Leven en streven van L. R. Koolemans Beynen
Part 6
"Door een zonnigen zomerdag begunstigd, te midden eener indrukwekkend schoone omgeving, liep de Pandora met alle vierkante zeilen bij tusschen de fantastische ijsbergen door, waarvan er meer dan honderd in zicht waren en die, door de ruwe heuvelachtige ijsvelden vereenigd, met deze een verbond schenen te hebben gesloten, om haar het verder doordringen te beletten. Maar ongedeerd volgde ons klein schip, door de tegenstelling nietiger en kleiner dan ooit, den kalmen, donkeren waterweg, die zich als een slang tusschen de glinsterende ijsgevaarten kronkelde, terwijl deze in vorm en gedaante de meest verschillende zaken voorstelden. Nu eens vertoonde zich aan ons oog een hoog oploopend amphitheater, dat terug deed denken aan de Grieksche spelen, dan weer een oude ingestorte ruïne met nog enkele opstaande Gothische gewelven. Statige zuilen en kunstige pyramiden werden afgewisseld door sterke kasteelen en puntige dorpstorens, die in wit marmer uitgehouwen meesterstukken van architectuur vormden.
"'s Middags echter wakkerde de wind meer en meer aan, zoodat weldra alleen de dichtgereefde marszeilen konden bijgehouden worden. Toch liep de Pandora nog vijf of zes mijl, maar ook de ijsvelden zeilden zeer snel en begonnen de grenzen van het bevaarbare water, voor ons uit, al meer en meer te beperken.
"'s Avonds te 5 uur kwam er bovendien nog een zware mist opzetten en te 6 uur was deze zoo dik, dat onze gezichteinder tot den verbazend grooten afstand van nauwelijks honderd meter werd beperkt. Het zijn vooral deze onophoudelijk voorkomende noordsche nevels die de ijsvaart zoo moeielijk en gevaarlijk maken, en wanneer zij plotseling al het schoone van de omringende natuur achter een dicht omhulsel verbergen, is de indruk telkens weer even onaangenaam. De tegenstelling is dan ook zoo groot. Het eene oogenblik een lieve zonneschijn, die leven en kleur aan alles bijzet, en 't volgende een grauwe akelige mist, die den vroolijksten aan boord tot droefgeestigheid stemt. Enkele malen even snel wegtrekkend als hij onverwachts gekomen is, houdt hij soms dagen achter elkaar aan. Gewoonlijk hangt hij laag op 't water, zoodat de blauwe lucht voortdurend zichtbaar blijft.
"Voor een ieder onaangenaam, is zulk weer voor den gezagvoerder, die de verantwoordelijkheid welke op hem rust gevoelt, een ware beproeving. Het onbekende vertoont zich dan aan hem in al zijn verschrikkingen. Was het te voren reeds moeielijk tusschen de uitgestrekte ijsmassa's door te sturen, nu men de bewegingen daarvan niet meer nauwkeurig volgen kon, werd het varen steeds bezwaarlijker! Ook nu weer ondervonden wij al het moeielijke van zulk een toestand.
"De vaart werd zooveel mogelijk verminderd, doch met de laagscheepsche zeilen alléén bij, liep het scheepje toch nog 3 mijl. Zooveel mogelijk werd om de noordwest gekoerst, doch het spreekt van zelf, dat men daar ieder oogenblik van moest afwijken om de ijsbergen en ijsvelden te ontwijken, die al dichter en dichter schenen samen te pakken. Tot acht uur 's avonds ging dit nog redelijk goed, doch toen blonk door den nevel heen de glans van scholijs ons van alle kanten tegen.
"Gelukkig had kapitein Young order gegeven de vuren aan te steken en stoom op te houden, zoodat wij met behulp daarvan snel konden afhouden. Het schip lag noordoost voor en de wind, die zuidelijk was, kwam dus aan stuurboord in.
"De ra's rond te brassen, en de schoten der langscheepsche zeilen over te redderen was 't werk van een oogenblik.
"Naarmate de Pandora den zoom van 't ijsveld volgde, doemden achtereenvolgens verschillende ijsbergen op, die den rand er van omgaven. Spoedig bleek, dat wij te midden van een dichte groep dier reusachtige gevaarten waren geraakt, die ons door den nevel heen van alle kanten grimmig aanstaarden.
