Merkwaardige Kasteelen in Nederland, Deel II (van VI)
Chapter 15
Waarlijk! de Franschen van 1672 gingen het die van 1795 waardig voor; en de Luitenant-Generaal der Koninklijke Armee, Graaf de l'Orge, behoefde voor den Generaal van Damme in onbeschaamdheid niet te wijken.
In die treurige dagen hield Heer Thomas Walraven niet altoos zijn verblijf op het kasteel, maar was ook dikmaals te 's Hertogenbosch. Het zal hem gewis geen rouwe hebben gebracht, toen de roemrijke lelievaan eindelijk den Nederlandschen bodem ontwijken moest.
Op den 1en Juni 1683 gaf hy, ten behoeve van Willem den Derde, die in een verschil over jachtrecht was met den Heer van Broeckhuysen, de verklaring, dat hy toenmaals was »het laatste en eenighste mans-oir, gesproten in wettigen huwelijk uyt het opgemelte Huys van Arckel, wel willende ende begeerende dat de posteriteyt hier aff kennisse hebbe." Hy bleef ook de laatste mannelijke nazaat van wettigen bloede, en overleed kinderloos, op den 23en Oktober 1693. Drie jaren later volgde hem zijne weduwe.
Nu kwam Ammersode in het geslacht der Baronnen van Lichtervelde, door Renesse van Elderen aan Arckel vermaagschapt. Catharyne, Heer Joris dochter, had namelijk de derde harer kinderen, hare oudste dochter Anna van Renesse van Elderen, in 1626 ten huwelijk geschonken aan Pieter van Lichtervelde, Heer van Beaurevant, Vellenaere, Croix, Caeskerke, Vrijlandt enz., uit welk huwelijk Johan Ferdinand, Baron van Lichtervelde, Heer van Vellenaere en Beaurevant geboren werd. Ten gevolge eener bepaling van Heer Otto van Arckel, door Thomas Walraven bekrachtigd, om »gene off gesubstitueerde erffgenaemen feudael, als den oltsten en naeste van sijnen bloede, met seclusie van alle andere aen te stellen," erfde deze Baron thands de heerlijkheid Ammersode, Well en Wordragen, en werd er wettig meê beleend. Hy vestigde met zijne echtgenote Maria Catharina de Belveer zijn verblijf op het kasteel, en overleed er op den 22en Oktober 1711.
Zijne nog minderjarige dochter, Jonkvrouwe Maria Isabella Catharina, werd er reeds het volgende jaar mede beleend, doch hare moeder, vrouwe Maria Catharina, genoot tot in 1754 het vruchtgebruik.
De Jonkvrouw huwde vervolgends met den Vlaamschen Edelman Jacques Joseph de Vilsteren, Baron van Laerne, wien zy, behalven eene dochter, drie zonen schonk, waarvan de eerste, Jean Joseph François de Vilsteren, na den dood zijner moeder den Ammersode met de Heerlijkheid aanvaardde. De tweede zoon, Nicolas Joseph Guislain de Vilsteren, Baron van Laerne, werd er daarna meê beleend, en eindelijk ook de derde der broeders, Theodore Joseph François, Baron de Vilsteren van Laerne, die in 1792 stierf.
Het scheen alzoo, als of het bestemd was dat Ammersode beurtelings in handen van Jacques gantsche gezin moest overgaan: want nu met Theodore ook de jongste der zonen overleden was, erfde de Heerlijkheid over op hunne zuster Marie Theodore Genoveve Collette, Baronnesse de Vilsteren, echtgenote van Lebert François Christien, Graaf de Ribaucourt.
Dus was de heerlijkheid weder in een nieuw stamhuis gekomen, waaraan ze echter slechts twee geslachten bleef. Christien, Graaf de Ribaucourt, die zijne moeder opvolgde, had by zijne gemalin, eene Baronesse du Quarré, twee kinderen, een zoon, Prosper Christien de Ribaucourt, gehuwd met eene Baronnesse de Thiennes de Lombise, en eene dochter, Eugènie Françoise Sidonie Marie Guislaine. De laatste werd by het kinderloos overlijden haars broeders, Vrouwe van Ammersode, Well en Wordragen, en bracht daarmede de Heerlijkheid over op de familië van haren echtgenoot, Jonkheer Louis Alexandre Alphonse, Baron de Woelmond, in België verblijvende, die het thands nog in bezit heeft.
