Mevr. Warren's Bedrijf

Part 7

Chapter 72,634 wordsPublic domain

MEVR. WARREN (ontdaan). Adieu?!

VIVIE. Ja, adieu. Kom, laten we geen noodelooze scène maken, u begrijpt me volmaakt goed. Jhr. George Crofts heeft me alles verteld.

MEVR. WARREN (boos). Zotte, ouwe... (zij slikt 't woord in, en wordt wit van schrik, dat zij het bijna heeft uitgesproken). Z'n tong moest hem afgesneden worden!--Maar ik had je alles toch uitgelegd en je zei, dat je er niets om gaf.

VIVIE (vast). Pardon, ik geef er wèl om. U hebt me uitgelegd hoe de zaak tot stand kwam. Maar dat verandert er niets aan. (Mevrouw Warren, voor 'n oogenblik tot zwijgen gebracht, kijkt uit-'t-veld-geslagen naar Vivie, die zit als 'n standbeeld, in stilte hopend dat de strijd voorbij is. Maar de slimme uitdrukking komt terug op Mevr. Warren's gelaat; en zij buigt over de tafel heen, sluw en dringend, terwijl ze fluistert:)

MEVR. WARREN. Weet je hoe rijk ik ben, Vivie?

VIVIE. Ik twijfel er niet aan, dat u hèèl rijk bent.

MEVR. WARREN. Maar je weet niet wat dat allemaal beteekent; daar ben je te jong voor. 't Beteekent: iederen dag 'n nieuwe japon,--'t beteekent, avond aan avond naar theaters en bals;--'t beteekent dat je de eerste heeren van heel Europa aan je voeten kunt hebben,--'t beteekent 'n prachtig huis en 'n sleep van bedienden; 't beteekent het fijnste eten en drinken,--'t beteekent alles wat je maar verlangt, alles wat je noodig hebt, alles wat je maar bedenken kunt.--En wat ben je hier?--Een echte sloof, die van vroeg tot laat moet sjouwen en zwoegen alleen voor d'r kost en d'r twee japonnetjes in 't jaar. Denk daar is over. (sussend). Ik weet 't wel, je bent gechoqueerd. Ik kan d'er best in komen in je gevoelens,--ze doen je alle eer aan. Maar geloof me, niemand zal jòu er om hard vallen,--daar geef ik je m'n woord op. Ik weet wat jonge meisjes zijn; en ik weet dat je er anders over zal gaan denken, als je nog eens nagedacht heb.

VIVIE. Dus op dèze manier wordt het gedaan, hê? U moet dit alles al aan heel wat vrouwen gezegd hebben, moeder, dat 't u zoo vlot afgaat.

MEVR. WARREN (hartstochtelijk). Wat voor kwaad vraag ik je om te doen? (Vivie wendt zich minachtend af. Mevrouw Warren volgt haar wanhopig). Vivie, luister naar me, je begrijpt 't allemaal niet. Ze hebben je met opzet verkeerd ingelicht; je weet niet wat de wereld eigenlijk is.

VIVIE (staan blijvend). Met opzet verkeerd ingelicht! Wat bedoelt u?

MEVR. WARREN. Ik bedoel, dat je al je kansen wilt weggooien voor niks. Je gelooft, dat de menschen zijn, zooals ze zich voordoen,--dat wat ze je op school als goed en behoorlijk hebben leeren beschouwen, dat ook werkelijk zoo ìs. Maar dat is zoo nièt;--'t is alleen maar 'n verzinsel om de laffe, slaafsche gewone soort van menschen d'r ònder te houden. Moet je daar pas achter komen, net als andere vrouwen, op je veertigste jaar, als je je eigen hebt weggegooid, en je kansen verkeken hebt, inplaats dat je het intijds aanneemt van je eigen moeder, die van je houdt en je zweert dat het waarheid is. De waarachtige waarheid? (dringend). Vivie, de groote lui, en de knappe lui, en de lui die zaken doen, ze weten 't allemaal. Die doen net wat ìk doe, en die denken wat ìk denk. Ik ken er verscheidene van. Ik ken ze om met ze te praten, en om ze an je voor te stellen, en om ze met je bevrind te maken. Ik meen niks kwaads; dat wil je maar niet begrijpen. Je hebt je hoofd vol met onnoozele ideeën over me. Wat weten de menschen, die jou onderricht hebben, van 't leven af en van menschen als ik? Wanneer hebben ze me ooit ontmoet, of met me gepraat, of van anderen over me gehoord? de gekken! Zouden ze ooit iets voor je gedaan hebben, als ìk ze niet betàald had? Heb ik je niet verteld, dat ik wil, dat je fatsoenlijk zal zijn? Heb ik je niet gròotgebracht om fatsoenlijk te wezen? En hoe kan je dat blijven zonder m'n geld en m'n invloed en Lizzie's vrinden? Begrijpt je dan niet, dat je je eigen nek breekt en mijn hart er bij,--als je me de rug toedraait?