"De bevelen, door kapitein Young met kalmte gegeven, werden echter flink en oogenblikkelijk uitgevoerd en zonder te aarzelen stuurde onze onverschrokken gezagvoerder de kleine Pandora tusschen enkele dezer gevaarlijke massa's door, zoodat zij spoedig in een veiliger omgeving weêr langzaam om de noordwest liep. Een oogenblik scheen de toestand nu gunstiger te zullen worden. Het water werd meer open. Tal van "rotches," [4] die de nabijheid van land verraadden, vlogen overal rond en voor meer dan een uur was er, voor zoover de nevel toeliet te oordeelen, geen ijs te zien.
"Reeds begonnen wij ons te vleien spoedig kaap York en het open "Northwater" te zullen bereiken, toen wij in den vroegen morgen van den 23sten op nieuw uitgestrekte ijsvelden ontmoetten. Gelukkig werd daarin een breede opening ontwaard en meer dan een uur volgde de Pandora in een noordelijke richting dit kronkelend wak. Toen sloten zich de ijsmassa's echter dermate, dat een andere weg moest gezocht worden en zoo koersten wij eerst west en later meer zuidwaarts, toen uit het kraaiennest het bericht klonk, dat verder voortgaan onmogelijk was. Zoodra kapitein Young zich hiervan overtuigd had, besloot hij zoo spoedig mogelijk uit dit bedriegelijke wak terug te keeren.
"Juist door in een soortgelijk geval te willen afwachten tot het ijs zich verder zoude openen, was de Fox in 1858 voor den geheelen winter in Melvillebaai vastgeraakt. Dadelijk werd order gegeven om over stag te gaan, de zeilen werden geborgen en onder stoom beproefden wij denzelfden weg terug te sturen. Dit bleek echter spoedig volkomen onmogelijk. De wind, die sterk doorstond, hield de geheele ijsmassa in een voortdurende beweging, waardoor de positie van de ijsvelden onderling zoodanig gewijzigd werd, dat het ondoenlijk bleek den eens afgelegden weg terug te vinden.
"In alle richtingen vertoonden zich nu breede, veelbelovende openingen, doch de dichte nevel maakte het volstrekt onmogelijk te beslissen, welke weg het best naar meer open water voeren zoude. De Pandora bevond zich in een waar labyrinth van ijs. Bij herhaling moest zij, om van het eene wak in het andere door te dringen, zich door ijstongen van 40 tot 50 meter breedte heênbreken. De openingen sloten zich vaak weer zoodra zij er doorheên was en niet voor den middag drie uur slaagden wij er in, haar in betrekkelijk open water aan een ijsschol te ankeren.
"Kapitein Young besloot nu het optrekken van den nevel af te wachten, van welke gelegenheid een ieder aan boord gebruik maakte, om eenige uren rust te gaan nemen. Gedurende den nacht sneeuwde het hard, en toen den volgenden morgen de lucht opklaarde, bleek het dat de Pandora in een grooten, geheel door ijs ingesloten waterpoel lag. Daar uit 't kraaiennest over het ijs heen echter meer water gezien werd, besloot de gezagvoerder onverwijld te beproeven zich daarheen een doortocht te banen. Hij koos daartoe een opening, die tusschen twee ijsvelden door de kortste en beste gelegenheid scheen aan te bieden.
"Onder zeil en stoom werd de Pandora tusschen de ijsvelden ingedreven. Deze bleken echter grooter weerstandsvermogen te bezitten dan wij hen (te oordeelen naar de vele wakken en poelen, die hen in alle richtingen doorkruisten) op het oog hadden toegekend, en weldra was het ten eenenmale onmogelijk er verder in door te dringen.
"Daar het echter scheen, alsof de schotsen zich langzaam van elkaar schoven, hoopte kapitein Young, dat deze beweging ons spoedig in staat zou stellen het open water te bereiken.
"De Pandora bleef dus liggen waar zij was, doch dit werd haar ongeluk, want in weinige minuten had het altijd bewegelijke ijs haar van alle zijden dermate ingesloten, dat het onmogelijk was (zelfs met de machines volle kracht slaande) haar in 't minst te bewegen.
"Het ijs omringde het schip nu al meer en meer en voerde het in een noordelijke richting gevankelijk met zich mede. De Pandora was in het ijs bezet.