Het kasteel, dat tegenwoordig door een Rentmeester bewoond wordt, heeft in den loop der tijden, en by zoo vele verschillende bezitters, natuurlijk herstellingen en verbeteringen noodig gehad, maar is in hoofdvorm weinig veranderd, en komt thands nog zoo goed als in alles overeen met de hierby gevoegde afbeelding, waarvan echter de voeting der torens, door onnaauwkeurigheid van den steenteekenaar, niet breed genoeg uit het water der slotgracht oprijzen. Welke lotgevallen het in den tachtig-jarigen oorlog heeft doorgestaan--daarvan is niets in byzonderheden bekend. Men vindt alleen in 't algemeen vermeld, dat het in den aanvang der onlusten te lijden heeft gehad. Dit was echter vóor den brand, en bracht dus geene verandering in de gedaante van den lateren bouw, die, zoo als wy reeds opmerkten, nog een gering overschot van het oude kasteel in zich opnam. Die vleugel (zegt de Heer Schotel) waarin zich de kapel en de archiven-kamer bevinden, sedert menschengeheugen niet bewoond, schijnt, ofschoon inwendig hersteld, in zijn oorspronkelijk muurwerk gebleven te zijn. De dikke muren, de diep daarin uitgehakte vensters, de steenen vloeren, de verwulfde vertrekken, heugen meer dan twee eeuwen. De bouwvallige staat, waarin zich deze overblijfselen bevinden, doet ons vreezen, dat zy welhaast een prooi van hamer en moker zullen moeten worden, waardoor het statige voorkomen van den ridderlijken Ammersode niet weinig zoude verliezen.
INHOUD.
Bladz.
Het Kasteel van Heusden 1. Het Kasteel te Gemert 35. Het Kasteel van Montfoort 57. Het Kasteel van IJsselsteyn 105. Jachtslot Het Loo 145. Het Kasteel Ammersode 175.
OPHELDERING.
Bladz. 42 staat: Scoten in Friesland; lees: Oudescoot (een dorp van de gemeente Schoterland) in Friesland.
NAAMLIJST DER INTEEKENAREN.
Zijne Majesteit de Koning.
Hare Majesteit de Koningin.
Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Frederik der Nederlanden.
Hare Koninklijke Hoogheid Mevrouw de Prinses Frederik der Nederlanden.
Hare Koninklijke Hoogheid Mevrouw de Prinses Marianne der Nederlanden.
Aarsse, (Mej. A. J.) Huisonderwijzeres te 's Gravenhage. Ahlers Jr., (A.) te Amsterdam. Allart, (D.) te Amsterdam. Altman, (J. D.) te Amsterdam. Anemaet, (J. K. B.) Instituteur te Amsterdam. Arrenberg, (C.) Boekhandelaar te Rotterdam. Artler, (Mej. A. C. C.) te Amsterdam. Asher & C., (A.) te Berlijn voor de K. K. Hofbibliotheek te Weenen. Avis, (C.) te Krommenie.
