Max Havelaar Of de koffiveilingen der Nederlandsche Handelsmaatschappy

Part 3

Chapter 33,527 wordsPublic domain

Myn hart sprong op, omdat ik makelaar in koffi ben--_Lauriergracht, N° 37_--en _Menado_ is een goed merk. Dus die Sjaalman, die zulke onzedelyke verzen maakte, had ook in koffi gewerkt. Ik zag nu 't pak met een heel ander oog aan, en vond er stukken in, die ik wel niet alle begreep, maar die werkelyk kennis van zaken aantoonden. Er waren staten, opgaven, berekeningen met cyfers, waaraan geen rym te bekennen was, en alles was met zulk een zorg en nauwkeurigheid bewerkt, dat ik, ronduit gezegd--want ik houd van de waarheid--op het denkbeeld kwam dat die Sjaalman, als de derde klerk eens uitviel--wat gebeuren kan, daar hy oud en stuntelig wordt--heel goed diens plaats zou kunnen innemen. Het spreekt vanzelf dat ik eerst informatiën nemen zou naar eerlykheid, geloof en fatsoen, want ik neem niemand op 't kantoor, voor ik dáárvan zeker ben. Dit is een vast principe van me. Gy hebt het gezien uit myn brief aan Ludwig Stern.

Ik wilde voor Frits niet weten dat ik eenig belang begon te stellen in den inhoud van dat pak, en stuurde hem daarom weg. 't Werd my inderdaad duizelig, toen ik zoo den eenen bundel vóór, den anderen na, opnam, en de opschriften las. Het is waar, er waren veel verzen onder, maar ik vond veel nuttigs ook, en ik stond verbaasd over de verscheidenheid der behandelde onderwerpen. Ik erken--want ik houd van de waarheid--dat ik, die altyd in koffi gedaan heb, niet in staat ben de waarde van alles te beoordeelen, maar, ook zonder deze beoordeeling, de lyst der opschriften alleen was reeds kurieus. Daar ik u de geschiedenis van den Griek verteld heb, weet ge reeds dat ik in myn jeugd eenigszins ben gelatinizeerd geworden, en hoezeer ik my in korrespondentie onthoud van alle citaten --wat op een makelaars kantoor ook niet te-pas komen zou--dacht ik echter by het zien van dat alles: _multa, non multum_. Of: _de omnibus aliquid, de toto nihil_.

Maar dit was eigenlyk meer uit een soort van wrevel, en uit zekeren aandrang om de geleerdheid die voor my lag, in 't latyn aantespreken, dan wel omdat ik het precies meende. Want, waar ik 't een of ander stuk wat langer inzag, moest ik erkennen dat de schryver me toescheen wel op de hoogte van zyn taak te staan, en zelfs dat hy een groote soliditeit in zyn redeneeringen aan den dag legde.

Ik vond daar verhandelingen en opstellen:

_Over het_ SANSKRIT, _als moeder van de germaansche taaltakken_.

_Over de strafbepalingen op kindermoord_.

_Over den oorsprong van den adel_.

_Over het verschil tusschen de begrippen_: ONEINDIGE TYD _en_: EEUWIGHEID.

_Over de kansrekening_.

_Over het boek van_ JOB. (Ik vond nog iets over _Job_, maar dat waren verzen.)

_Over proteïne in de athmospherische lucht_.

_Over de staatkunde van Rusland_.

_Over de klinkletters_.

_Over cellulaire gevangenissen_.

_Over de oude stellingen omtrent het_: HORROR VACUI.

_Over de wenschelykheid der afschaffing van strafbepalingen op laster_.

_Over de oorzaken van den opstand der Nederlanders tegen Spanje_, NIET _liggende in de begeerte naar godsdienstige of staatkundige vryheid_.

_Over het_ PERPETUUM MOBILE, _de cirkelkwadratuur en den wortel van wortellooze getallen_.

_Over de zwaarte van het licht_.

_Over den achteruitgang der beschaving sedert het ontstaan des Christendoms_. (Hè?)

_Over de yslandsche Mythologie_.

_Over den_ EMILE _van_ ROUSSEAU.

