Chapter 8
Het zij bemerkt dat M'Her _Louis Michel_ (no 1) de vader was van _Maria Agnes Michel_ (no 9), vrouwe van M'Her _Jan Philip Gilles_, overleden t' Amsterdam 31 Jan. 1800. M'Her _Louis Gilles-de Pret_, zoon van M'Her _Jan Philips Gilles_, (Amsterdam 22 Nov. 1761 * Hove bij Antwerpen 22 Nov. 1811), was de vader van M'Her _Louis Baron Gilles de Pelichy-de Pelichy_, (Antwerpen 25 Junij 1798 * 29 April 1876), begraven tot Iseghem 3 Mei 1876; wiens zoon M'Her _Alexander Baron Gilles Pelichy van Caloen_, geboren tot Antwerpen 17 Dec. 1845, heden ten dage het adellijk slot _het Blauwhuis_ bewoont, tot Iseghem. Zie bl. 42, het stuk _Gouden Roozen_.
Mevrouwe Gilles de Pret, van Antwerpen, liet, in de jaren 1790 twee prentjes drukken ter zaliger gedachtenisse van Louis XVI en van Marie-Antoinette; ze worden bewaard in de huiscapelle van Alexander Baron Gilles de Pelichy-Van Caloen.
Over Antwerpen kwamen de doodprentjes uit Holland naar Vlanderen; Joufvrouw Marie Therese van Veldriel, van Antwerpen, liet prentjes drukken voor haren echtgenoot, Heer Dominicus Vercruysse, overleden te Kortrijk op den 28 Mei 1805; daar wierden er gedrukt voor haren schoonzoon, Heer Saveris Vercruysse, overleden tot Kortrijk op den 13 December 1805; en eindelijk ook voor haar, wanneer zij kwam te overlijden, tot Kortrijk, op den 7 Feb. 1807.
Tot Brugge wierden er doodprentjes gedrukt ter zaliger gedachtenisse van pastor _Jacop Wielmaecker_, van de Potterye, schielijk overleden 12 Maarte 1814; "van den overleden Eerweerden en Edelen Heer _Charles De Schietere Caprycke_, die zijn levensloop heeft besteed tot zaligheyd der zielen en de onderwyzinge der jeugd der stad Brugge. Geboren den 22 September 1762. Priester gewyd ten jare 1787. Ende gestigt heeft eene algemeyne Zondagschoole tot onderwys, zoo voor het geestelyk als tydelyk van boven de 1400 arme en behoeftige kinderen van beyde geslagten... Gestorven den 18 July 1815, in den ouderdom van 52 jaren."
Op een ander prentje van dien tijd staat er: "Naer alles verlaeten te hebben, heeft hij Hem (Jesum) gevolgd. Matth. _P. Desiderius Van Huerne_ van edele ouders gebooren den 11n February 1780, te Brugge in Vlaenderen. Naer zyne studien zoo tot Douay als tot Loven voltrokken te hebben, is nae Pollockx in wit Rusland vertrokken, en aldaer in de Societeyt Jesu aengenomen en tot Oswalda den 25 April 1816, nog geen priester zijnde, overleden. R.I.P."
't Oudste doodsantje dat op een landsche parochie spreekt, in de beide Vlanderen, is dat "van den hoog edelen Heer Philippus-Josephus-Maria-Ludovicus-Gislenus _graeve de Croix en van Moen_, Baron van Wynghene, heer van Dadizeele en Moorslede, etc. etc. Overleden te Dadizeele, den 4 Januarius 1820, in den ouderdom van 46 jaren en 6 maanden. R.I.P. God en de menschen aengenaem, wiens gedagtenis is in zegening. Eccli, C. 45, VI."
Tot in 't jaar 1830 en was 't maar voor de priesters en voor de leden van de aanzienlijkste geslachten dat men doodprentjes uitdeelde: dertig, veertig, vijftig ten hoogsten, en ter gelegentheid van groote uitveerden. Later is 't gebruik algemeender geworden, zoo nochtans dat het uitdeelen van doodprentjes nog altijd blijft gelden als een teeken van welhebbende treffelijkheid.
De vroegste doodprentjes zijn op pergament gedrukt. Tot in 't j. 1830 gaf men nog pergamenten beeldekens aan de naaste en beste vrienden, papierene aan iedereen. Die op geglansd papier gedrukt zijn komen doorgaans uit Oostende, uit Luik of uit Antwerpen.
Op den eenen kant van het doodbeeldeken pleegt een _Sanct_, een _Sanctje_, een Heilige, of wel eenen schets uit het heilig Schrift verbeeld te staan; de kwade smaak van Parijs heerschte over die verbeeldingen, van t' halven de jaren 1830 tot 1860, wanneer de zucht naar eigen schoon opkwam en wederom begon de overhand te krijgen.
In stee van Santen en Santinnen, enz., vindt men ook verbeeldingen van de kerke waar de overledene geuit wierd, ofwel 't beeld van den overledene zelve, 't zij in druk, 't zij in lichtprente nagetrokken.
