Mathias Sandorf [3]

Chapter 15

Chapter 153,661 wordsPublic domain

Het uitgestreke plein van Soung Ettelati, dat zich ten oosten buiten de muren van Tripoli uitspreidt, leverde op den 23sten November een zonderlingen aanblik op. Dien dag zou men onmogelijk hebben kunnen zeggen, of dat plein woest of wel vruchtbaar was. Op zijne oppervlakte wemelde het toch inderdaad van veelkleurige tenten, die met roode kwasten uitgemonsterd en met vlaggen versierd waren en de meest schelle kleuren te zien gaven, van gourbis, welks tentlinnen versleten en veelvuldig versteld, den bewoners daarvan slechts onvolkomen beschutting kon verleenen tegen den invloed van den "gibly," een drogen en heeten wind, die uit het zuiden waait. Hier en daar werden groepen van paarden ontwaard, die op oostersche wijze getuigd waren, van kameelen, die op het zand uitgestrekt lagen en wier hoofd veel op een half geledigd vat geleek, van kleine ezels, die niet veel grooter waren dan groote honden, van muildieren met die overgroote zadels getuigd, welker lepel en zadelknop als een bult van een kameel uitsteekt. Verder waren daar ruiters, met het geweer op den rug, met de knieën ter hoogte van de borst, met de voeten in stijgbeugels, die wel eenigermate op sloffen gelijken, met een dubbele sabel aan den koppel, die dan te midden van eene groote menigte van mannen, vrouwen en kinderen rond galoppeerden, zonder zich te bekreunen, of zij ook iemand in het voorbijgaan overrijden en verpletteren konden. Eindelijk werden daar ook nog inboorlingen aangetroffen, die bijna eenvormig met de Barbarijsche "haouly" gekleed waren, waaronder men geen man van eene vrouw zou kunnen onderscheiden, wanneer de mannen namelijk de plooien van dat kleed of die soort deken niet ter hoogte hunner borst met een koperen knoop vastmaakten, terwijl de vrouwen de voorslip zoodanig over het gelaat trekken, dat slechts het linker oog zichtbaar is. De onderkleeding van die haouly, die slechts een soort wollen mantel is, verschilt volgens de klasse, waartoe de drager behoort. De armen dragen haar over de naakte huid, de welgestelden dragen daaronder het vest en de breede broek der Arabieren; de rijken hebben prachtige kleedingstukken, geruit wit met blauw, waaronder zij een tweede haouly van gaas dragen, die uit wol met zijde doorweven bestaat en op een hemd, dat met gouden koortjes versierd is, gedragen wordt.

Waren het alleen Tripolitanen, die daar op dat plein verzameld waren?

Zeker niet. In den omtrek van de hoofdstad verdrongen zich kooplieden van Ghadamès en Sohna en werden gevolgd door eene escorte van zwarte slaven. Dan waren daar Joden en Jodinnen uit de omliggende provinciën. De laatstbedoelden hadden het gelaat ongesluierd, waren volgens hunne geaardheid vet en droegen zeer onsmaakvolle broeken. Verder wemelden daar negers uit de naburige plaatsen die hunne ellendige dorpen verlaten hadden, om hier de feestelijkheden te komen bijwonen. Deze droegen zeer weinig linnengoed, daarentegen veel sieraden bestaande uit ruwe koperen armbanden, halssnoeren van schelpen, reeksen van dierentanden, zilveren ringen in de ooren en in het neusbeen. Dan nog werden daar ontwaard Benoulienen, Awagairren, die den omtrek der Syrtische baai bewonen en die uit den dadelboom, die in hun land groeit, wijn, vruchten, brood en confituren trekken. En eindelijk te midden van die opeenhooping van Mooren, Berbers, Turken, Bedouïnen en zelfs Moucafirs, zooals de Europeanen genoemd worden, paradeerden pacha's, cheiks's, kadi's, kaid's, in één woord al de voornamen van die buurt, die door de menigte van raja's drongen, welke laatsten nederig en voorzichtig uitweken voor de ontbloote sabel der soldaten of voor den politiestok der rapties, wanneer de gouverneur-generaal van dat Afrikaansche bewind van die Turksche provincie, welker administratie--zooals wij weten--van den Sultan van Constantinopel afhankelijk is, in zijne voorname en verheven onverschilligheid voorbijging.

