Chapter 9
[85] _Uriël_. In _Adam in Ballingschap_ treedt dezelfde Engel op, om Adam en Eva ter verantwoording te roepen, ze daarna uit Eden te verjagen. Doch de dramatische toestand is in beide stukken in ieder opzicht verschillend, en in de _Adam_ moest de hier geschilderde volgorde en rol der personagiën wel afwijken.
[86] _Ozias, Azarias_ en _Maceda_. Of Vondel deze Engelennamen zelf verzonnen heeft, dan wel ze aan onbekend gebleven overleveringen ontleende, is nog niet gebleken. V. was ontzaglijk belezen in de theologische literatuur van zijn tijd (zie ook mijn studie over zijn _Jeftha_) en het zou me niet verwonderen als men ook hier den oorsprong van deze namen nog eens vond. De rol van Ozias doet denken aan die van Hephaistos in Aeschylos' _Promotheus Geboeid_ (W.B. 182.)
[87] _Vervloekte jacht_, 't Vervloekte wild.
[88] _de put des afgronds en zijn holen_: de Hel met al haar afdeelingen, waarin 't eeuwige vuur en de felste koude samen wonen, met al de verdere gruwelen, door Dante beschreven.
[89] zie [83].
[90] vlgg. Plechtiger en vromer kon Vondel zijn gewijd treurspel moeilijk besluiten dan met deze laatste aanbidding van den Rei. (Zie _Inleiding_.)
[91] zie [83].
* * * * *