Part 5
Dit is het, wat de vrijheid altijd voor haar aanhangers gevreesd heeft; niet den dood, een edelen en heiligen dood. Dit is het, wat Europa vreesde, toen het wist dat de helden van November 1831, [31] ter dood veroordeeld, begenadigd werden, om naar Siberië te kunnen worden gezonden. Lazen wij niet aan het slot van ieder geschiedverhaal in de mooie verzameling, getiteld Poolsche Zaken, van 1830 (door Straszewicz): "Zij leven, ze zijn in Siberië, ziedaar alles wat men weet; welke hun toestand is naar lichaam en hart, dat blijft ongelukkigerwijs onbekend."
Maar, we zijn het, Goddank, te weten gekomen. We zijn gerustgesteld,--hun ziel is niet dood. Ze hebben haar gaaf behouden, en hun lichaam aan 't noodlot prijs gegeven.--Sommige dood, de andere stervende: alle zijn ze onwrikbaar gebleven in hun geloof en hun hoop.
Een balling, uit Siberië weêrgekeerd (Piotrowski), heeft ons omtrent hun martelaarschap ingelicht.
Peter Wysocki, de jonge held, die den slag van November [32] heeft toegebracht door de militaire school tot medewerking te bewegen aan de bevrijding van Warschau, is het eerste slachtoffer geweest. In 1833, of daaromtrent, in Siberië aangekomen, waagde hij de onderneming om gewapenderhand terug te keeren. Hij moest dus vernietigd worden: hij kreeg vijftienhonderd stokslagen. Men kan er niet méér opleggen, zonder den dood te veroorzaken. Uit verfijnde wreedheid wilde men, dat hij in leven bleef, dat hij gespaard werd om de hardste straffen der dwangarbeiders op hem toe te passen. Wat voor martelingen heeft hij ondergaan! Maar een dergelijke ziel is sterk in vertrouwen op 't vaderland en God!
In 1837 is de beroemde dichter Sierocinski met drie van zijn lotgenooten bezweken. In 1831 voor 't gerecht gebracht en veroordeeld, had men hem, niettegenstaande zijn jeugd en zijn ambt (hij was priester), soldaat gemaakt. Te paard gezet, met de lans ter hand, leidde de ongelukkige het ruwe leven der Kozakken uit de grensstreken, die in Siberië jacht maken op de Tartaren, de smokkelaars. De autoriteiten in Siberië echter, verstandiger dan die te Sint Petersburg, meenden dat men meer nut van hem kon trekken als onderwijzer in een militaire school. Dáár beraamde deze zwakke en tengere man, in wiens lichaam evenwel een veerkrachtige ziel huisde, het vermetele plan, de stoutmoedigheid van Beniowski na te volgen en te overtreffen, door in geheel Siberië te bewerken, wat hij alleen voor Kamschatka deed, nl. de veroordeelden en de inwoners tot opstand te brengen. Het land, dat naar gemeentelijke wetten geregeerd wordt, zou ongetwijfeld voordeel hebben getrokken door zich af te zonderen van het groote rijk, dat slechts het Zuidelijk gedeelte koloniseert en het Noorden een wildernis laat. De oude stammen van het Noorden, vroeger tevreden met hun zwervend herdersbestaan, leven, nu zij hun rendierkudden niet meer kunnen weiden, alleen van de jacht, of liever zij sterven uit en verdwijnen als de Roodhuiden van Amerika.
Er vormde zich een uitgebreide vereeniging. Het plan stond vast, om, als men niet langer stand mocht kunnen houden, zich gewapenderhand een doortocht te banen naar Bucharije, [33] misschien zelfs wel naar Voor-Indië. Drie saamgezworenen werden verraders. Van 1834 tot 1837 werd de zaak te Sint-Petersburg gerechtelijk onderzocht; Sierocinski, steeds onwrikbaar, behield al de kalmte van zijn ziel en maakte verzen in zijn gevangenis.
Eindelijk kwam uit Sint-Petersburg het verschrikkelijk vonnis. Verscheiden Polen en een Rus zouden zeven duizend stokslagen krijgen! zonder dat hun er één geschonken mocht worden!--de overigen drie duizend, wat trouwens genoeg is om er aan te bezwijken.--Generaal Gatafiejew werd expresselijk overgezonden om een wakend oog op de terechtstelling te houden. Zijn wreedheid maakte de verontwaardiging zelfs van de Russen gaande.