_Over de Civiele Rechtsvordering, in zaken van koophandel_.

_Over_ SIRIUS _als middelpunt van een zonnestelsel_.

_Over Inkomende-Rechten als ondoeltreffend, onkiesch, onrechtvaardig, en onzedelyk_. (Daarvan had ik nooit iets gehoord.)

_Over verzen als oudste taal_. (Dat geloof ik niet.)

_Over witte mieren_.

_Over het tegennatuurlyke van School-Inrichtingen_.

_Over de prostitutie in het huwelyk_. (Dat is een schandelyk stuk.)

_Over hydraulische onderwerpen in verband met de rystkultuur_.

_Over het schynbaar overwicht der westersche beschaving_.

_Over kadaster, registratie en zegel_.

_Over kinderboekjes, fabels en sprookjes_. (Dit wil ik wel eens lezen, omdat hy op waarheid aandringt.)

_Over bemiddeling, in den handel_. (Dit bevalt me volstrekt niet. Ik geloof dat hy de makelaars wil afschaffen. Maar ik heb het toch ter-zyde gelegd, omdat er een-en-ander in voorkomt, dat ik gebruiken kan voor myn boek.)

_Over successierecht, een der beste belastingen_.

_Over de uitvinding der kuisheid_. (Dit begryp ik niet.)

_Over vermenigvuldiging_. (Deze titel klinkt heel eenvoudig, maar er staat veel in dit stuk, waaraan ik vroeger niet gedacht had.)

_Over zeker soort van geest der Franschen, een gevolg der armoede van hun taal_. (Dit laat ik gelden. Geestigheid en armoede ... hy kan het weten.)

_Over het verband tusschen de romans_ van AUGUST LAFONTAINE _en de tering_. (Dit wil ik eens lezen, omdat er van dien _Lafontaine_ boeken op zolder liggen. Maar hy zegt, dat de invloed zich eerst openbaart in het tweede geslacht. Myn grootvader las niet.)

_Over de macht der Engelschen buiten Europa_.

_Over het Godsgericht in de middeleeuwen, en thans_.

_Over de rekenkunde by de Romeinen_.

_Over armoede aan poëzie by toonzetters_.

_Over pietistery, biologie en tafeldans_.

_Over besmettelyke ziekten_.

_Over den moorschen bouwtrant_.

_Over de kracht der vooroordeelen, blijkbaar uit ziekten die door tocht veroorzaakt heeten te zyn_. (Heb ik het niet gezegd, dat de lyst kurieus was?)

_Over de duitsche eenheid_.

_Over de lengte op zee_. (Ik denk dat op zee alles wel even lang zal wezen als op 't land.)

_Over de plichten van de Regeering omtrent publieke vermakelijkheden_.

_Over de overeenstemming tusschen de schotsche en friesche talen_.

_Over prozodie_.

_Over de schoonheid der vrouwen te Nîmes en te Arles, met een onderzoek naar het stelsel van kolonisatie der Phoeniciërs_.

_Over landbouwkontrakten op Java_.

_Over het zuigvermogen van een nieuw-modelpomp_.

_Over legitimiteit van dynastien_.

_Over de volksletterkunde in Javaansche rhapsoden_.

_Over de nieuwe wyze van reven_.

_Over de perkussie, toegepast op handgranaten_. (Dit stuk dateert van 1847, dus van vóór Orsini.)

_Over het begrip van eer_.

_Over de apokriefe boeken_.

_Over de wetten van_ SOLON, LYKURGUS, ZOROASTER _en_ CONFUCIUS.

_Over de ouderlyke macht_.

_Over_ SHAKESPEARE _als geschiedschryver_.

_Over de slaverny in Europa_. (Wat hy hiermee bedoelt, begryp ik niet. Nu, zoo is er meer!)

_Over schroefwatermolens_.

_Over het souverein recht van gratie_.

_Over de chemische bestanddeelen der ceylonsche kaneel_.

_Over de tucht op koopvaardyschepen_.

_Over de opiumpacht op Java_.

_Over de bepalingen omtrent het verkopen van gif_.

_Over het doorgraven der landengten van Suez, en de gevolgen daarvan_.