Backer, (S.) te Amsterdam. Bähler, (P. P.) te Nijmegen. Balveren, (Baron van) te Nijmegen. Baud, (J. C.) te 's Gravenhage. Becking, (W.) Boekhandelaar te Doesburg. Beek, (Dr. A. van) te Utrecht. Beer, (Johs. de) te Amsterdam. Bek, Wijnhandelaar in de Rijp. Berchuys, (Mr. A. van) te Groningen. Berg Jr., (J. H.) te Amsterdam. Berkhout, (Mr. P. J. Teding van) Regter bij de Arrondissements Regtbank te Amsterdam. Beusichem van Harmelen, (Mevr. van) te Harmelen. Beynen, (Dr. L. R.) te 's Gravenhage. Biben, (Chn.) te Amsterdam. Bierman, (M. A.) Notaris te Waardenburg. Blaauw, (J.) te Amsterdam. Blikman Kikkert, (D.) te Amsterdam. Bodel Nijenhuis, (Mr. J. T.) te Leijden. Boekeren, (W. van) Boekhandelaar te Groningen. Boellaard, (M. C.) te Utrecht. Bogaard, (P. Th.) te Hees bij Eindhoven. Böhtlingk, (Mr. F.) Procureur te Arnhem. Bok Jr., (J. H.) Notaris te Amsterdam. Bom, (G. Theod.) Boekhandelaar te Amsterdam, 2 Ex. Bombled, (K. F.) te 's Gravenhage. Boon Hartsinck, (M. S.) te Amsterdam. Boonzajer, (C. G.) Notaris te Gorinchem. Bormeester, (C.) te Amsterdam. Bos, (J.) te Amsterdam. Bosch, (Mr. Graaf E. van den) te 's Gravenhage. Bosscha, (J.) Hoogleeraar. Bouberg Wilson, (W.) te 's Gravenhage. Braam, (P. T.) Boekhandelaar te Rotterdam. Brakel, (van Dam van) te Brakel. Brakell van Doorwerth, (Baron) Brantsen, (Mevr. Baronesse) huize de Zijp bij Arnhem. Breda, (J. G. S. van) Hoogleeraar, Secretaris van de Holl. Maatschappij der Wetenschappen te Haarlem. Brederode, (J. J. van) Boekhandelaar te Haarlem. Breijer, (H. B.) Boekhandelaar te Arnhem. Breuninghoff, (H.) te Amsterdam. Broekhuizen, jr., (C.) te Amsterdam. Brugmans, (Mr. A.) te Amsterdam. Bruin, jr., (W.) Boekhandelaar te Wormerveer. Brunet, (L. de) te Amsterdam. Bruyn, (Mej. de) Landgoed Warnsborn bij Arnhem. Bruyn, (Mr. J. H. de) Advocaat te Amsterdam. Bruyn, (A. de) Onderwijzer te Batavia. Büchler, (D. D.) te Amsterdam. Burnier, (G. A.) te 's Gravenhage. Bijlandt, (E. J. A. Graaf van) te 's Gravenhage. Bijlandt, (W. Graaf van) te Nijmegen. Bijleveld, (H.) te Middelburg. Bijsterbos, jr. (N. van Berkum) Secretaris der stad Kampen.
Cantzlaar, (G.) te Utrecht. Casembroot, (Jonkhr. J. L. de) Rentmeester van 's Konings particulier Domein en Burgemeester der Gemeente St. Maartensdijk, eiland Tholen. Casembroot, (Jonkhr. E. A. O. de) Majoor, Gouverneur van Z. K. H. Prins van Oranje, Buitengew. Adj. van Z. M. de Koning. Castro, Mzn., (d. H. de) te Amsterdam. Citters, (Mr. C. van) te Utrecht. Charbon, (E.) te Amsterdam. Charbon, (J. A.) te Amsterdam. Chijs, (P. O. van der) Professor te Leyden. Cleef, (Gebrs. van) Boekhandelaar te 's Gravenhage. Crommelin, (G. C.) Huize de Lathmer bij Deventer.
Dam, (J. H. van) te Rotterdam. Dapperen, (J. W. van) Directeur van het Instituut tot Onderwijs van Blinden te Amsterdam. Deketh, (Mr. A.) te 's Gravenhage. Derfelden van Hinderstein, (Baron van) Kamerheer des Konings. Dishoeck, (A. M. E. van) Boekhandelaar te Zierikzee. Dittlinger, (J. v. D.) 1e Luit. bij de Gen. Staf. Doesburgh, (Ds. H. G. J. van) te Rotterdam. Doorman, (J. D.) Boekhandelaar te Utrecht. 2 Ex. Drieling, (Mr. F. H.) te Utrecht. Driest (van) te Heerde. Driest, (J. C. van) te Lienden. Duivenvoorde, (Jonkhr. steengracht van) Hoogheemraad van Rijnland te 's Gravenhage. Dunlop, (D.) Koopman te Rotterdam. Dyserinck, (J. H.) te Haarlem.