Bij het aanbreken van den dag schaarden twee voltallige bataillons, elk duizend man sterk, om de slagen te beter te kunnen tellen, zich buiten de stad ieder in één linie. Gatafiejew plaatste zich in het midden van de strafplaats. Voor spitsroeden gebruikte men dikke stokken, en de soldaten werden dicht bij elkaar geposteerd, opdat de slagen te harder konden aangebracht worden.
"Het was heel koud (Maart, in Siberië!) Men ontdeed Sierocinski van zijn kleederen, en plaatste hem vóór den loop van een geweer, met de bajonet tegen zijn borst gekeerd, wat gewoonte is bij zulke straf oefeningen. Daarna werden twee soldaten aan weerskanten gesteld van den veroordeelde, opdat zijn gang tusschen de rijen door noch zou verflauwen, noch versnellen. Toen kwam de bataillonsdokter naderbij, om den patiënt met versterkende droppels op te wekken, want zijn zwak gestel was door drie jaren gevangenis uitgeput, en hij leek meer een schim, dan een mensch; maar hij had zijn zielskracht en zijn wilskracht behouden.
"Hij wendde het hoofd af, toen de dokter hem de droppels aanbood, en antwoordde: "Drinkt ons bloed en het mijne, ik heb geen behoefte aan uw droppels." Toen het teeken gegeven werd, begon hij met luider stem den psalm Miserere [34] te zingen. Gatafiejew riep driemaal woedend uit: "Harder slaan, harder, harder!" De slagen waren zoo krachtig, dat, toen het slachtoffer, na de rijen één keer langs te zijn gegaan en duizend stokslagen te hebben ontvangen, aan het andere eind van 't bataillon was gekomen, hij flauw viel en in zijn bloed badend op de sneeuw nederzonk.
"Men wilde hem weêr overeind richten, maar hij kon niet meer op zijn beenen blijven staan. Een stellage op een sleê was al in gereedheid gebracht. Sierocinski werd er in knielende houding opgeplaatst, zijn handen werden op zijn rug vastgebonden en hij moest zich vooroverbuigen. In deze houding bevestigde men hem aan het stellage, zóó dat hij zich onmogelijk kon bewegen. Op deze wijs begon men hem door de rijen te slepen. Gatafiejew raasde aldoor: "Harder! harder! harder!" Aanvankelijk kermde Sierocinski nog van pijn, maar het werd hoe langer zoo flauwer en zwakker, om eindelijk geheel op te houden.
"Hij ademde nog na vier-duizend slagen ontvangen te hebben; toen gaf hij den geest. De drie-duizend, die overbleven werden aan zijn lijk toegeteld, of liever aan zijn geraamte. Alle veroordeelden, hij vooral, werden zoo met slagen overstelpt, dat, volgens de uitdrukking van ooggetuigen, Polen zoowel als Russen, met wie ik erover gesproken heb, het vleesch bij iederen slag stuksgewijze opzwol; men zag slechts gebroken beenderen. Dit totdusver ongehoorde bloedbad wekte een algemeene verontwaardiging op onder de Polen en zelfs onder de Russen.
"Een tweetal veroordeelden, die op de plaats dood waren gebleven, en zij die nog adem haalden onder de wreedste folteringen, werden naar het hospitaal overgebracht, en dadelijk daarop werden de Polen en een Rus in éénzelfden kuil ter aarde besteld. De Polen kregen verlof een kruis te planten op de laatste rustplaats dezer martelaars, en tot op heden (1846) verheft zich dit gedenkteeken van zwart hout in de eenzame steppen, zijn armen uitbreidende over het graf der slachtoffers, als om ze te beschermen en de barmhartigheid van God over hen in te roepen."
VII.
VAN HET TOENEMEND SCHRIKBEWIND IN RUSLAND.
MARTELAARSCHAP VAN PESTEL EN RYLEJEW.
Het is juist honderd jaar geleden, dat Rusland de doodstraf heeft afgeschaft. Onze wijsgeeren weenden toen tranen van vreugde. Zelfs nu nog stelt een Russisch schrijver, Tolstoï, [35] er zijn roem in. Gelukkig, menschlievend Rusland, dat alléén op aarde het levend werk van God heeft weten te eerbiedigen, terwijl de Dood nog steeds ten troon verheven is in de goddelooze wetgevingen van het barbaarsche Westen!