Men telt, zooals reeds gezegd werd, meer dan vijftienhonderdduizend bewoners in het Regentschap Tripoli, met een garnizoen van duizend soldaten. Hierbij dient gevoegd te worden een duizendtal voor de Djebel-, en vijfhonderd voor de Cyrenaïsche streken. De hoofdplaats Tripoli, alleen in de bevolkingstelling opgenomen, bevat niet meer dan dertig of hoogstens vijf en dertig duizend zielen. Dien dag kon evenwel gerekend worden, dat het aantal dier bevolking minstens verdubbeld was, door den toevloed van nieuwsgierigen, die van het geheele regentschap samengestroomd waren. Die landbewoners hadden evenwel geen onderkomen in de hoofdstad des rijks gezocht. Want een zoo groote menigte zou noch tusschen de weinig rekbare walmuren van de versterkte omheining, noch in de woningen, die door het slechte gehalte der gebezigde bouwmaterialen, weldra in een staat van puinhoopen verkeeren, noch in de nauwe en smalle ongeplaveide straten en stegen, waarin voor het meerendeel zelfs de vrije toetreding van lucht ontzegd is, noch in de havenvoorstad, alwaar zich de consulaten bevinden, noch in het westerkwartier, waar de Joodsche volksstam krioelt, noch in het overige gedeelte der stad, dat ter beschikking van het Muzelmansche ras is gebleven, een beschikbare ruimte tot onderkomen aangetroffen hebben. Dat ware inderdaad eene volkomen onmogelijkheid geweest.

Maar het plein Soung-Ettelâtch was uitgestrekt genoeg, om de vele vreemdelingen te bevatten, die samengekomen waren, om het Ooievaars-feest bij te wonen, dat eene legende tot grondslag heeft, welke steeds eenstemmig in de oostelijke landen van Afrika herdacht wordt. Wij zullen straks wel zien waarin dat Ooievaars-feest bestaat.

Die vlakte met haar geel zand, die door de zee bij langdurige oostewinden somtijds overstroomd wordt, kan beschouwd worden als een stukje van de Sahara-woestijn. Zij omgeeft de stad langs drie kanten en heeft eene breedte van nagenoeg een kilometer. Als eene tegenstelling, die schril afsteekt, ontwikkelt zich aan hare zuidelijke grensscheiding de oase Menehié, met hare gebouwen, welker muren van witheid schitteren; met hare tuinen, die met behulp van magere koeien, die het water met een lederen drijfriem uit de diepe putten te voorschijn halen, besproeid worden; met hare bosschen van dadelpalmen, oranje- en citroenboomen; met hare steeds groene struiken, met bloemen overdekt; met hare antilopen, hare gazellen, hare flamingo's. Die oase is een uitgestrekt afgesloten geheel, waarin eene zeer nijvere bevolking leeft, die niet minder dan dertig duizend zielen telt en grootendeels van de veeteelt, den akkerbouw en karavaanhandel bestaat.

Daarachter wordt de eigenlijke woestijn aangetroffen, die op geen enkel punt van het uitgestrekte Afrika de kust van de Middellandsche zee zoo nabij komt. De woestijn, met hare beweeglijke duinvormingen, met hare onmetelijke uitgestrektheid van zand, waarvan de baron de Krafft zoo juist gezegd heeft, "dat de wind daarop even gemakkelijk golven veroorzaakt als op de zee"; een ware Lybische oceaan, waarop zelfs de nevel niet ontbreekt, die evenwel uit onvoelbare stof bestaat.

Het Tripolitaansche rijk--een grondgebied bijna zoo groot als dat van Frankrijk--strekt zich tusschen het Regentschap Tunis, Egypte en de Sahara uit, en heeft eene kustlijn van ruim drie honderd kilometer langs de Middellandsche zee.

Het was in deze provincie dat Sarcany, na Tetuan verlaten te hebben, eene schuilplaats gezocht had. Die streek kon gerekend worden te behooren tot de minst bekende van Noord-Afrika, waar iemand zich dus gevoegelijk kon verbergen, zonder de vrees te koesteren, althans van wege Europeesche autoriteiten ontdekt te zullen worden. Hij was in Tripoli geboren en dat land was het tooneel zijner eerste heldendaden geweest. Hij deed dus niets meer dan naar zijn bakermat terugkeeren. Daarenboven was hij, zooals de lezer zich ongetwijfeld herinneren zal, geaffilieerd aan het zoo gevreesde bondgenootschap van Noord-Afrika en kon hij daar op werkelijke hulp van de Senousisten rekenen, welker belangen hij steeds in den vreemde ijverig had voorgestaan en voor wie hij steeds inkoopen van wapenen en munitiën had verricht. Het was vooral als agent dier dweepers, dat hij indertijd Silas Toronthal zeer veel geld had laten verdienen.

