Konstantinopel en het Serail De Aarde en haar Volken, 1865

Part 5

Chapter 51,302 wordsPublic domain

Men moet echter niet alle derwischen op ééne lijn plaatsen. Sommigen van deze lieden zijn zeer gastvrij, anderen munten uit door bijzondere godsdienstige verrichtingen. Onder deze laatsten zijn de dansende derwischen het meest bekend. Zij hebben eene afzonderlijke moskee, tot welke ieder vrijen toegang heeft, al ware hij ook een ongeloovige.

Minder bekend is de secte der huilende derwischen, en slechts door den invloed van hooggeplaatste personen kan men toegang verkrijgen tot hunne gebedsoefeningen. Deze secte is niet uitgebreid, omdat men hare voorschriften en lichaamskastijdingen te streng vindt, doch het volk acht hare belijders hoog om hunne vroomheid. De stichter der orde, Chadri Hadzi Baba, ligt in een klooster bij Rustschuk begraven, welk klooster voor zeer heilig gehouden wordt.

"Op zekeren Woensdag, den bepaalden dag hunner godsdienstoefeningen," verhaalt een reiziger, "begaven wij ons naar het klooster, en toen wij de straten van Rustschuk achter ons hadden, bereikten wij spoedig het gebouw, dat te midden van prachtige boomgaarden gelegen is. Een eerwaardig grijsaard opende de groote poort, en noodigde ons uit plaats te nemen onder een schaduwrijken noteboom, welks voet hij belegd had met schapenvachten. Aanstonds bracht men ons koffie en de noodige pijpen, waarna hij bij ons plaats nam en een gesprek begon. Daarna maakten wij eene wandeling door de tuinen, die inderdaad goed onderhouden waren en ons een denkbeeld konden geven van den weelderigen plantengroei dezer streek. De monniken bearbeiden in hunnen vrijen tijd zelf het land, en men moet hunne vlijt bewonderen, daar zij slechts over weinige vrije uren beschikken kunnen en het grootste gedeelte van den dag en den nacht in gebed en boetedoeningen doorbrengen.

"Toen wij van onze wandeling terugkeerden, had zich in dien tusschentijd, in de nabijheid eener fontein van het klooster, eene menigte menschen verzameld, die tot de orde behooren. Onder dezen waren eenige soldaten, kooplieden en partikulieren. Dit baart hier geene verwondering, want ieder muzelman kan lid worden van deze orde en aan de gebedsoefeningen deelnemen, zonder daarom derwisch te zijn of in het klooster te wonen, in 't welk toen slechts drie derwischen huisvestten.

"Weldra zou de plechtigheid aanvangen; de monniken traden de moskee binnen, terwijl wij ongeloovigen in eene kleine voorzaal werden gebracht, van waar wij echter alles konden gadeslaan.

"De geloovigen plaatsten zich in eenen halven kring en vouwden de beenen onder hun lichaam. In het midden zat hun chef, en deze begon langzaam en welluidend de woorden te zingen: "le Allah il Allah", die het begin uitmaken van de mohammedaansche geloofsbelijdenis. Deze woorden werden gedurig herhaald, maar telkens sneller, terwijl de personen eene beweging maakten met het hoofd voor- en achterwaarts. Toen de snelheid van het zingen haar toppunt bereikt had, hielden allen plotseling stil als om adem te halen, 't geen ook wel noodig was. Maar terstond daarop begon de voorganger met een ander vers. Dit bestond slechts uit het woord Allah, dat evenzoo eerst zeer zacht werd aangeheven, doch vervolgens steeds luider en sneller ging, totdat men eindelijk niets anders vernam dan een huilenden toon. De bidders schenen zeer vermoeid, en werden afgelost door het gezang van eenige Imans, die de plechtigheid bijwoonden. Daarna verhieven zij zich allen, en nu begon het gezang rachmani rachin. Zij plaatsten zich hierbij zóó, dat zij met schouder en knie elkander aanraakten, en brachten daarbij hun lichaam links en rechts in beweging, eerst langzaam en dan met de uiterste snelheid. Dit gedeelte hunner godsdienstoefening kostte hun ongetwijfeld de meeste inspanning, want allen brak het zweet uit; sommigen werden bleek, terwijl zelfs een paar van de vroomsten stuiptrekkend op den grond vielen. Dit hinderde echter de anderen niet het minst om voort te gaan, wijl men deze stuiptrekkingen als uitwerking hunner bijzondere geloofskracht aanzag. De uitspraken van de zoodanigen worden dan ook als ingevingen des Heiligen Geestes beschouwd. Het gezang ging nu over in een gebrul en had zijn toppunt bereikt, waarna de chef een teeken gaf, allen zich ophieven en naar een tafeltje snelden waar koffie en pijpen gereed lagen, ten einde zich hieraan te laven en op deze wijze de verloren krachten te herwinnen.