_Over de betaling, van landrenten in naturâ_.

_Over de koffikultuur te Menado_. (Dit heb ik al genoemd.)

_Over de scheuring van het romeinsche ryk_.

_Over de_ GEMÜTHLICHKEIT _der Duitschers_.

_Over de skandinavische_ EDDA.

_Over den plicht van Frankryk, om in den indischen Archipel zich een tegenwicht tegen Engeland te verschaffen_. (Dit was in 't fransch, ik weet niet waarom?)

_Over het azyn maken_.

_Over de vereering van_ SCHILLER _en_ GÖTHE _in den duitschen middenstand_.

_Over de aanspraken van den mensch op geluk_.

_Over het recht van opstand by onderdrukking_. (Dit was in 't javaansch. Ik ben dien titel eerst later te weten gekomen.)

_Over ministerieele verantwoordelykheid_.

_Over eenige punten in de krimineele rechtsvordering_.

_Over het recht van een volk, te eischen dat de opgebrachte belasting ten-zynen-behoeve worde aangewend_. (Dat was weer in 't javaansch.)

_Over de dubbele_ A _en de grieksche_ ETA.

_Over het bestaan van een onpersoonlyken God in de harten der menschen_. (Een infame leugen!)

_Over den styl_.

_Over een konstitutie voor het Ryk INSULINDE_. (Ik heb nooit van dat Ryk gehoord.)

_Over het gebrek aan ephelkustiek in onze taalregels_.

_Over pedanterie_. (Ik geloof dat dit stuk met veel kennis van zaken geschreven is.)

_Over de verplichting van Europa aan de Portugezen_.

_Over boschgeluiden_.

_Over brandbaarheid van water_. (Ik denk dat hy sterk water bedoelt.)

_Over de melkzee_. (Ik heb daarvan nooit gehoord. Het schynt iets in de nabyheid van Banda te zyn.)

_Over zieners en profeten_.

_Over elektriciteit als beweegkracht, zonder week yzer_.

_Over ebbe en vloed der beschaving_.

_Over epidemisch bederf in staathuishoudingen_.

_Over bevoorrechte Handelmaatschappyen_. (Hierin komt een-en-ander voor, dat ik noodig heb voor myn boek.)

_Over etymologie als hulpbron by ethnologische studien_.

_Over de vogelnestklippen aan de javasche Zuidkust_.

_Over de plaats waar de dag aanvangt_. (Dit begryp ik niet.)

_Over persoonlyke begrippen als maatstaf der verantwoordelykheid in de zedelyke wereld_. (Bespottelyk! Hy zegt dat ieder zyn eigen rechter moet wezen. Waar zou dat heen?)

_Over galanterie_.

_Over den versbouw der Hebreën_.

_Over de_ CENTURY OF INVENTIONS _van den Markies van Worcester_.

_Over de niet-etende bevolking van het eiland Rotti by Timor_. (Het moet daar goedkoop leven zyn.)

_Over het menschen-eten der Battah's, en het koppensnellen der Alfoeren_.

_Over het wantrouwen op de publieke zedelykheid_. (Hy wil, geloof ik, de slotenmakers afschaffen. Ik ben er tegen.)

_Over_ "het recht" _en de_ "rechten."

_Over_ BÉRANGER _als wysgeer_. (Dit begryp ik weer niet)

_Over den afkeer der Maleiers van den Javaan_.

_Over de onwaarde van het onderwys op de zoogenaamde hoogescholen_.

_Over den liefdeloozen geest onzer voorouders, blykbaar uit hun begrippen omtrent God_. (Alweer een goddeloos stuk!)

_Over den samenhang der zintuigen_. ('t Is waar, toen ik hem zag, rook ik rozenolie.)

_Over den puntwortel van den koffiboom_. (Dit heb ik ter-zy gelegd voor myn boek.)

_Over gevoel, gevoeligheid_, SENSIBLERIE, EMPFINDELEI, _enz_.

_Over het verwarren van Mythologie en Godsdienst_.

_Over de saguweer in de Molukken_.