Toen hij dan ook te Tripoli aankwam, had hij huisvesting gevonden in de woning van den Moquaddem Sidi Hassan, het erkende opperhoofd van de Sectegenooten in het district. Bij dien man was hij volkomen te huis.

Na de ontvoering van Silas Toronthal op den weg naar Nizza, eene ontvoering die voor Sarcany onverklaarbaar was gebleven, had deze Monte Carlo verlaten. Eenige duizenden franken, de laatste van vroegere winsten, die hij niet als laatsten inzet gewaagd had, hadden hem veroorloofd, om in de onkosten zijner reis te voorzien en aan de overige mogelijke gebeurlijkheden het hoofd te bieden. En onder die gebeurlijkheden behoorde de mogelijkheid, dat Silas Toronthal, inderdaad door de wanhoop vervoerd, er toe besloten kon hebben, zich op hem te willen wreken, hetzij door het verleden aan het licht te brengen, hetzij door den toestand van Sava bloot te leggen. Want de bankier wist maar al te goed, dat het jonge meisje zich te Tetuan in de macht van Namir bevond. Die overwegingen waren oorzaak, dat Sarcany besloot Marokko zoo spoedig mogelijk te verlaten. Want daar gevoelde hij zich niet meer veilig.

Dat was voorwaar zeer voorzichtig handelen; want zooals de lezer reeds weet, had Silas Toronthal niet lang gedraald met de mededeeling in welk land en in welke stad het rampzalige jonge meisje zich onder het toezicht van het Marokkaansche wijf bevond. Een enkele handdruk van Kaap Matifou was voldoende geweest, om hem tot die mededeeling over te halen; meer niet!

Sarcany had dus het besluit genomen, om in het Regentschap Tripoli eene schuilplaats te zoeken, alwaar hem de aanvals- en verdedigingsmiddelen niet zouden ontbreken. Maar hij begreep,--en dat zag dokter Antekirrt zeer goed in,--dat het reizen derwaarts met een der pakketbooten, die de kustvaart uitoefenen, of met de Algerijnsche spoorbaan te veel gevaren voor hem zou opleveren. Hij gaf er dan ook de voorkeur aan, zich bij eene karavaan van Senousisten te voegen, die naar de Cyrenaïsche landstreek op weg was, en van de gelegenheid gebruik te maken, om in de voornaamste villayets van Marokko, Algiers en het Tunische grondgebied nieuwe geaffiliëerden voor het eedgenootschap aan te werven. Zijn reis had dus, zooals men ziet, een dubbel doel.

Die karavaan, die zeer wel de vijfhonderd uren afstand tusschen Tetuan en Tripoli zou afleggen, en daarbij de noorder-zoom der woestein dacht zou volgen, vertrok op den 12den October van eerstgenoemde plaats.

Sava was thans geheel aan de genade of ongenade van hem, die haar ontvoerde, overgeleverd; maar hare standvastigheid, haar zelfvertrouwen was daarom niet geschokt. Noch de bedreigingen van Namir, noch de toorn van Sarcany scheen haar te deren. Het jonge meisje ontwikkelde eene wilskracht, die een ieder ongelooflijk moet voorkomen.

Bij haar vertrek telde de karavaan reeds een vijftigtal Khouâns of geaffiliëerden, die onder de leiding van een imam, een geestelijke, die hen op militairen voet organiseerde, ingedeeld waren. Er was daarbij geen kwestie, om de provinciën door te trekken, die aan het Fransche gezag onderworpen zijn en waar hun doortocht moeielijkheden zou kunnen ondervinden. Zij zou die langs de zuidelijke grenzen geheel en al ontwijken.

Het Afrikaansche vasteland vormt, door de gedaante van het kustland van Algiers en Tunis, een grooten boog tot aan de westkust van de Groote Syrtische zee, die plotseling naar het zuiden insnijdt. Daaruit volgt natuurlijk, dat de kortste weg van Tetuan naar Tripoli is de koorde welke dezen boog onderspant. En die weg voert niet noordelijker dan Lagouât, een der laatste Fransche steden op de grenzen der Sahara gelegen.

