# Max Havelaar Of de koffiveilingen der Nederlandsche Handelsmaatschappy

## Part 29

Book page: https://www.cyberlibrary.org/nl/books/max-havelaar-of-de-koffiveilingen-der-nederlandsche-handelsmaat-8cc93d96/index.md

Daar ik verzuimd heb op blz. 63 (twee alinea's ervoor, M.D.) een noot te plaatsen by 't woord _Kratoon--Kraton, Kratoen, Keratoe-an_, om 't even--wil ik die fout hier herstellen te-meer omdat ze my aanleiding geeft tot het bespreken van zeker bedrog dat onlangs van officieele zyde weder jegens 't nederlandsche Volk gepleegd is, en nog altyd by sommigen z'n werking doet. Men heeft, om de atjinesche krygsbedryven in 'n chauvinistisch licht te stellen, den _Kraton_ des Sultans van Atjin doen voorkomen als 'n _vesting_ welker verovering zeker schitterend succes beteekende. Ik gis dat er te Atjin nooit 'n _Kraton_ geweest is, en zelfs dat de Atjinezen dit _woord_ nooit gehoord hadden, daar de _zaak_ zeer speciaal 'n Javanismus is. Doch ook wanneer ik me hierin mocht bedriegen, een _vesting_, een "militair punt" is zoo'n _Kraton_ gewis niet. Het veroveren van een _Kraton_ is 'n wapenfeit, nagenoeg gelykstaande met het innemen eener omheinde of des-noods ommuurde hollandsche buitenplaats. Als gewoonlyk hebben de Bestuursmannen in deze zaak 't Volk weer gepaaid met 'n klank!

Ik bespeur dan ook dat men van-lieverlede 't woord _Kraton_ is gaan overzetten in _Kotta Radja_, 'n woord dat met wat goeden wil als de _Maleische_ vertaling van 't _Javaansch_ begrip: _Keratoean_ kan worden opgevat, mits men niet met de Woordenboeken 't woord _Kotta_ overzette in stad--insulindische "steden" zyn er niet--maar opvatte als: _woningsgroep_ of iets dergelyks, al of niet op zekere wyze, _maar niet uit 'n oogpunt van versterkingskunst_, afgesloten. Dat dit afsluiten soms in oorlogstyd geschiedt, is waar, doch dit maakt _Kotta's_ en _Kratons_ evenmin tot vestingen als de Buitenplaats waarvan ik zoo-even sprak. Dat wy, Europeanen, soms aan 'n versterking in Indie den naam van _Kotta_ geven, is by gebrek aan beter, doch verandert niets aan de waarheid dat het woord _kotta_ geen _vesting_ beteekent.

Er is dus geen vyandelyke _sterkte_ genomen by 't "betreden"--ik kies dit woord met opzet--by 't _betreden_ van des Sultans _Kraton_ of, zooals 't nu heet, z'n: _Kotta Radja_, d.i. z'n _vorstenverblyf_. Vandaar dan ook de zonderlinge manier waarop die "verovering" plaats greep. Onze bevelvoerende generaal bevond zich binnen de "versterking" _zonder het te weten_. Dat de heer Van Swieten dit in een zyner rapporten met den grootsten eenvoud getuigt, bewyst dat hy niet medeplichtig was aan 't opzet--en dat hy niet deelde in de ministerieele behoefte!--om de Natie zand in de oogen te strooien. Maar uit het gelukken van dat opzet blykt alweer voor de duizendste maal dat die Natie _niet lezen kan_! Want Van Swieten's oprecht en zedig rapport werd gepubliceerd, en toch ... tòch moest het heten dat er 'n _vesting_ veroverd was!

21. _Mantrie_: Inlandsch beambte wiens betrekking nagenoeg door 't woord _Opziener_ kan worden aangeduid.

22. _Diplomatische voorzichtigheid in den omgang met Inlandsche Hoofden_. Men vergeet gewoonlyk dat wyzelf voor 'n groot deel oorzaak zyn van de dubbelhartigheid die wy de javaansche Grooten verwyten. Onder hen is de spreuk in omloop: _valsch, als 'n Christen_. En deze kwalifikatie klinkt zoo ongegrond niet, als men de slenters en streken opmerkt, waarmee we, van Houtman af tot heden toe, ons hebben weten staande te houden.