_Over de toekomst van den nederlandschen handel_. (Dit is eigenlyk 't stuk dat me bewogen heeft, myn boek te schryven. Hy zegt dat er niet altyd zulke groote koffiveilingen zullen gehouden worden, en ik leef voor myn vak.)

_Over Genesis_. (Een infaam stuk!)

_Over de geheime genootschappen der Chinezen_.

_Over het teekenen als natuurlyk schrift_. (Hy zegt dat een pasgeboren kind teekenen kan!)

_Over waarheid in poëzie_. (Wel zeker!)

_Over de impopulariteit der ryst pelmolens op Java_.

_Over het verband tusschen Poëzie en mathematische wetenschappen_.

_Over de Wajangs der Chinezen_.

_Over den prys van de Java-koffi_. (Dit heb ik ter-zy gelegd.)

_Over een europeesch muntstelsel_.

_Over besproejing van gemeene velden_.

_Over den invloed van de vermenging, van rassen op den geest_.

_Over evenwicht in den handel_. (Hy spreekt daarin van wisselagio. Ik heb het ter-zy gelegd voor myn boek.)

_Over het standhouden van aziatische gewoonten_ (Hy beweert dat _Jezus_ een tulband droeg.)

_Over de denkbeelden van_ MALTHUS _omtrent het cyfer der bevolking, in verband met de onderhoudsmiddelen_.

_Over de oorspronkelyke bevolking van Amerika_.

_Over de havenhoofden te Batavia, Samarang en Soerabaja_.

_Over bouwkunde, als uitdrukking van denkbeelden_.

_Over de verhouding der europesche ambtenaren tot de Regenten op Java_. (Hiervan komt een-en-ander in myn boek.)

_Over het wonen in kelders, te Amsterdam_.

_Over de kracht der dwaling_.

_Over de werkeloosheid van een Opperwezen, by volmaakte natuurwetten_.

_Over het zoutmonopolie op Java_.

_Over de wormen in den sagopalm_. (Die worden, zegt hy, gegeten ... bah!)

_Over de Spreuken, den Prediker, het Hooglied, en de_ PANTOENS _der Javanen_.

_Over het_ JUS PRIMI OCCUPANTIS.

_Over de armoede der schilderkunst_.

_Over de onzedelykheid van het hengelen_. (Wie heeft ooit daarvan gehoord?)

_Over de misdaden der Europeërs buiten Europa_.

_Over de wapenen der zwakkere diersoorten_.

_Over het_ JUS TALIONIS. (Alweer een infaam stuk! Daarin kwam een gedicht voor, dat ik zeker allerschandelykst zou gevonden hebben, als ik 't uitgelezen had.)[5]

En dit was nog niet alles! Ik vond, om van de verzen niet te spreken--er waren er in velerlei talen--een aantal bundeltjes waaraan het opschrift ontbrak, romancen in het maleisch[6] krygszangen in het javaansch, en wat niet al! Ook vond ik brieven, waarvan velen in talen die ik niet verstond. Sommigen waren aan hem geschreven, of liever het waren slechts afschriften, doch hy scheen daarmee zeker plan te hebben, want alles was door andere personen geteekend voor: _gelykluidend met het oorspronkelyke_. [7] Dan vond ik nog uittreksels uit dagboeken, aanteekeningen en losse gedachten ... sommigen werkelyk heel los.

Ik had, zooals ik reeds zeide, eenige stukken ter-zy gelegd, omdat ze my toeschenen in myn vak te-pas te komen, en voor myn vak leef ik. Maar ik moet erkennen dat ik met de rest verlegen was. Hem het pak terugzenden, kon ik niet, want ik wist niet waar hy woonde. Het was nu eenmaal open. Ik kon niet loochenen dat ik 't had ingezien, en dit zou ik ook niet gedaan hebben, omdat ik zoo van de waarheid houd. Ook gelukte 't me niet het weer zóó te sluiten dat er van 't openen niets blyken kon. Bovendien mag ik niet ontveinzen dat eenige stukken die over koffi handelden, my belang inboezemden, en dat ik gaarne daarvan gebruik maken zou. Ik las dagelyks hier-en-daar eenige bladzyden, en ik kwam hoe langer hoe meer--Frits zegt: "_hoe langs zoo meer_" maar dit doe ik niet--_hoe_ meer, zeg ik, tot de overtuiging dat men makelaar in koffi moet wezen, om zóó juist te weten te komen wat er in de wereld omgaat. Ik ben overtuigd dat de Rosemeyers, die in suiker doen, nooit zoo-iets onder de oogen hebben gehad.

