Part 1
Wereld Bibliotheek
Onder leiding van L. Simons
MARTELAREN VAN RUSLAND
door
JULES MICHELET
vertaald en van korte aanteekeningen voorzien door S. J. Bouberg Wilson
Uitgegeven voor de Mij voor Goede en Goedkoope Lectuur door G. Schreuders Amsterdam
INLEIDEND WOORD.
Jules Michelet's "Les Martyrs de la Russie" is een halve eeuw oud. Het verscheen in 1854, toen Russische toestanden de verontwaardiging van geheel Europa gaande maakten.
Dat we het nu (en voor het eerst) in het Nederlandsch geven, vindt ten deele zijn verklaring in het feit, dat het, hoewel zoo oud, niets verouderd blijkt. Michelet, de groote liberale Fransche geschiedschrijver van het midden der negentiende eeuw, heeft in dit werkje den geest van het Russische volk, van overheid en onderdrukten, met groote scherpte geschetst. Zijn boekje was een revolutionnair pamflet, bestemd om de Russische officieren te winnen voor de vrijheidszaak, en dat merken we ook aan de bloemrijkheid en de rethorika van zijn stijl, aan het veelvuldige gebruik van de "phrase". Voor ons, menschen van 1905, heeft het vooral bizondere waarde, omdat het ons zoo volkomen doordringt van de voorgeschiedenis der nu wordende revolutie. In dit pamflet van 50 jaar geleden worden toch de onderdrukking in Rusland, het ruw geweld en de gemeenheid der autocratie al als onhoudbaar voorgesteld. Sindsdien is de afschaffing der lijfeigenschap gebeurd, doch de tyrannie is er weinig door verzacht of verzwakt. En het onhoudbare heeft zich nog een halve eeuw staande gehouden. Hoe dit kon, verklaart dit boekje eveneens: door de lijdzaamheid van het Russische volk.
Nog een enkel woord over den Franschen schrijver zelf. Hij was geboren in 1798 en stierf in 1874. In dien levenstijd heeft hij ontzaglijk weten te werken. Als geschiedschrijver gaf hij voornamelijk: Beknopt Overzicht der Nieuwe Geschiedenis (1827), Romeinsche Geschiedenis (1839), Geschiedenis van Frankrijk (1833-1844 en 1855-1867: in zeventien deelen), Geschiedenis der Revolutie (1847-1853: in zeven deelen) en Geschiedenis van de XIXe eeuw (na zijn dood verschenen).
Zijn stijl, zijn levendige voorstelling hebben hem veel bewonderaars verzekerd. Zijn kenschets en geschiedenis van Jeanne d'Arc, de Maagd van Orleans, uit zijn "Geschiedenis van Frankrijk", is een fijngevoeld begrijpen van een katholieke dweepster door een liberaal denker. Wij stellen ons voor, fragmenten uit zijn werken in onze Bibliotheek op te nemen, zooals ook enkele zijner natuur-beschrijvingen op het lijstje staan, dat we van den heer Thijsse ontvingen.
Redactie Wereld-Bibliotheek.
AAN DE RUSSISCHE OFFICIEREN.
Mijne Heeren,
Alweêr menschenlevens ten offer gevallen. Gisteren, 20 Juli, [2] zijn te Warschau, tot ieders ontzetting, zonder reden of voorwendsel, vier gevangenen onverwacht uit hun kerker te voorschijn gehaald, voor uwe militaire rechtbanken gevoerd, veroordeeld en door stokslagen doodgeranseld.
Geen enkel te voren gesmeed komplot verklaart deze wreede strafoefening. Het waren gevangenen, die reeds lang, om staatkundige reden opgesloten zaten. Hun bloedverwanten meenden, dat de komst van den keizer, [3] de aanstaande viering van den vijf-en-twintigsten jaardag zijner troonsbeklimming, hen genade zou doen krijgen.
Nu, begenadigd zijn ze!
Zijt gij het wel, mijne heeren, gij, vervuld van den geest van Frankrijk, door dezen en zijn denkbeelden gevoed: gij, meer Franschen dan Russen, die tot zulke barbaarsche, zulke vernederende straffen bevel kunt geven?
Ons is de geweldige angst niet onbekend gebleven, die u terneder drukt. Een ijzeren vuist dwingt u tot zulke afschuwelijke vonnissen, en doet ze u onderteekenen. Meer dan één onder u zou zeker zijn degen stuk breken, als hij daardoor slechts zijn leven op 't spel zette.