Ebeling, (A.) te Amsterdam. Ebeling, (W.) te Amsterdam. Eckhardt, (Jonkhr. van Harenkarspel) op den huize Baarschot te Esch, N. Braband. Eeghen, (Mevr. de Wed. P. van) te Amsterdam. Eeghen, (C. P. van) te Amsterdam. Ekker, (Dr. A. H. A.) Praeceptor aan de Latijnsche School te Utrecht. Elias (G. H.) te Amsterdam. Ellinkhuizen, (Mej.) te 's Gravenhage. Embden, (van) te Zeist. Engelen van Pylsweert, (Jonkhr. W.) te Nijmegen. Ermerins, (R. C.) Jur. Student. Evekink, (F. N.) te Arnhem. Eversz, (J. W.) Boekhandelaar te Zeist. Everwijn, (Ds.) huize Presikhaaf bij Arnhem. Eyssel, (M.) te 's Gravenhage.
Fabius, (F. W.) te Amsterdam. Fabricius van Heukelom, (Mevr. Douairière A. L. C.) te Soest. Fabricius van Leijenburg, (J. C. W.) te Amsterdam. Feije, (R. H. J.) te Amsterdam. Fiedeldij, (J. C.) te Amsterdam. Fock, (J.) te Amsterdam. Fodor, (J. C.) te Amsterdam. Foreest v. d. Palm, (Mevr. Douairière van) te Alkmaar. Frohwein, (J. O.) te Amsterdam. Fuchs, (F. G.) Koopman te Amsterdam. Furstner, (J. M.) te Amsterdam.
Gaarlandt, (G. L.) te Bussem. Gelder, (G. A. de) 1e Luitenant der Infanterie te Hoorn. Gelder, (P. H. van) te Wormerveer. Gockinga, (Mr. C. H.) te 's Gravenhage. Gori, (G. T. N.) te Utrecht. Goslings, (O.) Lid van den Gemeenteraad en Kassier te Dokkum. Gunckel, (P. G.) te Amsterdam. Guijot, (P. C. G.) te 's Gravenhage. Hajenius, (P. G. C.) te Amsterdam. Hamininck Schepel (J. G. P.) Kapitein Infanterie. Hana, (H.) Architect te Amsterdam. Harinxma Thoe Slooten (D. J. A. Baron) Raadsheer in het Prov. Geregtshof van Friesland te Leeuwarden. Harpen Kuijper, (Mevr. de Wed. A. L. van) te Amsterdam. Heeckeren van Walien, (W. F. Baron van) Luitenant ter Zee. Heeckeren van de Heest, (W. Baron van) Heineken, (C. A.) te Amsterdam. Heineken, (A. G.) te Amsterdam. Herbschleb, te Amsterdam. Hesselink. (J.) in q. q. voor een Leesgezelschap te Groningen. Heukelom, jr., (J. van) te Pouderoijen. Heuvel Rijnders, (J. W. van den) te Oostburg. Hinlopen, (J.) Wethouder te Utrecht. Hinsbeek, (J. A.) te Amsterdam. Hoffmann, (A.) te Amsterdam. Holst, (C. P.) te Amsterdam. Hooft van Woudenberg en Grovestein, (Jonkhr. N. D.) te Amsterdam. Hoop, Jz., (A. van der) te Rotterdam. Hoorn, (L. G. van) Stedelijk Ontvanger te Amsterdam. Hooij, (A. J.) te Beverwijk. Huidekoper, (A.) te Amsterdam. Huurkamp van der Vinne, (V. H.) te Haarlem. Huijdecoper van Nigtevecht, Jonkhr. (E.) te Utrecht.
Iterson, (A. A. G. van) Apothecaris te Gouda.
Jacobs & Meijers, Boekhandelaars te Amersfoort. 2 Ex. Jeune, (P. F. J. le) te Amsterdam. Jochems, (Mevr.) te 's Gravenhage. Jolles, (Mr. J. A.) te Amsterdam. Jolles, (J. A.) te Amsterdam. Jongh, (C. de) te Tiel. Jordens, (Mr. C. A. van Munster) als bestuurder van een Leesgenootschap te Deventer.
