Mexiko De Aarde en haar volken, Jaargang 1865
Part 2
In de hoofdstad des rijks en in andere voorname mexikaansche steden, bedient de aguador zich van zak noch ezel, daar draagt hij zelf zijne koopwaar in een chochocol of groote roode aarden kruik, op den met een dikken lap leder bekleeden rug. De draagband, die aan de beide ooren der zware kruik is vastgehecht, rust niet, zoo als bij sjouwers of pakkendragers in europeesche landen, tegen de borst of de voorzijde der schouders, maar tegen het voorhoofd. Dat het hoofd van den Indiaan ijzersterk moet wezen, valt niet te betwijfelen, daar de aguador bovendien, aan een op zijne kruin rustenden riem, een ook met water gevulden cantaro draagt, die te gelijker tijd tot tegenwicht voor den chochocol dient. Een Engelschman, die zich wenschte te overtuigen of de cantaro den aguador werkelijk in balans hield, sloeg eens onverhoeds eene kan van een waterdrager met zijn rotting stuk, waarop de Indiaan terstond achterover stortte, en door zijn zwaarte ook den chochocol, dien hij op den rug droeg, verbrijzelde. Het behoeft wel geene vermelding, dat de onderzoeklievende Brit de schade moest vergoeden, die de oplossing van dit probleem na zich sleepte.
Met de aguadores vermengt zich een bont heirleger van industriëelen van het minste gehalte: hier een koopman, die eene hoeden-pyramide op het hoofd draagt; ginds mannen of vrouwen, die schier onder den last van groote zakken houtskool bezwijken, of risten met houten nappen, korven met bloemen en groenten, of traliemanden met hanen en kalkoenen torschen; terwijl men allerwege den meestal half naakten cargador of indiaanschen pakkendrager ontmoet, die, zwoegende onder een last, welken hij aan een breeden, tegen het voorhoofd rustenden riem op den rug draagt, toch luchtig voortstapt, met den stok in de eene en den hoed in de andere hand.
Op een der pleinen van Mexiko treft men, onder eene sombere kolonnade, eene eigenaardige soort van openbare brief- of request-schrijvers aan, wien het volk den bijnaam van evangelistas geeft, en die in dit land, waar het lager onderwijs in een vrij verwaarloosden toestand verkeert, lieden van tamelijk groot gewicht zijn.
Een andere type, die de aandacht van den vreemdeling in hooge mate tot zich trekt, is de lepero. De lepero der residentie onderscheidt zich evenzeer van zijne medebroeders in de overige deelen des rijks, als de lazzarone van Napels, met wien hij zeer veel overeenkomst heeft, zich boven zijne gelijken in andere steden van Italië verheft. Hij is slimmer, behendiger en driester dan de lepero uit de provinciën; terwijl hij, wat zijn voorraad van koddige uitdrukkingen en jolige invallen betreft, niet voor den parijschen gamin onderdoet. De leperos, wier aantal in de hoofdstad omstreeks vijf-en-twintig-duizend bedraagt, zijn groote vrienden der geestelijkheid, en vinden steeds een onderkomen in die huizen, welke de vecindad genoemd worden en aan kerken of geestelijke broederschappen toebehooren. Zij toonen zich hiervoor erkentelijk door op alle wijzen, met de kracht van longen en vuist, padres en monniken ten dienste te staan.
Ofschoon de mexikaansche lepero op kosten der meergegoede standen teert, moet men hem toch, evenmin als den lazzarone, met den eigenlijk gezegden bedelaar of pordiosero verwarren. De gewoonte van dezen laatste om den voorbijgangers giften por Dios, "om Gods wil," te vragen, heeft hem dien, door het gebruik gewettigden bijnaam doen geven. In de hoofdstad van geen ander beschaafd land worden wellicht zulke voorbeelden van diepe armoede en uiterste ellende gevonden, als men bij de ternauwernood met eenige lompen bedekte mexikaansche bedelaars, inzonderheid die uit de barrios of voorsteden, aantreft. In minder warme landen zou het publiek ook onmogelijk het schouwspel van zulk eene naaktheid kunnen verdragen, als hier niet enkel door de pordioseros, maar door de geringere standen in 't algemeen, ten toon wordt gespreidt.
