Part 27
Dezelfde massieve eenvoud kan men in het beeldhouwwerk van den Serviër Ivan Mestrovic opmerken, eveneens bij den Zweed David Eström. Het zou inderdaad lastig zijn, alle kunstenaars, van verschillende nationaliteit, op te sommen, die klaarblijkelijk veel aan het Egyptisch genie verschuldigd waren. Wij moeten echter geen conclusie trekken, zonder eenige verwijzing naar den invloed van de school der Laat-Impressionisten.
De Laat-Impressionisten waren niet, zooals men gewoonlijk beweert, de directe afstammelingen der Impressionistische groep, doch eerder daarvan afgescheiden. Hun wachtwoord was eenvoud en om dat ideaal te verwezenlijken, bestudeerden zij getrouw primitieve kunst en wel in het bijzonder die van de Egyptenaren, daar zij daarin het eenvoudige element, dat zij zochten, vonden.
Overblijfselen der kunst.
Om tot ons onderhavig onderwerp terug te keeren, kunnen wij vragen: "Wat is de werkelijke, aesthetische waarde der Egyptische kunst voor ons geslacht?
Stel u een museum voor, eenige duizenden jaren geleden, dat u duidelijk de Fransche kunst, vanaf het begin der 15e tot het einde der 19e eeuw, voorstelt; stel u verder voor, dat dit volgepropt was met het uitvaagsel van de Salonschool en de bric-à-brac van de Rue de Rivoli, met hier en daar een Clouet, een Boucher of een Lancret, een Clodion, Dalou of Rodin. Zouden de bezoekers van zulk een verzameling niet vast en zeker vaststellen, dat de Franschen alles behalve artistiek waren.
Toestanden, als hierboven aangegeven, heerschen in bijna iedere collectie van heden ten dage. Het gezichtspunt, ten opzichte van musea en tentoonstellingen, schijnt te zijn, dat ieder voorwerp van Egyptischen oorsprong bij de verzameling gevoegd moet worden, hoe gebrekkig het ook, uit een artistiek oogpunt, moge zijn. Wat wonder, dat de gewone bezoeker van smaak niet het geduld heeft zulke heterogene collecties te doorsnuffelen, waarin de weinige levende artikelen begraven worden.
De groote massa der Egyptische overblijfselen staat ver beneden die van Griekschen oorsprong, in den tijd van Phidias of Apelles, vervaardigd; de meesterwerken van Egypte, aan den anderen kant, wegen tegen de kunstproducten van iederen tijd op en slechts tot deze meesterwerken moeten wij ons hier bepalen.
Egyptische kleurschakeeringen.
De Egyptische schilder deed zelden, of nooit, zijn best, de verschillende kleuren onmerkbaar in elkaar te doen overgaan, zelden of nooit hield hij zich met trapsgewijze overgangen op; inplaats daarvan schilderde hij in groote stukken, terwijl elk stuk duidelijk van zijn buurman afgescheiden was.
Door dit systeem bereikte hij de grootste kleurschakeeringen, zooals de papyrus van Ani [45] getuigen kan, waarin de meest in het oog vallende kleuren bruin, geel, groen, wit en zwart zijn. Nog schooner is de papyrus van koningin Mat-ka-ré, welke nog een weinig hooger dan de laatstgenoemde staat en waarin een uitgezocht roodachtig geel domineert terwijl, als wij het oog richten naar een veelkleurige beeldhouwkunst, er zeer zeker geen prachtiger gekleurd stuk was, dan het beeld van prinses Neferet, met zijn rijkelijk groen en rood, bruin en wit. De kist van Khnumu-Hotep, met goud, zwart, bruin en pauw-blauw beschilderd en met gouden patronen versierd doet hiervoor nauwelijks onder.
Terwijl de Egyptenaar een van god gegeven kleurder was, was hij ongetwijfeld nog meer een meester in het mengen van kleuren. De kunstenaar, die naar harmonie streeft in zijn teekening, kan een menigte figuren, of slechts eenige weinige voorwerpen nemen. De eerste manier, de gebruikelijke der Europeesche school, is zeker de gemakkelijkste van de twee; de Egyptenaar kiest echter gewoonlijk de tweede en op zijn stuk papyrus en zijn stuk steen plaatst hij zijn onderwerp zoo gelukkig en in zulk een uitstekend aesthetisch verband, dat het ons toeschijnt, dat de geheele ruimte versierd is.