Wat my betreft, ik heb over 't algemeen de Inlandsche Hoofden niet geveinsder gevonden dan Europeanen. En waarom zou dit ook? Het diplomatisch axioom _que la parole est donnéé à l'homme pour déguiser sa pensée_, is niet van aziatischen oorsprong. Of 't waar is dat Talleyrand die bêtise gezegd heeft--_en ne déguisant nullement sa pensée alors_, en dus nogal dom van z'n eigen standpuntje bezien! --laat ik daar. De _ware_ diplomatie bestaat in oprechtheid.

23. _Westmoesson_. De regentyd duurt op Java van Oktober tot Maart. In de Noord van Sumatra evenwel zyn de saizoenen andersom. Daar brengen stormen uit het Westen hevige regens aan, juist in den tyd dat op Java de gansche Natuur smacht naar wat vocht. Opmerkelyk is 't, dat de Regeering te _Buitenzorg_ blyk gaf dit niet te weten. Zy zond de befaamde eerste expeditie naar _Atjeh_, op 'n tydstip toen Horsburgh's _Indian Directory_--en elke scheepsjongen van 'n kustvaartuig!--haar had kunnen zeggen dat de Westkust van Sumatra zeer gevaarlyk was. Al weer 'n staaltje van de gevolgen der kommiezery. Dat wil oorlog voeren, en kent de eigenaardigheden van z'n eigen land niet!

Wat overigens dat verschil van saizoenen aangaat, op 't zuidwestelyk deel van Sumatra schynen de jaargetyden in elkander te loopen. Te _Padang_, byv. kan men niet op standvastig-periodieke winden, noch alzoo op de daarvan af hangende regens of droogte staat maken.

24. _Sirie. Pinang. Gambier. Slamat_. De drie eerste woorden duiden de bestanddeelen aan die, met _tabak_ en _kalk_, den voor den Javaan onmisbaren _bétel_-pruim vormen. In sommige gewesten van Insulinde ontmoette ik personen die niet pruimden, maar op Java zelden of nooit, de vrouwen niet uitgezonderd. Het bruine sap van den tabak, iets rooder gekleurd nog door de _gambier_, verft aller lippen en tanden. Fraai staat dit niet, doch 't wordt voor zeer mondzuiverend gehouden. Het gebruik van _sirie_--met toebehooren dan--is zoo algemeen, dat het europeesch begrip: _drinkpenning_, in Indie wordt uitgedrukt door 't woord _wang sirih_, d.i. sirie-geld.

De _Sirie_ is 't blad van een rank, niet veel zwaarder dan onze erwtenplanten, en die zóó op 'n peperboompje gelykt, dat de onkundige deze beide gewassen niet gemakkelyk van elkander onderscheiden kan. Ik geloof dan ook dat ze tot dezelfde botanische familie behooren, al mocht het zyn dat vakgeleerden die graag wat vreemds verkondigen--een leeuw is 'n kat, en de walvisch mag geen visch heeten!--in die overeenkomst reden vinden om _sirie_ en _peper_ heel ver van elkaar te zetten.

Het verwondert me dat er in de tandheelkunde zoo weinig gebruik van de _sirie_ gemaakt wordt. Me dunkt dat de zuiverende samentrekkende werking van dat blad--en de smaak is niet onaangenaam--daartoe aanleiding geven zou. Ik meen dat men aan de _gambier_ wèl 'n plaatsje toekent in de europesche pharmakopee, maar weet niet of dit almede 't geval is met de _pinang_ of _areka_. Dit is 'n noot uiterlyk niet zeer ongelyk aan de muskaat. Doch de boom waaraan ze groeit, behoort tot de palmsoorten.

