Merkwaardige Kasteelen in Nederland, Deel II (van VI)
Chapter 16
[11] Zijn gebeente, in 1580 in zijn graf gevonden, toonde een man van buitengewone grootte aan.
[12] In 1288 heeft hy, die wèl gekozen was en bestuurd heeft, maar nooit van 's Pausen wegen bevestigd is, afstand gedaan, tegen een jaargeld van 1000 pond Hollandsch, d. i. het pond tegen 75 cts. Een pond goed geld stond met onzen gulden gelijk.
[13] Zie Dl. I. blz. 11-17. Magneelen zijn muurbrekers; echter geene soort van ram, maar van blyde.
[14] Behalven Gijsbrecht en Arent van Aemstel, welke laatste Heer van IJsselsteyn was, wordt hierby ook nog Willem van Aemstel, Proost van St. Jan, genoemd.
[15] De geschiedenis der Montfoortsche Burchtgraven, zoo als wy die tot hiertoe bezitten, de een door den ander nageschreven, is vol verwarring en tegenstrijdigheden, waarvan de ontleding hier niet aan de plaats is. Ik hoop er later, afzonderlijk, uitvoeriger op te rug te komen, en geef hier voorloopig slechts de slotsom mijner vergelijking van de verschillende opgaven.
[16] Sweder van Montfoort liet twee zonen na, Henric en Willem. De laatste had drie kinderen: een zoon, Henric de Rover, en twee dochters, waarvan de eene in het geslacht van Haestrecht, de andere in dat van Winssen huwde.
[17] Ook moeten »alle de gene die binnen Montfoort beseten hebben geweest, die uten gesticht ende twaelf jaren out zijn, bloets hoefts uitcomen, ende vallen den Bisscop te voeten, ende bidden hem vergiffenis."
[18] Dat zijn speerruiters, die gewoonlijk gevolgd werden van nog twee gewapenden te voet.
[19] 9000 Gulden volgends onze tegenwoordige munt.
[20] Burchtgraaf Johan was bovendien zeer bevriend met den Utrechtschen Burchtgraaf Reynout van Brederode en diens broeder Gijsbrecht, die David tot vijanden rekende.--Zie Dl. I, blz. 69-71.
[21] Gemeenlijk ook stalbroeders, en rijzigers, genaamd.
[22] Het aantal dooden en gevangenen te zamen wordt door sommigen zelfs tot op 1500 overdreven.
[23] Zie van hem Dl. I, blz. 42-44.
[24] Waarschijnlijk 30 November.
[25] En daarby te gelijk, als men weet, ook Engeland, Keulen en Munster.
[26] In de ruime beteekenis van Nederlander.
[27] Zie Dl. I. blz. 49-80.
[28] Zal het misschien een Heer van IJsselborch zijn geweest?
[29] Zie Blz. 61-63.
[30] Maarschalk, niet in de beteekenis van Veldheer, maar van Rechter, gelijk staande met Baljuw in Holland.
[31] Met uitzondering van 't reigerbosch in »Aemstellelant," en de manschap der beleende goederen in 't algemeen, die de Graaf aan zich behield.
[32] De andere Nederlandsche Heeren waren die van Voorn, van der Lecke (Aelbrecht en Pieter) van Arckel, van Merode, Otto van Cuyk, Daniël van Goor, Robbrecht van Appeltern, Warnaer van Merode, Peter van Diest en Walram van Luxemborch.
[33] Heer Gijsbrecht had in 't geheel zeven kinderen, vijf zoons en twee dochters gehad. Twee dier zonen, de genoemde Herbarn, en Jan, Domproost te Utrecht, waren hem in den dood voorgegaan.
[34] Zy wordt ook Elisabeth, en zelfs Jenne genoemd.
[35] d. i. Aangehuwde bloedverwant; toen gold het b. v. evenzeer voor schoonzoon als thands alleen voor schoonbroeder.
[36] Van Catharyne van IJsselsteyn, die mede in dezen tijd leefde, is het onzeker of zy eene dochter of wel eene zuster van Heer Aernout geweest zij.--Gwyda is, Dl. I. blz. 35, ten onrechte, in navolging van anderen, Erfzuster geschreven.
[37] Dl. I. blz. 38.
[38] Gorcum behoorde aan den Grave van Charlois, Karel den Stoute, en lag op Hollandsch grondgebied, dat door Otho van Weeren geschonden was.
[39] Zie Dl. I, blz. 41.
[40] Blz. 29, enz.