Wij kennen u, wij weten dat, als ge onttrokken zijt aan ieders blikken, gij het waagt menschelijk te zijn. Ik zou kunnen zeggen wáár en in welk opzicht; maar ik zal u niet verraden. Het is waarschijnlijk, dat ge op den 20sten Juli het aantal slachtoffers, dat men u vroeg, hebt beperkt. Van de vier-en-dertig, die ge moest oordeelen, zullen dertig in 't leven blijven: zij gaan naar Siberië!
Welke misdaad hebben die Polen bedreven?
Dat zij juist zoo denken als gij.
Wie verafschuwt, vervloekt méér dan gij het barbaarsche bewind van de bastaard-Duitschers, [4] die Rusland's ondergang bewerken? Wat zou men bij de meesten uwer vinden, mijne heeren, wanneer uw hart werd blootgelegd? Immers de revolutie, het geloof aan den 14den December, het niet-uitteblusschen vuur van Pestel en Rylejew? [5] Droevig noodlot, door heel Europa heen te moeten trekken, en de deelgenooten uwer denkbeelden, de martelaren van uw overtuiging te bestrijden of te veroordeelen--hen, wier dood gij benijdt!
Gij hebt de Hongaren bewonderd, wier opstand slechts door de Russische tusschenkomst van 1849 gebroken werd. De straffen, die volgden, de afgrijselijke beleedigingen, welke heldhaftige vrouwen hebben moeten verduren, gij voelt ze na, evenals wij.
Gij hebt de helden van de Poolsche omwenteling bewonderd, die het in 1837 waagden, door een daad van ongeloofelijke stoutmoedigheid, hun Siberisch verbanningsoord te wapen te brengen: gij waart nog méér lijk dan zij, den dag toen zij onder de stokslagen neêrvielen van uw soldaten, zelven in tranen en vol wanhoop.
Uw hart moet als door een dolk doorboord zijn geworden, toen Wisniowski, [6] in 1847, van de galg af, dit verheven woord verkondigde: "Hebt elkander lief en vergeeft."
Diegenen onder u, die in 1831 dienden, zullen altijd voor oogen en in 't hart houden een droevig beeld, dat hun steeds zuchten en nachtwaken zal kosten. Zij herinneren zich Kroonstad, het plechtig martelaarschap van het Poolsche leger in die drukbezochte haven, ten aanzien van de verontwaardigde zeelieden van de heele wereld. Verscheiden honderdtallen van dapperen, krijgsgevangenen, en wel bij capitulatie, weigerden hun vaderland af te zweren en Russen te worden. Geslagen, genezen, opnieuw geslagen toen hun wonden zich sloten, volhardden zij als onverwinlijken, totdat de karren hen wegvoerden, aan flarden geranseld, vormelooze, afzichtelijke massa's vleesch, waaraan niets meer den mensch deed herkennen.
Welke zijn uw ongeopenbaarde gevoelens bij dergelijke verschrikkelijke beproevingen? Ze zijn voor ons geen geheim.
Het zij mij vergund een feit te noemen:
In een oorlog van jongen datum werd een uwer jeugdige officieren, bij zijn komst in een stad van het overweldigd land, ingekwartierd bij een dame uit de groote wereld, die, vol van wrok tegen de Russen en Rusland, hem door haar bedienden liet ontvangen en weigerde hem te zien. Niet dan met groote moeite slaagde hij erin tot haar door te dringen en sprak hij aanvankelijk op hoogen toon. Zij, onwrikbaar, heldhaftig, antwoordde zooals het Vaderland-zelf den vijand zou te woord gestaan hebben... Het hart van den jongen man verdroeg dit niet, en, van bewondering aangegrepen, zich aan haar voeten werpende, zei hij onder tranen: "Mevrouw, wij zijn ongelukkiger dan u...; van mijn geheele familie ben ik alléén over; ze zijn allen in Siberië."
Dus, gij treedt naar voren, zwijgend, bleek, den degen in de hand, om, tegen uw overtuiging in, het vonnis uit te voeren, dat een vijandig noodlot heeft geveld. Gij treedt naar voren, met gebogen hoofd, zonder achter u noch vóór u uit te zien.
