Langs de kust van Afrika De Aarde en haar Volken, 1875
Part 8
Toen, voor nu ongeveer tien jaren, de radikaal-republikeinsche partij de vrijverklaring der negers van den president Lincoln wist te verkrijgen, ging er van alle kanten een luid gejuich op; want groot was en is nog steeds het aantal der onnoozelen, die ter goeder trouw meenen, dat de afkondiging van een wet of besluit voldoende is om vrije burgers te scheppen. Lincoln zelf begreep zeer wel, welk een chaos door dezen maatregel in het leven zou worden geroepen. Nog vóór de emancipatie werd ingevoerd, had hij aan een deputatie van negers onbewimpeld verklaard, dat aan geene gelijkstelling met de blanke burgers viel te denken; de wederzijdsche afkeer tusschen de beide rassen was te diep geworteld: men beschouwde de tegenwoordigheid der zwarten als een ramp voor het land, en zou niets liever zien, dan dat zij naar elders trokken. Hij, Lincoln, gaf hun den raad, de republiek te verlaten, en verklaarde zich bereid, hen daarbij naar vermogen te helpen. Hij koesterde toen het plan, eene algemeene verhuizing der negers naar Nicaragua op touw te zetten; maar deze republiek toonde zich niet genegen, die ongewenschte gasten te ontvangen.
De negers werden nu niet slechts eensklaps geëmancipeerd, zij verkregen ook alle burgerlijke en staatkundige rechten der blanken. Het behoeft geen betoog, dat zulks niet uit philantropische, louter zedelijke gronden geschiedde; de zaak was eenvoudig deze, dat de radikale partij daardoor een aanwinst kreeg van achthonderdduizend negerstemmen; terwijl daarentegen een half millioen blanken als rebellen beschouwd en eenvoudig van alle staatkundige rechten werden ontzet. Nu werden de zoo zwaar geteisterde zuidelijke staten nog overstroomd door gansche zwermen van dweepers, politieke tinnegieters en intriganten uit het noorden; en deze zoogenaamde carpetbaggers, blanke dieven van de ergste soort, werden door de bondsregeering op alle mogelijke wijzen geholpen en ondersteund, en als de eenige ware vrienden der negers beschouwd en verheerlijkt. Zij maakten zich meester van alle openbare betrekkingen, en konden, tot in den herfst van 1874, onvoorwaardelijk beschikken over de stemmen van 800.000 negers, hun "kiezersvee." Aan de negers heeft Grant zijne herkiezing als president te danken; de meerderheid van de stemmen der blanken was tegen hem; waarbij niet uit het oog mag worden verloren dat honderdduizenden kiezers van de demokratische of conservatieve partij zich van stemming hebben onthouden, omdat zij hun stem niet aan Greeley wilden geven.
De hoofden en leiders der radikale partij hebben, door hunne tirannie en verkrachting van alle recht en billijkheid, in de zuidelijke staten een toestand in het leven geroepen, die werkelijk ondragelijk mag worden genoemd. Met volkomen miskenning van alle lessen der wetenschap en ervaring, die op Haïti, Jamaïca, Britsch-Guyana en elders overvloedig getoond had wat er van onberaden neger-emancipatie was te wachten, dreef de partij haar zin door, en gelukte het haar, de zuidelijke staten, voor zoo veel de overgroote meerderheid der zwarte bevolking betreft, in een tweede Sint-Domingo te herscheppen. Van al de hoopvolle verwachtingen, die de radikalen, hetzij dan in onverstand, hetzij tegen beter weten in, van de negers koesterden, is in de Vereenigde-Staten geen enkele vervuld geworden. Eerlijke radikalen moeten dit nu zelven erkennen, en toegeven dat men veel te ver is gegaan, en eene maatschappij van halve barbaren in het leven heeft geroepen, die niet het flauwste begrip hebben van de eischen der beschaving en van eene geregelde republikeinsche regeering.