Karsten, (E. H.) Litt. Hum. Stud. te Utrecht. Kater, (P.) Monnickendam. Keer, (Otto) te Amsterdam. Kempenaar, (Mr. J. M. de) te Amsterdam. Kesper, (L. A.) Makelaar te Amsterdam. Kesteren (H. J. van) Boekhandelaar te Amsterdam. Klasing, (J.) te Amsterdam. Klein, (J.) te Nijmegen. Kleinpenning, (J. S.) te Amsterdam. Kleinpenning, (H. C.) te Amsterdam. Klinkert, (R. L.) Boekhandelaar te Amsterdam. 2 Ex. Klerck, (G. de) te Amsterdam. Klijnsma, (S. F.) Luit.-Kolonel Ingenieur, op de Lyclama Stins bij Wolvega Prov. Friesland. Kneppelhout van Starkenburg, (K. J. F. C.) te Leyden. Knoll, (P.) te Amsterdam. Koch, (G. F.) Boekhandelaar te Utrecht. 2 Ex. Koker Bz., (J.) Boekhandelaar te Monnickendam. Komans, (W.) te Abcoude. Kooijker, (W. N.) Instituteur te Bergen op Zoom. Kop, (Mevr. de Wed. C. A.) te Rotterdam, 2 Ex. Kotzé, (J. J.) Theol. Student te Utrecht. Krabbendam Bzn., (J.) te Alkmaar. Kremer, (A. J. C.) Med. Student te Utrecht. Krook van Harpe, (A. L.) te Amsterdam. Kroon, (C. F.) te Amsterdam. Kruseman, (A. C.) Boekhandelaar te Haarlem. Kruijf, (J. de) Boekhandelaar te Utrecht.
Lange, (G. C.) te Amsterdam. Langenhuysen, (Gebrs. van) Boekhandelaars 's Gravenhage. Lans, geb. Wintgens, (Mevr.) te 's Gravenhage. Leesgezelschap, Lust en Rust te Soetermeer. Leesgezelschap, tot Oefening en Vermaak te Medemblik. Leesgezelschap, Leerzaam Vermaak te Amsterdam. Leesgezelschap, Disce Legenda te Utrecht. Leesgezelschap, Oefening bevordert Wetenschap te Amsterdam. Leesgezelschap, (Het Hollandsche) te St. Petersburg. Leesgezelschap, tot Nut en Verpoozing te Amsterdam. Leesgezelschap, tot Nut en Vermaak te Moordrecht. Leesmuseum (Het) te Amsterdam. Lennep, (H. A. van) te Amsterdam. Lenshoek, (C. P.) Jur. Stud. te Utrecht. Leuveling Tjeenk, (D.) te Amsterdam. Lichtenbelt Jr., (J. H.) Notaris te Aalsmeer. Limburg Stirum, (Graaf van) te Amsterdam. Linse, (F. A.) te Amsterdam. Löben Sels, te Zutphen. Loder J. Mzn., (C. L.) te Amsterdam. Loder, (C. L.) 1e Luitenant Adjud. Loofs, (Mr. W. M.) Advocaat te Amsterdam. Loon, (Mevr. Douarière van) te Amsterdam. Lorraine Holling, (C. H. de) te 's Gravenhage. Ludolph, (L. J. C.) Onderwijzer te Rotterdam. Lutgers, (J. P.) te Loenen. Lycklama a Nyeholt, (Jonkhr. J. A.) Burgemeester van Opsterland, te Beesterwaag. Lynden van Lunenburg, (J. H. Baron van) te Utrecht.
Macaré, (Jonkhr. Rethaan) te Utrecht. Made, (P. M. van der) te Amsterdam. Maire, (Mr. G. E. le) Regter in de Arr. Regtbank te Heerenveen. Maurik, (J. van) te Amsterdam. Mebius, (J. E.) voor het Leesgezelschap de Harmonie te Kollum. Meerburg, (Dr. P. C.) te Rotterdam. Meijer, (Wed. H.) Boekhandelaar te Zwolle. Meijer, (J. M. E.) Boekhandelaar te Amsterdam. Meijes, (F.) Predikant te Leersum. Mensing, (J. C. W.) te 's Gravenhage. Metman, (Mr. L.) te 's Gravenhage. Middelhoff, (A. M.) te Purmerende. Moens van Bloois, (Mr. A.) te Zierikzee. Mohr, (E.) te Amsterdam. Molengraaff, (Ds.) te Nijmegen. Montauban van Swijndregt, (W. H.) te Rotterdam. Morrees, (Mr. C. W.) te Utrecht. Moulin, (J.) Deurwaarder bij het Kantongeregt te Kampen. Muller, (Fr.) Boekhandelaar te Amsterdam. Mumm, (S. T.) te Amsterdam.