Men brengt dus niet meer ter dood in Rusland,--men verbant er alleen. Slechts kan het voorkomen, dat de fijn-bewerktuigde mensch, te dicht in de nabijheid van de pool gezonden, er van kou en ellende omkomt. Ja, wat is daartegen te doen?
Men brengt niet ter dood,--men verlaagt in rang en stand. Slechts kan daarbij iets voorkomen, als onlangs met een zekeren Paulof gebeurde. De beul, zijn degen boven zijn hoofd in tweeën brekende, deed dit, bij ongeluk, met zooveel kracht, dat hij hem den schedel insloeg.
Men brengt niet ter dood,--men ranselt met roeden. De knoet is afgeschaft. Spaar de roede niet aan uw zoon. Het kan echter soms gebeuren, dat de roeden knuppels zijn.
Het vonnis der 7000 stokslagen, waarvan wij hierboven gesproken hebben, bevatte deze bespotting, dat, als de patiënten het leven behielden, zij in de mijnen moesten gaan werken tot aan het eind van hun leven. Nu sterft men gewoonlijk bij 3 of 4000 slagen.
Deze afschuwelijke huichelarij, die men overal in Rusland voelt, is niet de daad van den mensch alleen. Zij is voornamelijk het gevolg van het onoplosbaar vraagstuk, dat aan de regeering is voorgelegd: Door dezelfde wetten de meest barbaarsche en de beschaafdste naties te besturen. Het rijk heeft hierdoor alleen een afschuwelijken Janus [36] voor zich geschapen, die, als hij naar het Westen ziet, zich zachtzinnig voordoet, terwijl hij naar het Oosten zijn waar gelaat toont, dat van Mongoolsche wreedheid.
De woeste stammen van Siberië hebben misschien alleen de juiste opvatting van het bewind, dat boven hen staat. Zij stellen zich den czaar niet voor als een mensch, maar als een tweehoofdig monster, den dubbelen griffioen, half arend, half tijger, dien zij op het Russisch wapen zien.
Dáár moet werkelijk het geheim der Russische wreedheid gezocht worden. In deze niet tot één te brengen tweeslachtigheid ligt Ruslands onmacht. Het werpt er verwoede hinderpalen tegen op, om haar te overwinnen, en alle hinderpalen behandelt het als oproer. Maar in dit onrechtvaardig pogen is het Rusland-zelf, dat in opstand komt tegen de natuur.
Als deze tweeslachtigheid een heftig en ernstig man op haar pad ontmoet, als Peter III of Paul I, [37] dan verschijnt ze in haar ware gedaante, als razernij, krankzinnigheid.
Krankzinnigheid, niet zoozeer van het individu als van den toestand. Peter de Groote, wat voor een genie hij ook was, vertoont zich niettemin in vele zijner daden als een gek. Rus en barbaar van geboorte, is hij door zijn wil een Europeaan: dus een levende tegenstrijdigheid.
Bij Catharina is het juist andersom, daar zij een Duitsche was, die Russin is geworden. Van geestesgesteldheid was zij zeer droog, zeer precies, zeer koud, maar in haar daden geeft ze niettemin het bewijs van het sterkste tegendeel. Als philosofe verdedigt zij in Polen de verdraagzaamheid, maar bewerkt zij tegen de Polen den Bartholomeüsnacht van de Ukraine. [38] Zij laat de revolutionnairen te Praga [39] vermoorden, maar haar kleinzoon [40] door een Zwitserschen revolutionnair opvoeden.
Alexander, zóó opgevoed, door zijn moeder een Duitscher, zacht van aard, is van alle keizers juist degeen, onder wien het Russische volk het meest geleden heeft. In zijn dolzinnige onderneming der militaire kolonies, geleid door zijn onmenschelijken gunsteling Araschieff, tastte hij Rusland in het hart aan, in het gezin, in den huiselijken haard.
Alzoo, welke de persoonlijke aard der czaren ook moge zijn, de verschrikkelijke regeeringsvorm gaat steeds verder in zijn woeden, ten minste het wordt verfijnder. Alexander, die niet de wreede koelheid van Catharina bezat, heeft niettemin Rusland veel dieper getroffen. Maar wat heeft dit alles te beteekenen in vergelijking met den czaar die thans regeert? [41]
Niemand heeft den dood op zoo groote schaal toegepast, niet op enkele personen, maar op geheele volksstammen. De officiëele cijfers, welke de Russen zelf bekend maken, doen van verbazing de handen ineenslaan. Ongehoorde menschenslachtingen, welke het zwaard niet zou hebben kunnen bewerkstelligen, zijn met behulp van de natuur tot stand gebracht, ik bedoel, door snelle overplantingen van geheele bevolkingen naar moordende luchtstreken.