Onder de eigenaardige, doch voor het gevoel pijnlijke tooneelen, die de openbare straat te Mexiko oplevert, behoort ook het gezicht der groepen presidarios of kettinggangers, die tot het schoonhouden der straten en wandelplaatsen, het doen van uitbaggeringen enz. worden gebezigd. Deze ongelukkigen zijn paarsgewijs aan elkaar geboeid, en worden door piketten infanterie bewaakt. De soldaten maken het hun meestal niet lastig, en laten hen wel eens, als dit geschieden kan zonder dat zij zelf in ongelegenheid komen, ontsnappen. Soms echter loopen zulke pogingen tot ontvluchting minder gunstig af, en schromen de bewakers niet den wederspanneling een bajonetsteek toe te brengen, die hem dood ter aarde doet zijgen.
Deze zonderlinge vermenging van toegevendheid en willekeur merkt men in alle handelingen der slecht ingerichte mexikaansche politie op. Roovers en dieven verstaan zich dikwijls veel beter met hen wier plicht medebrengt om voor de algemeene veiligheid te waken, dan voor de handhaving daarvan wel wenschelijk kan worden geacht; en de gevallen zijn maar al te menigvuldig, dat de sereno of gewapende nachtwacht, in plaats van de rust te bewaren en het misdrijf te voorkomen, zich, zoodra hij onraad bespeurt, ijverig uit de voeten maakt.
De meeste soldaten, die men, vóórdat er van eene europeesche expeditie tegen Mexiko sprake was, daar te lande ontmoette, waren Indianen, uit welke trouwens de grootste helft der bevolking bestaat. Het leger, aanvankelijk door Juarez tegen de Franschen aangevoerd, was zestig- of zeventig-duizend man sterk, terwijl na de verstrooiing dezer legermacht vijftien duizend Mexikanen (met vijf-en-dertig duizend Franschen) onder de bevelen van het voorloopig bewind der monarchie dienden. De mexikaansche uniform bestaat uit een witlakenschen rok met korte panden en een nauwsluitenden broek van dezelfde stof. Het hoofddeksel van den soldaat is een kleine zwart lederen schako, terwijl sandalen zijn schoeisel uitmaken; alleen de onder-officieren dragen schoenen. Deze uniform doet de goed geëvenredigde gestalte der manschappen voordeelig uitkomen. Zij dragen het haar kort, hebben geen baard, en slechts bij uitzondering knevels; de officieren, meerendeels tot het europeesche ras behoorende, hebben daarentegen meest allen zwarte knevels. Een geweer met bajonet maakt de gansche wapening van den infanterist uit. Aan den breeden bandelier, dien hij om zijn middel draagt, hangen eene bajonetscheede en een groote patroontasch.
De mexikaansche oorlogsmarine is voor een rijk, waarvan de geheele oostelijke en westelijke grens door de zee bespoeld wordt, onbegrijpelijk onbeduidend. Zij bestaat op dit oogenblik slechts uit 9 kleine oorlogsbodems, met 300 koppen bemand en met 35 stukken bewapend!
Het aantal geestelijken is in Mexiko ongemeen groot. Overal ontmoet men monniken, in eene grauwe, bruine of witte pij gekleed: Franciskanen, Dominikanen, broeders van Barmhartigheid, Augustijnen, geschoeide en ongeschoeide Karmelieten. Priesters vertoonen zich zelden in het openbaar in geestelijk gewaad, en zijn doorgaans alleen kenbaar aan hun cuello of witte bef, die soms met kleine parelen omzoomd is.
Het volk koestert voor zijne geestelijken een onbepaalden eerbied. Wanneer tijdens de noodlottige telkens wederkeerende burgeroorlogen, de monniken door de republikeinsche partij soms in massa uit eene stad verjaagd worden, was hun weg met schreiende vrouwen als bezaaid, die hun geld en kleinooden kwamen aanbieden; terwijl hunne terugkomst steeds op de feestelijkste wijze door het volk werd gevierd. De eerbied voor de geestelijkheid wordt zelfs door hen gedeeld, die overigens alle ontzag voor de overheid verloren en den oorlog aan de wetten der samenleving verklaard hebben--door dieven en roovers. Het is toch geen ongewoon verschijnsel, dat roovers, die op den openbaren weg eene diligence of ander rijtuig overvallen, terstond afdeinzen wanneer zij daarin een priester bespeuren, en dat bij zulke gelegenheden niet alleen de geestelijke, maar het gansche gezelschap waarin hij zich bevindt, beleefd en voorkomend door de bandieten behandeld wordt.
