Karl Marx en zijne voorgangers
Part 27
"De wet van de kapitalistische produktie, die klaarblijkelijk aan de "natuurlijke bevolkingswet" ten grondslag ligt, komt eenvoudig hierop neer. De verhouding tusschen kapitaal, akkumulatie en de percentage van het loon, is niets dan de verhouding tusschen den onbetaalden, in kapitaal omgezetten arbeid en de tot beweging van het toeslag-kapitaal benoodigde hoeveelheid toegevoegden arbeid. Zij is dus geenszins een verhouding van twee van elkander onafhankelijke grootheden: eenerzijds de grootte van het kapitaal, anderzijds het getal van de arbeidersbevolking; zij is veelmeer in laatste instantie, de verhouding tusschen den onbetaalden en den betaalden arbeid, van dezelfde arbeidersbevolking. Groeit de hoeveelheid der door de arbeidersklasse geleverden, en door de kapitalistenklasse geakkumuleerden onbetaalden arbeid, snel genoeg aan, om slechts door eene buitengewone toeslag van betaalden arbeid, zich om te kunnen zetten in kapitaal, dan stijgt het loon, en, al het andere gelijkgebleven, neemt de onbetaalde arbeid dan in verhouding af. Zoodra evenwel deze afname het punt beroert, waar de, het kapitaal voedende méérwaarde, niet meer in normale hoeveelheid aangeboden wordt, dan treedt er eene reaktie in: een geringer deel van de revenue wordt gekapitaliseerd, de akkumulatie verlamt en de stijgende loonbeweging verkrijgt een terugslag. De verhooging van den arbeidsprijs, blijft dus eng besloten binnen grenzen, welke de grondslagen van het kapitalistisch systeem niet alleen onaangetast laten, maar ook nog zijne reproduktie op aangroeiende schaal blijven verzekeren. Deze in een natuurwet gemystificeerde, wet van de kapitalistische akkumulatie, wil dus feitelijk slechts zeggen, dat hare aard, elke zoodanige afname in den exploitatiegraad van den arbeid of elke zoodanige verhooging van den arbeidsprijs uitsluit, welke de gestadige reproduktie van de kapitaalsverhoudingen en hunne reproduktie op steeds uitgebreider schaal, ernstig in gevaar kunnen doen brengen. Dit kan niet anders zijn, onder een produktiewijze, waarin de arbeiders voor de behoeften van de waarde-schepping der voorradige waarden bestaan, in plaats van omgekeerd, dat de belichaamde rijkdom er voor de ontwikkelingsbehoefte van de arbeiders is. Zooals de mensch, in den godsdienst door het maaksel van zijn eigen hoofd, zoo wordt hij onder de kapitalistische produktiewijze, door het maaksel zijner eigene handen beheerscht."
CONCENTRATIE VAN HET KAPITAAL.
De algemeene grondslagen van het kapitalistisch systeem eenmaal gegeven, treedt in het verloop van de akkumulatie telkens een punt te voorschijn, waarop de ontwikkeling der produktiviteit van den maatschappelijken arbeid, de machtigste hefboom wordt der akkumulatie. "Dezelfde oorzaak," zeide reeds Adam Smith, "welke de loonen verhoogt, n.l. de toename van kapitaal, drijft tot verhooging der produktieve geschiktheden van den arbeid en stelt eene kleinere hoeveelheid arbeids, in staat, om eene grootere hoeveelheid van produkten voort te brengen." Marx zegt:
"Afgezien van natuurlijke voorwaarden, als vruchtbaarheid van den bodem etc., en van de omstandigheden onafhankelijke, en geïsoleerd arbeidende producenten, dewelke zich echter meer kwalitatief, in de deugdelijkheid, dan kwantitatief in de massa van het gemaakte werk zal vertoonen, drukt zich de maatschappelijke produktiegraad van den arbeid uit, in de relatieve grootheidsomvang der produktiemiddelen, welke een arbeider gedurende een zekeren tijd, met dezelfde inspanning van arbeidskracht, in produkt kan omzetten. De massa der produktiemiddelen, waarmede hij funktioneert, groeit aan, met de produktiviteit van den arbeid.".... "Bijv. met de manufaktuurmatige verdeeling van den arbeid en de toepassing der machinerie, wordt in denzelfden tijd meer grondstof verwerkt, treedt dus eene grootere massa van grondstof met hulpmaterieel, het arbeidsproces binnen. Dat is het gevolg van de aangroeiende produktiviteit van den arbeid. Aan den anderen kant, is de massa van in gebruik genomen machinerie, arbeidsvee, minerale mest, draineerings-inrichtingen enz. de voorwaarde voor groeiende produktiviteit van den arbeid. Evenzoo, de massa van de in bouwwerken, hoogovens, transportmiddelen etc. geconcentreerde hoeveelheid produktiemiddelen. Hetzij evenwel voorwaarde, hetzij gevolg, de groeiende grootte-omvang van de produktiemiddelen, in vergelijking tot de bij haar ingelijfde arbeidskracht, drukt de aangroeiende produktiviteit van den arbeid uit. De toename der laatste, verschijnt dus in de afname der arbeidsmassa, in verhouding tot de door haar voortbewogen massa van produktiemiddelen, of in de grootte-afname van den subjektieven faktor van het arbeidsproces, vergeleken met zijne objektieve faktoren.