De voornaamste dagbladen van New-York hebben in de laatste maanden van het vorige jaar verslaggevers naar de zuidelijke staten gezonden, om nauwkeurige inlichtingen in te winnen aangaande den toestand der negers. Al deze verslaggevers, onverschillig tot welke partij zij behooren en uit welke streek zij schrijven, stemmen in de hoofdzaak overeen. Wij willen hier een kort overzicht geven van het verslag van den correspondent, dien de New-York-Herald naar Georgië had gezonden: een staat, die zich nog het meest van de geleden verdrukking en de mishandeling der radikale bondsregeering heeft hersteld, en waar de toestand betrekkelijk nog het gunstigst is.
De schrijver stelt op den voorgrond, dat alle proefnemingen, welke de radikale bondsregeering nu sedert negen jaar in het werk heeft gesteld, met alles behalve bemoedigenden uitslag zijn bekroond, en dat nergens een spoor van intellektuëele of moreele verbetering is te ontdekken. "Toch heeft men al het mogelijke ten behoeve der negers gedaan: zij hadden het Freedmen's bureau, dat hen in bescherming nam; men gaf hun schoolmeesters en boeken en soldaten, die gereed waren hen te helpen, als zij in hunne stoffelijke belangen meenden benadeeld te zijn. Lieden uit het noorden stonden hun trouw ter zijde, en droegen zorg, dat zij bij het sluiten van huur- of werkcontracten, niet in hun recht verkort werden. Men schonk hun kerken voor hunne godsdienstoefening; de bondsregeering spaarde geen millioenen, om hun den overgang tot eene zelfstandige maatschappelijke positie zoo gemakkelijk mogelijk te maken en in hun onderhoud te voorzien. Maar al deze zorgen en welwillende bemoeiingen hebben tot heden (het bericht is gedagteekend 5 October 1874) geen ander gevolg gehad, dan dat de negers trouw voor de republikeinsche (radikale) partij gestemd hebben. Dat is alles."
"Uncle Tom heeft geen hut!" Het is zeer karakteristiek, dat, ondanks voor de negers overvloedige gelegenheid bestaat om werk te vinden en hun arbeid ruim beloond wordt, toch van de vijfhonderd zwarten geen enkele eene eigene woning bezit. Het land is voor een appel en een ei te krijgen; met de opbrengst van een enkelen oogst kan de koopprijs rijkelijk gedekt worden. Maar het valt den negers niet in land te koopen en zelven wat voort te brengen. Na den oogst, wanneer hij namelijk daarbij mede werkt en de opbrengst niet liederlijk vergooit, bezit de neger 150 tot 200 dollars, en tweemaal zoo veel, wanneer zijn gezin bij dien arbeid behulpzaam was. Maar de zwarte dames en de kinderen doen dat in den regel niet meer; na de emancipatie willen de negerinnen niet meer op het veld arbeiden, maar, even als de blanke vrouwen, te huis blijven; de kinderen gaan misschien naar school. In de nabijheid der steden verricht de neger wel allerlei arbeid; en daar vindt men ook hutten en krotten, welke aan een neger behooren, die dan ook zwarte kostgangers houdt: in welk geval zulk eene woning een toonbeeld van onreinheid en liederlijkheid is, waarbij geen bedelaarsdoelen in New-York halen kan. Belasting wil de neger in geen geval betalen; hij rukt liever de palen zijner hut uit den grond en trekt naar elders heen.