Zijn teekenkunst is gewoonlijk van superieure kwaliteit; hij staat hier verder tegenover een andere moeilijkheid, terwijl hij meer een stouten indruk geeft, dan een gedetailleerde teekening, zijn zijn lijnen nog zoo vol uitdrukking, dat hij geheel en al de illusie van leven geeft.
De groote eenvoud in de Egyptische kunst.
Wij hebben over verschillende Egyptische werken gesproken als zijnde fijn en zuiver; zij zijn echter geen karakteristieke voorbeelden, het zijn niet die, welke in hoofdzaak hulde verdienen. Fijnheid, een zeer goede eigenschap, is echter nauw met weekheid verbonden en de poging om deze tot uitdrukking te brengen, is geschikt den kunstenaar te benadeelen.
Whistler, om een voorbeeld te noemen, die naar fijnheid en verfijning streeft, nadert te dikwijls verwijfdheid en sommige Japansche schilders, die zeer met droomerige halftinten en koortsige lijnen werken, naderen dicht het voortbrengen van zuiver, lief werk.
In het karakteristieke werk der Egyptenaren echter ontdekken wij nooit een aanwijzing voor deze fout. Hun kunst is boven alles machtig, grootsch en eenvoudig en laat dikwijls een groote, onbarmhartige brutaliteit, zooals bij de groote Engelsche tooneelschrijvers, zien.
Wij zagen, dat het juist hun eenvoud was, welke de Franschen uit den tijd van het Keizerrijk, die begeerig waren iets van een krachtig temperament te vervaardigen, aantrok; wij zagen, dat dit element den eerbied der Laat-Impressionisten afdwong, een groep, welke zoo buitengewoon ernstige aspiraties koesterde.
Mogen wij hieraan niet toevoegen, dat deze eenvoud de voornaamste factor der Egyptische kunst is? Mogen wij er niet aan toevoegen, dat de Egyptenaren deze verdiensten door een overwinning door geen ander ras geëvenaard, bereikten? Mogen wij ten slotte niet zeggen, dat eenvoud de edelste van alle eigenschappen der kunst is?
De groote gedichten, welke van geslacht tot geslacht voortleven, zijn ongetwijfeld die, waarin de behandelde hoofdpersoon met goddelijken eenvoud voorgesteld wordt, terwijl de dichter met de kleinste middelen de grootste uitwerking verkrijgt; juist dit bereiken de groote schilders en beeldhouwers van Egypte.
Eenvoud echter, evenals verfijning, gaat tevens met een gevaar gepaard, want wat zeer eenvoudig is, is tevens geschikt om gebrekkig in zinnebeeldige voorstelling te zijn, een onontbeerlijke omstandigheid bij een edel kunstwerk. Ook hier vinden wij den Egyptenaar als overwinnaar; hij is geheel en al aan 't gevaar van armzaligheid ontsnapt.
De Egyptische beeldhouwer duidt, indien hij een portret vervaardigt, steeds het karakter van zijn model aan, terwijl dit zelf eenigszins mysterieus is en er komt bij een aantal Egyptische kunstwerken een verwonderlijke gewaarwording van oneindigheid op, een suggestie van het eeuwige raadsel van het heelal.
De Egyptische kunstwerken zijn de meest geheimzinnige, ooit door menschenhand vervaardigd, terwijl eenige door hun stilzwijgendheid luide tot ons spreken; in hun tegenwoordigheid ondervinden wij een vreemde opwelling van smart, een gevoel, dat op juiste wijze in het volgend gedicht uitgedrukt wordt:
Treed licht, mijn dansende voet Uit vrees, dat uw ongelegen stap De stof van vergeten mannen, die den zoeten dood vonden, En die slapen in hun eeuwig graf Zal verontrusten.
Deze regels, een vertaling van een gedicht van Margaret Sackville, bij haar verblijf in Assouan, gedicht, zijn een weerspiegeling van de eerbiedige stemming, welke ons vaak in het aangezicht van de Egyptische kunst bevangt. Zijn deze begraven menschen, van wie deze dichteres zingt, werkelijk vergeten?
Ook na den val van Troje zal Helena's naam bestaan.
Homerus voorspelde aan Helena een eeuwig leven. Zoo hebben ook de oude Egyptenaren, door het genie van hun machtige kunstenaars, de onsterfelijkheid verkregen.
Aanteekeningen
[1] Eenige mythologen spreken ook nog over een vorm van geloof, welke door hen wordt aangeduid met den naam van _prae-animistisch._ Deze vormen zijn echter niet voldoende gedefinieerd, om ze tot een bepaalde klasse te brengen. Zie Marett, "The Threshold of Religion".