Het woord _slamat_ beteekent: _groet_, en in dit geval het zeer eigenaardig _kompliment_--samenvouwing--dat in den tekst beschreven wordt. Vrage: is er verband tusschen 't maleische _slamat, selamat_, en 't woordeke _Sela_ dat zoo vaak in de psalmen voorkomt? Men weet dat volgens de riten van het Oosten, godsdienstige oefeningen bestaan uit gebeden en gezangen, telkens afgebroken door velerlei gebaren en _komplimenten_. Zoo-iets geschiedde misschien ook by 't voordragen der psalmen, en deze gissing wordt versterkt door 'n opmerking over de vermoedelyke nadere beteekenis van 't woord _slamat_ of _selamat_. In-verband gebracht met _Slam_ of _Islam_--door letterverzetting verwant met _mosl, muzl_: muzelman--zou misschien de oorspronkelyke zin kunnen geweest zyn: de _plechtstatige_ of _ritueele_ groet; en dit zou volkomen beantwoorden aan de beteekenis die 't woord _Sela_ in de psalmen gevoegelyk kan gehad hebben. Maar ik geef de opmerking om beter.

25. _Maas_: adelyke titel die lager staat dan _Radhen_, doch soms ook met dat woord tezamen gebruikt wordt: _Radhen Maas_. 't Woord _annak maas_ beteekent een slaaf die niet gekocht maar in 't huis zyns meesters geboren is, en heeft dus met den titel _Maas_ niet te maken.

26. _Kidang_: middelsoort hert. Veel kleiner, en niet grooter dan 'n middelmatige hond, zyn de _kandjiels_, hertjes die uitmunten door vlugheid en bevalligheid. Men beweert dat ze in opgesloten staat niet in 't leven kunnen gehouden worden. De _kidang_ echter schynt, evenals de meeste soorten van onze herten, zich makkelyk te schikken in 'n omheind kamp.

27. _Pegang koedahnja toewan kommendaan_: hou 't paard van m'nheer den kommandant vast!

28. _Klapperwater_. Dit is 't vocht dat men in Holland "kokosmelk" noemt. Het is koel en frisch, maar wordt zelden gedronken. De _klappa_, _kelappa_ of _kokos_ wordt, meestal geraspt, by 't bereiden van spys in de keuken hoofdzakelyk echter tot het slaan van olie, maar zelden als _ooft_, en nooit als _spys_ gebruikt. De vertellingen die in kinderboekjes en in geleerde verhandelingen van vakmannen (zie _Album der Natuur_) over den _klapper_ in omloop zyn, klinken koddig in de ooren van iemand die in Indie geleefd heeft. Of de _kokos_ in West-Indie 'n andere rol speelt dan in Insulinde, is my onbekend. Met den _banaan_--insulindisch: _pisang_--is dit zeker 't geval, daar hy op de surinaamsche plantages aan de negers tot voedsel wordt gegeven. Dit is dan ook 'n zeer grove soort van 'n paar voet lang. De middelbare soort in _Oost_-Indie haalt slechts zes duim, en een der kleinste--de _pisang maas_ of _goud-pisang_, 'n fyn vruchtje--is niet veel grooter dan een kinderpink, en zeer smakelyk.

29. _Gemberthee_: aftreksel van aan gemberwortel, dat zoo heet mogelyk moet gedronken worden ... ter verkoeling. In India heerscht de meening dat koude dranken, en vruchten die _in den mond_ een verfrisschende werking doen, 't lichaam verhitten. Volgens 'n gelyksoortige stelling werken de spaansche-pepersoorten _tjabeh_ en _lombok_--westindisch: _cayenne_--verkoelend. Voor-zoo-ver ik in de praktyk heb kunnen nagaan, zyn die meeningen niet ongegrond, maar vaak speelt in zulke zaken de verbeelding haar rol.

30. _Vraag van een inlander aan den luitenant Duclari_. De heer Collard --thans sedert lang hoofdofficier, en misschien gepensionneerd--zal, des gevraagd, wel zoo goed zyn te erkennen dat ik ook hier de waarheid zeg.

