-Silezië blijven omvatten. Posen en Warschau, tot een groothertogdom vereenigd, kwamen aan den koning van Saksen; al de Pruisische provinciën ten westen van de Elbe werden met Hessen-Kassel herschapen in een koninkrijk Westphalen, waarover Jérome zou regeeren. Jozef, Louis en Jérome werden in hun vorstelijke waardigheid door Pruisen en Rusland erkend. Mecklenburg en Oldenburg, aan hun vorsten teruggeschonken, zouden Fransche bezetting houden tot uitvoering van het Continentale Stelsel; eindelijk zou Rusland zijn invloed aanwenden om Frankrijk met Engeland te verzoenen.

Een geheim verdrag behelsde voorts, dat Alexander en Napoleon met elkaar in alles gemeene zaak maken en tegen Engeland de wapens opvatten zouden, als het de bovenstaande voorwaarden niet aannam. Voorts zouden beide monarchen Zweden, Denemarken, Portugal en Oostenrijk gezamenlijk aanmanen om hun havens voor Engeland te sluiten en dit rijk den oorlog te verklaren.--Alexander kreeg het uitzicht op het bezit van Finland, dat aan het Frankrijk vijandige Zweden behoorde, en op een deel der Donau-vorstendommen van Turkije. Frederik Wilhelm betaalde het gelag.

Alleen door zijn hartstocht had Napoleon zich laten leiden, toen hij den Pruisischen staat in stukken scheurde en de helft er van schonk aan zijn genotzuchtigen, zinnelijken broeder, die niet eens de taal verstond van het land, dat hij ging regeeren. Geen staatsmanswijsheid, alleen zijn onbuigzame, koppige wil had zijn hand bestuurd, toen hij met één pennestreek een vorst met onvergankelijke tradities als hoofd eener groote, gezaghebbende mogendheid, van zijn zetel wierp en hem verlaagde tot een vorst van den tweeden rang.

De Pruisische natie had deze verdeeling van grondgebied, deze scheiding van haar vorst niet verlangd. Niet zooals in Italië en in Holland had zij gevraagd om bevrijding van een gehaat slavenjuk, al was de toestand in Pruisen geenszins rooskleurig. Eén gebleven was ze met haar vorst, één met haar schoone vorstin, die tevergeefs getracht had den overwinnaar te vermurwen. Als staatsman beging Napoleon een misslag, toen hij den eenigen vorst, dien hij in gansch Duitschland in geographischen, staatkundigen en militairen zin tot zijn waarachtigen bondgenoot had kunnen maken, vernederde en moreel mishandelde.

Bloedig heeft die misslag zich gewroken. Terstond is die haat der bevolking tegen hem geboren, welke den hertog van Brunswijk Oels zijn huzaren deed kleeden in 't zwart met den doodskop voor den kolbak, die het aanzijn schonk aan het geduchte geheime genootschap van den Tugendbund, die een krijgsman als Yorck in 1812 voerde tot verraad en die na den veldtocht in Rusland de gansche natie als één man deed opspringen, het geweer grijpen en tot binnen de muren van Parijs vergelding en wraak zoeken voor den hoon, te Tilsit haar aangedaan.

Welk een grootschen, overweldigenden indruk had Napoleon op gansch Europa moeten maken, als hij na Friedland niet Alexander alleen maar ook Frederik Wilhelm grootmoedig de hand toegestoken, dezen niet van de helft van zijn koninkrijk beroofd maar ook zijn vriendschap gezocht had! Mogelijk zouden dan geen Regensburg, geen Aspern, geen Wagram hun bloedige vore door de geschiedbladen dier dagen hebben getrokken.