"Deze verandering in de technische samenstelling van het kapitaal, de groeiing der massa van produktiemiddelen, vergeleken met de massa van de haar doen-levende arbeidskracht, spiegelt zich terug in hunne waardesamenstelling, in de toename van het constante bestanddeel der kapitaalswaarde, op kosten van zijn variabel bestanddeel. Er worden bijv. van een kapitaal, procentsgewijs berekend, oorspronkelijk elke 50 proc. in produktiemiddelen en elke 50 proc. in arbeidskrachten vastgelegd; later, met de ontwikkeling van den produktiegraad van den arbeid, elke 80 proc. in produktiemiddelen en elke 20 proc. in arbeidskrachten etc. Deze wet van den stijgenden groei van het constante deel van het kapitaal, in verhouding tot zijn variabel deel, wordt bij elke schrede bevestigd, door eene vergelijkende analyse van de prijzen der waren, hetzij dat wij verschillende economische tijdperken van eene enkele natie bij elkaâr vergelijken, of die van verschillende naties, in hetzelfde tijdstip. De relatieve grootte van het prijselement, die slechts de waarde van de verteerde produktiemiddelen, of het constante deel van het kapitaal vertegenwoordigt, zal in direkte, de relatieve grootte van het andere, de arbeid betalende of het variabel deel van het kapitaal vertegenwoordigende prijselement, zal, over het algemeen, in omgekeerde verhouding staan, tot de vooruitgang der akkumulatie."...
"Op de grondslag der waren-produktie, waarbij de produktiemiddelen het eigendom van private personen zijn, waarin de handarbeider, of geïsoleerd en zelfstandig waren voortbrengt of zijn arbeidskracht als waar verkoopt,--omdat hem de middelen tot eigenbedrijf ontbreken--realiseert zich deze voorwaarde slechts door den groei van de individueele kapitalen, of in die mate, waarin de maatschappelijke produktie- en levensmiddelen tot privaat eigendom der kapitalisten worden omgezet. De bodem der waren-produktie, kan de produktie op groote schaal slechts dragen, in haren kapitalistischen vorm. Een zekere akkumulatie van kapitaal in handen van individueele waren-producenten, vormen daarom de voorwaarde voor de specifiek kapitalistische voortbrengingswijze"..... "Maar methodes tot vermeerdering van de maatschappelijke produktiekracht van den arbeid, die op dezen grondslag verrijzen, zijn tegelijkertijd, methodes tot vermeerderende produktie van de méérwaarde of van het meerprodukt, hetwelk zijnerzijds, wederom het scheppingselement van de akkumulatie is. Zij zijn dus tegelijkertijd, methodes ter voortbrenging van kapitaal door kapitaal, of methodes tot zijne bespoedigde akkumulatie. De onophoudelijke terugontwikkeling van méérwaarde in kapitaal, doet zich kennen, als de aangroeiende grootte, van het in 't produktieproces opgaande kapitaal. Deze wordt harerzijds tot grondslag eener meer uitgebreide voet van produktie, van de haar begeleidende methodes tot verhooging van de produktiekracht van den arbeid en tevens tot bespoedigder produktie van méérwaarde. Wanneer dus telkens, een zekere graad van kapitaals-akkumulatie, als voorwaarde voor de specifiek kapitalistische produktiewijze te voorschijn komt, veroorzaakt deze laatste, op terugwerkende wijze, een bespoedigde akkumulatie van het kapitaal. Deze beide economische faktoren brengen, naar mate van de samengestelde verhouding, van de afstooting die zij wederzijds op elkander uitoefenen, de wisseling voort in de technische samenstelling van kapitaal, waardoor zijn variabel bestanddeel steeds kleiner en kleiner wordt, vergeleken met zijn constant deel.