"En nu de arbeid, dien Oom Tom verricht. De blanken in het zuiden weten het bij ondervinding, dat de arbeid der negers steeds slechter wordt en steeds moeilijker te verkrijgen is. De negers, die vóór de emancipatie aan arbeid gewoon waren, arbeiden ook nu nog; zij het dan ook, dat zij niet half zoo veel meer uitvoeren. Maar zij, die in het genot der "vrijheid" opgroeien, hebben andere gewoonten aangenomen: "en er bestaat hoegenaamd geen vooruitzicht, dat zij immer produktieve leden der menschelijke samenleving zullen worden." Het is veel moeilijker, een eerlijken en rechtschapen zwarten bediende te vinden, dan een ierschen knecht van dat gehalte in het noorden. Deze bedienden gaan en komen, zoo als het hun goed dunkt; zij blijven zoo lang tot zij een paar dollars in handen hebben, en als die verteerd zijn, zoeken zij eene andere dienst. Het is zeker goed, dat men de lieden onderwijst, maar de boeken, die men dezen negers in handen geeft of waaruit men kun voorleest, zijn voor niets anders geschikt dan om hun hoofd op hol te maken. Zij worden door dit averechtsche onderwijs ontevreden met hunne positie, willen steeds hooger opklimmen en vooral niet arbeiden. Wanneer dat zoo voortgaat, zal geen blanke meer zulke zwarte bedienden, die lui en brutaal zijn en allerlei eischen stellen, willen hebben; hij zal dan naar anderen moeten omzien, om het werk te doen."
De schrijver verklaart dat de blanken in het zuiden in vollen ernst doen wat zij kunnen, om den neger zedelijk op te heffen en hem vooruit te helpen. "Vóór den overweldigingskrijg van het noorden tegen het zuiden, leerden de negers lezen en schrijven, ook om hen daardoor zooveel te bruikbaarder te maken. Thans nog geeft de staat Georgië jaarlijks 365.000 dollars voor scholen uit, en de helft van die som is voor de negerscholen bestemd. Onder leiding van blanken, zijn veertien genootschappen van negers opgericht, waarvan de leden zich verbinden zich niet aan sterken drank te buiten te gaan. Dit alles, waarbij nog veel te voegen ware, bewijst dat de blanken de negers niet aan hun lot overlaten. En toch neemt de verwildering onder hen hand over hand toe. Hunne godsdienst is in het uitzinnigste bijgeloof ontaard; hunne congregatiën en bijeenkomsten zijn dikwijls ware pandemonia. Fetishdienst, hekserij, tooverij, waarzeggerij, nemen van dag tot dag toe: de neger, van alle toezicht en alle tucht ontslagen, volgt ongehinderd zijn natuurlijk instinkt.
"En deze meer dan halve barbaren spelen niettemin eene belangrijke politieke rol, nu men hun eenmaal stemrecht gegeven heeft, en zij de weerlooze prooi zijn geworden van politieke avonturiers en intriganten, die met groote woorden en oproerige toespraken het vertrouwen dezer domme "burgers" weten te winnen, hen door dik en dun medevoeren, en zich door hunne hulp overal weten in te dringen. Natuurlijk kan, bij zulke toestanden, geen sprake zijn van eene goede, verstandige, rechtvaardige regeering. Zelfs al bleef de radikale partij in het zuiden buiten het spel, dan nog zou de toekenning van het stemrecht aan de negers een groot gevaar blijven. Uit den aard der zaak zullen zij steeds die blanken ondersteunen, die hun in karakter en streven het naast verwant zijn, en die het niet beneden zich achten, door toedoen der negers, de minst geschikte, de verachtelijkste personen in de regeering en winstgevende ambten te brengen. De blanken gunnen den negers gaarne alle burgerlijke rechten, en hebben er het grootste belang bij, met hen in vrede en eensgezindheid te leven. Daarvoor hebben zij geen moeite ontzien: tot heden echter te vergeefs; en zoo lang de sprinkhaanzwermen der carpetbaggers uit het noorden in de zuidelijke staten hun schandelijk en onverantwoordelijk spel drijven, is daarin geene verandering te wachten."
Bij de laatste verkiezingen in October en November heeft de radikale partij het onderspit gedolven. Zou het zwaar mishandelde en verongelijkte zuiden hierin de dageraad van een betere toekomst mogen begroeten?