Leliënstad

Part 15

Chapter 15183 wordsPublic domain

Toen zag hij haar duidelijk naast zich, Leliane, de lichte lieveling van zijn ziel, en zij hield hem teederlijk omvat, zacht als een zuster. Éven bewogen zijn handen, voorzichtig, voorzichtig, om te voelen, of het geen droom was, geen vaag visioen. O! Het was wáárheid, hooge, eeuwige waarheid, en het licht uit haar hemel-blauwe oogen straalde in wondere wonne door zijn ziel.—Nu was het goed, nú was alles, alles dan goed, en éindelijk was dan de groote, eeuwige, vol-zalige rust gekomen, waarnaar hij zoo lang en bang had gesmacht....

O! De witte, wijze water-lelies op den kalmen, vlakken spiegel.... o! die stilte, zoo diep en vol gebed.... o! dat heilige, blanke maagd-gezicht zoo liefderijk over hem gebogen.... Hij voelde zich stijgen en stijgen, zweven en zweven.... een zachte sferen-muziek droomde op uit de verte... de innigheid werd dieper, en nóg dieper... sterren wemelden schitterend.... een groot Licht laaide, laaide aan....

Marcelio nam den kolbak af, eerbiedig, en sloot de brekende oogen toe.

Prinses Leliane snikte, hartstochtelijk en weende als een droevig menschen-kind.

Paulus’ ziel was teruggekeerd tot de Eeuwige Rust....

1902–1903.