De karavaan trok, na het Marokkaansche keizerrijk verlaten te hebben, langs de grenzen van die rijke Algerijnsche provinciën, welke men voorgesteld heeft "Nieuw Frankrijk" te heeten, en die inderdaad wel Frankrijk zelf mogen heeten, met meer recht dan Nieuw Caledonië, Nieuw-Holland, Nieuw-Schotland, die veel minder op Schotland, Holland en Caledonië, dan Algiers op Frankrijk gelijken. Daarenboven, eene zee van slechts dertig uren breedte, scheidt dat land van het Fransche grondgebied, en met onze tegenwoordige gemeenschapsmiddelen mag die zee geen scheidsmuur heeten.

In het Beni-Matansche, zoowel als in de Oulad Nail en de Charfat-El-Hamal-streken, vermeerderde de karavaan nog met een zeker getal geaffiliëerden. Hare sterkte was dan ook tot ruim drie honderd man gestegen, toen zij het Tunische kustland, op de grens der Syrtische zee bereikte. Zij had toen slechts den oever te volgen, terwijl zij andermaal nieuwe leden onder de Khouâns in de vele dorpen dier provincie aanwierf, en waarbij Sarcany al zijn invloed en schranderheid bezigde.

De karavaan kwam op den 20sten November bij de grenzen van het regentschap aan, na eene reis van ruim zes weken.

Dus op het oogenblik, toen dat Ooievaarsfeest met groote plechtigheid en omhaal zou gevierd worden, waren Sarcany en Namir nog slechts sedert drie dagen de gasten van den Moquaddem Sidi Hassan, wiens woning thans tot gevangenis van Sava Sandorf strekte. Waarlijk, de karavaan had zich wel gehaast, want zij had gedurende de negen en dertig dagen, die zij tot de reis besteed had, een groot traject afgelegd.

De woning van den Moquaddem, welke door een slanken minarettoren beheerscht werd, had met hare witgekalkte muren, waarin volstrekt geen vensters, maar wel hier en daar schietgaten gebroken waren, met hare gecreneleerde terrassen, met hare smalle en lage deur, wel eenigszins het uiterlijk van eene kleine vesting, of beter van een zeer sterk blokhuis. Het was ook inderdaad een ware zaoaiya, welke buiten de stad gelegen was, op de grens tusschen de zandvlakte en de aanplantingen van Menehié, welker akkers, omgeven door een hoog staketsel, tot bij het grondgebied der oase voortdrongen.

Het innerlijke dier woning vertoonde den gewonen bouwtrant der Arabische huizen, met dien verstande dat die bouwtrant hier als het ware verdriedubbeld was, hetgeen te beduiden heeft, dat er drie patio's of binnenplaatsen te tellen waren. Rondom elk dier patio's ontwikkelde zich een vierkant van galerijen met hare zuiltjes en kanteelbogen, waarop de verschillende vertrekken van de woning, die voor het meerendeel zeer rijk gemeubeld waren, uitkwamen. De vloeren dier galerijen waren met kostbare marmersteenen ingelegd, en de zuilen daarvan kunstig gebeeldhouwd.

Op het tweede binnenplein vonden de bezoekers of de gasten van den Moquaddem eene ruime "stufa", een soort van vestibule of van hall, waarin reeds meer dan eene raadbelegging onder de leiding van Sidi Hassan door de Senousisten had plaats gehad. Dat was eigenlijk het vertrek, waarin de saamgezworenen krijgsraad hielden.

Maar behalve dat die woning eene natuurlijke bescherming in hare hooge en doelmatig aangelegde muren vond, bevatte zij bovendien een zeer talrijk personeel, dat tot hare verdediging veel kon bijbrengen, ingeval van aanval van den kant der zwervende Barbaresken, die steeds mogelijk was, of zelfs van den kant der Tripolitaansche autoriteiten, die steeds poogden de Senousisten der provincie aan zich te onderwerpen, hetgeen tot heden niet gelukt was.

Die woning bezat een garnizoen van ruim vijftig geaffiliëerden, die, uitmuntend bewapend, niet alleen ter verdediging, maar ook tot aanval konden dienen. Die mannen, gekozen onder de meest dweepzieken, waren uitmuntend geoefend.

Slechts een enkele deur verleende toegang tot die zaoaiya; die deur was daarenboven uitermate dik en stevig met ijzerwerk beslagen. Men zou haar niet gemakkelijk opengebroken hebben, en slaagde dat ook al, dan zou haar drempel nog niet zoo gemakkelijk te overschrijden zijn; want dan eerst begon het ernstige gevecht.

Sarcany had dus bij den Moquaddem eene veilige schuilplaats gevonden.

