Langs lijnen van geleidelijkheid

Part 21

Chapter 21731 wordsPublic domain

Zij stond op en naderde hem. Zij deed als hij wenschte, zette zich op zijn knie en hij trok haar naar zich toe. Hij legde op haar hoofd zijn hand: dat gebaar, waaronder zij niet meer kon denken. Zij sloot de oogen en legde haar hoofd tegen hem aan en het leunde tegen zijn wang.

--Heelemaal ben je me toch niet vergeten?

Zij knikte van neen.

--We hadden maar nooit moeten scheiden, wel?

Zij knikte weêr van neen....

--Maar we waren toen driftig, allebei. Je moet voortaan maar niet meer driftig zijn. Dan ben je kwaadaardig en leelijk. Zooals je nu bent, ben je veel liever en mooier.

Zij glimlachte flauwtjes.

--Ik ben blij je terug te hebben, fluisterde hij, in een langen zoen op haar mond.

Zij sloot de oogen onder zijn zoen, terwijl zijn snor kroesde tegen haar vel, en zijn mond hare lippen drukten.

--Ben je nog moê? vroeg hij. Wil je wat rusten?

--Ja, zeide zij. Ik wil mij wel wat uitkleeden.

--Je moet maar wat naar bed gaan, zeide hij. O ja, en dan woû ik je zeggen, je vriendin, de prinses, komt van avond hier.

--Is Urania niet boos....

--Neen ik heb haar alles verteld, en zij is van alles op de hoogte.

Zij vond het prettig, dat Urania niet boos was, dat zij nog een vriendin had.

--En ook Mrs. Uxeley heb ik nog gezien.

--Zij is wèl boos op mij, niet waar?

Hij lachte.

--Dat oude wijf! Neen, boos niet. Ze heeft het land, dat ze nu niemand heeft. Ze was erg op je gesteld. Ze houdt van mooie menschen om zich heen, vertelde ze me. Ze kan een leelijke gezelschapsjuf, zonder chic, niet uitstaan. Kom, kleed je nu maar uit, en ga wat liggen. Dan laat ik je alleen en ga ergens beneden zitten.

Zij waren opgestaan. Zijn oogen, goud, schitterden haar tegen, met zijn ironischen snorlach. En woest pakte hij haar in zijn armen.

--Corrie, zeide hij heesch. Ik vind het heerlijk je terug te hebben. Ben je van mij, zeg, ben je van mij?

Hij drukte haar tot stikkens toe tegen zich vast, zijn beide armen zwaar om haar heen.

--Zeg, ben je van mij?

--Ja....

--Wat zei je vroeger tegen me, als je verliefd op me was?

Zij aarzelde.

--Wat zei je? drong hij, haar vaster klemmend en, met haar handen tegen zijn schouders afdrukkende, poogde zij te ademen.

--Mijn Rud ... murmelde zij. Mijn mooie, heerlijke Rud...!

Werktuigelijk omhelsde zij in haar arm nu zijn hoofd. Hij liet haar als met een krachtsinspanning los.

--Kleed je uit, zeide hij. En probeer wat te slapen. Dan kom ik later terug.

Hij ging, zij kleedde zich uit en zij borstelde heur haren met zijn borstel, zij waschte zich en druppelde in de kom het toiletwater, dat hij gebruikte. Zij liet de meubelgordijnen dichtvallen, waarachter de middagzon glansde en een wijnroode schemering donsde door de kamer. En zij kroop in het groote bed en wachtte hem af, sidderend. Er was geen gedachte in haar. Er was in haar geen smart en geen herinnering. Er was alleen in haar éen afwachting van de geleidelijkheid van het leven. Zij voelde zich niets dan bruid, maar geen bruid van onwetendheid, en diep in haar bloed en merg, voelde zij zich de vrouw, bloed en merg, van hem, dien zij wachtte. Vóór zich, half droomend, zag zij figuurtjes van kinderen.... Want als zij zijn vrouw zoû zijn in waarheid en echtheid, wilde zij niet alleen wezen zijn minnares, maar ook de vrouw, die hem zijn kinderen gaf.... Zij wist het, hij, trots zijn ruwheid, hield van het zachte van kinderen, en zij zoû naar ze verlangen in haar tweede huwelijksleven, als een lieve troost voor de dagen, dat zij niet mooi meer zoû zijn, en niet jong meer.... Voor zich, half droomend, zag zij figuurtjes van kinderen.... En zij wachtte hem af, ze luisterde naar zijn pas, zij verlangde, dat hij komen zoû, haar vleesch trilde hem tegemoet. En toen hij binnenkwam en haar naderde, sloten haar armen zich om hem heen met een gebaar van diep in zich bewuste zekerheid en wist zij, twijfelloos, aan zijn borst, in zijn armen, de wetenschap zijner manmachtige overheersching, terwijl voor haar oogen in een duizeling en weemoed van zwart de droom van haar leven--Rome Duco, het atelier--verzonk....

* * * * *

End of Project Gutenberg's Langs lijnen van geleidelijkheid, by Louis Couperus