"IJsbergen en ijsvelden worden door wind en stroom altijd voortbewogen en daar gene veel meer diepgang hebben dan deze, verplaatsen zij zich langzamer. Wanneer nu de zware massieve ijsberg door het veel lichtere ijsveld wordt ingehaald, scheurt dit in alle richtingen.
"Is een schip in een omgeving van ijsbergen tusschen de ijsschollen bezet, dan verkeert het bijgevolg voortdurend in gevaar tegen zoo'n berg aangedreven en te pletter gedrukt te worden.
"Tegenover deze verbazende natuurkrachten vermag de zeeman niets; geen menschelijke middelen zijn dan in staat het schip te redden.
"In zulk een toestand was de Pandora nu geraakt. Juist waren wij te één uur met ons eten begonnen, toen het scheepje een geweldige ijsdrukking onderging, die alle deelen er van deed steunen en kraken. Dadelijk snelden wij naar dek en zagen daar dat de ijsschotsen door drie groote ijsbergen in hun vaart gestuit tegen het schip begonnen op te kruien. Naarmate het schip de ijsbergen naderde, werden de drukkingen heviger en veelvuldiger.
"Groote zware ijsmassa's stapelden zich tegen den achtersteven op, vulden den schroefkoker en kruiden aan bakboord bij het groot spant tot over de verschansing.
"Het schip uit het water geperst en over stuurboord geworpen, werd in dezen hulpeloozen toestand rechtstreeks in de richting der ijsbergen gedreven.
"Het ijs door een stijve bries uit 't zuiden opgestuwd, sloot zich meer en meer. De weinige waterpoelen, die uit 't kraaiennest 's morgens hier en daar zichtbaar waren, verdwenen de een na den ander, en weldra was de oppervlakte der zee herschapen in een uitgestrekt onafzienbaar ijsveld; Melville-baai was in den waren zin des woords "een ijszee."
"Intusschen werd de afstand tusschen het schip en de vreeselijke gevaarten steeds kleiner en kleiner. De grootste was nog slechts 200 meters verwijderd en ieder hield zich overtuigd, dat zoo er geen wonder geschiedde, de Pandora tusschen de ijsbergen en de tegen haar opkruiende ijsschollen te pletter zou gedrukt worden. Toch werden alle pogingen aangewend, om het schip weer vlot te krijgen, doch hoewel wij met bijl en moker de door middel van buskruit opgescheurde ijsmassa's trachtten weg te werken en alle krachten inspanden om met behulp van rondas en spil het schip in eene dus ontstane opening te krijgen, moesten wij toch eindigen met alle verdere pogingen om de Pandora in beweging te brengen op te geven.
"Al het mogelijke was beproefd, doch ons schip was en bleef onwrikbaar in het ijs bezet. Intusschen naderden wij de ijsbergen steeds meer en meer en werd het gevaar dreigender.
"Te drie uur gaf kapitein Young bevel alle maatregelen te nemen om op het laatste oogenblik behoorlijk gereed te zijn, het schip met booten en ijssleden te verlaten.
"Nadat een ieder zich den zeildoeken ransel (waarin het hoogst noodige naar een bepaald model zoo doelmatig mogelijk gepakt was) op den rug had gebonden, werden de ijssleden voor de hand gezet en de booten met instrumenten, wapens en provisiën gevuld.
"Tot 6 uur 's avonds bleef deze angstige onzekerheid omtrent het behoud van het schip voortduren, maar toen dreef de Pandora met de schotsen ongedeerd tusschen de ijsbergen door, ofschoon zij een daarvan, die hoog boven haar tuig uit stak, zóó nabij passeerde, dat men van het kluifhout zonder moeite er op had kunnen overspringen.
"'s Nachts te 12 uur brak het ijs van zelf rondom het schip op. De Pandora rechtte zich en lag weldra weêr vlot in een klein wak in 't ijs, dat aan lij van de ijsbergen ontstaan was en in de taal der Engelsche walvischvaarders "an open hole" wordt genoemd.
"De Eskimo-tolk Christie, met zijn kajak hierin rondroeiende, had het geluk onzen eersten zeehond te schieten. Daar wij reeds lang gewenscht hadden versch vleesch te bezitten, was dit voor ons een belangrijke gebeurtenis, en groot was dus aller teleurstelling, toen wij den volgenden morgen ontwaarden dat onze onverzadelijke Eskimo-honden zich gedurende den nacht van den buit hadden meester gemaakt.
