Koning Oedipus, van Sophocles: tragedie
Part 4
En dan neemt hij haar zacht de gouden spangen van haar kleed, de priemen, waarmee 't kleed werd vastgehouden, en spreekt, en wij staan daar en weten niet, tot wien, niet tot den doode, en ook niet tot ons, maar allen hooren wij 't: „nooit zaagt gij”—zegt hij,—„nooit zaagt gij, wat ik deed, „noch, wat ik leed, noch wie er vóór mij stond, „zoo zij 't voor u ook verder nacht” en heft—z'n oogen, tot z'n oogen spreekt hij,—en heft de handen, beide handen, met de spangen, en boort ze diep in beide oogen, in zijne levende oogen boort hij ze, dat hem 't bloed over de wangen gutst, en heel 't gezicht bemorst.
(_Onrust merkbaar in het paleis_).
DE EERSTE (_is naar achter geloopen en komt nu weer naar voren_):
Zij kunnen hem niet houden! Hij schreeuwt: de deuren moeten open, ál 't volk moet komen, om den man te zien, die eerst zijn vader doodde, en dan zijn moeder—
ALLE VROUWEN: Zeg 't niet!
DE EERSTE (_bedekt zich den mond_):
Mijn mond zegt 't niet!
(_Het geraas uit 't paleis komt nader en nader. De vrouwen loopen terug en vormen een doorgang aan weêrszij van de paleisdeuren. Van ontzetting rekken allen de armen hoog in de lucht en sluiten zij de oogen. Oedipus komt door de bronzen paleisdeuren naar buiten gestormd, met verwarde haren en met bloed beloopen oogen, die door een doek ter halverwege worden bedekt. Hij loopt met zoo haastige stappen de trappen af, dat twee dienaars, die hem trachten vast te houden, ternauwernood bij hem kunnen blijven. Achter hem aan andere dienaars en gewapenden._
_De grijsaards wijken bij zijn komst verder terug_).
DE GRIJSAARDS:
Wij vragen niet meer—wij richten niet meer— ons denken staat stil,—het ontzet ons!
OEDIPUS:
Ach! ach! ach! Wáár gaan mijn klachten heen? Wie vangt ze op? Verwaaien ze in den wind? Noodlot, waar voert gij mij heen?—
DE GRIJSAARDS (_fluisterend_):
Naar 'n leed zóo afgrijslijk, dat geen oog 't kan zien!
OEDIPUS:
Duisternis! Eeuwig—oneindig—ondenkbaar— onoverwindbaar! Geen naam, die u noemt! Wee mij! Wee! O, in mijn oogen, hoe branden die wonden! maar feller nog vlijmen de dolken van 't denken mij in 't gemoed!
DE GRIJSAARDS:
Tweevoud is ons lijden—zóo zijn wij geschapen.
OEDIPUS (_de grijsaards naderend_):
Ach! Gij nog hier, gij toeft nog bij den blinden man? Wee mij!
DE GRIJSAARDS (_op hun beurt Oedipus naderend_):
Wie heeft uw hand den weg gewezen naar uw oogen, toen gij hen 't licht ontroofdet, Oedipus?
OEDIPUS:
Apollo was 't. Apollo heeft dit gruwlijk lot mij opgelegd. Maar aan mijn oogen deden mijn handen 't werk. Daar was geen god bij noodig, om te helpen. Wien moet ik dan nog zien? Moet 'k omlaag mijn vader aanzien, als hij mij tegentreedt? of wel mijn kinderen? Moet 'k aan hún blikken dan míjn blikken binden, en met hen 'n ondenkbaar wreed gesprek aanvangen oog in oog? Neen, voert mij weg van hier! Jaagt deze pestbuil hier vandaan. Stoot hem van hier, verjaagt hem, werpt hem uit, den man, die druipt van alle hemelsvloeken!
DE GRIJSAARDS (_gezamenlijk_):
Ik wilde, 'k had u nooit, neen nooit gekend!
OEDIPUS (_zachter_):
Wat ik misdaan heb aan mijn moeder, misdaan heb aan mijn vader, boet mijn leven niet.