[2] Zie: K. von den Steinea, Unter den Naturvölker Zentral-Brasiliens (Berlijn 1894).
[3] Zie: Myths and Legends of the North American Indians, pag. 87.
[4] Zie: Handbook of North American Indians, bij hoofdstuk: Cheyenne.
[5] Zooals dit voorkomt bij verschillende primitieve bovennatuurlijke wezens over de geheele wereld.
[6] Dit is een eigenaardigheid van vele watergoden in Amerika en Australië (verg. Lang. Myth, Rutual and Religion, deel I, pag. 43).
[7] Zie: Gomme, Ethnology in Folklore.
[8] Men vergelijke hiervoor Lang "The Making of Religion" en "The New Mythology".
[9] Zie H. de Charency, Le Mythe de Votan, pag. 39. Er is slechts weinig grond voor het laatste gedeelte van deze bewering. De bacabs werden zuiver geïdentificeerd met de chach, of regengoden.
[10] Zie L. Spence, Myths of Mexico and Peru.
[11] Zie Seligmann, Journal of the Royal Anthropological Institute, deel 14.
[12] Pl.m. 570 v.C.
[13] Zie: Zeitschrift für Aeg. Sprache, 2, p. 127: The Cult of the Drowned in Egypt.
[14] Een andere lezing geeft de kinderen van Nut alsvolgt aan: Osiris, Isis, Set, Nephthys en Anubis.
[15] Lang vertelt (in het art. "Mythology" in de Encyclopaedia Britannica) dat de Osiris-mythe door dezelfde verbeeldingskracht ontstond, als de geschiedenis van den bever, die aan stukken werd gesneden en uit wiens lichaam voorwerpen werden vervaardigd.
[16] In "Golden Bough", deel 2, pag. 137.
[17] Zie: M. A. Murray, Osireion at Abydos, pag. 26.
[18] Zie: Maspero, Recueil de Travaux, deel IV, pag. 62.
[19] Zie: Boek der Dooden, Papyrus van Ani I, pag. 7.
[20] In de pyramide van Unas (6e dynastie) wordt van een god melding gemaakt, die misschien Amen is, doch die ook kan beteekenen: "de Verborgene" en de toevoeging, welk daarop volgt, schijnt op Osiris te slaan.
[21] Zie Budge, The Gods of Egypt, 2, pag. 2.
[22] Zie: Budge, op. cit. p. 503.
[23] Of Setet (schutter).
[24] Ook Thi genoemd.
[25] Of Ra-Heru-Khuti.
[26] Of Sekhet. Sekhmet is dezelfde persoon, als Hathor in den oorspronkelijken tekst. Het bier werd door de bevolking van On, dat de alruinen daarmede vermengde, vervaardigd en Sekhmet-Hathor dronk het op.
[27] Dit waren personificaties der zintuigen, met bepaalde namen.
[28] De Steen van Rosette is in drie soorten schrift geschreven: hieroglyphisch, Demotisch en Grieksch.
[29] Eigenlijk moest het van rechts naar links geschreven worden. Alleen voor decoratieve doeleinden werd het van rechts naar links, of in kolommen geschreven.
[30] Of Usertsen.
[31] In een ander deel van het manuscript wordt hij Her-tata-f genoemd.
[32] Het Demotisch geeft den naam aan als Setne (of Setme), en den naam van het wonderbaarlijke kind als Si-Osiris (kind van Osiris).
[33] Het geheel van dit verhaal is in het oorspronkelijke zeer duister.
[34] Etudes de Mythologie et d'Archéologie Egyptienne, Parijs, 1893 vol. I, pag. 106.
[35] Ik hoop deze theorie in een later werk nog uitvoeriger te bespreken.
[36] Zie: Lefébure, La Vertu et la Vie du Nom en Egypte.
[37] Deze uitdrukking "maa kheru" beteekent etymologisch: vrij gesproken en is een wettelijke term.
[38] Zie Budge, Egyptian Magic, p. 70.
[39] Zie A. E. Waite, Hidden Church of the Holy Grail, pp. 533 en volg.
[40] Op de oudste afbeeldingen ziet men geen veeren.
[41] In de oudste sarcophagen in het Serapeum vond men geen mummies, doch slechts eenige beenderen.
[42] Men vergelijke de priesters van de koningen in het Oude Rijk.
[43] Afzonderlijke beelden in het Oude Rijk, figurengroep in het Midden-Rijk.
[44] Recueil d'antiquités égyptiennes, étrusques, grecques, romaines et gauloises. Zes dln. Parijs, 1752-1755.
[45] Zie: Frontispiece illustratie bij p. 130.