"Enkele malen kon men onder 't ijs duidelijk een westelijke deining bespeuren, wat als een zeker teeken beschouwd werd, dat veel open water in die richting aanwezig was. Het was merkwaardig om de wijze gade te slaan, waarop het groote donkere ijsveld aan stuurboord van ons een langzaam golvende beweging aannam.
"De ongeduldige spanning aan boord was nu zoo groot, dat, hoewel de mist ons belette open water te zien, wij toch beproefden ons door stoom een doortocht te banen, hetwelk echter spoedig bleek ondoenlijk te zijn, en daar de kommandant vreesde, dat de schroef door onze half wanhopige pogingen zou breken, werden ze weldra gestaakt.
"'s Nachts van den 27sten Juli de wacht hebbende, had ik het geluk een ijsbeer te schieten, die ons op eenmaal een goede hoeveelheid versch vleesch verschafte. Van achter een ijsberg te voorschijn tredend, beschreef hij ronde kringen om het schip.
"Nu eens dichter bijkomende en dan weêr verder afgaande, stond hij ieder oogenblik stil om de lucht in te snuiven, en werd dan telkens verleid meer te naderen, door den scherpen reuk van bedorven zeehondenvleesch, dat in 't want hing en bestemd was tot voedsel voor de honden.
"Het was doodstil op dek; het wachtvolk was omlaag; de honden sliepen en er geschiedde niets dat hem kon doen verschrikken. Niet vóór hij tot op 50 passen afstand van het schip gekomen was, ontving hij een schot in den kop, waardoor hij eerst recht opsprong en daarna achterover op zijn rug rolde.
"Ziende dat hij nog trachtte zich op te richten, liep ik over het ijs naar hem toe, doch had het ongeluk, terwijl ik mijn geweer onder het voortgaan weder laadde, tusschen twee der ijsvelden in het water te vallen. Gelukkig kwam ik er met een koud nat pak af en miste den welkomen buit niet, daar de onderofficier der wacht toesnelde en den beer doodschoot.
"In den laten avond vlogen steeds duizenden en duizenden rotges in een noordwestelijke richting over het schip heen, om den volgenden morgen in tegenovergestelde richting terug te komen.
"Hun vlucht was echter, zooals kapitein Young opmerkte, veel te hoog om hoop te geven dat er open water dicht bij was, en hoofdschuddend herhaalde hij: "When birds fly so high as that, they surely have to make a long way." ("Als vogels zoo hoog vliegen hebben ze een langen afstand voor zich.")
"Sinds den 22sten Juli was het steeds mistig geweest, zoodat geen observaties hadden kunnen genomen worden, doch in den voormiddag klaarde het weer gelukkig op en bleek uit de gedane waarnemingen dat de Pandora een goed eind om de noord tot midden in Melville-baai gedreven was. In alle richtingen lag het ijs dicht aaneengesloten, zoodat uit het kraaiennest nergens water gezien werd.
"Toen de nevel optrok, ontrolden zich voor onze oogen de zoo beroemde schoone natuurtafereelen, die Melville-baai meer dan eenige andere plaats in het hooge noorden den zeevaarder aanbiedt.
"De hooge besneeuwde kust van Groenland met haar talrijke gletschers werd nu op nieuw zichtbaar en de onafzienbare heuvelachtige ijsvlakten, overal afgebroken door prachtige ijsbergen, vormden door de zon beschenen een heerlijk grootsch schouwspel. Het was bladstil en de Pandora lag als 't ware ingesluimerd in haar kleinen waterpoel.
"Bood het natuurtooneel ons in hooge mate veel te genieten aan, de gedachte aan den toestand waarin ons schip verkeerde was alles behalve opwekkend. Kalm en rustig en onbewegelijk als nu die onafzienbare ijsvlakte zich aan ons oog voordeed, sluimerden daarin de ontzettende natuurkrachten, die als zij door een storm werden wakker geschud, ons scheepje van alle kanten zouden aangrijpen. Misschien zouden wij er in slagen aan al deze gevaren te ontsnappen en het open North-water te bereiken, maar even goed bestond de kans, dat wij in het ijs gevangen bleven en daarmede machteloos om de zuid werden gevoerd, of dat de Pandora, evenals de Hansa en zoo menig ander schip, in den strijd met den onverbiddelijken vijand naar de diepte ging. Dan zouden wij ons in de booten moeten trachten te redden, doch ook dit bleef in hooge mate een gevaarlijke en onzekere onderneming.