Nu vreesde ik dat die Sjaalman op-eens weer voor me zou staan, en dat hy me weer iets te zeggen hebben zou. Het begon me nu te spyten dat ik dien avend de Kapelsteeg was ingegaan, en ik zag in, dat men nooit den fatsoenlyken weg verlaten moet. Natuurlyk had hy my om geld gevraagd, en van zyn pak gesproken. Ik had hem misschien iets gegeven, en als hy my dan den volgenden dag die massa schryvery had toegezonden, ware het myn wettig eigendom geweest.[8] Ik zou dan de tarwe hebben kunnen scheiden van het kaf, ik had er de nummers uitgehouden, die ik noodig had voor myn boek, en de rest verbrand, of in de papiermand geworpen, hetgeen ik nu niet doen kon. Want als hy terugkwam, zou ik het moeten leveren, en hy, ziende dat ik belang stelde in een paar stukken van zyn hand, zou zeker te veel daarvoor vorderen. Niets geeft den verkooper meer overwicht, dan de ontdekking dat de kooper om zyn waar verlegen is. Zulk een pozitie wordt dan ook door een koopman die zyn vak verstaat, zooveel mogelyk vermeden.

Een ander denkbeeld--ik sprak er reeds van--dat bewyzen moge hoe ontvankelyk het bezoeken van de beurs iemand laten kan voor menschlievende indrukken, was dit. Bastiaans--dit is de derde bediende die zoo oud en stuntelig wordt--was den laatsten tyd, van de dertig dagen zeker geen vyf-en-twintig binnen geweest, en àls hy aan 't kantoor komt, doet hy nog dikwyls zyn werk slecht. Als eerlyk man ben ik tegenover de firma--_Last & Co_, sedert de Meyers er uit zyn--verplicht te zorgen dat ieder zyn werk doe, en ik mag niet uit verkeerd begrepen medelyden of overgevoeligheid, het geld van de firma wegwerpen. Zóó is myn principe. Ik geef liever dien Bastiaans uit myn eigen zak een driegulden, dan dat ik voortga hem de zevenhonderd gulden 's jaars uittebetalen die hy niet meer verdient. Ik heb uitgerekend dat die man sedert vier-en-dertig jaren, aan inkomen--zoo van _Last & Co_, als vroeger van _Last & Meyer_, maar de Meyers zyn er uit--de som van byna vyftien duizend gulden genoten heeft, en dit is voor een burgerman een aardig sommetje. Er zyn er weinig in dien stand, die zooveel bezitten. Recht tot klagen heeft hy dus niet. Ik ben op deze berekening gekomen door dat stuk van Sjaalman over de multiplikatie.

Die Sjaalman schryft een goede hand, dacht ik. Bovendien, hy zag er armoedig uit, en wist niet hoe laat het was ... hoe zou 't wezen, dacht ik, als ik hem de plaats van Bastiaans gaf? Ik zou hem in dat geval zeggen dat hy my "m'nheer" moest noemen, maar dit zou hyzelf wel begrypen, want een bediende kan toch zyn patroon niet by den naam aanspreken, en hy ware misschien voor zyn leven geholpen. Hy zou kunnen beginnen met vier- of vyfhonderd gulden--onze Bastiaans heeft ook lang gewerkt voor hy tot zevenhonderd opklom--en ik had een goede daad gedaan. Ja, met driehonderd gulden zou hy wel kunnen beginnen, want daar hy nooit in zaken geweest is, zou hy de eerste jaren als leertyd kunnen beschouwen, wat dan ook billyk is, want hy kan zich niet gelyk-stellen met menschen die veel gewerkt hebben. Ik ben zeker dat hy met tweehonderd gulden tevreden zou zyn. Maar ik was niet gerust over zyn gedrag ... hy had een sjaal om. En bovendien, ik wist niet waar hy woonde.