Vertoont een priester zich met het hoogwaardige op de straat, dan vallen niet slechts de voorbijgangers op de knieën, maar de trom wordt geroerd, de wachten komen in het geweer; en geldt het een aanzienlijk persoon, dan volgen velen het rijtuig van den priester met brandende kaarsen en onder het aanheffen van geestelijke liederen. Vroeger was het volgen van het sacrament naar het huis van een stervende voor de voorbijgangers eene verplichting, waaraan zelfs de onderkoning zich niet kon onttrekken.
IV.
De Mexikaan en het leven te Mexiko.--De pulque.--De tortilla.
De Mexikaan--niet enkel de bewoner der hoofdstad, maar de Mexikaan in het algemeen--heeft, zoo als een fransch schrijver hem ons schetst, eene olijf- of bronskleurige tint en is middelmatig van grootte. Hij heeft kleine voeten en welgevormde handen. Zijn gelaat teekent vriendelijkheid en bescheidenheid, en bezit, wanneer hij spreekt, eene levendige uitdrukking. Zijn oog is zwart en schitterend; en ofschoon de vorm daarvan iets minder aangenaams heeft, straalt u van onder den langen wenkbrauwboog, die het overschaduwt, eene zachte uitdrukking tegen. Zijn mond is een weinig groot en niet zuiver besneden; maar zijn lippen plooien zich gemakkelijk tot een glimlach, en laten, als zij zich openen, twee rijen witte en regelmatige tanden zien. Zijn neus is meestal recht, zelden plat, terwijl men nog zeldzamer een Mexikaan met een haviksneus aantreft. Zijn zwart of donkerbruin haar is doorgaans sluik, en bedekt zijn tamelijk laag voorhoofd te veel. Dit alles vormt, bijeen genomen, zeker geen ideaal van schoonheid; maar niettemin rust het oog over het algemeen met welgevallen op de mexikaansche type.
De Mexikaan is beleefd en voorkomend, soms tot in het lastige toe. Men kan zeggen dat hij de beleefdheid en welvoegelijkheid zelfs niet jegens zijne vijanden uit het oog verliest. Hij dringt u zijne diensten als 't ware op; maar het is er verre af, dat men hem bij het woord kan houden. Hij is zorgeloos, spilziek en aan het spel verslaafd. De Mexikaan is een goed soldaat, en bezit eene ridderlijkheid, die hem den dood kloekmoedig doet verachten. De zwakheid en veilheid van de vele besturen, die elkander in zijn land opvolgden, hebben hem in het staatkundige in eene hooge mate gedemoraliseerd, en schier van alle vertrouwen op de overheid beroofd.
Mexiko is door de natuur mild gezegend. Nagenoeg voor de helft in de gematigde, voor de andere helft in de heete luchtstreek gelegen, levert het, naast de voortbrengselen, uitsluitend aan de keerkringen eigen, ook vele europeesche producten op, en tieren er zoowel het suikerriet, de koffieboom en de katoenstruik, als de meeste bij ons inheemsche granen en gewassen; terwijl zijn bodem rijker is aan edele metalen dan eenig ander land in Amerika, behalve Peru en Californië. Maar de vadzigheid, waaraan vele zijner bewoners zich overgeven, was, in geene mindere mate dan de staatkundige partijschappen die het land verscheuren, oorzaak, dat van zijne onmetelijke hulpbronnen nog nooit het rechte gebruik werd gemaakt. Die traagheid en lijdelijkheid doen tevens het kloosterleven zooveel bijval onder hen vinden.
In de voornaamste straten der hoofdstad--die van los Plateros, San Francisco, del Espiritu Santo enz.--hoorde men, reeds lang vóór de bezetting van het land door de Franschen, bijna evenveel fransch als spaansch spreken. Hier voeren ook de paletot, de gekleede rok en de zwarte ronde hoed den boventoon.