"De plechtigheid was echter nog geenszins afgeloopen, daar de werkelijke derwischen stil op hunne plaats bleven. Hun voorganger sprak nu de turksche formule uit: "le Allah il Allah, Mohammed resul Allah"! waarbij de monniken, die zich met het voorhoofd ter aarde gebogen hadden, roerloos bleven liggen. Vervolgens sprak hij een gebed uit, dat in den vorm veel overeenkomst had met dat der westersche kerken. Hij bad voor den Sultan en zijn gezin, voor alle hooge staatsdienaren en voor alle moslems, ja zelfs voor de christelijke bewoners van Turkije. Ook werd de Keizer van Oostenrijk in de genade van Allah aanbevolen, en werden wij aldus overtuigd dat men verkeerd doet indien men alle Turken op dezelfde lijn van dweepzucht plaatst.

"Toen het gebed en hiermede de godsdienstoefening geëindigd was, verlieten wij allen de moskee, en onderhielden ons met den vriendelijken grijsaard, die verscheidene talen sprak. Hij bracht ons naar het graf van den stichter des kloosters, en liet ons de kist zien waarin het lijk lag. Zij was met een zwart laken bedekt, en van talrijke spreuken uit den koran voorzien. Aan het boveneinde van de kist waren twee oude verbleekte vaandels geplant, welke in den heiligen oorlog gediend hadden. Aan de muren der grafkamer hingen glazen kogels, struiseieren en andere voorwerpen, door de vrome pelgrims uit Mekka medegebracht. Onder aan den voet van de kist stond een klein kastje, welks inhoud wij echter niet mochten zien, wijl het eenige haren van den baard des Profeets bevatte:--eene reliek, welke zij kostbaarder hielden dan goud. Nog hingen langs de wanden eenige zeer lange rozenkransen, uit groote paarlen bestaande. Men zeide ons dat dit bijzondere werktuigen der kastijding waren, wijl de derwischen van tijd tot tijd knielende op deze paarlen voortloopen, en zoo hun gebed verrichten: eene operatie die waarlijk niet te benijden is.

"Het moet verwondering baren dat deze menschen hunne godsdienstoefening met zooveel zelfverloochening en geduld uitoefenen, daar toch de onophoudelijke sterke beweging en vooral het aanhoudend huilend en brullend zingen niet dan nadeelig voor hunne gezondheid zijn kan, zoodat het ook dikwerf gebeurt dat de jongere leden der orde de tering krijgen en de meesten hunner er kwijnend uitzien."

AANTEEKENINGEN

[1] Men noemt Divan de hoogste staatsvergadering bij de Turken, die wekelijks op een bepaalden dag bijeenkomt, uit twaalf leden bestaat, en den sultan, den grootvizier of den mufti tot voorzitter heeft. De groote of rijksdivan wordt elken Dinsdag door den sultan gehouden; bovendien heeft elke pasja (stadhouder over een landschap) een afzonderlijken divan of raad voor zijne provincie. Divan is eigenlijk eene verhevenheid van een voet boven den grond, welke, vooral in Turkije, in alle zalen van paleizen en kamers van partikuliere personen gevonden wordt. Zulk een divan is met een kostbaar tapijt bedekt, en van verscheidene geborduurde kussens, tegen den muur opstaande, voorzien. Op den divan zit de heer van het huis, wanneer hij bezoeken ontvangt.

[2] De tegenwoordige sultan Abdul-Aziz, is thans (1874) 44 jaar oud en besteeg den 25sten Juni 1861 den troon. Hij is een man, die tegen den invloed der westersche beschaving niet bestand is, en ook zijnen harem gedeeltelijk verwaarloost. Toen de valide-sultan hem bij de komst tot den troon met eene circassische schoone wilde verrassen, wees hij haar af, zeggende dat hij aan de monogamie de voorkeur gaf. Voorwaar een groote vooruitgang en een goed voorbeeld! Doch naar het oordeel van anderen, is er op het karakter des sultans weinig te vertrouwen, daar hij soms aan ijlhoofdigheid lijdt. Wie weet of zijne opvolgers niet inhalen wat deze verzuimd heeft.

[3] Zie: Frederika Bremer's Bedevaart. Omwandelingen in het Heilige Land. Vertaald door W. C. Mauve. Eerste Deel. Haarlem, A. C. Kruseman.

[4] God is God en Mohammed is zijn profeet.

End of Project Gutenberg's Konstantinopel en het Serail, by Anonymous