Een paar dagen daarna, waren de jonge Stern en Frits te zamen op een boekverkooping geweest in _het Wapen van Bern_.[9] Ik had Frits verboden iets te koopen, maar Stern, die ruim zakgeld heeft, kwam met eenige prullen t'huis. Dit is zyn zaak. Doch zie, daar vertelde Frits dat hy Sjaalman gezien had, die by de verkooping geëmploieerd scheen. Hy had de boeken uit de kasten genomen, en die op de lange tafel voortgeschoven naar den afslager. Frits zei dat hy zeer bleek zag, en dat een heer die daar het opzicht scheen te hebben, hem bekeven had, omdat hy een paar jaargangen van de _Aglaia_ had laten vallen, wat ik dan ook zeer onhandig vind, want dit is een allerliefste verzameling van dames handwerken. Marie heeft het samen met de Rosemeyers, die in suiker doen. Ze knoopt er uit ... uit de _Aglaia_ meen ik. Maar onder dat kyven had Frits gehoord dat hy vyftien stuivers daags verdiende. "Denk je dat ik van plan ben vyftien stuivers daags aan jou weg te gooien?" had die heer gezegd. Ik rekende uit, dat vyftien stuivers daags--ik denk dat de zon-en feestdagen niet meetellen, anders had hy een maand of jaargeld genoemd--tweehonderd vyf-en-twintig gulden 's jaars uitmaken. Ik ben snel in myn besluiten--als men zoo lang in zaken is, weet men altyd terstond wat men te doen heeft--en den volgenden morgen vroeg was ik by Gaafzuiger. Zoo heet de boekhandelaar die de verkooping gehouden had. Ik vroeg naar den man die de _Aglaia_ had laten vallen.

--Die heeft zyn congé, zei Gaafzuiger. Hy was lui, pedant en ziekelyk.

Ik kocht een doosjen ouwels, en besloot terstond het met onzen Bastiaans nog wat aantezien. Ik kon er niet toe besluiten, een oud man zoo op-straat te zetten. Streng, maar, waar het wezen kan, zachtmoedig, is altyd myn principe geweest. Ik verzuim echter nooit, iets te vernemen wat te-pas kan komen in de zaken, en daarom vroeg ik aan Gaafzuiger waar die Sjaalman woonde? Hy gaf my 't adres, en ik schreef het op.

Ik peinsde gedurig over myn boek, maar daar ik van waarheid houd, moet ik ronduit zeggen dat ik niet wist, hoe ik 't daarmee zou aanleggen. Eén ding staat vast: de bouwstoffen die ik in Sjaalman's pak gevonden had, waren belangryk voor de makelaars in koffi. De vraag was maar, hoe ik handelen moest om die bouwstoffen behoorlyk te schiften en by-een te brengen. Ieder makelaar weet van hoeveel gewicht een goede sorteering der kavelingen is.

Maar ... schryven--buiten de korrespondentie met de principalen--ligt zoo niet in myn kring, en toch voelde ik dat ik schryven moest, omdat misschien de toekomst van 't vak er van afhangt. De inlichtingen die ik in de bundels van Sjaalman vond, zyn niet van dien aard, dat _Last & Co_ het nut daarvan voor zich alleen kunnen houden. Als dit zoo ware, begrypt ieder dat ik niet de moeite zou nemen een boek te laten drukken dat Busselinck & Waterman ook te lezen krygen, want wie een konkurrent op den weg helpt, is een gek. Dit is een vast principe van me. Neen, ik zag in dat er een gevaar dreigt, dat de heele koffimarkt bederven zou, een gevaar dat alleen door de vereende krachten van alle makelaars kan worden afgeweerd, en zelfs is 't mogelyk dat deze krachten daartoe niet eens voldoende zyn, en dat ook de suikerraffinadeurs--Frits zegt: _raffineurs_, maar ik schryf _nadeurs_. Dit doen de Rosemeyers ook, en die _doen_ in suiker. Ik weet wel dat men zegt: _geraffineerde_ schelm, en niet: _geraffinadeerde_ schelm, maar dit is omdat ieder die met schelmen te doen heeft, zich zoo kort mogelyk van de zaak afhelpt--dat ook de raffinadeurs dan, en de handelaren in indigo er by noodig zullen wezen.