"Elk individueel kapitaal is een grootere of kleinere concentratie van productiemiddelen, met een zich daarmede in overeenstemming bevindend commando, over een grooter of kleiner leger van arbeiders. Het breidt, met de vermeerderde massa van den als kapitaal funktioneerenden rijkdom, ook zijne concentratie in de handen der individueele kapitalisten, daarvandaan de grondslag van de produktie op groote schaal, en de specifiek kapitalistische produktie-methoden uit. De groei van het maatschappelijk kapitaal, voltrekt zich in den groei van vele, individueele kapitalen. Alle andere omstandigheden als gelijkblijvend aangenomen, groeien de individueele kapitalen,--en met hen de concentraties van produktiemiddelen,--in die verhouding aan, waarin zij aliquote (gelijkdeelende) deelen van het maatschappelijk totaal-kapitaal vormen. Tegelijkertijd scheuren zich dan afstootsels van de oorsprong-kapitalen los en funktioneeren als nieuwe, zelfstandige kapitalen. Een groote rol speelt hierbij, onder anderen, de verdeeling van vermogens in kapitalisten-families. Met de akkumulatie van kapitaal groeit daarvandaan ook, meer of minder, het aantal kapitalisten aan. Twee punten karakteriseeren deze soort van concentratie, welke onmiddellijk op de akkumulatie berust, of veelmeer, met haar identiek is. Ten eerste: de aangroeiende concentratie der maatschappelijke produktiemiddelen in de handen van de individueele kapitalisten wordt, onder overigens gelijkblijvende omstandigheden, beperkt, door den graad van wasdom in den maatschappelijken rijkdom. Ten tweede: het in elke produktiespheer vastgelegde deel van het maatschappelijk kapitaal, wordt verdeeld onder vele kapitalisten, welke tegenover elkander staan als onafhankelijke, en met elkander concurreerende warenvoortbrengers. De akkumulatie en de haar begeleidende concentratie, worden dus niet alleen op vele punten gesplitst, maar ook de aangroeing van de funktioneerende kapitalen, wordt doorkruist door de vorming van nieuwe, en de splitsing van oude kapitalen. Doet zich daarvandaan de akkumulatie eenerzijds voor, als de aangroeiende concentratie der produktiemiddelen en van commando's over arbeid, zoo doet zij zich anderzijds aan ons kennen, als repulsie (afstooting) van vele individueele kapitalen onder elkander.
"Deze versplintering van het maatschappelijk totaal-kapitaal, in vele individueele kapitalen, of deze repulsie van zijn onderdeelen van elkander, werkt zijne attraktie tegen. Het is hier niet meer de eenvoudige, met de akkumulatie identieke, concentratie van produktiemiddelen en het commando over den arbeid, het is de concentratie van reeds gevormde kapitalen, de opheffing van hunne individueele zelfstandigheid, de onteigening van kapitalist door kapitalist, het omzetten van vele kleinere, in weinige grootere kapitalen. Dit proces onderscheidt zich van het eerste daardoor, dat het slechts veranderde verdeeling van reeds voorradige en funktioneerende kapitalen veronderstelt en zijn speelruimte, dus niet door de absolute wasdom van den maatschappelijken rijkdom of de absolute grenzen der akkumulatie wordt beperkt. Het kapitaal zwelt hier, in eene hand tot een groote massa aan, omdat het daar, in vele handen, verloren gaat. Dit is de eigenlijke centralisatie, in onderscheiding met akkumulatie en concentratie."
