Part 8
III. 2. 116. Zelfs uw bedeelden leeren bogen spannen. Bedeelden, beadsman (bidders), waren die lieden, die geregeld van den koning aalmoezen kregen en daarom gehouden waren, voor hem te bidden.--De taxisboom of ijf wordt dubbel moordend genoemd, omdat hij als giftig bekend stond en ook het beste hout voor bogen leverde. De naam van giftig is niet onverdiend; het nuttigen van jonge bebladerde takken kan voor het vee doodelijk wezen; bij de ouden werd de boom voor zoo vergiftig gehouden, dat het eenigszins lang vertoeven in zijne schaduw levensgevaarlijk genoemd wordt.
III. 2. 204. Wee u, gij neef. In zijn ontsteltenis wendt Richard zich tot den verkeerde, daar vooral de Bisschop van Carlisle zijn moedeloosheid gegispt had.
III. 3. 94. Oop'nen wil hij hier Het bloedig purp'ren testament des oorlogs. Uit het door bloed gepurperd testament, dat hij opent, wil Bolingbroke zien, wat de oorlog, die hier als erflater wordt opgevat, hem vermaakt heeft.--Twee regels later heeft het Engelsch een woordspeling met de dubbele beteekenis van crown: kroon en schedel.--Het woord onburgerlijk, reg. 102, "wat geen burger past", is minder sterk dan het Engelsch uncivil: onbeleefd, onhoffelijk, ruw.
III. 3. 153. Een kleinen grafkuil. De koning denkt aan het graf, dat de kluizenaar zelf in de nabijheid zijner woning delft.
III. 4. 73. Gij Adamsbeeld. Adam was de eerste spitter en tuinier.
III. 4. 106. Ik zet er ruit. De tekst luidt: Here in this place I'll set a bank of rue, sour herb of grace. Rue beteekent in het Engelsch zoowel ruit, wijnruit, als leed, wee. Sh. laat, als ter verklaring van het niet gewone woord, nog volgen: Rue, even for ruth.
IV. 1. 21. Mijn schoon gesternte. Hier zooveel als "mijn vorstelijken rang", die evenals andere gaven aan den invloed der sterren te danken was.
IV. 1. 74. In een woestijn. Waar hij dan alleen met hem zou zijn.
IV. 1. 78. In deze nieuwe wereld. Fitzwater is jong en voor de eerste maal bij een parlementszitting.
IV. 1. 154. 't Verlangen der Gemeenten. Het verzoek, dat Bolingbroke den troon zou beklimmen.
IV. 1. 173. Moet ik Èn priester zijn èn leek? Heeft de priester de bede gesproken: "Den Koning heil!" dan is het de taak van den dienenden leek of koster, hierop "Amen!" te zeggen, door de gemeente hierin gevolgd.
IV. 1. 256. Zelfs dien naam niet, dien mij de doopvont gaf. In zooverre verliest Richard zijn doopnaam bij zijn onttroning, als hij daarna niet meer, zooals bij koningen geschiedt, bij zijn doopnaam alleen genoemd wordt.
IV. 1. 317. Inhalen? goed!--Inhalig zijt gij allen. In 't Engelsch staat: O, good! convey? conveyers are you all. Convey beteekent: wegbrengen, weggeleiden, maar ook stelen.
V. 1. 1. Hier komt de koning langs. Wilde men van de gewone indeeling in bedrijven afwijken, dan ware het goed, met dit eerste tooneel het vierde bedrijf te besluiten.--Evenzoo zou men doelmatig met het vierde tooneel van het eerste bedrijf het tweede kunnen beginnen.
V. 1. 2. Julius Caesar's onheilstoren.--De Tower is bedoeld, in de stormachtige tijden van Engelands oudere geschiedenis van zooveel belang, hetzij als sterkte, hetzij als staatsgevangenis.--Dat in regel 11 Richard door zijn gemalin vergeleken wordt bij de woestgeworden plek, waar eens Troje gestaan had, klonk in Sh.'s tijd minder vreemd dan nu; toen stond de geschiedenis van Troje iedereen voor den geest en er werd vaak op gezinspeeld.
V. 2. 15. De muren, Behangen, spreukrijk. Bij feestelijke gelegenheden werden in Sh.'s tijd de muren met tapijten behangen, waarop dan niet zelden spreuken of wenschen te lezen waren.
V. 2. 46. Wie sieren als viooltjes. Aumerle is aan het hof des nieuwen konings geweest; zijn moeder vraagt nu; "wie is daar thans in bloei, in gunst?"--Hier zij opgemerkt, dat Aumerle's moeder reeds in 1392 stierf. Voor het overige volgt Shakespeare Holinshed's verhaal hier zeer getrouw; York ontdekte het complot door aan zijn zoon het document, dat uit zijn boezem stak, te ontrukken, ijlde er mee naar den koning te Windsor, maar werd er door zijn zoon voorkomen, die vergiffenis wist te verwerven.