"Evenwel het zou ons laatste redmiddel zijn, en dien ten gevolge werden dan ook alle maatregelen genomen en de provisie en benoodigdheden van de booten voor de hand gezet. Er werd bepaald dat de booten een maand proviand zouden innemen en dat men voor het verder voedsel op de geweren zou moeten vertrouwen.
"Wij hadden het voorbeeld van Barents en van de Oostenrijksche en Amerikaansche expeditiën voor ons om de mogelijkheid van zulk een tocht in booten buiten allen twijfel te stellen.
"Op den 28sten Juli liep de wind, die tot nu toe in 't zuiden als vastgenageld had gezeten, naar het O.N.O. en het was alleropmerkelijkst om de verandering gade te slaan, die daardoor onmiddellijk in de ijsmassa werd te weeg gebracht. Er was een algemeene drift in een westelijke richting te bespeuren en op tallooze plaatsen werden open wakken zichtbaar.
"Kapitein Young liet nu stoom opmaken, ten einde van de eerste gelegenheid, die zich aanbood om te ontsnappen, gebruik te kunnen maken. Ons geduld werd echter op een lange proef gesteld, want niet voor 's avonds 6 uur bood zich die gelegenheid aan. In dien tusschentijd evenwel dreven wij snel in een westelijke richting naar open water, dat zeer duidelijk van top zichtbaar was, en ook toen bestond er gevaar, dat de Pandora, door het scholijs machteloos weggevoerd, tegen een der tallooze ijsbergen gezet werd, in welk geval zij onherroepelijk verloren zou zijn.
"Er waren verschillende bergen rondom ons, die alle aan den grond geraakt, onwrikbaar op hun plaatsen blijvend, het scholijs, dat tegen hen aandreef, opspleten en in stukken scheurden. Daar de opgebroken ijsvelden zich op eenigen afstand verder eerst weer te zamen voegden, vormde zich beneden 's winds van zoo'n ijsberg steeds een soort open wak. Door buitengewoon geluk begunstigd, ontkwamen wij echter ook nu weder aan deze gevaren en slaagden er te 6 uur in, onder zeil en stoom, de schol, die ons zoo lang gevangen had gehouden, te verbreken en in een uitgestrekt open wak meer westwaarts van ons door te dringen. Dit was echter niet gemakkelijk geschied en ieder aan boord had de handen vol gehad.
"Kapitein Young bestuurde het schip uit het kraaiennest, en de zwakste plaatsen uitkiezende, ramde hij bij herhaling de ijsmassa's, die hem het verder doordringen beletten. Wanneer het schip achteruit stoomde om meer vaart te kunnen schieten, werden de losse stukken, die door den vorigen stoot van de ijsschol waren afgebroken, door de manschap op de schotsen met haak en puntstokken telkens uit den weg geruimd.
"Op deze wijze slaagden wij er in, ons langzaam een weg door de ijsmassa te banen, doch ver konden wij het niet brengen. Te half acht 's avonds waren wij genoodzaakt onze pogingen te staken en ons op nieuw aan een ijsschol te ankeren.
"Wij waren nu evenwel uit de gevaarlijke omgeving, waarin wij zoo lang vertoefd hadden en dreven met de geheele ijsmassa mee om de west en dus gelukkig uit de baai. De wind begon nu echter op te steken en het werd een barre nacht. Er woei een zware storm, die vergezeld ging van hevige sneeuwvlagen. Het schip, dat snel in een noordwestelijke richting dreef, verkeerde 's morgens te half vier uur op nieuw in gevaar van tegen een ijsberg aangedreven te worden. Als gewoonlijk was het zeer mistig, en toen wij dezen reus van ijs machteloos te gemoet gevoerd werden, was ieder in gespannen verwachting wat ons lot zoude zijn. Wij naderden snel en zeker, maar het ijsveld bleek bijzonder sterk te zijn. Het brak slechts gedeeltelijk op en diende de Pandora dus als stootkussen, zoodat zij ongedeerd langs den berg heenschuurde.
"In den morgen van den 29sten Juli liep de wind naar het oost-zuid-oosten en wij dreven met een twee mijls vaart om de W. N. W. Van top was het open water nu zeer duidelijk te zien en toen te 12 uur het zoo welkome geluid der branding op den zoom van den ijsdam werd gehoord, besloot kapitein Young nogmaals te beproeven het te bereiken.