Op den anderen, op den _aarkant_ van 't beeldeken staat soms een zerksteen uitgeprent, met de vier Evangelistenteekens op de hoeken; soms eene kruisgedaantige lijste, soms eene andere. Binnen in die lijste, of ook ongelijst, staat de zoo gezeide _text_.
De oudste texten vragen eenvoudiglijk, zonder eenige aanhalinge uit de Schrifture, een gebed voor zaliger zulk of zoo eenen, die overleed... enz. Later wordt daar eene schriftuurplaatse, in 't latijn en in de volkstale, bijgevoegd, b.v.: _Timenti Dominum bene erit in extremis._ Die den Heere vreest zal wel vaeren in zijn uytersten."
Naast het vermeerderd, dikwijls kraafsch en ongepast aanhalen der Schrifture, enz. is, sedert 1870, het bijvoegen van eenen gedeeltelijken stam- of geslachtsboom in zwang gekomen, dat eene verbeteringe is.
In Brabant zet men den begraafdag, de zielmissen, en meer andere inlichtingen, op de doodsantjes. Wat de prenten betreft, ze zijn onderworpen aan de goedkeuringe van kanonik Reusens, en Zijne Hoogweerdigheid de Aartsbisschop heeft daarover eenen herderlijken brief doen lezen in al de kerken van 't Mechelsche.
Voor Heere ende Meester Jan Frans De Broyer, S.T.L., geboortig van Buysinghen, bij Halle, en overleden, Pastor zijnde van Moorsel bij Aelst, op den 25 April 1830, wierd een doodprentje gedicht op rijm, en 't is het eerste van dien aard dat in eene kostelijke en wel vertierde verzamelinge van meer als 100.000 stuks te vinden is.
Dit _zielgedichtje_ luidt als volgt:
Stae leezer!... onder deezen zerk Ligt 't puyk der Priest'ren van Gods kerk, Die godsgeleerdheyd gantsch had ingeswolgen: Wiens slissing, in het zeden-vak, Hoe zeer het ook vol spitsen stak, Den bleeken angsteling gerust mogt volgen Maer ah!... die zuyl, die hemel-spoor, Die _weldaed_ noyt uyt 't oog verloor, Is 't haestig nog van d'aerd geweeken, Gy, die hem altyd hebt bemind, Wil voor de ziel van uwen vriend Een woord by God ten besten spreeken.
Later maakte de eerweerde Heer D. Cracco, leeraar in 't kleen seminarie tot Rousselaere (en dichter van 't voorgaande?) dit volgend berijmd doodsantje:
Wees gedachtig de ziel van _Amandus Bral_, geboren te Thielt den 17 April 1814, overleeden in het kleyn Seminarie te Rousselaere den 20 Junius 1833.
O ydelheyd der ydelheden! Hoe broos is alles hier beneden! O jongeling, wat is uw roem? Uw jeugd gelykt de teere bloem. Een killen mist komt opgevaeren, En drukt de purperroode blaeren Der bloem, die frisch ontlooken staet: En zy verslenst, valt neer, vergaet. Zoo viel voor Bral den bloey van 't leeven! Doch 't dierbaerste is hem bygebleeven, De Deugd, zyn liefste hertsvriendin. Met haer trad hy den hemel in.
Twee jaar daarna wierden de zelfste rijmreken, op weinige woorden na, toegepast op een ander, aldus:
"Bid voor de ziel van d'Heer _Petrus Raymondus Lefevere_, gebooren te Rousselaere den 6 Mey, en aldaer overleden den 25 Maerte 1835.
O ydelheyd der ydelheden! Hoe broos is alles hier beneden! O jongeling, wat is uw roem? Uw jeugd gelykt de teere bloem. Een killen mist koomt opgevaeren, En drukt de purperroode blaeren Der bloem, die frisch ontloken staet; En zy verslenst, valt neer, vergaet. Zoo viel Lefevers bloey van 't leeven! Maer 't dierbaerste is hem bygebleeven, De Deugd, zyn liefste hertsvriendin, Met haer treed hy den hemel in."
Het volgende is waarschijnelijk van de zelfste hand:
Gedagtenis van den deugdzaemen jongeling _Henricus Josephus Van Hecke_, leerling der grammatica in het Kleyn Seminarie te Rousselaere, overleeden te Beveren, zyne geboorte-plaets, in den ouderdom van 21 jaeren.
O jongheyd, die dit leest, denk toch een wyl op hem, Die t' saem met ons de vrugt der schoone lett'ren plukte, De wysheyd leerde door de zelve vaderstem, Maer wien de dood te vroeg aen onze school ontrukte. Van iedereen geliefd, in 't midden zyner jeugd, Viel hij als eene bloem gescheurd van haeren stengel. Doch neen! hy was reeds rijp; en zagtjens trok Gods engel Hem van deeze aerde, en bragt hem in des hemels vreugd.