Nahuijs, (P. H.) Jur. Student te Deventer. Nauta, (Mr. G. R.) President van de Arr. Regtbank te Heerenveen, Ridder van de orde van den Nederl. Leeuw. Nepveu (J. J. D.) te Utrecht. Nepveu, (Roosmale) te Utrecht. Nispen van Pannerden, (Baron van) te Zevenaar. Nolet, (J. D.) Boekhandelaar te Utrecht. Nomen, (Dk.) Houtkooper te Zaandam. Noortbergh van Brandwijk, (J.) Gep. Luit. Kolonel, Ridder der Orde v. d. Ned. Leeuw, te Amsterdam. Nooten, (S. J. van) Burgemeester te Lopik. Noteboom, (C. J. Q.) te Amsterdam. Notten, (F. H. van) te Amsterdam. Nouhuijs, (H. J. C. van) te Amsterdam. Nout, (F.) Instituteur te Amsterdam.
Ontijd, (Dr. C. G. R.) te Brummen. Ooster, (M. C.) te Amsterdam. Otterloo, (W. F. van) Secretaris van Z. K. H. Prins Frederik der Nederlanden, te 's Gravenhage. Oudermeulen, (E. van) te 's Gravenhage. Oudermeulen, (F. van der) te Amsterdam.
Pabst Rutgers, (van) Wethouder te Hoorn. Pallandt van Walfort, (Mevr. Baronesse Douairière van) Pallandt van Waardenburg van Neerynen, (H. H. Baron van Aijlva van) Lid van de eerste kamer der Staten-Generaal, Opperkamerheer van Z. M. de Koning, enz. op den huize Neerynen. Panhuijs, (Jonkhr. J. E. van) Commissaris des Konings in de Provincie Friesland te Leeuwarden. Paris, (G.) Theol. Stud. te Amsterdam. Patijn, te 's Gravenhage. Poll, (A. v. d.) Chirurgijn te Amsterdam. Poll, (Mr. W. van de) Kantonregter te Geldermalsen. Post Jr., (C. v. d.) Boekhandelaar te Utrecht. Post, (C. G. v. d.) Boekhandelaar te Amsterdam. Post Uiterweer, (G.) te Schiedam. Prill Morell, (Dr. W. C. de) te Nijmegen. Proes, (Ds.) voor het Leesgezelschap Amica Veritas te Leeuwarden. Punt, (P.) Watergraafsmeer.
Quarles van Ufford, (Jonkh. L. I.) Lid van de Prov. Staten van Noord-Holl. Wethouder der stad Haarlem, enz.
Rahusen, (A.) te Amsterdam. Ramaer, (E. H.) Ontvanger der Registratie, te Wageningen. Rappard, (Jonkhr. F. A. L. van) te 's Gravenhage. Remmelink, (J. H.) te Amsterdam. Rengers, (Baron Aylva) Kolonel te Bergen op Zoom. Revers, (C.) te Utrecht. Reynvaan, (A. J.) te Amsterdam. Rhemen van Gelder's Toren. (Baron van) Rhemen van Rhemenshuizen, (Mr. C. H. Baron van) te Brummen. Riboulleau, (J. P.) te Amsterdam. Rieke, (J. G. L.) te Amsterdam. Rochussen, (W. F.) Jur. Student te Amsterdam. Rochussen, (Chs.) te Amsterdam. Roëll, (Jonkhr. Mr. H. H.) te Haarlem. Rossem, (E. J. van) te Rotterdam. Rotta, (Jonkhr. N. de) te Amsterdam. Rijnbende, (S. W. M.) te Utrecht.