De Mexikaan, op de straat zeer gemakkelijk te naderen, komt er niet licht toe om vreemden in zijn huiselijken kring binnen te leiden. De tafel, in Europa de gezelligste plaats der samenleving, bestaat voor hem als 't ware niet. Hij gebruikt zijn maaltijd veelal in afzondering, even alsof het eene zaak gold die het licht schuwt. De vrouwen blijven tot op het midden van den dag ongekleed en met onopgemaakt haar, dat wel zeer weelderig maar over 't geheel tamelijk stug is, en door de herhaalde dagelijksche wasschingen er niet zachter op wordt. Zelfs de rijke mexikaansche vrouw strekt zich liever op haar petate (mat of karpet) uit, om in eenzaamheid haren geliefkoosden, sterk gekruiden schotel te nuttigen, dan dat zij zich aan een sierlijk toebereiden disch neêrzet. Tegen het uur van den paseo komt er echter leven in haar; dan wordt het losse deshabillé tegen den tirannieken vestido of zijden japon, de sandaal tegen het satijnen schoentje, en de rebozo tegen den tapalo, of kleinen geborduurden shawl, verwisseld, die even als de spaansche mantille op het hoofd rust; en of het dan regent en waait of fraai weder is, dit doet niets ter zake--het rijtuig wacht, en de vrouw of dochter des huizes rijdt uit. Als gij haar dan tegen het vallen van den avond in de Alameda--een in het midden van Mexiko gelegen openbaar park--of in den helderen maneschijn op de wandeldreef vóór de kathedraal, of wel in den schouwburg ontmoet, dan zoudt gij in de bevallige en prachtig gekleede dame, die zelden in hare loge tweemaal in hetzelfde kleed verschijnt, geenszins de vrouw herkennen, die dikwijls den ganschen morgen op haar petate liggende doorbracht.
Het voorname kleedingstuk der vrouwen van den minderen stand en der vrouwelijke dienstboden, is de enagua, of rok van gebloemd chits van tweederlei, meestal harde kleur, en welks breede onderzoom met gestikte zijden figuren prijkt. In plaats van een jak en korset dragen zij veelal slechts een geborduurd hemd.
De mexikaansche dandy vertoont zich veel vroeger dan de vrouw van hoogeren stand, in het openbaar. Des morgens ontmoet gij hem reeds tijdig in zijn franschen frak op de wandeldreef. Des middags tegen twee uur, stijgt hij te paard tot het doen van een wandelrit. De frak en pantalon hebben dan plaats gemaakt voor het sierlijke lakensche of fluweelen buis met rood zijden gordel, en voor den calzonera of langen broek, die, van zacht leder of fluweel vervaardigd en overladen met borduursels, passementwerk, linten, zilveren knoopen en kwastjes, van onderen tot aan de knie open is, om de pijpen van den witten calzona of langen onderbroek te laten zien, die even als het hemd geborduurd is. De europeesche laars is vervangen door de bota vaquera of companera van hertsleder, die niet minder fraai gestempeld is dan de zadel, en de zwarte ronde hoed door den sombrero of breedgeranden strooien hoed, met gouden en zilveren toquilla. Bij regenachtig weder zijn de beenen van den ruiter door tijgervellen of door net bereide kalfshuiden bedekt, en wordt zijn bovenlijf beveiligd door de sarape, eene soort van mantel van zeer dicht geweven wol of cachemir van de schitterendste kleuren, die anders ineengerold achter hem op het paard ligt.
In het regen- of winter-saizoen kan men den Mexikaan van goeden huize geregeld drie avonden der week in den schouwburg of de opera aantreffen--hij is een hartstochtelijk minnaar van muziek;--terwijl hij in de zomermaanden een trouw bezoeker van de stierengevechten in den circus is. Alleen reeds aan den toeloop, welken deze laatstgenoemde volksvermakelijkheid in Mexiko uitlokt, en aan de belangstelling en geestdrift die zij er onder alle standen opwekt, herkent men de spaansche afkomst van een groot deel der mexikaansche bevolking. De stierengevechten worden in de hoofdstad en in de andere groote steden des rijks met weinig minder praal gehouden dan in hun eigenlijke vaderland, en de picadores (stier-bevechters te paard), de espadas, chulos en banderillas (strijders te voet) zijn er even prachtig uitgedost en evenzeer het voorwerp der bewondering van de zijde der menigte, als in Oud-Castilië zelf.
Er bestaat bij de Mexikanen tot heden toe eene gewoonte, die zoo niet aan de aartsvaderlijke tijden dan toch aan de schoone gebruiken der middeleeuwen doet denken. Wanneer om zes uur des avonds de oracion of vesper luidt, blijven allen die zich op straat bevinden staan, om elkander la buena noche te wenschen. In de huizen heeft overal hetzelfde plaats; en zoowel in de steden als op het platte land treden de dienstboden het huisvertrek binnen, om hunnen meester of hunne meesteres de hand te kussen.
