Karl Marx en zijne voorgangers
Part 24
"In de Manufaktuur moeten de arbeiders, individueel of in groepen, elk bijzonder deelproces met hun handwerktuig uitvoeren. Maakte de arbeider zich eenmaal het proces eigen, dan was evenwel van te voren reeds het proces voor den arbeider geëigend. Dit objektieve principe van de verdeeling van den arbeid, valt bij de machinale produktie geheel weg. Het totaalproces wordt hier objektief, aan en op zichzelf beschouwd, in zijne constitueerende phazen geanalyseerd; en het problema van elk deelproces ten uitvoer te brengen en de verschillende deelprocessen te verbinden, door technische toepassing van de mechaniek, de chemie enz. opgelost,--waarbij natuurlijk voor en na de theoretische conceptie, door opgehoopte praktische ervaring op groote schaal, volkomener moet worden gemaakt.... De gecombineerde arbeidsmachine, nu tot een geledend systeem van verschillenderlei op-zich-zelf staande arbeidsmachines en van groepen derzelven geworden, is des te volkomener, hoe voortdurender haar totaal-proces is. D. w. z. met hoe minder onderbreking het ruwmateriaal van zijne eerste phaze tot zijn laatste overgaat, hoe meer dus, in plaats van de menschelijke hand, van het mechanisme zelf, van de eene produktiephaze in de andere wordt vereischt. Wanneer in de Manufaktuur het isolement van het bijzondere proces, een principe is dat uit de verdeeling van den arbeid als van-zelf voortspruit, in de ontwikkelde fabriek daarentegen, heerscht de continuïteit van het bijzondere proces."....
"In het geledend systeem van arbeidsmachines, die hunne beweging door middel van de transmissie-machinerie, van een centralen automaat ontvangen, bezit het machinebedrijf zijne ontwikkeldste gestalte. In de plaats van eene enkele machine, treedt hier een mechanisch monster, welker lijf gansche fabrieksgebouwen vervult en welker demonische kracht, eerst verborgen door de bijna plechtstatige, afgemeten beweging van zijne reusachtige ledematen, in een koortsachtig dollen maalstroom zijner tallooze, eigenaardige arbeidsorganen, uitbreekt."....
Marx schetst hierna, de gevolgen, die de intrede van die machineproduktie in de industrie teweeg bracht.
"De omwenteling van de produktiewijze in de eene spheer van de industrie, bepaalde hare omwenteling in eene andere. Dit gold in de eerste plaats voor zulke takken van industrie, welke wel-is-waar door de maatschappelijke verdeeling van den arbeid geïsoleerd waren--zoodat elk derzelve eene zelfstandige waar produceerde,--maar die toch weder, als phazen van een totaalproces, door elkander liepen. Zoo werd door de machinale spinnerij, de machinale weverij noodzakelijk, en beiden te zamen, deden de mechanisch-chemische revolutie in de bleekerij, drukkerij en verwerij ontstaan. Zoo riep aan den anderen kant, de revolutie van de katoenspinnerij de uitvinding van het gin, tot afscheiding van de katoendraden uit het zaad te voorschijn, waardoor eerst de katoenproduktie op de daardoor vereischte hoogte van ontwikkeling kon komen te staan. De revolutie in de produktiewijze van de industrie en van de agrikultuur noodzaakte namelijk ook tot eene revolutie, in de algemeene voorwaarden van het maatschappelijk produktieproces, d. w. z. van de communikatie- en transportmiddelen.
"Afgezien van de geheel gerevolutioneerde zeil-scheepsbouw, werden de kommunikatie- en transportwegen aldus geheel en al door een systeem van rivierstoombooten, spoorwegen, overzeesche stoombooten en telegraphen aan de produktiewijze van de grootindustrie aangepast. De verschrikkelijke massa's ijzer evenwel, die er thans te snijden, te hameren te boren en te vormen waren gekomen, vereischten hunnerzijds cyclopische machines, welker schepping in de machinebouw op manufaktuur-achtige grondslag, geheel onmogelijk was.
"De groot-industrie moest zich dusdoende van haar karakteristiek produktiemiddel, de machinerie, zelf meester maken en machines doen voortbrengen door machines.
"Zoo werd," eindigt Marx dit historisch-technische onderzoek, "het coöperatieve karakter van het arbeidsproces, (de verdringing van den individueelen arbeider door den vermaatschappelijkten) tot een, haar door den aard van de arbeidsmiddelen, zelve gedicteerde technische noodzakelijkheid."
De machine wordt door Marx tot het "constante" kapitaal gerekend. Zij schept geene waarde, maar zet slechts hare eigene waarde aan het produkt toe. Zij lost zich in het arbeidsproces telkens geheel, maar in het waarde-vormingsproces, slechts maar gedeeltelijk op. Zij geeft niet meer waarde van zich af, dan zij in doorsneê verliest door haar gebruik. Er is dus een groot verschil, tusschen het waarde-deel dat de machine, en het periodiek door haar op het produkt overgedragen, deel van de waarde. Er is dus een groot verschil tusschen de machine als waardevormend en als produktenvormend element. Hoe grooter de periode, in welke dezelfde machine, herhaaldelijk in hetzelfde arbeidsproces dienst doet, des te grooter zal dit verschil zijn.