(_voor zich heen, somber_):
Ach, bruiloft! huw'lijk! nacht'lijk zaad, in 't licht geschoten, de zoons des vaders broeders, dochter, ach, zusters! Geen naam, die 't noemt. Verbergt! mij toch in 't donkerst woudgebergte! Slaat mij terneer!—Werpt van de rots mij af!—Jaagt mij van hier! daarheen!—daarheen, vanwaar geen sterfling keert! Vernedert u, mij aan te vatten! O, vreest niets! Hierbinnen bruist 'n zee van leed; er vloeit niets over!
(_Kreon komt uit 't paleis met gevolg. Hij draagt mantel en kroon_).
DE GRIJSAARDS:
Beslissen moet in wat ge⁀ons smeekt, vorst Kreon. Hij voert 't bewind nu over 't land. Hij komt.
OEDIPUS (_zacht_):
Wát zeg ik nu tot Kreon?
KREON: Oedipus, niet om te spotten met uw leed kom ik, nu gij zoo diep rampzalig zijt, maar schaamt gij u al niet voor 't oog der menschen, schaam u toch voor den god, die over ons zijn heilig aanschijn licht, voor Helios, en toon hem niet dit wezen zonder naam, dit gruw'bre, waaraan d'aard' geen wijkplaats biedt, omdat zij niet beroerd wil wezen van z'n lijf, noch 't licht hem wil beloopen met z'n stralen, en ook de regen hem niet zeeg'nen wil. Wij echter zijn uw bloed. Ons is het daarom opgelegd, met u in huis te zijn, uw lijden aan te zien, het te verlichten.
OEDIPUS:
O, Kreon, gij zijt goed! Hóe vriendelijk spreekt uw mond tot mij, den boozen Oedipus— maar, ach, ik smeek, verleen me een gunst! één gunst!
KREON:
Om wélke gunst verzoekt mij Oedipus?
OEDIPUS:
O, stoot mij weg, snel weg, dáarheen, waar nooit een menschenstem mij meer bereiken kan!
KREON:
't Waar' reeds gebeurd, moest ik niet eerst opnieuw den wil des gods vernemen.
OEDIPUS: O, vraag hem niet!
Verniet'gen wil hij, wie zijns vaders bloed vergoot. Verniet'gen! Anders niet.
KREON:
Zoo sprák de god, toen wij in 't duister tastten. Nú is het licht. Niemand doorgrondt den god! Ik wacht en vraag.
OEDIPUS:
Alwéder vragen?
KREON: Gelooft gij nóg niet, in de goden, Oedipus?
OEDIPUS: In uwe hand is alles nu gelegd; ook 't and're Kreon. De zorg voor 't lijk daarbinnen rust op u. Laat het begraven worden, zooals gij 't wilt. Maar 'k smeek u, Kreon, o, gedoog het niet, dat mij de stad nog langer herberg geeft. Laat mij op den Kithaeron huizen. Dat 's mijn oord. Hebben mijn ouders mij, als kind, dien berg tot een vroegtijdig graf niet aangewezen?— En tóch, één zekerheid leeft in mijn ziel: mij doodt geen ziekte, en geen worp van 't toevalspel: Iets anders, iets verschrik'lijks, niet te noemen, staat nog voor mij in 't donkere toekomst'ge. Dat mist mij niet. Neem 't noodlot dan met mij den loop, dien 't wil. Erbarm u, Kreon over mijne kinderen. Bedenk het, Kreon, zij aten nooit hun brood van mij gescheiden: zij zijn gewend, dat dit arm mensch, hun vader, zijn bete met hen deelt. Neem ze in bescherming Kreon, en laat mij eenmaal nog hun wangen streelen.
(_Op een wenk van Kreon worden twee van de kinderen van Oedipus, twee meisjes, uit den kring van de dienaars naar voren geleid, naar Oedipus_).
OEDIPUS:
Ik hoor ze! 'k hoor hun schreien! O, hebt ge zooveel meêlij, Kreon, is 't wáár? Hebt gij ze naar mij toegestuurd?
KREON: Den vroeg'ren tijd herdenkend, deed ik 't, Oedipus.
