Part 17
Hij had ’t hoofd opgericht, ter zijde, nauwelijks merkbaar, doch zóó dat hij de jonge gestalte naast zich beter waar kon nemen. Geen trek op haar gezichtje bewoog, geen haartje trilde, heur gevouwen handen in den schoot bleven roerloos. Doch heur oogleden schaduwden dieper over de oogen bij zijn zijdelingschen blik, en langzaam overtoog heur gezichtje een gloeiende blos.
Toen scheen het of ze plots onrustig werd. Met een korte beweging hief ze ’t hoofd op en met een schok zagen ze elkander in de oogen. Schuw trokken Mieke’s schoudertjes naar achteren, en weer overschaduwden heur wimpers diep den nederwaartschen blik.
Maar in Geert brak iets open, daverende vreugde! Snel wendde hij zich tot haar, legde z’n groote, sterke hand op de handjes in heur schoot.
„Mieke,” zei hij, terwijl hij haar vol aanzag, te ontroerd om verder te spreken, te beschroomd nog om haar te kussen.
En op dat oogenblik werd behoedzaam het ondergordijntje in de voorkamer ter zijde geschoven, om juffrouw Wije gelegenheid te geven beter in den duisteren tuin te kunnen zien: de kinderen bleven nu toch wel héél lang buiten... Maar toen ze gevonden had, wie ze zocht, toen deed ze de gordijntjes maar weer zoetjes dicht en hernam haar vorig plaatsje in den breeden leuningstoel bij de groote, ronde tafel, de voeten op een hooge stoof, de handen in rust over elkaar, glimlachende, doch met tranen in de oogen,—wachtende tot de kinderen weder zouden binnenkomen.
EINDE.
INHOUD.
Hoofdst. Bladz.
I. Donkere wolken 1 II. Een slag 14 III. Juffrouw Wije heeft een fijn gehoor 30 IV. De zekerheid.—En ’t afscheid 47 V. In de stad en de nieuwe omgeving 68 VI. Loes toovert.—Eenzaam 85 VII. Discussies.—Mieke verliest zichzelf, gelooft ze.—Geert heeft een halven dag ’t land 110 VIII. Mieke’s geheel veranderd leven.—Een avondwandeling 132 IX. Eigenaardige toespelingen 150 X. Het arme, kleine dametje 163 XI. De bom springt nogal zachtjes.—Bij de Totebelletjes 183 XII. Asschepoestertje 201 XIII. Mieke ontvangt bezoek 213 XIV. Toekomstplannen.—Oom Egbert is een eerlijk man 223 XV. De bruiloft.—Strijd 237 XVI. Het onvermijdelijke 247 XVII. Slot 265