Afstootend en op-zich-zelf-staand schouwspel, zoo'n ver om zich grijpende werkzaamheid van den dood! Behoort een gewelddadige dood dan zoozeer tot de noodzakelijkheden van het leven? Het was nog maar kort geleden, dat de groote uitroeiïng door de Napoleontische oorlogen had opgehouden, toen deze moordende volksverhuizingen begonnen, veel noodlottiger dan veldslagen, en die, in vollen vredestijd, geheele geslachten hebben verdelgd.
De keizer gaf in zijn jeugd geen enkel bizonder kenteeken van een woesten aard, geen enkel van barbaarsche afwijkingen, zooals wèl zijn broer Constantijn. Zijn levensbeschrijver Schnitzler merkt alleen op, dat hij een spotzieke neiging had en er behagen in schepte de hovelingen na te bootsen. Hij ontving, onder toezicht van zijn moeder, zijn opvoeding in 't bizonder van een oude hofdame, gravin Von Lieven, die hem zeker niet op de betere kanten van de menschelijke natuur moet hebben gewezen.
Er werd een zeer sterke invloed op de vorstinnen van de keizerlijke familie geoefend door een eerbiedwaardig geleerde, Rus in merg en been, rechtschapen en onbaatzuchtig, den geschiedschrijver Karamsin. Zij hadden hem een woning gegeven in het park van Tsarsko-Selo. [42] Deze verdienstelijke man, grootgebracht naar den geest der Oudheid, die langen tijd geleefd had in vertrouwelijken omgang met de vroegere czaars, hield van niets zoozeer, bewonderde niets zoozeer als het Schrikbewind en Robespierre. Hij was in 1793 te Parijs geweest, en had er een groote voldoening van meêgenomen. Toen hij van den 9en Thermidor [43] vernam, smolt hij in tranen weg. Al zijn streven bij Alexander, in overeenstemming met de vorstinnen, was hem af te houden van zijn zwak voor 't liberalisme.
Bij dezen invloed voegde zich een andere, die sterk op de Russische groote wereld inwerkte, die van de Maistre. Dank zij dezen uitnemenden schrijver leerde Rusland, als uit den mond van Frankrijk, dat het despotisme, waarover het zich ontschuldigde, juist het ideaal was der menschelijke samenleving. Hoewel Alexander de Maistre voor korten tijd verwijderd had, werd zijn invloed steeds grooter, en de Soirées de Saint-Petersbourg (1822) voerden dien ten toppunt. Zijn paradoxale stelling over den lof van den beul, van dit levend wonder, totdusver te zeer miskend, maakte een diepen indruk. Nicolaas [44] was 26 jaar. Dit boek moest het zaad, door Karamsin uitgestrooid, welig bij hem doen ontkiemen.
Tegen deze vreemde leeringen van de absolute willekeur kwam evenwel een geheiligde macht in verzet die nooit sterft: de Wet, de Rechtvaardigheid. De wetgevende proefnemingen van Catharina werden door Alexander weêr hervat. Hij zocht, bij de gevaren waarin hij verkeerde, een versterking in de wetten. Speranski begon in 1808 het Russisch recht te verzamelen. Maar jonge, energieke mannen bepaalden zich niet tot bijeenbrengen: zij wilden dat dit recht iets levends werd, dat het een ziel had. Voor een van hen doemde het denkbeeld op een wèrkelijk Russisch wetboek saam te stellen, gegrondvest op de vrijheid.
Pestel, zoo heette hij, was een man van genie, practisch, heelemaal geen utopist. Hij schiep zich geen hersenschimmig Rusland. Hij nam het zooals het is, communistisch, en liet het zoo. Hij onderstelde, dat, door de gemeente te versterken, te bevrijden en door haar heur beginsel (de bodem het eigendom van den bebouwer) in toepassing te doen brengen, men het allereerste bestanddeel, het oorspronkelijke molecuul van de Republiek bezat; dat, opklimmende naar het arrondissement (de gemeente vàn de gemeenten), naar de provincie, en eindelijk tot het centrum, men van het Russisch element gemaklijker kon komen tot het republikeinsch bestuur dan tot het Tartaarsche czarendom of het Duitsche keizerschap.