Hij was reeds bevangen door dien onleschbaren dorst naar veroveringen, naar nòg meer grootheid, nòg meer macht, die de Cambacérès terstond bij hem opmerkte, toen hij den 27en Juli te St. Cloud was teruggekeerd.--"De Keizer is zoo tevreden en gelukkig, dat hij wel erg zal brommen," had Joséphine vóór zijn komst tegen haar omgeving gezegd;--tot "brommen" op die omgeving had hij trouwens reeds vaak genoeg reden gehad.--Doch de Cambacérès vond méér in hem; die vond hem veranderd, minder openhartig, minder vertrouwelijk met hem dan voorheen. 't Was alsof hij iets voor hem had te verbergen.

Nauwelijks te Parijs terug, wijdde hij zich weder met onvermoeiden ijver aan het inwendige beheer van zijn rijk. Hij begon met de afschaffing van het Tribunaat, vereenigde het met het Wetgevend Lichaam en bracht hierdoor een ernstige wijziging in de consulaire grondwet van het jaar VIII. Tevens betoonde hij zich hierdoor vrijwel ondankbaar, want aan het Tribunaat toch had hij zijn benoeming tot consul voor het leven te danken gehad. De republikeinen ontvingen de kennisgeving er van volstrekt niet met ingenomenheid, vooral omdat de definitieve instelling van een erfelijken adel slechts enkele dagen aan deze wijziging was voorafgegaan, en zij met het Tribunaat het gansche republikeinsche beginsel zagen wegvallen, om plaats te maken voor het monarchale met al zijn dure en noodelooze eerebaantjes.

Hartelijke toejuiching bij de geheele natie vond daarentegen de onbekrompen wijze, waarop hij de toekomst van zijn oude, trouwe soldaten verzekerde. Millioenen en nog eens millioenen francs schonk hij hun in jaarlijksche toelagen of in giften in eens. Hij bezigde hiervoor een deel van den schat, dien hij uit de oorlogskosten en verbeurdverklaringen van geestelijke en andere goederen in de doode hand in den loop der jaren had samengebracht.

Het Wetboek van Koophandel en dat van de Crimineele Rechtspleging werden afgekondigd, een Rekenkamer ingesteld, en zoowel in Frankrijk zelf als in Italië, Napels, enz. een krachtigen stoot gegeven aan de voortzetting van werken tot openbaar nut. Ook de inrichting van de musea en van het Louvre werd met nieuwen ijver ter hand genomen. De porceleinfabrieken van Sèvres, onder het Directoire haar ondergang nabij, herleefden door zijn toedoen geheel. Den heer Oberkampf, directeur der prachtige fabriek van gedrukt linnen te Jouy, ging hij persoonlijk decoreeren met het ridderkruis van het Legioen van Eer. Het paleis van Versailles werd gerestaureerd. Millioenen besteedde hij aan de leniging van de ellende, door den oorlog in de Vendée ontstaan, millioenen aan den bouw van weeshuizen en toevluchtsoorden voor behoeftigen. Door krachtige, ingrijpende maatregelen trad hij op tegen de bedelarij, in die dagen letterlijk een kanker in geheel Frankrijk. Er was in één woord geen enkel onderdeel van bestuur te noemen, waaraan hij niet in meerdere of mindere mate zijn aandacht wijdde, en het beste bewijs hoezeer het vertrouwen van het publiek in Juli 1807 was toegenomen, was de noteering van de Fransche rente aan de beurs. Deze steeg tot 94%, een voorheen ongekende prijs.

In dat jaar van grootheid en voorspoed, eigenlijk het schoonste van zijn geheele regeering als Keizer, bevond hij zich vaak op het kasteel van Fontainebleau; ook hier deed hij al het vorstelijke bedrijf van vroeger eeuwen met jachtpartijen in costuum, groote feesten en statige recepties herleven. Des avonds kwamen de voornaamste tooneelspelers van Parijs voorstellingen geven; dan waren Corneille, Racine en Molière aan 't woord. Het laatste republikeinsche tintje was uit zijn omgeving verdwenen.