Daar hoopte hij zijne heillooze plannen tot een goed einde te voeren.

Zijn huwelijk met Sava moest hem een zeer aanzienlijk vermogen verzekeren, en hij kon desnoods op den bijstand van het eedgenootschap rekenen, wiens belangen bij zijn welslagen direct betrokken waren. Die dweepers zouden niet aarzelen, hem bij zijne snoode plannen bij te staan.

Wat de geaffiliëerden betrof, die van Tunis aangekomen of in de villayets aangenomen waren, deze hadden zich in de Menehié-oase verspreid; maar waren toch gereed, om op het eerste sein te zamen te komen.

Dat Ooievaars-feest zou, zonder dat de Tripolitaansche politie zulks gissen kon, juist de plannen der Senousisten in de hand werken. Daar op die vlakte van Soung-Ettélaté zouden de Khouâns van noordelijk Afrika het wachtwoord der mufti's komen ontvangen, om hunne concentratie op Cyrenaïsch gondgebied te bewerkstelligen en een waar rijk van zeeschuimers onder de machtige bevelen van een kalief te stichten, hetgeen met de overoude neigingen van die strandbewoners maar al te zeer strookte.

Daartoe waren de omstandigheden zeer gunstig, wijl het eedgenootschap juist in de villayet Ben Ghazi, de voornaamste der Cyrenaïsche streken, reeds het grootste ledental telde, hetwelk geheel tot handelen gereed was.

Den dag, waarop het Ooievaars-feest in het Tripolitaansche rijk gevierd zou worden, drentelden drie vreemdelingen op de vlakte van Soung-Ettélaté, tusschen de menigte, welke zich daar bevond, rond.

Niemand zou die vreemdelingen, onder hunne Arabische kleeding, voor Moucafirs, voor Europeanen herkend hebben. De oudste der drie droeg daarenboven zijn kostuum met eene gemakkelijkheid, die slechts door eene langdurige gewoonte kon verkregen worden. Men zag het hem aan, dat hij den tulband en de Chlamyde (bovenkleed) meer gedragen had.

Dat was dokter Antekirrt, die van Piet Bathory en Luigi Ferrato vergezeld was.

Pescadospunt en Kaap Matifou waren in de stad gebleven, waar zij zich met zekere voorbereidende werkzaamheden bezighielden. Ongetwijfeld zouden zij ten tooneele verschijnen, wanneer daartoe het oogenblik gekomen zou zijn. Zij beiden zouden toch in de beraamde plannen de voornaamste rol te vervullen hebben, zooals de lezer wel zien zal.

Het was ter nauwernood vier en twintig uren geleden, sedert de _Elektriek_ 2 in den namiddag onder beschutting van die uitgestrekte rotsen, welke voor de haven van Tripoli een natuurlijken dam vormen, ten anker gekomen was.

De overtocht was, zoowel bij de heen- als bij de terugreis, voorspoedig geweest. Men had zich slechts drie uren opgehouden te Philippeville, aan de kleine kreek Filfila gelegen; overigens niet. En dat oponthoud was nog geschied, om zich Arabische kleeding aan te schaffen. Daarna was de _Elektriek_ onmiddellijk vertrokken, zonder dat hare aanwezigheid in de Numidische golf de aandacht getrokken had. Hare geringe verhevenheid boven de oppervlakte van het water had haar daarbij uitnemend gediend.

Dus, toen de dokter Antekirrt en zijne metgezellen ontscheept waren,--niet op de kaden van Tripoli, maar op de rotsen der buitenhaven--waren het geen vijf Europeanen, die voet aan wal gezet hadden op den bodem van het Tripolitaansche grondgebied, maar waren het vijf Oosterlingen, wiens kleeding de aandacht niet kon trekken. Misschien zouden Piet Bathory en Luigi Ferrato zich, in die kleeding gestoken, door de ongewoonte voor scherpziende toeschouwers verraden hebben; maar Pescadospunt en Kaap Matifou, gewoon aan de veelvuldige gedaanteverwisselingen en verkleedingen der kermispotsenmakers, waren er geheel op hun gemak in, en bewogen zich als volbloed Arabieren. Die beide grappenmakers konden evenwel een glimlach niet verbergen, wanneer zij elkander aankeken.

Toen de nacht ingevallen was, ging de _Elektriek_ zich verschuilen aan de andere zijde van de haven in eene der veelvuldige kreeken van die slecht bewaakte kust. Daar moest dat vaartuig zich gereed houden, om op ieder uur van den nacht of van den dag zee te kunnen kiezen. Aan die opdracht werd natuurlijk stipt voldaan.