OEDIPUS: O, wees gezegend daarvoor! En hoed u voor den daemon op uw weg, dien ik niet heb geacht. Wáár zijt gij, kind'ren? Komt bij uw vader! Zijn oogen zien u niet. Hun licht heb ik me uitgeweend met deze handen hier. Wee, meisjes! bitter, bitter is uw lot! Wie neemt u zich tot vrouw? wie waagt, zoo'n smaad zich op den hals te halen met uw bruidsgift? Liggen niet alle vloeken dezer wereld op uw hoofd? Uw vader sloeg zijn vader dood, dán kwam hij hier zijn moeder vrijen, en dezelfde schoot, die hem gedragen had, droeg daarna u, daaraan had hij z'n vreugd, z'n vadervreugd.—Wié zal bij u zich kind'ren willen wekken? Geen mensch ter wereld! Niemand! Onvruchtbaar kwijnt ge weg; vergeefs geleefd, vergeefs geboren, leeg blijft uw bestaan.— Kreon, zij hebben niemand op de wereld buiten u; niet dood, neen; méér dan dood, —vernietigd—is hun vader; hun moeder leeft niet meer; laat, vorst, hen niet ronddolen door 't land, laat hen niet beed'len, vorst! Beloof mij dit! Zij zijn uw bloed! Laat mijne hand aan d'uwe mogen raken, dat ge 't mij belooft. Kreon, uw hand den armen Oedipus.—
KREON:
Genoeg! Laat 't jammeren uit zijn! Kom in huis! Zorg voor 'n dak. De zon stijgt hooger.
OEDIPUS:
Stijgt hij? Wee mij, Kreon, zend mij dan weg van hier! zend mij van hier!
KREON:
Waarheen? Uit 't land?
OEDIPUS:
Van hier!
KREON:
De goden moeten U die gunst verleenen.
OEDIPUS:
Wee mij! Wee mij!—Mij haten alle goden!
KREON:
Als zij u waarlijk haten, staan zij 't toe.
OEDIPUS:
Maar gij?
KREON:
Ga dan en laat de kind'ren los.
OEDIPUS:
Neen, neen! Neem die mij niet!
KREON:
Hoopt ge dan altijd nog op 's levens winst? Bleef iets U trouw van ál, wat gij bezat?
OEDIPUS:
O, volk van Thebe, _dit_ is Oedipus, die groot was onder u, en veel benijders vond. Laat dus 'n mensch zijn laatsten dag verbeiden in stilte—héel in stilte.
DE GRIJSAARDS EN HET VOLK:
(_Vol ontzetting terugdeinzend van den door hunne rijen zich een weg tastenden Oedipus_:)
Oedipus!
~EINDE.~
TOONEELSPELEN
VERSCHENEN IN DE TOONEELBIBLIOTHEEK, WERELDBIBLIOTHEEK EN NEDERLANDSCHE BIBLIOTHEEK
_a_. NEDERLANDSCHE.
N. B. INA BOUDIER-BAKKER, #'t Hoogste Recht# (4 bedrijven). Ing. f 0.20; cart. f 0.30; linnen f 0.40
N. B. J. F. E. CELLIERS, #Liefde en Plig# (4 bedrijven). Ing. f 0.20; geb. f 0.40
T. B. SUZE LA CHAPELLE-ROOBOL, #Een Boete# (3 bedrijven). Ing. f 0.25; geb. f 0.40
T. B. J. EVERTS,# De Verleider# (1 bedrijf). Ing. f 0.25; geb. f 0.40
T. B. id. #De Derde# (1 bedrijf). Ing. f 0.25; geb. f 0.40
T. B. id. #Kracht naar Kruis# (1 bedrijf). Ing. f 0.25; geb. f 0.40
T. B. ANNA VAN GOGH-KAULBACH, #Eigen Haard# (4 bedrijven). Ing. f 0.25; geb. f 0.40
T. B. id. #Fortuna# (4 bedrijven). Ing. f 0.25; geb. f 0.40
T. B. HERM. HEIJERMANS, #De Meid# (2 bedr). Ing. f 0.25; geb. f 0.40
T. B. id. #Beschuit met Muisjes# (3 bedrijven). Ing. f 0.25; geb. f 0.40
T. B. id. #De Opgaande Zon# (4 bedrijven). Ing. f 0.25; geb. f 0.40
T. B. id. #Glück Auf!# Ing. f 0.25; geb. f 0.40