Welke de wetten zijn, die deze centralisatie der kapitalen of de attrakties van kapitaal tot kapitaal beheerschen, wordt hier door Marx niet verder behandeld, dat geschiedt in het tweede deel van zijn werk. Eene aanduiding evenwel wordt hier in algemeene trekken gegeven: "De concurrentiestrijd wordt gevoerd door de goedkoopermaking der waren. Deze goedkoopermaking der waren hangt, caeteris paribus, (onder overigens gelijke omstandigheden) af van de produktiviteit van den arbeid, deze echter weder, van de ontwikkelingstrap welke de produktie heeft bereikt. De grootere kapitalen verslaan daarvandaan de kleinere. Verder herinnert men zich, dat met de ontwikkeling van de kapitalistische produktiewijze, de minimum-omvang van het individueele kapitaal, dat benoodigd is om een bedrijf onder zijn normale voorwaarden te drijven, aangroeit. De kleinere kapitalen dringen zich daarvandaan in produktiespheren, welke door de groote industrie nog maar sporadisch, of onvolkomen zijn aangetast. De concurrentie werkt hier onvermoeid voort, in direkte verhouding tot het aantal, en in omgekeerde verhouding, tot de grootte der rivaliseerende kapitalen. Zij eindigt steeds met den ondergang van vele kleine kapitalisten, welker kapitalen, deels overgaan in handen van den overwinnaar, deels ondergaan. Afgezien hiervan, vormt zich nog met de kapitalistische produktiewijze een gansch nieuwe macht, het credietwezen, dat in zijn begin op den achtergrond,--als de bescheidene helper van de akkumulatie,--nu naar binnen sluipt langs onzichtbare draden, de over de oppervlakte der samenleving, in grootere of kleinere massa's verspreide geldmiddelen, in handen van individueele of met elkander geassocieerde kapitalisten trekt, maar dan schielijk een nieuw en vruchtbaar wapen wordt in den concurrentiestrijd, om zich ten slotte in een reusachtig sociaal mechanisme, dat tot centralisatie van kapitalen dient, te veranderen."
"De centralisatie," zegt Marx verder, "vervolkoment het werk der akkumulatie, doordien zij de industrieele kapitalisten in staat stelt, de voet hunner operaties uit te breiden. Hetzij dit laatste resultaat nu het gevolg is, van de akkumulatie of van de centralisatie; hetzij zich de centralisatie voltrekt langs den gewelddadigen weg van annexatie,--waar zekere kapitalen op zoo overwegende wijze gravitatie-middelpunten worden voor anderen, dat zij diens individueele cohesie breken en dan de op zichzelf-staande deelen tot zich trekken,--of dat de versmelting der reeds gevormde, respektievelijk in die vorming inbegrepen kapitalen, door middel van de geleidelijke aktie, door de vorming van naamlooze vennootschappen geschiedt--de economische uitwerking blijft dezelfde. De aangegroeide uitdijding van de industrieele établissementen, vormt overal het uitgangspunt voor een omvattender organisatie der totaal-arbeid van velen; voor een breeder ontwikkeling harer materieele drijfkrachten, d. w. z. voor de voortschrijdende revolutioneering van individueele, en volgens de traditie gedreven produktie-processen, in maatschappelijk-gecombineerde en wetenschappelijk-gedisponeerde produktieprocessen."
Marx wijst er nog vervolgens op, dat de akkumulatie een veel langduriger proces is, dan de centralisatie. "De wereld," zegt hij, "ware nog niet van spoorwegen voorzien, als zij had moeten wachten, totdat de akkumulatie enkele kapitalisten ertoe gebracht had, opgewassen te zijn, tegen het bouwen van een spoorweg. De centralisatie daarentegen, heeft dit met een handomdraaien klaar gespeeld, door middel van de maatschappijen op aandeelen. En terwijl de centralisatie, aldus de werkingen der akkumulatie verhoogt en bespoedigt, breidt zij uit,--en bespoedigt zij gelijktijdig,--de omwentelingen in de technische samenstelling van het kapitaal, die deszelfs constant deel, doen vermeerderen op kosten van zijn variabel deel en daarmede de relatieve vraag naar arbeid doen verminderen.