Omtrent twee voorname verbruiksartikelen der Mexikanen, de pulque en de tortilla, moeten wij een enkel woord zeggen.
Na de banaan en de maïs is de maguey (eene verscheidenheid der Agave americana) het kostbaarste--in één opzicht wellicht ook het noodlottigste--geschenk, waarmede de natuur Mexiko begiftigde. Deze reusachtige plant tiert zelfs op de dorste gronden. Haar stengel, die niet zelden eene lengte van vijf of zes el bereikt, levert de mescal, de pulque en eene soort van melasse op. Uit hare vleezige en taaie bladeren, dikwijls eene lengte van twee of drie el hebbende, wordt eene papiersoort, aan het papyrus gelijk, alsmede eene ongemeen sterke soort van hennep bereid; andere gedeelten dier bladeren dienen tot dakbekleeding; terwijl uit de dorens of stekels der plant naalden en spijkers of pinnen worden vervaardigd.
De pulque wordt verkregen door een diepe insnijding in den stengel, en bestaat in een wit of kleurloos sap, in zulk eene aanmerkelijke hoeveelheid in de plant voorhanden, dat men vijf maanden lang negen of tien kan daags daarvan uit de gemaakte opening kan scheppen. Uit dit vocht wordt een dikke, zuurachtig smakende drank bereid, die eene zeer benevelende kracht bezit, en inzonderheid bij de mindere standen den jenever of brandewijn vervangt.
De tortilla is een nationaal gerecht, dat de plaats van ons brood bekleedt. Zij bestaat in een dunnen, drogen en vrij smakeloozen koek van maïsmeel, die onder alle standen, in de steden zoowel als op het land, gegeten en in de gezinnen zelven bereid wordt. Desniettemin worden er in Mexiko overal bakkers gevonden; deze bakken echter in den regel het eigenlijk gezegde brood slechts voor vreemdelingen, en voorzien tevens de bevolking van een aantal soorten van klein brood of liever koeken, waarvan door de Mexikanen bij de chocolade, die zij op onderscheidene tijdstippen van den dag nuttigen, eene groote hoeveelheid gebruikt wordt. De tortilla maakt echter bij het ontbijt en het avondeten het voorname gerecht uit, terwijl zij voor de mindere klassen zelfs de éénige broodspijs is. De bereiding der tortilla behoort tot de eerste kundigheden, die de meisjes in mexikaansche burgergezinnen zich eigen maken.
V.
Merkwaardigheden uit Mexiko's omtrek.--Popotla.--Chapultepec.--Het cypressenbosch van Montezuma.--De ruïnen van Tlalmanalco.--Guadalupe en zijne wonderbron.
Wanneer men Mexiko door de garita van San Cosme verlaat en den straatweg volgt, komt men spoedig te Popotla, waar volgens de overlevering Cortez, na den rampspoedigen nacht, in Mexiko's geschiedenis onder den naam van la noche triste bekend--den nacht van 1 Juli 1520 namelijk, waarin de beroemde veroveraar, na den dood van Montezuma, uit de mexikaansche hoofdstad naar Tlascala de wijk moest nemen,--zich moedeloos onder een aheuheute zou neêrgeworpen hebben, om de overblijfselen van zijn klein leger te zien voorbijtrekken. Op het plein vóór de eenvoudige maar zeer oude kerk van Popotla, door Cortez ter herinnering aan dien geduchten nacht gesticht, verheft zich thans nog de eerwaardige ceder, die den held destijds overschaduwde.
Eene andere merkwaardige plek in den omtrek van Mexiko is Chapultepec, waar zich eens het meest geliefkoosde lustslot van Montezuma verhief, in eene landstreek die reeds sinds eeuwen door eene nijvere bevolking bewoond werd. Op den heuvel, waar weleer dit paleis stond, werd in 1785 door den spaanschen onderkoning Don Bernardo de Galvez het tegenwoordige kasteel van Chapultepec gebouwd, zoo het heette om een buitenverblijf, maar inderdaad om een citadel te bekomen. In 1841 werd het in eene militaire school herschapen, en later strekte het den president Miramon tot verblijfplaats. Op de azoteas van dit slot geniet men een allerprachtigst uitzicht. De voornaamste merkwaardigheid, welke deze plek oplevert, is echter het cypressenbosch, dat tijdens het leven van Montezuma reeds verscheidene eeuwen oud was.
