Kijkjes in het dierenleven

Part 9

Chapter 9123 wordsPublic domain

Quoskh, kwosk, de blauwe reiger.

Seksagadagee, sek’-sa-guee-da’-guie, het Canadeesche hazelhoen, ook een soort „grouse”.

Skooktum, skoek’-tum, de forel.

Tookhees, tok’-ies, de boschmuis.

Umquenawis, um-kwie-na’-wiz, de eland.

Unk-Wunk, unk’-wunk, het stekelvarken.

Upweekis, up-wiek’-is, de Canadeesche lynx.

Whitooweek, wit’-oe-wiek, de houtsnip.

AANTEEKENINGEN

[1] Zie blz. 158, onder Mitches. In Long’s boeken is steeds sprake van den boschvogel, niet van onzen patrijs der vlakte.

[2] I Kon. 21 : 4.

[3] Een soort Centrarchidae.

[4] Job 39 : 12.

[5] Felis Concolor.

[6] Canadeesche gaai; Perisoreus Canadensis.

[7] Een der Noordamerikaansche Staten.

[8] Een vischje, dat een en al stekels is en gromt bij ’t aanpakken.

[9] Mannen, die er in Amerika een beroep van maken, dieren in vallen en strikken te vangen, om hun pelzen te verkoopen.