"De door centralisatie, over nacht als het ware, tezaâm gesmede kapitaal-massa's, reproduceeren en vermeerderen zich gelijk de anderen, slechts vlugger, en worden hiermede tot nieuwe, machtige hefboomen voor de maatschappelijke akkumulatie. Als er dus sprake is van vooruitgang der maatschappelijke akkumulatie, dan zijn daar--heden ten dage--de werkingen der centralisatie stilzwijgend onder begrepen."
DE INDUSTRIEELE RESERVEARMÉE.
Het, door de voortgang der akkumulatie, opnieuw gevormde kapitaal, verschaft in verhouding tot zijne grootte, steeds aan minder arbeiders werk. Gelijktijdig met de akkumulatie, gaat ook de revolutioneering van het oude kapitaal haren gang. Marx toonde het aan, hoe de centralisatie daarvoor de machtigste hefboom is. Volgens de Malthusianen is de "overbevolking" het gevolg hiervan, dat de levensmiddelen, (men moest zeggen: het variabel kapitaal) aangroeien, in de arithmetische progressie-reeks van 1: 2: 3: 4: 5: enz. terwijl de bevolking de tendens heeft, zich in de geometrische reeks van 1: 2: 4: 8: 16: enz. te vermeerderen. Daarom leerden Malthus c. s., dat de bevolking de produktie der levensmiddelen vooruit ijlde ten gevolge waarvan de ondeugd en de ellende ontstonden.
Wat evenwel progressief voortgaat, is de afname van het variabel kapitaal, gelijktijdig met de wasdom van het totaal-kapitaal. Het variabel kapitaal, zoo het oorspronkelijk 1/2 was van het totaal-kapitaal, wordt progressief 1/3, 1/4, 1/5, 1/6 enz. van het totaal-kapitaal. Marx zegt:
"Deze, door de wasdom van het totaal-kapitaal bespoedigde en sneller dan zijn eigen aanwas bespoedigde, relatieve afname van zijn variabel bestanddeel, schijnt aan de andere zijde, omgekeerd steeds sneller absolute aanwas der arbeidersbevolking te zijn, als aanwas van het variabel kapitaal of van de middelen ter hunner werkverschaffing. De kapitalistische akkumulatie produceert veeleer, en wel in verhouding tot hare energie en haren omvang, gestadig eene relatieve, d. w. z. eene voor de gemiddelde behoefte tot waardemaking van het kapitaal overtollige, dus eene overvloedige of bijgevoegde arbeidersbevolking."....
"Met de grootte van het reeds funktioneerend, maatschappelijk kapitaal en de graad van zijn aanwas; met de uitbreiding van de produktie-trappen en de massa der in beweging gezette arbeiders; met de ontwikkeling der produktiekracht hunner arbeid, met den breederen en volleren stroom van alle fonteinen des rijkdoms, verwijdt zich ook de ontwikkelingshoogte, waarop grootere attraktie der arbeiders door het kapitaal, met grootere repulsie van hetzelve verbonden is, nemen de snelheid van de wisseling in de organische samenstelling van het kapitaal en zijn technische vorm toe en zwelt de cirkel der produktiespheren aan, welke er dan gelijktijdig, dan bij afwisseling, door worden aangegrepen. Met de door haar zelf geproduceerde akkumulatie van het kapitaal, produceert de arbeidersbevolking alzoo, in steeds groeiender mate, de middelen voor haar eigene relatieve overtolligmaking. Dit is eene, aan de kapitalistische produktiewijze eigenaardige bevolkingswet, gelijk feitelijk elke produktiewijze, hare bijzondere, historisch geldende bevolkingswet heeft. Eene abstrakte bevolkingswet, kan alleen maar onder planten en dieren heerschen, in zooverre daar althans de mensch niet historisch ingrijpt.
"Waar evenwel een surplus-arbeidersbevolking, het noodwendig produkt is van de akkumulatie of van de ontwikkeling van den rijkdom op kapitalistischen grondslag, daar wordt deze arbeidersbevolking, omgekeerd, tot een hefboom der kapitalistische akkumulatie, ja, tot een bestaans-noodzakelijkheid voor de kapitalistische produktiewijze zelve. Zij vormt een disponibele, industrieele reserve-armée, die aan het kapitaal evenzoo absoluut toebehoort, alsof hij haar op zijn eigen kosten grootgebracht had. Zij schept het, voor zijne afwisselende waarde-scheppings-behoeften, steeds bereidvaardige, exploitabele menschen-materiaal, dat onafhankelijk is van de grenzen der feitelijke bevolkingstoename."