"Vele uren," zegt een schrijver van onzen tijd, "bracht ik in dit bosch van Montezuma door. Deze edele cypressen, die eene reeks van geslachten en vorstenhuizen zagen ontstaan en verdwijnen, herinnerden mij den luister der roode cederwouden van Klamat en Redwoodcreek in Californië. Hunne krachtige takken, welke zich te zamen hebben gevlochten en waarvan het bleekgroene spaansche mos als lange zijden franje nederhangt, vormen een hoog verheven groenen koepel van een verwonderlijken bouw, waardoor de zonnestralen niet kunnen heendringen. De menschelijke stem weêrklinkt hier als onder de gewelven van een tempel, waarvan de rechte en zware boomstammen, van welke velen een omtrek van nagenoeg vijftig voet hebben, de zuilen schijnen te zijn."
Nog verdienen bijzondere aandacht de ruïnen van Tlalmanalco. Zij liggen eenige mijlen ten zuiden van Mexiko, in de richting van den Iztaccihuatl en den Popocateptl. Het zijn de overblijfselen van een Franciskaner klooster, welks bouw, in de eerste tijden na de verovering des lands ondernomen, nooit geheel voltooid schijnt te zijn. De prachtige bogen en zuilen waaruit zij bestaan, en die deels in moorschen en gothischen, en deels in den renaissance-stijl gebouwd zijn, (terwijl de aangebrachte versieringen en de gansche uitvoering van het werk een zuiver mexikaanschen stempel dragen) getuigen van den luister, dien dit vervallen bouwgewrocht moet bezeten hebben, en herinneren niet minder levendig dan het binnenplein van het klooster der Barmhartigheid, aan de Alhambra van Grenada en aan de kathedraal van Burgos.
Twee uren ten noorden van Mexiko ligt het vlek Guadalupe Hidalgo, dat sedert eenigen tijd door een spoorweg met de hoofdstad verbonden is. Het heeft zijn ontstaan aan eene beweerde verschijning der Moedermaagd te danken, die zich volgens de overlevering, in 1531 op deze plaats aan een bekeerden Indiaan, Juan Diego genaamd, vertoonde en hem gelastte om aan den bisschop Zumarragia hare begeerte te doen kennen, dat in die streek een aan haar gewijde tempel zou worden gesticht; terwijl zij, ten bewijze dat zij werkelijk de persoon was voor wie zij zich uitgaf, uit den rotsgrond eene bron ontspringen en bloemen ontluiken deed. Op de plek, waar de verschijning plaats had, verrees al spoedig eene kleine bidkapel, over welke Juan Diego tot aan zijn dood het opzicht voerde; en voordat eene eeuw verloopen was, verhief zich daarnevens een trotsch tempelgebouw. Later werd de kleine bidkapel del Cerrito door eene grootere vervangen, en boven de bron eene andere, ongemeen luisterrijke kapel opgericht. Het aanwezen zoo van deze weidsche tempels als van de wonderbron, deed van lieverlede op dit punt een vlek ontstaan, dat den naam van Guadalupe ontving.
De kathedraal van Guadalupe is een indrukwekkend gebouw in spaansch-moorschen stijl. Haar inwendige onderscheidt zich gunstig door het gemis van die bonte kleurenpraal en die opeenhooping van versieringen, anders aan spaansche kerken zoozeer eigen; hetgeen echter niet belet dat weinig bedehuizen rijker en prachtiger dan deze hoofdkerk zijn. De kapel, die, boven de minerale bron, tegen de helling van een heuvel gesticht is, gaat voor een van de fraaiste bouwgewrochten der nieuwe wereld door. Zij is in eene soort van renaissance-stijl opgetrokken, maar levert door de aangebrachte versieringen in moorschen en mexikaanschen stijl een merkwaardig geheel op.
De kapel del Cerrito is een plomp gevaarte; maar het panorama dat zich op haar plat dak voor het oog ontrolt, is onvergelijkelijk schoon. Een groot deel der prachtige vallei van Mexiko, met hare meren, hare met tallooze koepeldaken en torenspitsen prijkende steden, hare lommerrijke bosschages en haren gordel van schilderachtige bergen, ligt hier voor den opgetogen aanschouwer uitgespreid. "Bij het genieten van dit gezicht," zegt een schrijver, "deelt men in de verrukking, die de soldaten van Cortez vervulde, toen zij van de Sierra van Ahualco in dit aardsche paradijs afdaalden."