31. _Ienie apa toewan-toewan datang_: daar komen de heeren aan! De _toedoeng_ is het in den vorm van een grooten ronden schotel gevlochten hoofddeksel van den Javaan, en beschut zoowel tegen de zon, als tegen den regen waarvoor de inlander bespottelyk bang is. Zeker soort van tuinhoeden die onlangs by onze dames in de mode waren, geleken precies op _toedoengs_.

32. _Baboe_: inlandsche kindermeid.

33. _Kondeh_: het op 't achterhoofd in 'n wrong vereenigd haar, dat echter nooit door 'n afzonderlyk lint of koord wordt samengehouden, maar steeds in 'n lus of strik van 't haar zelf hangt. Indien 't woord _chignon_ uitsluitend op _valsch_ haar doelt, is de _kondeh_ géén _chignon_.

34. _Gouden pajong_. De kleur van 't zonnescherm duidt naar landswys, doch volgens officieel vastgestelde bepalingen, den rang van 't Hoofd aan, wien zoodanige _pajong_ wordt nagedragen. Effen verguld is 't hoogste.

35. _Tandoe_: draagstoel. In andere provincien draagt dit voorwerp den naam van _Joleh, Djoeli_, of zoo-iets.

36. _De volkstellingen zyn onnauwkeurig_. Ieder hoofd heeft er belang by, het getal zyner onderhoorigen zoo laag mogelyk te doen schynen, niet zoozeer om daardoor den druk van verplichte dienst en levering te verligten, als wel om meer dienst en levering voor zichzelf te kunnen vorderen. Wie waarheid wil benaderen, kan de officieele opgaven gerust met 10 percent verhoogen.

37. _Uitgewekenen naar_ Tjikandi _en_ Bolang. De bevolking der partikuliere landeryen in 't Bataviasche en Buitenzorgsche bestaat voor 'n groot deel uit lebaksche vluchtelingen. "_Als er in Lebak niet gekneveld wordt_, heb ik 'n landheer hooren zeggen, _hebben wy gebrek aan volk_."

38. _Pisang_: banaan. Hoe 't komt dat deze laatste (_west-indische_) benaming in 't _oost_-indisch Nederland beter bekend is dan 't woord _pisang_, begryp ik niet. Ook is 't my een raadsel, vanwaar de engelschen hun woord: _plantain_ halen. Het getal soorten der _pisangs_ wordt op driehonderd geschat. Zie overigens noot 28.

39. _Hollander_. Ieder blanke heet by den inlander: _orang hollanda, wolanda, belanda_, om 't even. Op hoofdplaatsen maken ze nu-en-dan een uitzondering op dezen regel, en spreken van _orang ingris_ of _orang prantjies_, d.i. engelschen of franschen. De duitscher heet soms: _orang hollanda goenoeng_, nam. berg-hollander, hollander uit de binnenlanden.

40. _Opvatting van 't begrip: beschaving_. De Europeaan vergist zich in de meening dat de hoogere beschaving waarop hy roemt, overal als 'n axioma wordt aangenomen. Ook hierin dat hy werkelyk in alle opzichten beschaafder _is_. Ik zou veel voorbeelden kunnen aanhalen, die van onzen beweerden roem te dezer zake een vraagstuk maken, en enkelen die hem stempelen tot onwaarheid. Het praedikaat dat liplappen en inlanders den Europeër geven, is: _ongewasschen_. Men zie hierover blz. 53 van "_Nog eens Vryen-arbeid_" en _Idee_ 372. Ook _Idee_ 587 (nieuwe nummering) kan den waarheidsvriend op den weg brengen om te onderzoeken hoeveel boekerigheid en konventie er schuilt onder onze opvatting van 't woord: _beschaving_. We gelyken hierin vry nauwkeurig op zekere inlanders, die zich niet kunnen voorstellen hoe 'n beschaafd mensch genoegen neemt met witte tanden. _Tjies, selakoe andjing!_ zeggen ze, d.i. "foei, net als 'n hond!" Elders wordt het voor onbeschaafd gehouden, geen ebbenhouten schyf in de gespleten onderlip of in de oorlappen en geen ring in 't jukbeentje van den neus te dragen. Er zyn streken in Insulinde waar de beschaving zich openbaart ... hoe zal ik my uitdrukken? Komaan, ethnologie mag niet belemmerd worden door preutsheid! Die mannen dragen in 't uiteinde van den _penis_ een ebbenhouten dwarsspalk, ten welken einde reeds op zeer jeugdigen leeftyd dat lichaamsdeel doorboord wordt. By die dwazen gaat het plegen van den _coïtus_ zònder zoodanig ornament, voor ... beestachtig door. _Selakoe andjing_ alweer, denk ik. Hoe bespottelyk dit zy, de onbevooroordeelde moet erkennen dat wy de woorden _dierlyk_ en _beestachtig_ dikwyls even ongepast gebruiken.