T. B. id. #Een Mei# Ing. f 0.25; geb. f 0.40
T. B. id. #Nummer Tachtig# Ing. f 0.25; geb. f 0.40
T. B. id. #Ahasverus# Ing. f 0.25; geb. f 0.40
T. B. id. #Feest# Ing. f 0.25; geb. f 0.40
N. B. MULTATULI, #Vorstenschool# (5 bedrijven) 6e druk. Ing. f 0.20; cart. f 0.30; linnen f 0.40
N. B. id. #Aleid# (2 bedrijven). Ing. f 0.25; cart. f 0.30; linnen f 0.40
T. B. HERM. C. J. ROELVINK, #Freuleken# (4 bedrijven). Ing. f 0.25; geb. f 0.40
N. B. H. ROLAND HOLST-VAN DER SCHALK, #De Opstandelingen# (3 bedrijven) 2e druk. Ing. f 0.30; cart. f 0.40; linnen f 0.50
T. B. WILLEM SCHÜRMANN, #Veertig# (4 bedr.) Ing. f 0.25; geb. f 0.40
T. B. id. #Violiers# (4 bedrijven). Ing. f 0.25; geb. f 0.40
T. B. id. #Speculanten# (1 bedrijf). Ing. f 0.25; geb. f 0.40
T. B. id. #Het dubbele Leven# (4 bedrijven). Ing. f 0.25; geb. f 0.40
N. B. J. A. SIMONS-MEES, #Tooneelspelen I.# (Twee levenskringen; Van Hoogten en Vlakten; Zijn Evenbeeld). Ing. f 1.25; geb. f 1.90
N. B. id. #Tooneelspelen II.# (Een Moeder; St. Elisabeth; Kasbloem). Ing. f 1.25; geb. f 1.90
N. B. id. #De Veroveraar# (5 bedrijven) 2e druk. } Ing. f 0.20; cart. f 0.30; linnen f 0.40 } Samen } in keurb. N. B. id. #Atie's Huwelijk# (4 bedrijven) 2e druk. } f 1.- Ing. f 0.20; cart. f 0.30; linnen f 0.40 }
T. B. id. #Voor 't Diner# (1889) (1 bedrijf). Ing. f 0.25; geb. f 0.40
N. B. id. #Een Paladijn# (4 bedr.) Ing. f 0.20; cart. f 0.30; linnen f 0.40
T. B. id. #Zijn Evenbeeld# (3 bedrijven). Ing. f 0.25; geb. f 0.40
T. B. id. #Een Moeder# (4 bedrijven). Ing. f 0.25; geb. f 0.40
T. B. id. #St. Elisabeth# (3 bedrijven). Ing. f 0.25; geb. f 0.40
T. B. id. #Van Hoogten en Vlakten# (3 bedr.) Ing. f 0.25; geb. f 0.40
N. B. J. VAN DEN VONDEL, #Adam in Ballingschap# (4 bedrijven). Ing. f 0.20; cart. f 0.30; linnen f 0.40
T. B. id. #Lucifer# (beide met Inl. en Aant. d. L. S.) Ing. f 0.25; geb. f 0.40
JOOST VAN DEN VONDEL, SPELEN:
#Eerste deel#: 1e stuk. | 2e stuk. | 3e stuk. _a_. C. R. DE KLERK, | _a_. Palamedes. | _a_. Peter en Paulus. Kultuurbesch. Inl. | _b_. Gysbrecht van | _b_. Maria Stuart. _b_. Het Pascha. | Aemstel. | _c_. De Leeuwendalers. _c_. Hierusalem verwoest.| _c_. Maagden. |
#Tweede deel#: 1e stuk. | 2e stuk. | 3e stuk. _a_. L. SIMONS, | _a_. Joseph in Egypte. | _a_. Salmoneus. Vondels Dramatiek. | _b_. Salomon. | _b_. Jeftha. _b_. Gebroeders. | _c_. Lucifer. | _c_. Samson. _c_. Joseph in Dothan. | |
Per stuk Ing. f 0.50; cart. f 0.65; linnen f 0.80; keurb. f 1.10 Per spel (_a_, _b_ of _c_) Ing. f 0.20; cart. f 0.30; linnen f 0.40
T. B. ALBERT DE VRIES, #De Zoon; Crediet# (Zedespelen in 1 bedr.) Ing. f 0.25; geb. f 0.40
T. B. id. #De Nieuwe Directeur# (Zedespel in 1 bedrijf). Ing. f 0.25; geb. f 0.40
T. B. id. #De Courant; De Journalist(e)# (Zedespelen in 1 bedrijf). Ing. f 0.25; geb. f 0.40
T. B. HENDRIK VAN DER WAL, #Nero en Agrippina# (3 bedrijven) Ing. f 0.25; geb. f 0.40
T. B. id. #Het Zegefeest# (1 bedrijf). Ing. f 0.25; geb. f 0.40
_b_. GRIEKSCHE EN LATIJNSCHE.