VIVIE. Dat is Crofts levenswijsheid, moeder. Ik heb 't allemaal van hèm al gehoord, dien dag bij de Gardner's.

MEVR. WARREN. Je denkt, geloof ik, dat ik je dien verloopen ouden gek wil opdringen. Maar dat wil ik niet, Vivie, op m'n woord niet.

VIVIE. 't Zou niet geven, of u 't deed. 't Zou u toch niet lukken. (Mevr. Warrens gezicht vertrekt pijnlijk, ze is diep gekwetst door de kennelijke onverschilligheid tegenover haar goede bedoeling. Vivie, die dit òf niet begrijpt, òf wie 't niet schelen kan, gaat kalm verder). U begrijpt in 't minst niet, moeder, wat voor soort van mensch ik ben. Ik heb niets meér tegen Crofts, dan tegen iederen anderen ordinairen man van zìjn slag. Eerlijk gezegd bewonder ik hem zelfs wat, omdat hij kracht genoeg heeft om z'n leven te genieten op z'n eigen manier en flink geld te verdienen, inplaats van het gewone leventje te leiden van: jagen, schieten, uit-dineeren-gaan, toilet maken en slenteren, alleen maar omdat de rest van z'n kliek dat eenmaal doet. En ik ben me volmaakt bewust, dat wanneer ik in dezelfde omstandigheden was geweest als m'n tante Lize, ik precies eender als zij gehandeld zou hebben. Ik geloof niet, dat ik meer bevooroordeeld of bekrompen ben dan u;--ik geloof, dat ik 't minder ben. Ik ben zèker minder sentimenteel. Ik weet heel goed, dat de wereldsche moraliteit maar 'n voor-de-gek-houderij is, en dat, als ik uw geld aannam en m'n verdere leven doorbracht met het op rijkelui's manier te verteren, ik even nutteloos en slecht zou kunnen zijn, als de zotste vrouw maar zou kunnen verlangen, zonder 'n woord er over te hooren. Maar ik wil niet nutteloos wezen. Ik zou geen plezier hebben, als ik 't park ronddraafde om reclame te maken voor m'n naaister en m'n rijtuigfabrikant, of als ik me verveelde in de opera om 'n hoop diamanten uit te stallen.

MEVR. WARREN (verbluft). Maar....

VIVIE. Wacht even, ik ben nog niet klaar. Zeg me eens waarom u uw zaak nog voortzet, terwijl u er toch onafhankelijk door bent? Uw zuster, hebt u me zelf verteld, heeft met dat alles afgedaan. Waarom doet u dat ook niet?

MEVR. WARREN. O, dat is alles goed en wel voor Liz; die houdt van fijn gezelschap en ziet er uit als 'n dame. Maar stel je mij voor in 'n vrome stad? M'n hemel, de kraaien in de boomen zouden me zelfs in de gaten krijgen, laat staan nog, dat ik de verveling niet zou kunnen verdragen. Nee, ìk moet werk en opwinding hebben, anders zou ik gek worden van sikkeneurigheid. En wat moet ik anders uitvoeren? Het leven bevalt me, ik ben er voor geschikt, en niet voor iets anders. Als ik 't niet deed, zou 'n ander het doen,--dus echt kwaad doe ik er niet mee. En dan brengt 't geld in;--en ik hoû er van om geld te verdienen. Nee, dat geeft allemaal niks;--opgeven kan ik 't niet;--voor niemand.--Maar wat hoef jìj er van af te weten? Ik zal er je nooit iets over zeggen. Ik zal Crofts uit den weg houden. Ik zal je ook niet dikwijls lastig vallen. Je moet denken, dat ik voortdurend rondtrek van de eene plaats naar de andere. Als ik dood ga, zul je voor goed met me afgedaan hebben.

VIVIE. Nee, ik ben m'n moeders dochter. Ik ben net als u: ik moet werk hebben en meer geld verdienen, dan ik uitgeef. Maar ùw werk is mìjn werk niet, en mijn weg niet de uwe. We moeten van elkaar scheiden. Heel veel verschil zal 't niet voor ons maken: in plaats dat we elkaar misschien 'n paar maanden zien in twintig jaar tijds, zien we elkaar nu heelemaal niet meer, dat is alles.

MEVR. WARREN (met 'n door tranen verstikte stem). 't Was m'n bedoeling geweest om meer met je samen te zijn, Vivie; dat was 't waarachtig.