41. _Maatschappelyk standpunt van den liplap_. Het is de vraag of Nederland, nu eens zoogenaamd-politisch gesproken, wysgeerig en onbekrompen handelen _kan_? Officieele gelykstelling van den liplap zou misschien 'n bevolking in het leven roepen, die gevaarlyk worden kon voor 't nederlandsch gezag. Vanhier dan ook 't aanhoudend geknoei met bepalingen die--hoe ook bemanteld--geen andere strekking hebben dan om aan 't echt europeesch element den boventoon te verzekeren. Ik doel hier op de, voor zeeroovers niet onaangename afschaffing der _Koloniale Marine_. Op 't eindeloos geknutsel met 'n zoogenaamd _Radikaal_. Op de instellingen van Onderwys in Nederland, en den daaruit voortvloeienden, door indische ouders al te pynlyk gevoelden dwang om hun kinderen naar Europa te zenden. En eindelyk: op 't door dit alles kunstmatig in 't leven gehouden, voor Insulinde zoo hoogst verderfelyk _absenteïsmus_! Juist dit is de eisch onzer op immoreele gronden gevestigde overheersching, dat we niet "wysgeerig en onbekrompen" handelen _kunnen_ zonder ons belang in de waagschaal te stellen.

_Das eben ist der Fluch der bösen That, Dass sie fortzeugend Böses muss gebähren_.

42. _Patteh, Kliwon, Djaksa_: inlandsche Hoofden. De _Patteh_ staat den Regent ter-zyde als sekretaris, boodschapper, faktotum. De _Kliwon_ is tusschenpersoon tusschen het Bestuur en de dorpshoofden. Gewoonlyk heeft hy 't opzicht over gemeentelyke publieke werken, verdeeling van wachtvolk, regeling van heeredienst, enz. De _Djaksa_ is officier van politie en justitie.

43. _Gongs en Gamlang_: muziekinstrumenten. De _Gong_ is 'n zwaar metalen bekken dat aan 'n koord hangt. Men bespeelt den _Gamlang_ als onze glasharmonika's of als 't bekende _hout-en-stroo_-instrument. Ik had op deze plaats in den tekst wel tevens van _Ankloeng_ mogen spreken, zynde een roosterachtig toestel met bekkens die op gespannen koorden liggen. Het verdient opmerking dat de benamingen van al deze instrumenten onomatopeën zyn. De _Gong_ klinkt forsch. _Ankloeng_ en _Gamlang_ (gamelan) daarentegen zacht en liefelyk, maar zeer melancholisch.

44. _Ergernis over tegenwerking_. By den Gouverneur der moluksche eilanden, een zeer verdienstelyk man die in z'n pogingen tot herstel van 't gefnuikt gezag werd belemmerd door de kommiezery der Buitenzorgsche sekretarie, wekte deze ergernis noodlottig. Onder de oogen van den onbekwamen Van Twist, die natuurlyk geheel aan den leiband liep van die bureaukratie, maakte hy door 'n sprong in den waterval te _Tondano_ (_Minahassa van Menado_) 'n eind aan z'n leven.

45. _Havelaars officieele loopbaan_. Reeds in Augustus 1851 was ik aan de Regeering voorgedragen tot Resident. Ook werden de funktien die ik te _Amboina_ vervulde, weinig tyd na myn vertrek aan 'n _Resident_ opgedragen.