Deze jonge man, toen nog luitenant, doch die als kolonel stierf, maakte den veldtocht in Frankrijk meê, [45] en gaf er het bewijs van een hooggestemd gevoel voor menschelijkheid en recht. Te Bar-sur-Aube [46] gekomen, zag hij hoe Beiersche soldaten de inwoners mishandelden, en zonder te onderzoeken of deze Duitschers ook Russische bondgenooten waren, stormde hij met zijn getrouwen op hen los.
Alexander had juist in dien tijd aan de wereld het zonderlinge schouwspel geschonken van een vrijzinnigen czaar. De vrienden van Pestel werden daardoor om den tuin geleid. Zij vertrouwden kort daarop hun verbeteringsplannen juist aan Alexander. Zij kwamen er een weinig laat meê; Alexander was onder de macht gekomen van de mystieke mevrouw Krüdener; hij was geen keizer meer, maar een heilige geworden. Hij had den ouden mensch afgeschud, en, tegelijk ermede, elke herinnering aan gedane beloften en gewekte verwachtingen uit de dagen van zijn gevaar. Hij hoorde hen welwillend aan, werd bewogen, weende, en zei hun dat voor zulke schoone zaken de maatschappij nog niet rijp was.
Ziende dat hij alles uitstelde tot het hemelsch Jerusalem, namen zij den schijn aan van hun vereeniging te ontbinden, maar sloten zich heimelijk hechter aaneen. Negen jaar lang hebben ze aan haar uitbreiding gewerkt. Zoozeer lag zij in den geest en de noodzakelijkheid van den tijd, dat de deelhebbers tot de ontdekking kwamen van drie soortgelijke vereenigingen, die van elkanders bestaan niets afwisten. De eene (de Ridders, verhelpers van misstanden) was Russisch. Een tweede (de Onafhankelijkheid) was Poolsch. Een derde omvatte Rusland, Polen, àlle Slavische landen, en droeg den naam van Vereenigde Slaven.
Alle drie traden zij in nadere betrekking tot elkander en kwamen ze tot overeenstemming. Twee punten alleen brachten verdeeldheid in de groote Russische maatschappij: de bevrijding van Polen en de vrijmaking der lijfeigenen. Om der billijkheidswil moet gezegd worden, dat de stichters der vereenigingen hieromtrent niet aarzelden. Zelve hadden zij elke lichamelijke kastijding van hun lijfeigenen afgeschaft. Zij wilden den boer vrijmaken en hem den grond, dien hij bebouwde, in eigendom afstaan: d.w.z. dat zij hun leven in de waagschaal stelden voor de zegepraal van een denkbeeld, dat, als het verwezenlijkt werd, hun in de eerste plaats hun vermogen zou gekost hebben.
De stichters, onsterfelijker nagedachtenisse, waren, voor de Zuidelijke vertakking der vereeniging, Pestel, inmiddels tot kolonel bevorderd, en de Mouravieff's, ook officieren; voor het Noorden waren het Rylejew, de Bestousheff's, prins Obolenski en sommige anderen.
Welke bron men ook raadpleegt, het staat vast door aller getuigenissen, dat Rylejew een der verhevenste karakters is, welke de geschiedenis ons te aanschouwen geeft. Militair, daarna beambte bij het Amerikaansch Genootschap, dat te Sint-Petersburg gevestigd was, had hij het niet beneden zijn waardigheid geacht den onbezoldigden post van secretaris bij de lijfstraffelijke rechtbank te aanvaarden; een daad, zooals alleen een uitstekend burger die kan verrichten, in een land van louter omkoopbaren, waar het van belang was dat deze betrekking niet in onwaardige handen viel. Rylejew was een dichter, men leest nog altijd met tranen in de oogen zijn profetisch poëem, waarin hij zich zelf onder den naam van Mazeppa verpersoonlijkt: het op een wild, onstuimig ros vastgebonden slachtoffer, dat, naar de woeste steppen meêgesleurd, er verlaten en eenzaam moest omkomen.
Het eerst van alle Russen schreef Rylejew in dit gedicht het woord, nog zoo weinig begrijpelijk voor de àndere Russen van toen, maar verheven, heilig voor de toekomst... "Vóór alles ben ik burger."