VIVIE. Dat gaat niet, moeder. Ik laat me niet van m'n stuk brengen terwille van wat goedkoope tranen en smeekbeden, zoomin als u, daar ben ik zeker van.

MEVR. WARREN (heftig). Noem je de tranen van een moeder goedkoop?

VIVIE. Ze kosten ù niets; en u vraagt mij om in ruil daarvoor de vrede en de rust van m'n heele leven te geven? Wat zou m'n gezelschap u waard zijn, als u 't had? Wat hebben wij twee gemeen, dat één van ons gelukkig zou maken, wanneer we bij elkaar waren?

MEVR. WARREN (vervalt in haar dialect). We zijn moeder en dochter. Ik wil me dochter hebbe. Ik heb recht op je. Wie mot er voor me zorge as ik oud wor'? 'n massa meisjes hebbe zich an me gehecht as dochters en hebbe gehuild as ze van me af moste. Maar ik heb ze allemaal late gaan, omdat ik an joù dacht. Ik ben alléen gebleven om jou. Je heb 't recht niet om me nou de rug toe te draaie en te weigere je plicht as dochter te doen.

VIVIE (geprikkeld en vijandig, door de echo van de achterbuurten, die ze in haar moeders stem hoort). M'n plicht als dochter! Ik dacht wel, dat 't dààrtoe zou komen! Eens vooral nu, moeder: u verlangt naar 'n dochter en Frank naar 'n vrouw. Maar ik bedànk voor 'n moeder en ik bedank voor 'n man. Ik heb noch hem, noch mezelf gespaard, toen ik hem wegzond. Denkt u nu, dat ik ù zal sparen?

MEVR. WARREN (hevig). O, ik weet wat je d'r voor één bent; zonder genade voor jezelf of voor een ander. Ik weet 't. M'n ondervinding heeft me dàt tenminste geleerd: dat ik de vrome, huichelachtige, harde, zelfzuchtige vrouw kèn als ik d'r tegenkom. Wel, veel plezier met jezelf; ìk heb je niet noodig. Maar luister hier nou is na: Weet je wat ik met je doen zou, als je weer 'n kind was, zoo waarachtig als er 'n hemel boven ons is?

VIVIE. Me wurgen misschien.

MEVR. WARREN. Nee; ik zou je grootbrengen als 'n èchte dochter van me en niet als wat je nou ben, met je trots en je vooroordeelen en je fijne opvoeding, die je van me gestolen heb, ja gestolen, ontken 't maar als je kan. Wat was 't anders dan stelen? Ik zou je groot brengen in m'n eigen huis, dàt zou ik.

VIVIE (rustig). In één van uw eigen huizen.

MEVR. WARREN (schreeuwend). Hoor d'r ís an! Hoor es hoe ze spuwt op d'r moeders grijze haren! O, ik hoop, dat je beleven mag, dat je eigen dochter je zal verscheuren, en vertrappen, zooals je mij vertrapt hebt! En dat zal je, dat zal je! Geen vrouw had ooit geluk, die door haar moeder vervloekt werd.

VIVIE. Ik wou, dat u niet zoo te keer ging, moeder. Dat verhardt me alleen maar. Kom, ik vermoed, dat ik de eenige jonge vrouw ben, die u ooit in uw macht had en waar u goed voor geweest bent. Bederf 't nu niet allemaal.

MEVR. WARREN. Ja, de hemel vergeve me, dat is zoo. En jij bent de eenige, die zich van me af heeft gekeerd. O, de onrechtvaardigheid ervan, de onrechtvaardigheid! Ik heb altijd 'n goeie vrouw willen zijn. Ik heb het met fatsoenlijk werk geprobeerd en ik werd zoo afgejakkerd, dat ik de dag vervloekte, waarop ik van fatsoenlijk werk gehoord had. Ik ben 'n goeie moeder geweest, en omdat ik van m'n dochter 'n fatsoenlijke vrouw heb gemaakt, stuurt ze me nou van d'r weg, alsof ik de pest heb. O! als ik me leven nog maar es kon overleven! Dan zou ik die leugen-dominé van de Zondagsschool me meening 'ns zeggen! Van nou af an--de hemel mag me bestaan in m'n laatste uurtje--zal ik alleen maar doen wat slecht is; dàt zal ik. En daar zal ik bij gedijen.

VIVIE. Ja, 't is beter, dat u uw eigen richting kiest en dààr langs verder gaat. Als ik ù was geweest moeder, zou ik misschien gedaan hebben, wat ù hebt gedaan, maar ik zou niet het ééne leven leiden en gelooven in het andere. U bent in uw hàrt 'n conventioneele vrouw en daarom neem ik nu afscheid van u. Ik heb gelijk, niet waar?