Achter u ligt Siberië, bevolkt door den Russischen adel, en de Kaukasus, of de algemeene slachtplaats, waar men u laat ombrengen. Niettemin gaat gij voorwaarts.--Achter u is de revolutie, waarmeê ge sympathiseert, Frankrijk en de Fransche gedachte-wereld, uw geheele zijn vertegenwoordigend. En niettemin gaat gij voorwaarts.
Hebt medelijden met u-zelf... Welk gevaar loopt gij ten slotte, tenzij te sterven?
Maar sterft ge dan niet reeds? Is uw leven niet de dood?
Velen, in dezen droevigen toestand, trachten zich zelven te bedriegen. Zij doen zich geweld aan om volijverig te zijn voor de grootheid van Rusland.
Laat ons onderscheiden, mijne heeren. Dit woord heeft twee zeer verschillende beteekenissen: het rijk en het volk. Welnu, het rijk heeft geen stap gedaan--ik maak mij sterk het te bewijzen--die niet tevens een schrede was naar de vernietiging van uw nationalen geest, de uitwissching van het Slavisch karakter, dat u kenmerkt. De eenige goede omschrijving van de schrikkelijke regeering, waaronder gij gebukt gaat, is: de ondergang van Rusland.
Anderen, die zich zelven niet wat trachten wijs te maken, sluiten de oogen, geven zich over aan het noodlot; zij zetten zich neêr, enkel in twijfel gevangen; nemen plaats boven den afgrond: "Wie weet waar de oorzaak schuilt?" zeggen zij. "Wij zijn verdorven, dat is zoo. Maar het Westen is 't niet minder... Laat ons genieten, en dan sterven."
Ja, de Westersche wereld is verdorven, doch in de opperste lagen, de eenige die ge kent, veel meer dan in de onderste. Frankrijk bezit bovendien dit vóórdeel, dat het, meer of minder verdorven, steeds in zich zelf het vermogen behoudt tot zedelijke vernieuwing door de kracht der denkbeelden. Frankrijk leeft van den geest, en het vindt daarin een onuitputtelijke opwekking, kracht tot ommekeer en wedergeboorte. Zijn aanvallen van zwakte zijn niet gering. De wereld roept dan uit: "Het is dood." Men riep 't bij Rosbach. [7] En toch hernam het, juist door deze nederlaag en opgewekt door een flauwen lichtstraal, zijn vorige kracht en gloed, bemoedigde hen, die vreesden dat zijn levenszon uitgedoofd was, en, door zijn geest een herschepping ondergaande, werd het 't licht der wereld.
Dit herscheppingsvermogen, het ligt in de gedachte die zich telkens hernieuwt. Wat zou er van een volk worden, dat, na zijn oorspronkelijkheid ingeboet te hebben, afgehouden werd van den omgang met elk ander, aan zich zelf overgelaten, buiten het verkeer met menschen gesloten, als men de vrije toestrooming van versche lucht tegenhield?
Dit is het geval met het Russische volk.
Zijn leven lag in de gemeenschap, een kleine patriarchale maatschappij, die den grond onder haar leden verdeelt en er hun de afwisselende bebouwing van overlaat. Een machtige onderlinge band. Tegenwoordig is de bewoner losgerukt van den bodem en van de gemeenschap. Vroeger bezitter van dien grond; sedert, gedurende twee eeuwen, als lijfeigene eraan vastgehecht, troostte hij zich met de voorstelling, dat het juist andersom was.--Het is nu zoover gekomen, dat hij er niets meer van is dan een verplaatsbaar aanhangsel, een stuk gereedschap, dat men aan de mijnen, aan de fabrieken verkoopt.
Een aandoenlijke toestand, die tot tranen toe ontroert. Deze tot de lijfeigenschap gedoemde bevolking had zich met het hart erop toegelegd haar in overeenstemming te brengen met de natuurlijke menschelijke gevoelens; de lijfeigene noemde zijn meester vader. Hij was het kind van zijn heer, en de heer de zoon van den czaar. Heel deze wereld had zich vereenzelvigd met het denkbeeld van vaderschap. Daarin zat het geloof en het gansche hart van den Rus... En gij hebt dat hart gebroken!