Als ik zoo al schryvende nadenk, komt het me voor, dat zelfs de scheepsreederyen er eenigszins in betrokken zyn, en de koopvaardyvloot ... zeker, dit is waar! En de zeilenmakers ook, en de minister van finantien, en de armbesturen, en de andere ministers, en de pasteibakkers, en de galanteriekramers, en de vrouwen, en de scheepsbouwmeesters, en de groothandelaars, en die in 't klein verkoopen, en de huisbewaarders, en de tuinluî.

En--zonderling toch, hoe de gedachten onder 't schryven in iemand opkomen --myn boek gaat ook de molenaars aan, en de dominees, en hen die Holloway- pillen verkoopen, en de likeurstokers, en de pannenbakkers, en de menschen die van staatsschuld leven, en de pompenmakers, en de touwslagers, en de wevers, en de slachters, en de klerken op een makelaarskantoor, en de aandeelhouders van de Nederlandsche Handelmaatschappy, en eigenlyk, wel beschouwd, alle anderen ook.

En den koning ook ... ja, den Koning vooral!

Myn boek _moet_ de wereld in. Hiertegen is niets te doen! Laat dan Busselinck & Waterman het ook te lezen krygen ... afgunst is myn zaak niet. Maar knoeiers en onderkruipers zyn ze, dit zeg _ik_! Ik heb 't vandaag nog aan den jongen Stern gezegd, toen ik hem in _Artis_ introduceerde. Hy mag 't gerust schryven aan zyn vader.

Zoo zat ik dan voor een paar dagen nog vreeselyk in den brand met myn boek, en zie, Frits heeft my op den weg geholpen. Ik heb dit hemzelf niet gezegd, omdat ik niet goed vind, iemand te laten merken dat men verplichting aan hem heeft--dit is een principe van me--maar wáár is het. Hy zei dat Stern zoo'n knappe jongen was, dat hy zulke snelle vorderingen in de taal maakte, en dat hy duitsche verzen van Sjaalman in 't hollandsch vertaald had. Ge ziet, de verkeerde wereld was in myn huis: de _Hollander_ had in 't duitsch geschreven, en de _Duitscher_ vertaalde in 't hollandsch. Als ieder zich by zyn eigen taal had gehouden, zou er moeite gespaard zyn. Maar, dacht ik, als ik myn boek door dien Stern schryven liet? Als ik er wat by te voegen heb, schryf ikzelf van-tyd tot-tyd een hoofdstuk. Frits kan ook helpen. Hy heeft een lystje van woorden die met twee _e_'s geschreven worden, en Marie kan alles in 't net schryven. Dit is met-één voor den lezer een waarborg tegen alle onzedelykheid. Want dit begrypt ge toch, dat een fatsoenlyk makelaar aan zyn dochter niets in handen geven zal, wat niet strookt met zeden en fatsoen.

Ik heb toen de beide jongens over myn plan gesproken, en ze vonden het goed. Alleen scheen Stern, die een tint van letterkunde over zich heeft--zooals veel Duitschers--stem te willen hebben in de wyze van uitvoering. Dit beviel me nu wel niet zeer, maar omdat de voorjaarsveiling op-hand is, en ik van Ludwig Stern nog geen orders heb, wilde ik hem niet te sterk kontrarieeren. Hy zei dat: "als de borst hem gloeide van gevoel voor het ware en schoone, geen macht ter-wereld hem beletten kon de tonen aanteslaan, die met zulk een gevoel overeenstemmen, en dat hy veel liever zweeg, dan zyn woorden omklemd te zien door de onteerende kluisters der alledaagsheid."--Frits zegt: _scheid_, maar dit doe ik niet. 't Woord is lang genoeg zoo.--Ik vond dit nu wel heel gek van Stern, maar myn vak gaat me vóór alles, en de Oude is een goed huis. We stelden dus vast:

1° Dat hy alle weken een paar hoofdstukken zou leveren voor myn boek.