Zoodra dokter Antekirrt en zijne metgezellen ontscheept waren, stapten zij langs den rotsachtigen oever voort en volgden daarna den van groote rotsblokken vervaardigden kadedam, die naar Bab-el-Bahr voerde, traden de zeepoort binnen en bevonden zich weldra te midden van de nauwe straten der stad.

Het eerste hôtel, dat zij op hunnen weg ontmoetten,--en de keus was niet moeielijk, want er waren er niet veel,--scheen hun voldoende toe, om er ettelijke dagen, misschien slechts weinige uren door te brengen. Zij toonden zich daar als bescheiden lieden, en gaven voor eenvoudige Tunische kooplieden te zijn, die bij hunne doorreis te Tripoli van de gelegenheid wilden gebruik maken, om het Ooievaars-feest bij te wonen. Daar dokter Antekirrt het Arabisch even zuiver en juist sprak als de overige taaleigens van de Middellandsche zee, zoo kon zijne spraak hem niet verraden.

De kastelein ontving de vijf reizigers, die hem de eer wilden aandoen in zijne inrichting af te stappen, uiterst voorkomend. Het was een dik man, die zeer praatziek was. Daarvan maakte dokter Antekirrt behendig gebruik, en vernam zoodoende zaken, die hem bijzonder belang inboezemden. Al dadelijk wist hij, dat eene karavaan kort geleden van Marokko in het Tripolitaansche rijk was aangekomen. Daarna vernam hij, dat Sarcany, die in het Regentschap zeer bekend was, van die karavaan deel had uitgemaakt en dat hij thans de gastvrijheid genoot in de woning van den beroemden Moquaddem Sidi Hassan in de zaouiya op de vlakte van Soung Ettélaté.

Dat was de reden, waarom dokter Antekirrt, Piet Bathory en Luigi Ferrato, na de meest mogelijke voorzorgen genomen te hebben, zich dienzelfden avond nog begeven hadden te midden der menigte van nomaden op de vlakte van Soung Ettélaté. Zij bespiedden al wandelende de woning van den Moquaddem Si-Hassan, op den zoom van de Oase Menehié gelegen.

Daar was dus Sava Sandorf opgesloten! In die sterke woning bevond zich dus het eenige kind van den graaf.

Sedert het verblijf van dokter Antekirrt te Ragusa, waren nimmer vader en dochter dichter bij elkander geweest dan thans! En toch, door hoeveel hinderpalen waren zij niet gescheiden!

Het was niet alleen een schier onoverkomelijke muur, die het grootste beletsel daarstelde!

Inderdaad, Piet Bathory was in die oogenblikken tot alles in staat, zelfs om met Sarcany te onderhandelen, om Sava maar aan zijne macht te ontrukken. Graaf Mathias Sandorf en hij waren bereid, om hem die wenschen te laten verwezenlijken, welke de ellendeling begeerde! En toch, zij konden en mochten niet vergeten, dat zij recht moesten uitoefenen over den verrader van professor Stephanus Bathory en van graaf Ladislas Zathmar!

Intusschen moesten zij in de omstandigheden, waarin zij zich vonden, erkennen, dat de bemachtiging van Sarcany en de bevrijding van Sava Sandorf uit het huis van den Moquaddem Sidi Hassan eene bijna onuitvoerbare taak was. De moeielijkheden waren schier onoverkomelijk, dat kon onmogelijk ontveinsd worden.

Zou men in plaats van geweld, dat toch geen kans van welslagen aanbood, list moeten gebruiken? En zou het feest, dat den volgenden dag gevierd zou worden, daartoe gelegenheid geven? Ja, dat zou het zonder twijfel. Pescadospunt had daaromtrent een plan ontworpen, en het was met dit plan, dat dokter Antekirrt, Piet Bathory en Luigi Ferrato zich dien avond onledig hielden. Ieders rol moest goed besproken worden, om in het gewichtigste oogenblik geene teleurstelling, die alles verijdelen kon, te ondervinden.

Bij de uitvoering van dat plan zou de moedige ontwerper zijn leven wagen; maar gelukte het hem de woning van den Moquaddem Sidi Hassan binnen te dringen, dan was er veel kans, dat hij er in slagen zou, Sava Sandorf te ontvoeren. Niets scheen voor den moed en de behendigheid van Pescadospunt onuitvoerbaar.