In den aanvang klein, nam het getal oude, adellijke namen aan het hof weldra sterk toe. Joséphine gevoelde zich gelukkig in dien kring van menschen, die eenmaal de salons van Lodewijk XVI hadden gevuld en over wier houding, gedragingen en manieren een waas van voornaamheid lag, dat veel republikeinen zich trachtten eigen te maken, Napoleon zelf heeft zich hieraan nooit bezondigd. Die bleef wat hij altoos geweest was, vandaag ruw, grof, lomp tot beleedigens toe en niet vragende wie hem hoorde bulderen, morgen zoo beschaafd, beleefd en hoffelijk, dat een ieder hunkerde naar een vriendelijk woord van hem.

"Wat jammer, dat een zoo groot man een zoo slechte opvoeding heeft gekregen," zei Talleyrand dan ook van hem; doch die had goed praten! Waar had Napoleon, die het ouderlijk huis reeds op zijn negende jaar had verlaten en daarna voor 't meerendeel slechts lompe, onwetende geestelijken als leidslieden gekregen had, die fijnbeschaafde vormen moeten leeren?

Reeds enkele weken na 't sluiten van den vrede had Talleyrand zijn ontslag verzocht als minister van Buitenlandsche zaken. Hij hield van zijn gemak; hij was niet zoo heel jong meer en liep mank; al deze factoren, vereenigd met de souvenirs aan logeeren op stroo in een boerenwoning, een slechte tafel en tochten door slijk en sneeuw met de kozakken in de buurt, hadden hem tot dit besluit gebracht.

Aanvankelijk boos, had Napoleon, toen hij volhield, zijn verzoek ingewilligd, hem tot belooning voor zijn diensten benoemd tot vice-grootkeurvorst; tevens had hij den heer de Champigny met zijn portefeuille belast.

Talleyrand stelde zijn ambtenaren aan dezen aldus voor: "U zult over de heeren tevreden zijn. Zij zijn trouw, handig, attent, maar evenals ik zelf niet bijzonder ijverig. Uitgezonderd een paar expéditeurs, die de brieven wel eens wat te vlug sluiten, blijven ze altoos kalm en haasten zich nooit. Zoodra u een tijdlang met den Keizer gewerkt hebt, zal het u duidelijk zijn geworden, dat het vlug sluiten en verzenden der brieven in verband met de groote belangen van Europa niet gewenscht is."

Tegelijkertijd ontving Berthier zijn benoeming tot vice-connétable; hij legde de portefeuille van Oorlog thans neder; Clarke nam ze over.

In 't laatst van Augustus eindelijk werd te Parijs het huwelijk ingezegend tusschen Jérome en de dochter van den koning van Wurtemberg, een even bevallig als schrander persoontje, dat aanvankelijk wel eenigszins had opgezien tegen haar eerste reis naar een hof, "waar het nogal ruw scheen toe te gaan" en werwaarts niet één van haar vrienden of familieleden haar vergezelde, doch waar zij door Napoleon terstond zoo allerhartelijkst was ontvangen, dat alle schroom weldra bij haar verdween.--Jérome, die, zooals we zagen, in Napoleon van jongsaf altoos veel meer een vader dan een broer had gezien, heeft reden gehad hem voor die keuze erkentelijk te wezen. Catharine heeft hem later in zijn ongeluk een schitterend bewijs van trouw en aanhankelijkheid gegeven.

De pogingen, door keizer Alexander in het werk gesteld om Engeland met Frankrijk te verzoenen, bleken weldra volslagen nutteloos. Het Continentale Stelsel had de Engelsche natie, die hierdoor groot nadeel leed in haar handel, tot woede geprikkeld. Voor de volvoering zijner krijgszuchtige plannen ontving het nieuwe ministerie Canning dus groote credieten; de zeemacht werd versterkt om al de havens van het vasteland te kunnen blokkeeren; en als eerste nieuwe daad van openbare vijandschap stevende een eskader in 't begin van September naar de Sont, bombardeerde Kopenhagen drie volle dagen lang en beging hiermede een schanddaad, welke onder geen vorm was te verdedigen en indruischte tegen het volkenrecht, want Denemarken, hoewel een trouw bondgenoot van Frankrijk, was een neutrale mogendheid en had zich tot dusverre buiten alle politieke verwikkelingen weten te houden.