Hoe minder arbeid de machine zelf kost, d. w. z. hoe veel te minder arbeid erin is neergelegd, des te minder waarde zet zij aan het produkt toe. Hoe minder waarde van zich afgevend, des te produktiever is zij en des te meer, nadert haren dienst die der natuurkrachten. De produktie van machines door machines, doet hare waarde echter inkrimpen, naar verhouding van hare uitbreiding en werking.
"Uitsluitend als middel tot goedkoopermaking van het produkt beschouwd, vindt het gebruik van de machinerie daarin hare grenzen, dat hare eigen produktie minder arbeid kost, dan hare toepassing ervoor in plaats geeft. Voor het kapitaal echter, laat zich deze grens enger uitdrukken. Daar het niet, de ten koste gelegden arbeid, maar de waarde der ten koste gelegde arbeidskracht betaalt, wordt voor hem het machinegebruik begrensd, door het verschil tusschen de machinewaarde en de waarde van de door haar vervangene arbeidskracht. Daar de verdeeling van den arbeidsdag, in noodwendigen arbeid en méér-arbeid, in verschillende landen in verschillende periodes, of gedurende dezelfde periode voor verschillende takken van bedrijf, verschillend is; dan beneden de waarde van zijn arbeidskracht, dan weder daarboven stijgt, kan het verschil tusschen den prijs der machinerie en den prijs van de door haar vervangen arbeidskracht, zéér varieeren. Ook, wanneer het verschil tusschen het, voor de produktie van de machine benoodigde kwantum arbeids en het totaalkwantum van de door haar vervangen arbeidskracht, hetzelfde blijft. Het is evenwel alleen maar het eerste verschil, dat de produktiekosten der waar, voor de kapitalisten zelven bepaalt en door middel van de dwangwetten van de concurrentie invloed erop uitoefent." Het is daardoor, zegt Marx, dat men in het eene land machines in een tak van bedrijf invoert, terwijl ze in een ander land, absoluut niet toegepast kunnen worden, doordien, de arbeidskracht in die tak als te goedkoop zijnde, eene toepassing van de machinerie het produkt duurder, in plaats van goedkooper zou maken. Ook hier is dus de maatschappelijke tegenstelling, tusschen het groote belang, dat de menschheid heeft bij machines en het belang dat bij de produktie-leidende klasse overheerscht, merkbaar.
Hoe de machine de verhoudingen revolutionneert, zet Marx nu verder uiteen.
"In zooverre," zegt hij, "als de machinerie spierkracht ontbeerlijk doet worden, wordt zij tot een middel om arbeid zonder spierkracht en van een onrijpe lichaamsontwikkeling, maar van grooter lenigheid aan te wenden. Vrouwen- en kinder-arbeid was daarvandaan het éérste woord, dat de kapitalistische toepassing van de machinerie wist te spreken! Dit geweldige vervangingsmiddel van den arbeid en van de arbeiders, veranderde dan ook aanstonds in een middel, om het getal loonarbeiders te doen vermeerderen, doordien het in zich opreeg alle leden van de arbeidersfamilie, zonder verschil in geslacht of ouderdom, en deze, onder de onmiddellijke heerschappij van het kapitaal plaatste.".... "De waarde van de arbeidskracht wordt bepaald, niet alleen door de, tot instandhouding van den individueelen, volwassen arbeider noodzakelijken arbeidstrijd, maar ook door die, welke er noodig is, om de arbeidersfamilie in stand te houden. Terwijl de machinerie alle leden der arbeidersfamilie op de arbeidsmarkt werpt, verdeelt zij de waarde van de arbeidskracht van den man, over zijn gansche gezin. Zij ontwaardigt daardoor zijne arbeidskracht. De aankoop van in vier arbeidskrachten bijv. geparcelleerde familie, kost wellicht méér, dan vroeger de aankoop van de arbeidskracht van één gezinshoofd, maar daarvoor komen dan ook vier arbeidsdagen in de plaats van een; en hunne prijs daalt in de verhouding tot het overschot van de méér-arbeid van die vier, over den prijs van de méér-arbeid van die eene. Vier moeten niet alleen den arbeid, maar ook den méér-arbeid aan het kapitaal leveren, opdat één gezin in het leven blijve. Zoo verwijdt de machinerie reeds van te voren, met het menschelijk exploitatiemateriaal, tevens haar eigen uitbuitingsterrein voor het kapitaal, en tegelijk daarmede, tevens den graad van exploitatie.
"Zij revolutioneert evenzoo goed van grond uit, de formeele tusschenkomst van de kapitaalsverhoudingen, als zij dit het contract tusschen kapitaal en arbeid doet. Op den grondslag van den warenruil, was het eene eerste voorwaarde, dat kapitalist en arbeider als vrije personen, de een als onafhankelijke warenbezitter, van geld en produktiemiddelen, de ander als bezitter van arbeidskracht, tegenover elkander kwamen te staan. Maar nu koopt het kapitaal onmondige of half-mondigen. De arbeider verkocht vroeger zijne eigene arbeidskracht, waarover hij, als formeel vrije persoon de beschikking had. Hij verkoopt thans vrouw en kind. Hij is een slavenhandelaar geworden."