Den lijfeigene aan uw agenten overleverende, die hem tot wanhoop brengen, hebt gij de keizerlijke politie tegen zijn oproerigheden moeten te hulp roepen, haar verbreiding moeten aanvragen over het geheele rijk, in ieder dorp den bleeken, kwaadwilligen man doen komen, die den boer bedreigt en den meester verraadt. Vroeger ongetwijfeld zeer afhankelijk in uw verhouding tot den czaar, hadt ge ten minste dit geluk, dat de punten van aanraking zeldzaam waren; oppermachtig thuis, van het oogenblik af dat de winter alle gemeenschapsmiddelen verbrak, hield de dwangheerschappij voor u op. Acht maanden per jaar waart gij koningen. Met den herfst sloot gij uw deur, en niemand kwam u verontrusten. Tegenwoordig ontmoet ge op uw goederen overal den onheilspellenden man, met het gluipend, ter-zij-uitziend oog, door wien de czaar van Sint-Petersburg uit u aanziet.
Een mijner vrienden bevond zich eens in een Russisch paleis, in het hart van 't rijk, ver van alle wegen verwijderd, en nam deel aan een grooten maaltijd, welken de vrouw des huizes gaf aan den talrijken adel uit de buurt. De eetzaal zag op een uitgestrekt park uit, waarvan de voornaamste laan vlak naar het midden venster voerde en de plaats, welke de dame aan tafel innam. Plotseling houdt zij op te spreken, blijft roerloos zitten, de oogen naar buiten gericht... daarop verbleekt zij; ziet als een doode, siddert... zij klappertandt... Zij is op het punt in onmacht te vallen. Een militair-uitziend persoon treedt de zaal binnen; het was de generaal der keizerlijke gendarmerie, dien ze had zien aankomen. Ze dacht niet anders of ze was verloren. Gelukkig stelt hij haar gerust. Een ongeval, hem met zijn rijtuig overkomen, had hem opgehouden, en hij had daarom een anderen weg ingeslagen, om haar een bezoek te brengen.
Zoo leeft gij nu. Gedwongen te kiezen tusschen twee verschrikkingen, van onderen de muiters vreezende, van boven den verpletterenden afgod, die iederen dag zwaarder drukt, zoekt gij uw toevlucht onder de bescherming van den laatste. Gij vlucht, waarheen? Ongelukkigen! Naar het bloedig altaar van Moloch. [8]
Wat déze verschrikkelijke god verslindt, zijn echter niet alleen menschen; het is ook het talent, de innerlijke kracht, de levensvatbaarheid van Rusland.
Van 1812 tot 1825 hebt gij een proef genomen op de nationale veerkracht. Het zachtzinnige vaderschap van Alexander [9] werd de vertrouwde van uwe menschlievendheid. De gebeurtenis van den 14en December verschrikte, beklemde de harten, drong ze weêr terug naar de eigenbaat.
De letterkundige werkzaamheid duurde nog voort, bij gebreke van die van den staat; zelfs in dezen onschuldigen kring werd het Russische zieleleven vervolgd, de poëzie gedood mèt de dichters... Lermontow gedood. Gribojedew gedood. Puschkin gedood. En welk een tragische dood! [10]
Kort na 1840 eindigt uw letterkunde. Diep stilzwijgen, gij laat u niet meer hooren. Gelooft gij, dat men u kwijtschelding geeft? Neen, een nieuw jachtveld voor vervolgingen wordt geopend, uitgestrekter, verschrikkelijker. Het despotisme, tot dusver uitwendig, materiëel, wil nu tot de zielen doordringen, en maakt zich ongerust over het geloof.
"Gij gehoorzaamt; goed. Als Polen en als Rusland zijt gij gebroken; best... Toch ontbreekt er iets, zonder 'twelk de rest mij niets waard is: gij moet mij erkennen als richtsnoer van uw denken, als beslisser in uw geloofszaken; in mij moet gij vereeren de vereeniging der twee machten, zonder welke niets bestaat. Als beide mij toebehooren, ben ik een gehéél, ben ik God."
Zoo spreekt Nebukadnezar; [11] hij heeft het doen verkondigen door een van zijn slaven (Januari 1850); hij heeft verklaard, dat Rome uitgediend had, dat de Latijnsche kerk vereenigd moest worden met de Grieksche, de eenig katholieke, d.i. de algemeene, en dat de Czaar de Opperpriester van de geheele wereld was.
Grootvorst Michaël had het reeds gezegd, twintig jaar vroeger, bij gelegenheid van een bezoek aan de Sint-Pieter te Rome, toen de paus juist den kerkdienst waarnam: "Dit is alles wel mooi, wel verheven; maar wat zal het schoon zijn als wij hier eens den dienst verrichten!"