46. Ik verzeker den lezer dat het my thans (1881) meer nog dan vroeger tegen de borst stuit, my op publiek terrein te bewegen. Toen ik op m'n veertigste jaar myns ondanks daartoe gedwongen werd, had ik in de hoop op eenig succes een bondgenoot tegen den afkeer die elke aanraking met _Publiek_ my veroorzaakt. Na de ervaring van den uitslag myner pogingen is m'n walg sterker dan ooit.

47. _Herbergiersrekening_. Men mocht aan de Regeering der Vereenigde Staten 83 nederl. centen daags in rekening brengen voor 't onderhoud van 'n schipbreukeling, onverschillig of de man Gezagvoerder of Matroos was. Onder die vermeende schipbreukelingen waren de meesten niet veel beter dan zeeschuimers. De Amerikanen hebben voortdurend 'n duizendtal _Whalers_ in de indische zeeën, en de bemanning dezer schepen is 't uitschot van de Natie.

48. _Overgrootvader myner kinderen_. Z'n naam staat op 't voetstuk van den Leeuw te Waterloo.

49. _Apanage der Vorsten van Turn en Taxis_. Is na de groote veranderingen van '66, door de duitsche Ryksregeering voor ettelyke millioenen afgekocht.

50. _Rêve aux millions_. Nu, 'n _rêve_ was 't eigenlyk niet. De aanspraak is verjaard, en 't lust me nog altyd niet, den zeer interessanten familieroman te behandelen, die hiermee samenhangt. Ook stuit ikzelf, vooral ten-gevolge van den diefstal der bescheiden waarvan ik in den tekst melding maak, op eenige duisterheden. Toch is 't voor my van belang, hier te doen opmerken dat sommige personen en familietakken die de hier aangeroerde byzonderheden beter begrypen dan de gewone lezer, onder de venynigste vervolgers van Havelaar behoorden. Hun belang bracht mee dat hy niet aan 't woord kwam, of althans niet in de gelegenheid om zekere mysteriën te ontsluieren.

51. Deze zinsnede is door zekeren Q in de _Arnhemmer Courant_ aangevoerd als bydrage tot de blyken myner onzedelykheid! En die verraderlyke manoeuvre werd door Dr Van Vloten toegejuicht, evenzeer als Q's mededeeling dat ik m'n "tyd doorbracht met ... bittertjes drinken, biljardspelen en 't rooken van geborgde sigaren." Ik vraag of de _viesheid_ waarvan ik sprak op blz. 350 (zie alinea die begint met: "Maar jammer is 't!", M.D.), gerechtvaardigd is? Waarmee brengt zùlk volk z'n tyd door?

52. _Sebah_. De beteekenis blykt uit den tekst. Ik weet niet of 't woord 'n verbastering is van _pasehbah_, 'n gebouw, dat wel zou kunnen genomen worden voor de plaats waar men dergelyke vergaderingen houdt.

53. _Bantan-Kidoel_: Zuid-Bantam. De _m_ waarmee wy 't woord _Bantam_ sluiten, is niet korrekt. De naam is: _Bantan_. _Mantrie_: opziener. _Dhemang_: distriktshoofd. In centraal en oostelyk Java heet deze beambte _Wedhono_.

De schryver van een fransch werk: _Felix Batel_, waarin de _Havelaar_ wordt nageschreven, en--tegen de bedoeling van den auteur, voorzeker!--geparodieerd, verraadt o.a. z'n letterdievery door in den javaschen Oosthoek waar hy z'n stuk spelen laat, van _Dhemangs_ te spreken. Dit klinkt ongeveer als ... _grietman van Utrecht_. In dat werk gaat de zon op, _juist zooals dat werd waargenomen door Saïdjah_. Ook de buffel-epizode wordt letterlyk overgenomen, en de auteur heeft de goedheid te erkennen dat dit voorval _ook_ door zekeren Multatuli beschreven werd. Welnu, die _Felix Batel_ is door nederlandsche recensenten uitvoerig behandeld, doch nergens vindt men 'n spoor van protest tegen dien onbeschaamden diefstal! Ik noem dit even slecht als de piraterie zelf. Als 'n vreemdeling zich de eer aanmatigde der diepzinnige uitvinding van 't haringkaken, zou men moord en brand schreeuwen, maar de "nationale eer" kan wèl verdragen dat Havelaar bestolen wordt. Bepaalde zich de oneerlykheid maar tot litteratuur! Maar ook op maatschappelyk, politisch en wysgeerig terrein loopt ze tot in 't onbegrypelyke. De natie kan nog altyd niet _lezen_. Of _wil_ ze niet verstaan wat men haar te lezen geeft?