"Op nieuw liep de Pandora onder stoom en zeil tegen de zwakste plaatsen van het ijs in, maar na twee uur worstelens waren wij slechts één scheepslengte verder gekomen. Mistroostig werd toen de verdere poging opgegeven en op nieuw de oude lijdelijke houding aangenomen. Langzaam bleven wij nu naar het open water toedrijven en te 6 uur konden wij van het dek den rand van den ijsdam duidelijk zien. Deze vertoonde zich als een rechte lijn, die zich noordwest en zuidoost uitstrekte en volkomen een kustlijn geleek.
"Vreezende dat de wind weêr naar 't zuiden terug zou loopen, liet kapitein Young 's avonds te acht uur nogmaals een ernstige poging aanwenden om de banden, die ons gevangen hielden, te verbreken. Alle zeilen werden bijgezet en met volle kracht werd gestoomd; even als de vorige keeren vorderden wij eerst ongelooflijk langzaam, maar toen de Pandora eenmaal vaart schoot ging het veel beter.
"Na ruim een uur het ijs letterlijk geramd te hebben en ijsmassa's van vier voet dikte, die haar den weg versperden, zonder dat zij merkbaar haar vaart vertraagde, te hebben doorgebroken, naderde zij den rand van het ijs. Het ging nu hoe langer hoe beter, daar de sterke deining de geheele massa hier in een golvende beweging bracht, waardoor het ijs zich merkbaar opende en groote schollen, die met kracht tegen elkaar geworpen werden, in kleinere stukken braken.
"Kapitein Young, die de bewegingen van het schip uit het kraaiennest bestuurde, wist snel en beraden de juiste openingen te kiezen. Eindelijk lag nog slechts een groot zwaar ijsveld als laatste hinderpaal voor ons.
"Met een viermijls vaart schoot de Pandora er recht op aan, en met haar volle gewicht er op neerdalend, scheurde zij de schots in tweeën en doorkliefde weldra onder een driewerf "hurrah for Captain Young!" het donkergroene water van de Baffinsbaai. Dit driewerf hoerah voor den bekwamen gezagvoerder, waarmede de bemanning dit feit begroette, was het hartelijkste dat ik mij herinner ooit gehoord te hebben, en geen wonder, want terwijl wij machteloos in het ijs ronddreven, stond het lot der Fox ons steeds voor oogen, en voor niemand onzer was het nutteloos doorbrengen van een poolwinter in den gevaarlijken ijsdam een aanlokkelijk denkbeeld.
"Het einde van den ijsdam bestond uit losse, bijna afgeronde ijsbrokken, die door de deining in een hooge golvende beweging werd gebracht. Met ontelbare zwermen vlogen de rotges hier langs den rand van het ijs, blijkbaar omdat zij er gemakkelijk hun voedsel konden vinden. Het werd ons nu duidelijk, dat wij hen hierheen iederen avond hadden zien vliegen; later in den nacht keerden zij dan weêr met voedsel voor hun jongen naar het land terug.
"Na gedurende zulk een geruimen tijd onbewegelijk te hebben gelegen, was het een vreemde gewaarwording, nu op eenmaal door een hooge noordwestelijke deining zoo hevig geslingerd te worden, dat de booten op de davids gesjord en de deuren op de haken gezet moesten worden.
"In den morgen van den 31sten Juli liepen wij zoo dicht als het ijs toeliet, bij mistig weêr, langs kaap York en kaap Dudley Digges, en reeds was de Pandora Wolstenholme eiland genaderd, toen een opkomende storm uit het zuidoosten haar noodzaakte onverwijld aan den wind te gaan liggen. De wind bleef de eerste uren steeds toenemend in kracht, zoodat er weldra een werkelijke orkaan woei.
"Daar de ijsbergen en het vele scholijs ons beletten onder de hooge kust bescherming te zoeken, lag de Pandora de volgende 24 uren onder haar dichtgereefde stormzeilen bij, terwijl het opgezweepte schuim der zee en de onafgebroken sneeuwjacht het uitzien naar land en ijsbergen allermoeielijkst maakten. Ten einde een botsing met deze gevaarten te voorkomen, moesten wij ieder oogenblik afhouden. De hooge moeielijke zee, die dan dwars inkwam, waschte voortdurend over het dek en sloeg een der beste booten geheel in stukken.