Tegenover het parlement verantwoordde Canning zich met de verzekering, dat er tusschen Denemarken en Frankrijk kort te voren een geheim verdrag was gesloten waarbij de Deensche vloot tot Napoleons beschikking werd gesteld. Uit de allerhoogste kringen te St. Petersburg zou hiervan mededeeling zijn gedaan.

Denemarken, Pruisen en Rusland braken terstond alle betrekkingen met Engeland af en sloten hun havens voor zijn schepen.

Thans was Portugal het eenige rijk, dat nog openlijk met Albion handel dreef. Kon het anders? In den loop der jaren was het zoo goed als een Engelsche kolonie geworden; het leefde schier alleen van 't geen van die zijde werd ingevoerd. Koningin Marie was nog altoos krankzinnig, de prins-regent, een man, die, laks en vadsig van aard, in zijn verhouding tot Napoleon uit Londen werd geïnspireerd en die het gemakkelijk vond, als men de staatszaken voor hem daar in 't geheim behandelde.

Door het krachtige optreden van het Noorden tegenover Londen gerugsteund, besloot Napoleon Portugal de tanden te laten zien. Terwijl hij Jozef het vasthouden en approviandeeren der Jonische eilanden, hem bij geheim tractaat te Tilsit afgestaan, en het hernemen van Reggio, waar de Engelschen nog altoos vasten voet hadden, in bijna hartstochtelijke woorden aanbeval, terwijl hij dringende bevelen gaf om in al de havenplaatsen van zijn gebied met kracht te doen doorwerken aan 't uitrusten van schepen, stelde hij den prins-regent van Portugal kortweg voor het ultimatum: Oorlog met hem of de toepassing van het Continentale Stelsel op al zijn havens.

De prins-regent zocht uitvluchten, raadpleegde ter sluiks Londen weder, beweerde, dat hij liefst zijn onzijdigheid wilde handhaven, en zocht in één woord tijd te winnen.--Toen hij ten slotte weigerde aan het gestelde ultimatum te voldoen ging den 17en October een leger van ruim twintig duizend man, dat reeds weken te voren bij Bayonne onder bevel van Junot was samengetrokken, op marsch naar Lissabon. Tusschen Napoleon en Godoy, den Vredevorst, was het overschrijden van het Spaansche grondgebied vooraf geregeld. In 't laatst van October sloten ze zelfs een geheime overeenkomst, waarbij Portugal tusschen Spanje, Frankrijk en Godoy zou worden verdeeld.

Dit tractaat met den in zijn vaderland zoo gehaten en verachten Godoy, die vóór Jena eveneens tegen Napoleon had willen partij kiezen, is voor dezen de bron geweest eener reeks van groote en kleine rampen, die stellig tot zijn val hebben bijgedragen. Zijn keuze van Junot tot opperbevelhebber was tevens ongelukkig. Hij was wel een dapper soldaat maar bekrompen van geest; en dat Junot te Lissabon een tijdlang gezant was geweest, is als een oorzaak te beschouwen van deze minder gewenschte benoeming.

Junot voerde zijn bijna geheel uit jonge conscrits bestaande korpsen onder gestadige verliezen tengevolge van gebrek, ziekte en vermoeienis en van den dolk der Spanjaarden, wier eigendom zij roofden, naar de grenzen van Portugal, kwam hier tot de ontdekking, dat Godoy, die hulp aan troepen en levensmiddelen in overvloed beloofd had, hem jammerlijk bedroog en den verrader speelde, bereikte met nog geen vierde zijner macht niettemin Lissabon en nam deze stad in zijn bezit. Even te voren was de prins-regent met zijn familie en zijn schatten benevens duizenden rijke Portugeezen scheep gegaan naar Brazilië. In November 1807 verklaarde Napoleon het huis van Braganza kortaf vervallen van den troon en legde Portugal daarna een belasting op van honderd millioen francs.