Marx voert verder, historische en economische bewijzen uit de engelsche industrietoestanden aan, voor de absolute afname van het aantal aan den arbeid zijnde arbeiders, bij, naar verhouding gelijkblijvende, uitbreiding van de produktie. "De beweging van de wetten van vraag en aanbod van den arbeid, op deze basis, voltooit de despotie van het kapitaal," zegt hij. "De ijzeren loonwet" eveneens een dogma der oudere officieele economie, wordt echter daardoor geen werkelijkheid.
"Zoodra," eindigt Marx hier, "de arbeiders achter het geheim komen, dat in dezelfde mate waarin zij meer arbeiden, meer vreemden rijkdom produceeren, en de produktiekracht hunner arbeid aangroeit, zelfs hunne funktie, als een middel tot waardeschepping voor het kapitaal, meer precair voor hen wordt; zoodra zij ontdekken, dat de intensiteitsgraad van de concurrentie onder hen, zelfs geheel en al van den druk der relatieve overbevolking afhankelijk geworden is; zoodra zij daarvandaan door Trade Unions enz. een planmatige samenwerking tusschen arbeidenden en arbeidsloozen pogen te organiseeren, om de ruïneerende gevolgen van deze natuurwet der kapitalistische produktiewijze op hunne klasse, te breken of te verzwakken, toornen het kapitalisme en zijn sykophanten, de staathuishoudkunde, terstond over aantasting der "eeuwige" en om zoo te zeggen "heilige" wetten van vraag en aanbod. Elke samenwerking tusschen arbeidenden en arbeidsloozen, stoort dan namelijk het "zuivere" spel van deze wet! Zoodra anderzijds echter, in de koloniën bijv., tegenwerkende omstandigheden, de schepping der industrieele reserve-armee en met haar, de absolute afhankelijkheid der arbeidersklasse van de kapitalistenklasse verhinderen, rebelleert het kapitaal tegen deze "heilige" wet van vraag en toevoer en zoekt haar door dwangmiddelen op te heffen."
HOOFDSTUK X.
DE TENDENSEN DER KAPITALISTISCHE PRODUKTIEWIJZE.
Zagen wij tot nog toe, hoe het kapitaal zijn eigen bestaansvoorwaarden, steeds van voren af aan, op nieuw voortbrengt, het is ons tevens duidelijk geworden, dat er oorspronkelijk voorwaarden aanwezig moeten geweest zijn, waaronder dit zich kon ontwikkelen, tot het moderne kapitalisme dat wij kennen.
Het vierentwintigste hoofdstuk van Bd. I van "Das Kapital" bevat een uitvoerig onderzoek van buitengewone historische waarde; dit hoofdstuk is getiteld: "De zoogenaamde oorspronkelijke akkumulatie". Marx wendt zich daarin tegelijkertijd, polemisch tegen de officieele staathuishoudkunde en tegen hare beschouwing van den oorsprong van het moderne kapitalisme.
"De geheimen van de oorspronkelijke akkumulatie," zoo is de eerste paragraaf van dit klassieke hoofdstuk genoemd, die aldus aanvangt:
"Men heeft gezien hoe geld tot kapitaal wordt; door kapitaal tot méérwaarde en uit die méérwaarde, meer kapitaal gemaakt wordt. Intusschen heeft de akkumulatie van het kapitaal de méérwaarde tot voorwaarde, de méérwaarde op haren beurt, de kapitalistische produktiewijze, deze heeft evenwel het aanwezig zijn van grootere massa's van kapitaal en van arbeidskracht, in handen van warenproducenten tot voorwaarde. Deze geheele beweging nu, schijnt aldus te draaien in een vicieusen cirkel, waar wij alleen kunnen uitkomen, wanneer wij eene,--aan de kapitalistische akkumulatie voorafgaande--"oorspronkelijke" akkumulatie, ("precious accumulation" volgens Ad. Smith), veronderstellen; eene akkumulatie, welke niet het resultaat, van de kapitalistische produktiewijze, maar alleen maar, haar uitgangspunt vormt.