Sant, (D. van 't) Instituteur te Gorinchem. Schaafsma, (A.) Boekhandelaar te Dokkum. 2 Ex. Schaap, (J.) Burgemeester te Krommenie. Schade van Westrum, (A. T.) te Schiedam. Schalk, (P. C. v. d.) Boekhandelaar te Dordrecht. Schierbeek, (R. J.) Boekhandelaar te Groningen. Schotsman, (L. H.) Predikant te Papendrecht, voor het Leesgezelschap aldaar. Schuylenburch van Wisch. (Mevr. Baronnesse Douairière) Schuyt, (A. A. W.) te Utrecht. Senden, (G. H. van) Predikant op de Leur. Sillem, (E.) te Amsterdam. Sirtema van Grovestins, (Mevr. Baronesse Douairière) te 's Gravenhage. Six, (J. P.) te Amsterdam. Sloet van Tautenburg, (Baron) te 's Gravenhage. Sluiter, (J. W.) te Rotterdam. Sluys, (C. v. d.) te Gouda. Sminia, (Jonkhr. Mr. H. B. van) Burgemeester van Tietjerksteradeel, te Bergum. Smith, (A. G. F.) te Amsterdam. Snoeck, (Mevr. de Douairière Jonkhr. M.) 's Hertogenbosch. Snoeck, (S. van Reyn) Boekhandelaar te Rotterdam. Someren Brand, (J. van) te Amsterdam. Someren Greve, (K. van) Steen- en Beeldhouwer te Sneek. Spegnler, (F. H.) Burgemeester v. d. Bilt. Spree, (I. A.) te Amsterdam. Stachelhausen, (Mej. A.) te Amsterdam. Steeden, (J. W. C. van) Predikant te Banda. Steenbergen, (H. C.) Officier van Gezondh. bij de Marine te Helvoetsluis. Steineken, (D.) te Amsterdam. Stemler, (C. F.) Boekhandelaar te Amsterdam. Sterr, (C. van der) aan den Helder. Stibolt, (N. C.) te Amsterdam. Stockum, (P. W. C. van) te 's Gravenhage. Stokbroo van Hoog en Aarswoud, (L.) voor het Leesgezelschap: Varietas Delectat. Stoppelaar, (Mr. J. H. de) Burgemeester van Veere en Zanddijk binnen, Gapinge en de Vrouwe Polder c. a., Advocaat te Veere. Stoppelaar, (Mr. G. N. de) Advocaat te Middelburg. Storm van 's Gravesande, (N. J.) te Rotterdam. Stronck, (W. H.) te Rotterdam. Strijen, (C. E. van) Notaris te Wijk bij Duurstede. Swalue, (E. B.) Theol. Dr. en Predikant te Amsterdam.
Taets van Amerongen (Freule L. A.) te Utrecht. Taets van Amerongen van Natewisch, (J. Baron) Lid van Gedeputeerde Staten van Utrecht. Tak, (Adn.) te Middelburg. Tienhoven, (G. van) te Werkendam. Tilanus, (C.) te 's Gravenhage. Tulleken, (Mr. J. B.) op Brakensteyn bij Nijmegen.
Uitwerf Sterling, (Mw. de Wed.) te Amsterdam. Umbgrove, (Mr. W. J. L.) te Zutphen. Vas Visser, (D.) Jur. Stud. te Amsterdam. Veen, (Mr. J. E. Nuhout van der) Kantonregter te Alkmaar. Verbeek, (W. I. L.) voor het Leesgezelschap te Wijk bij Duurstede. Verbrugge, (W. J.) te Rotterdam. Verdam, (G. J.) Professor te Leyden. Verheije van Sonsbeek, (J. C.) te Delft. Verkouteren, (A.) te Arnhem. Verschuur van Heilo, (Jonkhr. D. C. de dieu fontein) lid van den Raad te Alkmaar. Villars, (Baron di constant rebecque) bij Wageningen. Visser, (J.) te Heeg in Vriesland. Vlielander, (A.) Burgemeester te Niemansdorp. Vlierboom, (M.) te Rotterdam. Vogel, (Mej. G. M.) te Zwalue. Vorstman, (J. G.) te 's Gravenhage. 2 Ex. Vos, (A.) te Dordrecht. Vos Jacobzn., (Jacob de) Lid van den Raad van Bestuur der Koninklijke Academie van Beeldende kunsten te Amsterdam. Vos, (Mr. C. L. de) President aan de Arrondissements Regtbank te Utrecht. Vos, (W. de) te Amsterdam. Vries, (Dr. M. de) Hoogleeraar te Leyden. Vroom, (C.) te Amsterdam.