Nog een leerling van 't kleen Seminarie te Rousselaere maakte, twee jaar later, liggende op zijn sterfbedde, zijn eigen zielgedichtje. 't Was Desire de broeder van zaliger den eerweerden Heer De Corte; hij stierf tot Sint-Lievens Hautem, zijn geboortedorp, op den 21 Januarij 1837, oud 21 jaar. Zijn doodprentje luidt aldus:
"'t Ellendig vleesch alleen kan sterven: De ziel schiep God voor de eeuwigheyd; Voor haer heeft hy dit goed bereyd, Dit hemelsch goed, dat haer de dood doet erven. Zeg dan, o dood, waer is uw strael? Waer is, o dood, uw zegeprael, Daer gy my doet een eeuwig goed verwerven?"
Het gebruik van doodsantjes te laten drukken, van ze uit te deelen binst het ten offeren gaan, van ze in de kerke rond te geven, van ze ten huize te doen bestellen, voor of na de begravinge, enz. is uit de Nederlanden overgegaan naar Engeland, Duitschland, Vrankrijk, America, Italien, Polen, en misschien nog andere landen.
Buiten het nut dat het uitdeelen van doodprentjes heeft, wanneer men 't beschouwt als een werk van liefdadige en stichtelijke godvruchtigheid, kan eene goede verzamelinge zulker gedrukte oorkondschepen alleszins te passe komen bij de lieden die taalgeleerdheid, namenkunde, geslachtkunde, gouwspraakkunde betrachtende zijn.
Tot bewijs van dit zeggen dient het gebeurde op den koopdag van zaliger K. Kanonik De Ridder, overleden tot Mechelen in 't jaar 1876. Op dien koopdag immers zijn 2500 doodsantjes van overledene Priesters uit het Mechelsche 65 fr. toegeslegen; 2500 van Priesters buiten 't Mechelsche 60 fr.; 2150 van Edellien 55 fr. Onder de gadinghebbenden was de zeer eerweerde Heer K. Kanonik Reusens, die hoogde voor de boekenkamer van de hoogschole tot Leuven.
Voor de bovenstaande inlichtingen blijve ik allen dank schuldig aan de dienstveerdige bereidwilligheid van den eerweerden Heer Leopold Slosse, Pastor van Coyghem, den eigenaar en den kundigen zanter van de meer als 100,000 zerkskes of doodbeeldekens, waarvan hooger sprake was.
INHOUD.
Kerkhofblommen Zoo daar ooit 't Was de ure dat Traagzaam trekt _De profundis!_ Dood was de stam Ha! beklaagt hem Kwade dag Ten paradijze Lijkrede Bezoek bij 't graf Nog eens Jaargetijde Het Kruis Uit het Italiaansch _R.I.P._ Het kindeke van de dood Gouden Roozen Zielgedichtjes Alfons Danneels Pius IX Ridder Alfons Loosveldt F.A.J. Baron Bethune Eerw. H. Dhoop Hendrik Conscience L.E. Vanderghinste De Moeder van P. Benoit Deken L.-L. De Bo Eerw. H. Victor Van Coillie Eerw. P. Ameet Vyncke Eerw. H. Emile De Monie Hoogw. H. D.P.A. De Haerne Eerw. zuster overste M. Stanislas Eerw. H. Pastor Busschaert Aanteekeningen
_Bij L. J VEEN te Amsterdam verscheen:_
GUIDO GEZELLE'S
DICHTWERKEN
10 deelen ingenaaid _fl_ 10. -- 8 deelen gebonden _fl_ 14.--
De uitgave bevat: Dichtoefeningen. -- Kerkhofblommen. -- Gedichten, Gezangen en Gebeden, Kleengedichtjes. -- Liederen, Eerdichten et Reliqua. -- Tijdkrans, (2 deelen). -- Rijmsnoer, (2 deelen). --Hiawadha's Lied. -- Laatste Verzen. -- De Bandteekening is van ALFRED VAN NESTE.
Afzonderlijk kost deze uitgave deel 1, 2, 3, 4, 9 en 10 a _fl_ 1.90 ing., _fl_ 2.50 gebonden, 5, 6, 7 en 8 a _fl_ 2.90 ingen., _fl_ 3.50 geb.
In de Belg. Ed. zijn nog verkrijgbaar: Dichtoefeningen, --Kerkhofblommen, -- Gedichten, Gezangen en Gebeden, Kleengedichtjes, --Liederen, Eerdichten et Reliqua
a _fl_ 1.50 per deel ingenaaid, _fl_ 1.90 gebonden.
Tijdkrans, -- Rijmsnoer a _fl_ 2.50 per deel ing., _fl_ 2.90 geb.
* * * * *
Guido Gezelle, Verzen, Pracht-Editie (bijna uitverkocht) _fl_ 25.--
Guido Gezelle, Bloemlezing, samengesteld door Dr. J. Aleida Nijland, 3e verbeterde druk, ingen. _fl_ 0.90, gebonden _fl_ 1.25
Guido Gezelle, Motto-Album, met versieringen van Julius de Praetere. Prijs geb. in linnen _fl_ 1.50, geb. in leer, _fl_ 1.90
Guido Gezelle, Scheurkalender voor 1906, Prijs _fl_ 0.90
Guido Gezelle, Kleengedichtjes, Eerste en Tweede bundel. Prijs per bundel ingenaaid _fl_ 0.25, gebonden _fl_ 0.50