V. 3. 1. Weet niemand van mijn zoon, den losbol, iets? Shakespeare heeft dit gesprek over Bolingbroke's oudsten zoon hier blijkbaar ingevoegd, om het optreden van den prins in het volgend stuk, K. Hendrik IV, voor te bereiden. Zijn zoon was te dezer tijd pas 12 jaar oud; hij was door koning Richard medegenomen naar Ierland, daar door hem tot ridder geslagen, en, toen Bolingbroke's inval in Engeland hem bekend werd, als gijzelaar gehouden. Sh. stelt den prins, om dramatische redenen, ouder voor dan hij was.
V. 3. 80. 't Is beed'lares en koning. Toespeling op de volksballade van koning Cophetun en de bedelares Penelophon, zie blz. 308 de aanteekeningen op "Romeo en Julia" II. 1. 13.
V. 3. 119. Zeg: "pardonnez-moi." In Sh.'s tijd een beleefde wijze van weigering, vergelijk "Romeo en Julia" II. 1. 35.
V. 3. 137. Maar wat mijn lieven zwager en den abt. De zwager is Richards halfbroeder John, hertog van Exeter, die met Bolingbroke's zuster Elizabeth gehuwd was; de abt is de abt van Westminster.
V. 4. 1. Hebt gij des konings zeggen opgemerkt? In de folio-uitgave begint hier, zeer te recht, geen nieuw tooneel.
V. 5. 9. Deze kleine wereld. Richard zelf, in tegenstelling met deze wereld (van den volgenden regel), de groote wereld.
V. 5. 60. En ik sta hier als nar, zijn klokkeventje. Een figuurtje, op een mensch gelijkend, op een klok geplaatst of er elk uur en half uur uit te voorschijn komend, die door de beweging der armen of door een slag op een klok het uur aanwijst, maar verder nooit iets doet.
V. 5. 67. Heil u, mijn souverein!--Dank, noob'le pair! In 't Engelsch: Hail! royal prince!--Thanks noble peer! Een royal en een noble waren gouden munten (evenals een soeverein), de eerste van tien schellingen (f6.--), de tweede van zes schellingen acht stuivers (f4.--); het verschil is tien groot of veertig stuivers. De beteekenis van den volgenden regel The cheapest of us is ten groats too dear is: wij zijn geen van tweeën veel meer waard. Of Sh. òf zijn vertaler had onzen Huygens gelezen.--De woordspeling met royal noble vindt men ook in "I K. Hendrik IV", II. 4. 217.
V. 6. 8. Het hoofd van Salisbury, Blunt, Spencer, Kent. Zoo heeft de folio-uitgave, in overeenstemming met Holinshed's kroniek. De oudere uitgaven in quarto, noemen "Oxford, Salisbury, Blunt and Kent." Bedoeld zijn de samengezworenen, die, nadat hun aanslag door Aumerle aan het licht was gebracht, in openbaren opstand waren gekomen, doch binnen korten tijd overweldigd werden. De hier genoemde Kent is Richards stiefbroeder, de Hertog van Exeter.
V. 6. 19. De abt van Westminster. Dat de abt van Westminster gestorven was, ontleende Shakespeare aan Holinshed; maar deze was verkeerd ingelicht; de abt heeft Hendrik IV overleefd.
V. 6. 33. Heer Richard van Bordeaux. Richard II was in Bordeaux, toen in de macht der Engelschen, geboren, en werd als prins, ook in officieele stukken, vaak Richard van Bordeaux genoemd.
AANTEEKENINGEN
[1] Men vindt het stuk in de Rolls of Parliament, III. 343 a. (De Latijnsche titel van dit gedeelte is Rotuli Parliamentorum; ut et Petitiones et Placita in Parliamento tempore Ricardi R. II). Er staat o.a.: Et pour ceo nre Sr le Roy, come entier Emperour de son Roialme d'Engleterre, pur honour de son sank, voet et ad de sa plenir Roial poiar hablie et fait muliere, de sa propre auctorite, le dit John, ses ditz freres, et soer. Et aussi pronuncia et puplist l'abilete et legitimation, solonc la fourme de la Chre du Roy ent faite. In het Latijnsche stuk, dat volgt, wordt zeer uitdrukkelijk tot hen gezegd, dat zij alle rechten hebben "ac si de legitimo thoro nati existeretis". Mochten dus wettige kinderen aanspraak op den troon hebben, zij evenzeer; hierop steunde later de aanspraak van Hendrik VII Tudor op den troon. In het tweede exemplaar van dit stuk, dat bij de rollen der patenten bewaard wordt, staat, door een latere hand ingeschoven, de beperking, dat deze kinderen, schoon geëcht, nimmer aanspraak op den troon zouden hebben; men mag als bewezen aannemen, dat dit een krachteloos toevoegsel is van Hendrik IV, die aan zijn halve broeders dit recht niet wilde toegekend zien.
[2] Zoons zijner moeder, Johanna van Kent,--dochter van Edmund van Woodstock, Graaf van Kent,--uit haar vroeger huwelijk met den Graaf van Holland of Holand (Rolls of Parliament, IV, 270b).
[3] Ik heb ze ontleend aan de Rolls of Parliament III, 355.