Hij was een zachtzinnig man, vol menschenliefde, en toch heldhaftig. Welke moeite het gerechtelijk onderzoek zich ook gaf om een ander licht op zijn karakter te doen schijnen, het blijft een onomstootelijk feit, dat hij, ziende hoe een der saamgezworenen het vaste plan had opgevat keizer Alexander te vermoorden, hem bad zijn voornemen ten minste uit te stellen, het hem op zijn knieën bezwoer, en, toen hij onwrikbaar bleek, hem toevoegde: "dan zal ik jou veeleer dooden."
Met zulke waardige aanvoerders, was het ongeluk der saamgezworenen, dat zij zich niet nauwer onder elkander aansloten, dat zij aan andere invloeden gehoorzaamden, en hun vereeniging te vèr uitstrekten.
De hoofden van een ander eedgenootschap, die zij tot het hunne hadden toegelaten: Michaël Orloff met enkele zijner medestanders, verzochten en kregen ook gedaan, dat boven Rylejew, wiens werkkring niet heel hoog aangeschreven stond, en boven Pestel, dien men voor te geslepen en te eerzuchtig hield, een dictator benoemd werd. Men koos een man van hoogen rang, uit een geslacht, dat indertijd den troon aan de Romanow's betwist had. Het was een prins Troubetskoi, [47] zachtzinnig, zwak, besluiteloos, juist de persoon die er voor aangelegd scheen een dergelijke onderneming te doen mislukken. Zij, die hem deden benoemen, wilden door de omwenteling alleen een oligarchie van groote heeren vestigen, en vreesden bovenal een energiek leider.
Wij zullen nooit de verbazing van Europa in 1825 vergeten, toen men in de couranten las, dat noch Constantijn, noch zijn broer, [48] keizer wilden zijn. [49] Zij bleven de een voor den ander tegenover deze bloedige kroon en dien troon van vuur staan, zonder er met den vinger aan te durven ráken. In dit land van broedermoord scheen elk van beide, daartoe door den ander aangezet, de uitnoodiging tot opvolging te beschouwen als een oproep tot den dood. Hun houding was werkelijk ernstig gemeend. Constantijn, koning van Polen, gehuwd met een Poolsche, was sedert 1822 bezweken voor de tranen van zijn vrouw en had reeds van tevoren van de opvolging afstand gedaan. Nicolaas, wien dit niet onbekend kon zijn, laat niettemin zijn broer tot keizer uitroepen en den eed van trouw aan hem afleggen. Daarop doet Constantijn opnieuw afstand en volhardt hierbij; de senaat roept nu Nicolaas uit. Dit geschiedt met gesloten deuren, om twee uur in den nacht. Geen verklaring aan het volk, noch aan het leger. Men beschikt over het laatste als over een kudde; het heeft den eed al eenmaal gezworen, en men laat het daarop het tegendeel bezweren.
Men wordt door medelijden aangegrepen, als men de onzekerheid ziet, den volslagen moreelen nacht, waarin de eerlijke ziel van den Russischen soldaat door zijn chefs gelaten wordt. De eenen, aanhangers van Nicolaas, waagden het niet hem in te lichten over den veranderden toestand. De anderen, de saamgezworenen, geen kans ziende hem de begrippen van vrijheid te doen vatten, deden hem gelooven dat Constantijn, aan wien hij trouw gezworen had, de werkelijke czaar was, en hen zou straffen, die naar Nicolaas overliepen. Vervuld van schroom en vrees, bleven die beklagenswaardige lieden voor 't meerendeel werkeloos, roerloos. Sommigen werden slechts meêgesleept door den drang van hun goeie hart en van hun menschelijkheid, toen zij van ontslaggevingen hoorden en men hun zei, dat hun kameraden vermoord werden.
De keizer had het paleis en de citadel gevuld met troepen, die van alle gemeenschap waren uitgesloten. Om zich des te beter te verzekeren van die in het paleis waren, gaf hij zijn zoon, een mooi kind van acht jaar, in hun macht. Ze ontvingen hem met tranen in de oogen, en ofschoon zij behoorden tot de Finsche troepen, die in den opstand waren betrokken, betoonden zij zich onwrikbaar in hun trouw.
De saamgezworenen brachten alleen aan hun zij het regiment van Finland, dat als vréémd stond tegenover Rusland en het tegen wil en dank dient; het regiment van Moscou; het corps garde-mariniers, en de gardegrenadiers, deze laatste niet dan na groote moeite, na een kortstondig maar hevig gevecht, waarin de Bestousheff's de officieren van Nicolaas neêrsabelden en het vaandel veroverden.