MEVR. WARREN (van haar stuk gebracht). Gelijk, dat je al m'n geld weggooit!

VIVIE. Nee, gelijk dat ik van u af wil. Ik zou dwaas zijn, als 'k niet deed,--is 't niet zoo?

MEVR. WARREN (norsch). Nou ja,--wat dat aangaat, misschien wel. Maar de Heer mag de wereld bijstaan, als iedereen alleen ging doen wat goed en verstandig was.--En nou ga ik liever heen, dan dat ik blijf waar ik niet gewenscht ben (zij wendt zich naar de deur).

VIVIE (vriendelijk). Wilt u me geen hand geven?

MEVR. WARREN (na haar 'n oogenblik fel te hebben aangezien, met 'n heftig verlangen, om haar 'n slag te geven). Nee, dank je. Goeien dag.

VIVIE (op gewoon-zakelijken toon). Goeien dag. (Mevr. Warren gaat heen en slaat de deur achter zich toe. De spanning op Vivie's gelaat verslapt; de ernstige uitdrukking er van gaat over in een van blije tevredenheid; zij blaast haar adem uit 'n halven snik, halven lach van innige verluchting. Opgewekt gaat ze naar haar plaats aan de schrijftafel, schuift de electrische lamp wat op zij, verlegt 'n groote hoop papier en wil juist haar pen in den inkt doopen, als ze Franks briefje vindt. Ze opent het onverschillig, en leest het vlug, even lachend om 'n eigenaardige expressie er in). En adieu Frank. (Zij verscheurt het briefje en gooit de stukjes in de papiermand, zonder zich te bedenken. Dan plonst ze zich in haar werk en is gauw geheel verdiept in haar cijfers).

EINDE.

In de NED. BIBLIOTHEEK en WERELD-BIBLIOTHEEK zijn de volgende Tooneelstukken verschenen.

W. B. 70. ARISTOPHANES, De Ridders. Metrische vertaling Dr. H. C. Muller. W. B. 36/37. BJ. BJÖRNSON, Boven Menschelijke Kracht. Tooneelspel in twee deelen door Marg. Meyboom. N. B. XXXV. INA BOUDIER-BAKKER, 't Hoogste Recht. Tooneelspel in 4 bedrijven. W. B. 43. GERHART HAUPTMANN, De Verdronken Klok. Sprookjes-drama vertaald door Mr. Isidore Hen. W. B. 19. FRIEDRICH HEBBEL, Maria Magdalena. Vertaling van Louis Landry. W. B. 4. HENRIK IBSEN, Steunpilaren der Maatschappij. Vertaling F. Kapteyn. W. B. 40. HENRIK IBSEN, Een Poppenhuis (Nora). Tooneelspel in drie bedrijven vert. door Marg. Meyboom. W. B. 73. HENRIK IBSEN, Een Vijand van 't Volk. Vertaling van Marg. Meyboom. W. B. 16. MOLIÈRE, De Schelmenstreken van Scapin. Klucht in drie bedrijven. Vert. S. J. Bouberg Wilson. W. B. 67. MOLIÈRE, Geleerde Dames.--Vertaling van W. J. Wendel. N. B. XVIII. MULTATULI's Vorstenschool. Met een inleiding van Mevr. Douwes Dekker-Schepel. 4e druk. W. B. 21. WILLIAM SHAKESPEARE, Coriolanus. Treurspel in vijf bedrijven. Vertaling Dr. Edw. B. Koster. W. B. 77. WILLIAM SHAKESPEARE, Macbeth. Vertaling van Dr. Edw. B. Koster. W. B. 90. WILLIAM SHAKESPEARE, Othello. Vertaling van Dr. Edw. B. Koster. W. B. 81. BERNARD SHAW, Je kunt 't nooit weten. Komedie in 4 bedrijven. Vertaling van Ph. G. Gunning. N. B. I. J. A. SIMONS-MEES, De Veroveraar. N. B. XXIII. J. A. SIMONS-MEES, Atie's Huwelijk. W.B. 44. SOPHOCLES' Antigone. Nieuwe vertaling van Dr. H. C. Muller. N. B. LI. JOOST VAN DE VONDEL, Adam in Ballingschap. Inleiding en Aanteekeningen van L. S.

Met uitzondering van 36/37, elk stuk 20 cts. ingenaaid, 30 cts. in carton, 40 cts. in linnen.

Mij. van GOEDE en GOEDKOOPE LECTUUR, AMSTERDAM.

End of Project Gutenberg's Mevr. Warren's Bedrijf, by George Bernard Shaw