De keizer heeft meer gedaan, dan een woord te spreken. Sedert 1833 heeft hij gehandeld als paus, door de wreede vervolging der Uniaten (Grieken, vereenigd met Latijnen). Polen, staatkundig reeds verpletterd, heeft ook nog de slachtoffers geleverd voor deze verschrikkelijke godsdienstige strafoefening.
Wat wil de nieuwe God anders doen, dan Rusland mishandelen en de aanhangers der tallooze secten, die er zich, totdusver onder de bescherming der heeren, verborgen? Reeds deze ongelukkigen alleen verschaffen, gemiddeld per jaar, vijfhonderd ballingen aan Siberië.
Zóó slaat deze macht met den dood, verbrijzelt, verslindt. Als zij niets had om tusschen haar moordende kaken te nemen, zou zij zich-zelve verscheuren.--Staatkundig leven? Verslonden. Letterkundig leven? Verslonden. Nu heeft zij 't gemunt op het godsdienstig leven, in Rusland en in Europa. Zij nadert, met open muil. Waarom is de revolutie haar onuitstaanbaar? Het orgaan van den czaar heeft het met buitengewone openhartigheid gezegd: omdat de Fransche revolutie een godsdienst is.
Frankrijk en de revolutie zijn volstrekt niet ongerust en vreezen niets.--Wie moet vreezen? Gij vooral, mijne heeren. Het werktuig, waardoor deze macht de wereld aangrijpt, kiest zijn steunpunt op u, het drukt u neêr en verplettert u. Het verricht niets naar buiten, zonder het eerst naar binnen te hebben gedaan.
Het is niet maar een mensch, merk dit wel op, het is een werktuig. De dood van een menschelijk wezen (ofschoon de kracht van zijn persoonlijkheid de drukking vermeerdert), zijn dood, zeg ik, kan niet volstaan om het zoo verbazend gespannen mechaniek te verminderen.
Wie kan het losser maken, meneeren? Gij, meer dan iemand anders. Zelfs de czaar vermag niets zonder u.
Indien hij de machine door bovenmatige krachtsoefening, zoo natuurlijk bij de oppermacht, met behulp van vreemdelingen, die den Russischen aard niet kennen, haar hoogste spankracht heeft doen bereiken,--dan hebt gij die er niet minder aan gegeven, door het lot van den lijfeigene te verzwaren, door overal, om de oproerigen in toom te houden, de tusschenkomst van de keizerlijke macht noodzakelijk te maken. Gij hebt aan den troon van den czaar dit nieuwe, verschrikkelijke overwicht geschonken, waaronder Rusland kraakt.
De stelling, die gij inneemt, is nog sterk; uw macht, ten goede en ten kwade, ontzaglijk. Het volk, tusschen u en den czaar geplaatst, zou aan u de voorkeur geven. Vrijgemaakt, is het aan erger dienstbaarheid overgeleverd: die der omgekochte bureaucraten, zonder hart of eergevoel. Wat het vraagt is, dat gij het, door u aan te sluiten bij het echt-Russisch element, de gemeenschap, zoowel tegen de regeering als tegen uw eigen zaakwaarnemers beschermt. De gemeenschap zou, onder uw bescherming, zich oefenen in de vrijheid. Luistert naar de mannen van den ouden stempel, en naar de ouden van dagen, eerbiedigt zeden en gewoonten; legt uwen intendant het zwijgen op tegenover den starost [12] en de plaatselijke patriarchen. Verwijdert de zakenmenschen. Zorgt, dat de grondpachten matig, billijk worden; dat de obrok (de vaste belasting), ongelukkigerwijs tegenwoordig in Groot-Rusland minder verbreid, algemeen worde, de aan verandering onderhevige heerendiensten vervange en uit vrijen wil worde toegestaan.
Wanneer de plaatselijke regeering aldus van haar banden wordt bevrijd, zal het centraal bewind voor u een minder noodzakelijke beschermer zijn. Het zal voelen, dat gij sterk zijt door de liefde der uwen, en het zal u ontzien. Alles zal trapsgewijze milder worden, juist zooals het in de natuur gaat.
Rusland heeft voor zijn grootheid niet noodig een tegennatuurlijke wereld te blijven.
"Keert tot de natuur terug."