W.B. ARISTOPHANES, #De Ridders# (Dr. H. C. Muller). Ing. f 0.20; cart. f 0.30; linnen f 0.40
W.B. PLAUTUS, #Tweelingbroeders# (Prof. v. Herwerden). Ing. f 0.20; cart. f 0.30; linnen f 0.40
W.B. SOPHOCLES, #Antigone# (Dr. H. C. Muller). Linnen f 0.40
_c_. ENGELSCHE.
W.B. SHAKESPEARE, #Coriolanus# (Dr. Edw. B. Koster). Ing. f 0.20; cart. f 0.30; linnen f 0.40
W.B. id. #Macbeth# (idem). Ing. f 0.20; cart. f 0.30; linnen f 0.40
W.B. id. #Othello# (idem). Ing. f 0.20; cart. f 0.30; linnen f 0.40
T. B. id. #Julius Caesar# (idem). Ing. f 0.20; cart. f 0.30; linnen f 0.40
O. U. id. #Antonius en Cleopatra# (idem). Ing. f 0.20; cart. f 0.30; linnen f 0.40
T. B. id. #De Koopman van Venetië# (idem). _In herdruk._
W.B. SHAW. #Mevrouw Warren's Bedrijf# (4 bedrijven). Vertaling J. A. Simons-Mees. Ing. f 0.20; cart. f 0.30; linnen f 0.40
W.B. id. #Je kunt 't nooit weten# (4 bedr.) Vertaling Ph. G. Gunning. Ing. f 0.30; cart. f 0.40; linnen f 0.50
W.B. id. #Candida# (3 bedrijven). Vertaling M. 's Jacob. Ing. f 0.20; cart. f 0.30; linnen f 0.40
T. B. id. #Oorlogsmannen# (3 bedrijven). Vertaling J. Kuylman. Ing. f 0.25; linnen f 0.40
T. B. id. #Blanco Posnets ware gedaante# (1 bedrijf). Vertaling J. Kuylman. Ing. f 0.25; linnen f 0.40
T. B. id. #Trouwen# (1 bedrijf). Vertaling J. Kuylman. Ing. f 0.25; linnen f 0.40
T. B. id. #Majoor Barbara# (4 bedrijven). Vertaling Simon B. Stokvis. Ing. f 0.25; linnen f 0.40
W.B. id. #Mensch en Oppermensch#. Vertaling Mevr. J. A. Simons-Mees. Ing. f 0.30; cart. f 0.40; geb. f 0.50
W.B. SHELLEY, #Prometheus ontboeid# (A. Gutteling). Ingenaaid f 0.20; cart. f 0.30; linnen f 0.40
T. B. SHERIDAN, #De Rivalen# (C. van Bruggen). Ing. f 0.25; geb. f 0.40
T. B. MISS SOWERBY, #Rutherford en Zoon# (3 bedrijven). Vertaling J. Kuylman. Ing. f 0.25; geb. f 0.40
T. B. J. M. SYNGE, #De Heiligenbron#. Vertaling L. Simons. Ing. f 0.25; geb. f 0.40
W.B. OSCAR WILDE, #Salome# en #Een Florentijnsch Treurspel#. (Dr. P. C. Boutens). Ing. f 0.20; cart. f 0.30; linnen f 0.40
_d_. NOORSCHE.
W.B. BJÖRNSON, #Boven menschelijke Kracht# (Meyboom). Ing. f 0.40; cart. f 0.55; linnen f 0.70
W.B. IBSEN, #Steunpilaren der Maatschappij# (3e druk). Ing. f 0.20; cart. f 0.30; linnen f 0.40
W.B. id. #Een Poppenhuis# (Meyboom). Ing. f 0.20; cart. f 0.30; linnen f 0.40
W.B. id. #Een Vijand van het Volk# (Meyboom). Cart. f 0.30; linnen f 0.40
W.B. id. #Mededingers naar de Kroon# (Meyboom). Ing. f 0.30; cart. f 0.40; linnen f 0.50
_e_. DUITSCHE.