54. _Bandoeng_: afdeeling, regentschap of adsistent-residentie in de Preanger-regentschappen.

55. _Patjol_: houweelachtige spade.

56. _Banjirs_. Omtrent deze natuurverschynselen verwys ik naar 't stukje: "_Wijs mij de plaats waar gy gezaaid hebt_" een geschrift dat aan dezen regel uit den _Havelaar_ z'n naam ontleende.

57. Zie Noot 37.

58. _Dessah_: dorp. Elders: _kampong_ en _negrie_. De inlandsche oorsprong dezer beide laatste woorden--javaansch, soendasch of maleisch dan--komt me verdacht voor.

59. _Opstandelingen in de Lampongs_. Er bestaat 'n brochure over de hier bedoelde expeditie, welker titel ik niet kan opgeven. Ze is waarschynlyk van '61 of '62, en werd, meen ik, geschreven door den kommandant onzer troepen. Die schryver loochent dat er veel lebaksche uitgewekenen waren onder de door hem bevochten opstandelingen. Ik houd evenwel m'n opgaaf staande, en beroep me op 't getuigenis der officieren die onder hem aan dien veldtocht deelnamen. Juist door een hunner heb ik m'n bewering met 'n zeer sterke uitdrukking hooren bevestigen. Er was 'n tyd dat het ontkennen myner assertien zekere welgezienheid in den Haag meebracht, en dááraan schreef die officier toe, wat hy in z'n gewezen kommandant plompweg 'n: "vervloekt gemeene leugen" noemde. Indien me had mogen blyken dat Nederland belang stelde in waarheid, zou ik sedert lang bewyzen geleverd hebben. Maar 't is vervelend pleiten voor 'n rechtbank die verzot is op leugens.

60. _IJd_ en _eit_. Dit Nootjen is van den heer Van Lennep. Als aardigheid kan het er door, maar in de oogen van 'n volwassen mensch is dat _purisme_ op 't rym waarlyk komiek. Laat de Zeeuwen op z'n zeeuwsch, de Friezen op z'n friesch rymen! En wie in 't geheel niet rymt, doet ook goed, ja ... beter nog! By Göthe en Schiller rymt _Ritter_ op _Jezuïter_, _ehren_ op _währen_, _Kaiser_ op _weiser_, _führen_ op _probiren_, enz. Boileau koppelt _audace_ aan _Parnasse_, _pucelle_ aan _modèle_, e.a. De sop is de kool niet waard. Jammer maar dat nog altyd zoo velen hun wysheid over dergelyke kinderachtighedens aan den man weten te brengen als _Letterkunde_ en zelfs als _poëzie_!

61. _Maniessan_: zoetigheid, konfituren. Het gebruiken hiervan by de thee is van chineschen oorsprong.

62. _Distriktshoofd van Parang-Koedjang_. Hy was schoonzoon en handlanger van den Regent. Ten zynen huize werd myn voorganger vergiftigd.

63. _Kleeding van den Djaksa_. Deze inlandsche ambtenaar was 'n Javaan--geen Soendanees--en daarom eenigszins anders, en opzichtiger, gekleed dan de Hoofden die te Lebak thuis hoorden.

64. Onder de titels van den Gouverneur-generaal behoort ook die van: _Opperbevelhebber van Zr Ms Zeemacht beoosten de Kaap de Goede Hoop_.

65. Deze aanspraak aan de Lebaksche Hoofden wordt, naar my van vele zyden bleek, vry algemeen gewaardeerd. Waarom keurde men dan Havelaar's _handelingen_ die daarmee stipt overeenstemden, geen aandacht waard?