Waal, (K. de) te Arnhem. Waanders, (J. M. W.) Boekhandelaar te Zwolle. Warnsinck, te Amsterdam. Wehlburg, (Ths.) Cargadoor te Amsterdam. Wehlburg, (A. F.) Essaijeur van Goud en Zilv. te Amsterdam. Wesseling, (Johs.) te Amsterdam. West, (J. H. van) te Amsterdam. Westbroek, (G. H.) Instituteur te Schoonhoven. Weijtingh, (J.) Koopman te George d' Elmina. Wijtingh en Van der Haart, Boekhandelaars te Amsterdam. 6 Ex. Weijerman, (J. W.) te Haarlem. Willems, (W.) Boekhandelaar te Amsterdam. 4 Ex. Willems, (H. W.) Boekhandelaar te Amsterdam. Willink, (H.) te Amsterdam. Wind, (S. de) te Middelburg. Wolfs, (J. J.) te Amsterdam. Wolterbeek, (R. Daniel) te Amsterdam, voor de Leesvereeniging. Wolterbeek, (J. G. W.) te Utrecht. Wor, (Ds.) voor het Leesgezelschap te Zwolle. Wor, (Mej. H. M.) Institutrice te Assen. Woude, (v. d.) te Amsterdam. Wundt, (Mej. S.) op Standwijk bij Leiden. Wijngaarden, (W. J. C. van) te Rijssen.
AANTEEKENINGEN
[1] Voorkomende in den Muzen Almanak van 1821, pag. 149.
[2] Namelijk van Jan VIII die regeerde, toen Heelu schreef; want Aernout, broeder van Jan VII, was geen klerk.
[3] De zin is: »die liever zich (genoten) vereenigd hadden, dan den Heer van Heusden te vangen.
[4] Die van Heusden namelijk.
[5] De Baly van Utrecht werd opgericht in 1231, tijdens Bisschop Otto den Derde; de eerste Landkommandeur aldaar was Antonie van Ledersake, een Edelman van Prinshagen, daarom verkeerdelijk ook wel Ant. v. Prinshagen genoemd.
[6] Dat het Duitsche Huis ook eene kommandery te Oudewater zou bezeten hebben, berust op eene valsche opvatting van Van Rijn, in zijn aant. op Van Heussen (Kerkel. Outh. II, 87). De door hem aangevoerde brief »beroerende de Heeren van S. Catharynen, en de electie van den Balier" behoort by de Ridders van Sint-Jan te huis. Deze bezaten reeds in 1250 de Balie van Sinte Catheryne te Utrecht, waardoor de Landkommandeur den naam van Baljuw van Sint Catheryne droeg.
[7] De Poolsche kronijken maken van dezen Grootmeester een gruwzaam en half waanzinnig tyran; de Pruissische daarentegen heeten hem een voortreffelijk regent.
[8] Deze Kapel was beroemd om het bezit van een stuk des kruises, door een Ridder van het Duitsche Huis, by zijne terugkomst uit Palestina aldaar geschonken. De offergaven der bedevaartgangers, die weldra in groot aantal derwaart trokken, hadden de Kapel zeer verrijkt, zoodat de eerste pastoor der parochiekerk, Joan Attendoren, priester der Duitsche Orde, zich reeds in staat zag gesteld, om het oude gebouw te doen vervangen door een geheel nieuw, dat omstreeks 1450 werd ingewijd.
[9] De gantsche Priory bestond slechts uit een kloosterwoning met een klein kerkgebouw, maar was evenwel door het provinciaal Kapittel der orde in 1643 als een volkomen klooster erkend.
[10] By den vrede van Weenen, 1809, was de Orde reeds vormelijk opgeheven, en werden hare goederen geschonken aan de verschillende Vorsten, binnen wier grenzen zy gelegen waren.