W.B. GOETHE, #Iphigineia in Tauris# (Dr. P. C. Boutens). Ing. f 0.20; cart. f 0.30; linnen f 0.40
W.B. id. #Faust I# (Adama van Scheltema). Ing. f 0.50; cart. f 0.65; linnen f 0.80
W.B. HAUPTMANN, #De verdronken Klok# (Is. Hen). Linnen f 0.40
T. B. id. #De Wevers#. Vertaling Nico v. Suchtelen. Ing. f 0.25; geb. f 0.40
W.B. FR. HEBBEL, #Maria Magdalena# (L. Landry). Linnen f 0.40
W.B. HEINRICH VON KLEIST, #Kate von Hellbronn#. Vertaling Nico v. Suchtelen. Ing. f 0.30; cart. f 0.40; geb. f 0.50
T. B. ERICH SCHLAIKJER. #Rika van den Dominee#. Vertaling Nico v. Suchtelen. Ing. f 0.25; geb. f 0.40
T. B. ARTHUR SCHNITZLER, #Minne-spel# (3 bedrijven). Vertaling Frans Mijnsen. Ing. f 0.25; geb. f 0.40
_f_. FRANSCHE.
T. B. AUGIER en SANDEAU, #De Schoonzoon van Mijnheer Poirier#. Ing. f 0.25; geb. f 0.40
T. B. DUMAS en GAILLARDET, #De Toren van Nesle# (5 bedrijven). Vertaling Mr. v. Loghem. Ing. f 0.25; geb. f 0.40
W.B. MOLIÈRE, #Geleerde Dames# (W. J. Wendel). Ing. f 0.20; cart. f 0.30; linnen f 0.40
W.B. id. #Tartufe#, id. Ing. f 0.20; cart. f 0.30; linnen f 0.40
W.B. id. #De Misantroop#, id. Ing. f 0.20: cart. f 0.30; linnen f 0.40
W.B. id. #Schelmenstreken van Scapin# (B. Wilson). _In herdruk._
T. B. EMILE ZOLA, #De Erfgenamen van Rabourdin# (3 bedrijven). Ing. f 0.25; geb. f 0.40
_g_. RUSSISCHE.
R. B. MAXIM GORKIEJ, #Zonnekinderen#. Ing. f 0.50; geb. f 0.80
R. B. N. W. GOGOLJ, #De Revisor#. Ing. f 0.50; geb. f 0.80
R. B. MEREZJKOWSKOE, #Paul I# (Annie de Graaff). Ing. f 0.50; geb. f 0.80
VONDELS SPELEN
Ingeleid en toegelicht door C. R. DE KLERK en L. SIMONS.
Deze uitgaaf van Vondels Spelen zal geschieden overeenkomstig onderstaand plan:
DEEL I { C. R. DE KLERK: Kultuurbeschouwende Inleiding { tot Vondels Spelen. 1e stuk { Het Pascha. } Ingeleid en toegelicht { Hierusalem verwoest. } door C. R. de K.
{ Palamedes Idem door C. R. de K. 2e stuk { Gijsbrecht van Aemstel „ „ L. S. { Maagden. „ „ C. R. de K.
{ Peter en Pauwels. } 3e stuk { Maria Stuart. } Idem door C. R. de K. { De Leeuwendalers. }
DEEL II { L. SIMONS: VONDELS dramatiek. 1e stuk { Gebroeders. } Ingeleid en toegelicht { Joseph in Dothan. } door C. R. de K.
{ Joseph in Egypte. } Idem door C. R. de K. 2e stuk { Salomon. } { Lucifer. „ „ L. S.
{ Salmoneus. „ „ C. R. de K. 3e stuk { Jephta. „ „ L. S. { Samson. „ „ C. R. de K.
DEEL III { David in Ballingschap. } 1e stuk { David hersteld. } „ „ C. R. de K. { Adonias. }
{ Adam in Ballingschap } „ „ L. S. 2e stuk { Faëton } { Batavische Gebroeders „ „ C. R. de K.
{ Zungchin „ „ C. R. de K. 3e stuk { Noach „ „ L. S. { Algemeen Register.
Het eerste en het tweede deel zijn reeds verschenen.
Prijs per stuk: Ingen. f 0.50; Carton f 0.65; Geb. f 0.80; Keurband f 1.10. Elk tooneelspel afzonderlijk: Ingen. f 0.20; Carton f 0.30; Linnen f 0.40.