[41] Zie Prof. van Lenneps boeiende Verhandeling over het belangrijke van Hollands grond en oudheden voor gevoel en verbeelding.
[42] Hertog Arnold.
[43] Haasloop Werner.
[44] Henrick Bentynck overleed in 1530.--Margareta was Prioresse van het klooster te Sutphen.--Fenne werd Non in het klooster te Ysendoorn.--Adolf volgde zijn vader op.--Jan werd Proost van Arnhem, en Deken van Deventer.--Anna huwde met Heer Seger van Arnhem; en Aleyde met Filips van Varick. Karel overleed in 1536 ongehuwd.
[45] Filips van Lalaing, Grave van Hoogstraten, 's Keizers Stadhouder over Gelderland, en na hem zijne opvolgers ook onder het bestuur der Staten, hebben er tytel en voordeelen van genoten, tot op de omwenteling van 1795.
[46] En niet, zoo als men, zelfs by Gelderschen, geschreven vindt, in den voorgevel.
[47] Zie blz. 141.
[48] De zoon en opvolger des konings van Pruissen, Frederik de Derde, heeft in 't jaar 1754, alles wat zijn vader by dit verdrag in de Provincie Holland toebedeeld was (zijnde de Heerlijkheden der Hooge- en Lage Zwaluwe met Klein-Waspik en Twintighoeven, en de Heerlijkheden Naaltwijk, Hoenderland, Wateringen, Oranje-polder, 's Gravesande en Zand-ambacht, het Huis in den Hage, genaamd het Oude-Hof, en het Huis te Hondsholredijk), ten behoeve van den zoon en opvolger des Prinsen van Oranje, Prins Willem den Vijfde, voor f 700,000 verkocht.--Wagenaar.
[49] Engelen.
[50] In een der torens kan men, langs een verborgen ladder, die, meen ik, door het wegnemen van een gedeelte van den vloer zichtbaar wordt, naar beneden dalen. In de dikke muren vindt men geheime bergplaatsen voor goederen.--Schotel.
[51] Gelegen op den rechter Maas-oever, tusschen Gennep en Mook.
[52] Zijn zoon, Guyart van Hoemen, Burchtgraaf van Odenkercke, verdroeg zich met Anthony van Borgondiën, Ruwaard van Brabant, over de schade die zijn vader in den Gelderschen oorlog geleden had, ten opzichte van een mansleen van 200 oude schilden 's jaars, die hy als Heer van Ammersode van den Hertog plach te honden.--v. Spaen.
[53] »Also als ons dat van onsen seligen alderen ende vervaeren anverstorven ende angekomen is," zegt de Hertog in den brief van erfwissel (Nyhoff III, 268). Ik geloof niet, dat deze uitdrukking voor iets anders dan een gewoon formulier op te vatten is.
[54] Zie Dl. I, bl. 67.
[55] Zie hiervan bl. 127.
[56] Volgends de huwelijksvoorwaarden van den 13 Juni 1534 kwam hy weder in 't bezit der Hooge Heerlijkheid [van Weerdenburch], en werd daarmede beleend. Maar na den dood van Hertog Karel, ontstond deswegens verschil tusschen de stad Bommel en den Heer van Weerdenburch; en de Landschap vonnisde den 29 Juni 1538, dat in Tielreweerd niet meer dan twee banken moesten zijn; dat dus de bank van Weerdenburch afgeschaft zou worden, maar dat de Heer behouden zal de visscherije, de breuken, en alle oude gerechtigheden.--v. Spaen.
[57] Naar deze acte zou de brand in de maand April 1590 hebben plaats gehad.
[58] Joris van Arckel liet drie kinderen na: behalven Otto nog twee dochters: Anna en Catharyne; de eerste huwde met een Nederlandsch krijgsman, Walraven, Baron van Gent, Heer van Dieden en Oyen; de tweede met René van Renesse, Heer van Raucourt, Wasnes, Brumorher, Hern en Schalckhoven.
[59] Cosmo degli Affaytadi, Baron van Ghistelles in Vlaanderen, gesproten uit een aanzienlijk geslacht in 't Hertogdom Milaan. Hy was, naar alle vermoeden, een zoon van Carlo d' Affaytadi, een Milaneesch Edelman, die in 1545 te Antwerpen woonde, en door koop de Baronny Ghistelles verkreeg, die door Koning Karel den Tweede tot een Graafschap verheven werd, 21 Januari 1676, ten behoeve van Jean François d' Affaytadi, Baron van Ghistelles, Heer van Hilst, Lavenacker en Braduc, misschien een kleinzoon van Cosmo.--Te Water.