Als men haar eenmaal verlaat, maakt de eene gedrochtelijkheid iedere andere, niet minder monsterachtig, noodzakelijk, onvermijdelijk.
Om maar één voorbeeld te geven, uw kankerende wond, Polen, vraagt den Kaukasus ter zuivering. En de etterende plek, de Kaukasus, eischt onophoudelijk het Russisch bloed, het Poolsch bloed.
"Keert tot de natuur terug."
Maakt de gestrengheid van uwe politie minder wreed, door haar overbodig te doen zijn. Dat zal zij zijn, als de lijfeigene u zegent.
Viert de teugels aan de barbaarsche gestrengheid van uw militaire inrichting. Het uitwendige heeft er toch het wezen van vernietigd. Zij zou veel krijgshaftiger zijn, als zij niet vervallen was tot de aanmatigende geweldenarij van de Duitsche krijgstucht.
Rusland is een veroverende staat en moet het zijn, volgens de natuurwet. Zijn veroveringen liggen in het Zuiden.
Raadpleegt den eersten den besten Rus; er is er niet een, die zich om het Westen bekommert. Zijn ras en zijn geest zijn van een Zuidelijke natie, die zich ongelukkigerwijs naar het Noorden ziet verbannen.
Laat dit bibberende volk zich komen warmen in het Zuiden, afdalen naar de vruchtbare steppen, die, eenmaal goed bebouwd, meer waard zullen zijn dan Polen, en een Italië zullen worden. Rusland glooit in werkelijkheid naar de Zwarte Zee af. De menschen gaan er van zelf heen, evenals de rivieren er naartoe stroomen; en telkens als ze in de nabijheid komen van dat paradijs, de Krim, meenen zij hun vaderland terug te vinden.
Wanneer gij uw wettige en natuurlijke zending gaat vervullen, de verovering van de woestenij in het Zuiden, zult gij zonder spijt een ontaarden strijd beëindigen. Dan zult gij voldoening schenken aan uw zuster, aan Polen; het helpen om zich los te maken van Duitschland, en het eigenhandig herstellen. Het zal u verzoenen met God en met Europa, en als een gezegende zult gij tot de broederschap der menschheid weêr toegelaten worden.
II.
Een vrijdenker uit Friesland, een officier die den dienst der Russische garde verlaten had en die een boeiend werk geschreven heeft over de militaire dwingelandij, welke hij had aanschouwd en ondervonden, de heer Harro Harring, [13] plaatste als motto boven zijn boek: Ausi (ik heb het gewaagd), 1832.
Weinige jaren vroeger had een Duitscher, luitenant Mörtens, evenzeer uit Russischen dienst getreden, schrijver van een klein boek over de buitenlandsche aangelegenheden van Rusland, zich te Dresden metterwoon gevestigd. Wie zou niet gedacht hebben, dat hij in deze stad, onder 't oog van Duitschland, zich in veiligheid bevond? Niettemin is hij, zonder eenig spoor van zich na te laten, verdwenen, en niemand heeft kunnen zeggen, wat er van hem geworden is (1829). Men gaf de schuld aan het Russisch gouvernement, en dit is er niet boos om geworden: het zoekt immers zijn voordeel in vreesaanjaging!
Toen men kennis kreeg van de Juli-revolutie, [14] bevonden zich twee zeer bekende en zeer geachte Fransche ingenieurs, de heeren L... en Cl... in een gezelschap te Moscou. De eerste hield zijn mond; de tweede besprak en prees de omwenteling. Denzelfden avond gevangen genomen, zou hij naar Siberië overgebracht zijn, als onze gezant niet in tijds gewaarschuwd was en hem met aandrang had opgeëischt.
Geen enkel paspoort gaf den vreemdeling zekerheid. Kotzebue [15] was in 't bezit van een Pruisischen pas, volkomen in orde, toen hij te Petersburg werd opgelicht en in eens door, regelrecht naar Tobolsk [16] werd gevoerd. Men had hem bang willen maken, en het vervolg bewees, dat men daarin volkomen geslaagd was. Hij bekeerde zich zonder voorbehoud, en werd oprechtelijk goed-Rus; zóó goed, dat de keizer, verheugd over zijn ommekeer, hem tot directeur der schouwburgen van de hoofdstad aanstelde. Men weet, dat hij, sedert dit tijdstip, met zijn aan Rusland verkochte pen Duitschland verried en belasterde.