Marx gaat thans over tot een historisch overzicht, gestaafd door officieele berichten van de fabrieksinspecteurs in Engeland over den kinderarbeid, van af den aanvang der negentiende eeuw; benevens van de drooge, maar toch zoo hartverscheurende rapporten van de ellende door vrouwen- en kinderarbeid, die de eerste bloeiperiode van het engelsche kapitalisme, tot ver in de jaren 1830 toe, te lezen geven. Wij hebben ons bij Robert Owen's beschrijving daarmede reeds bezig gehouden. Maar Marx ziet ook in deze ellende, niet de ellende aan en voor zich, maar eene die in zich, een revolutioneerend element tevens bevat.
Hij zegt: "door die overwegende toevoeging van vrouwen- en kinderarbeid, breekt de machinerie eindelijk den tegenstand welke de mannelijke arbeiders in de Manufaktuur, aan de despotie van het kapitaal nog konden blijven bieden."
De machine, zoo zegt Marx verder in dit dertiende hoofdstuk, voert tot:
VERLENGING VAN DEN ARBEIDSDAG.
"Zooals de machinerie het machtigste middel is, om de produktiviteit van den arbeid te doen stijgen, d. w. z. de tot voortbrenging eener waar noodwendige hoeveelheid arbeidstijd te verkorten, zoo wordt zij als draagster van kapitaal, reeds dadelijk in de, onmiddellijk door haar aangegrepen industrieën, tot het machtigste middel om den arbeidsdag, boven elke natuurlijke beperking uit, te doen verlengen. Zij verschaft aan den eenen kant, nieuwe voorwaarden die het kapitaal geschikt maken, deze zijne gestadige tendens den vrijen teugel te laten vieren, aan den anderen kant echter nieuwe motieven, tot het wettigen van zijn geeuwhonger naar vreemden arbeid.
"In de eerste plaats maakten, in de machinerie, de beweging en de aktiviteit van de arbeidsmiddelen zich zelfstandig, tegenover den arbeider. Zij wordt aan en op zichzelf, een industrieel perpetuum mobile, dat ononderbroken voort zou moeten produceeren, als zij daarbij niet stuitte op zekere natuurlijke grenzen in hare menschelijke bedienden: hunne lichaamszwakte en hunne eigenzinnigheid. Als kapitaal,--en als zoodanig bezit de automaat in handen van den kapitalist bewustzijn en wil,--is het daarom met de tendens behept, de weêrstrevende, maar elastische menschelijk-natuurlijke grenzen tot een minimum van weêrstand terug te dringen. Dezen worden buitendien nog verminderd, door de schijnbare gemakkelijkheid van den arbeid aan de machine en het meer voeg- en buigzame element, dat den vrouwen- en kinderarbeid oplevert."....
"De machine produceert relatieve méérwaarde; niet alleen doordien zij de arbeidskracht direkt in waarde doet dalen en deze, indirekt, door billijkermaking van de in hare reproduktie op te nemen waren, goedkooper maakt, maar ook, doordien zij bij hare eerste sporadische invoering, de door de machinebezitter verwerkten arbeid, omzet in gepotentiëerde arbeid; de maatschappelijke waarde van het machineprodukt, boven zijne individueele waarde uit verhoogt en den kapitalist aldus in staat stelt, met een geringer waardedeel van het dagelijksch produkt, de dagwaarde van de arbeidskracht te vervangen. Gedurende de overgangsperioden, die waarin het machinebedrijf een soort monopolie blijft, zijn daarvandaan de winsten buitengewoon en de kapitalist zocht deze "eersten tijd van jeugdige liefde" zoo grondig mogelijk uit-te-buiten, door een zoo groot mogelijke verlenging van den arbeidsdag. De grootte van den winst verscherpt den geeuwhonger naar méérdere winst.
"Door het algemeener worden van de machinerie, in dezelfde produktietak, zinkt de maatschappelijke waarde van het machineprodukt tot op zijne individueele waarde en maakt zich de wet voelbaar, dat de meerwaarde niet uit de arbeidskrachten voortkomt, welke de kapitalist door de machine vervangen heeft, maar omgekeerd, uit de arbeidskrachten die hij aan haar doet aan den arbeid stellen. De méérwaarde komt slechts uit het variabel deel van het kapitaal voort, terwijl zij zagen, dat de massa van de meerwaarde bepaald wordt door twee faktoren: het percentage der meerwaarde en het aantal van de gelijktijdig in dienst zijnde arbeiders. Bij een bepaalde lengte van den arbeidsdag, wordt het percentage van de méérwaarde bepaald, door de verhouding waarin de arbeid van een arbeidsdag, in noodzakelijke en in méérarbeid uiteenvalt. Het aantal van gelijktijdig aan het werk gehouden arbeiders, hangt hunnerzijds af van de verhouding van het variabel kapitaal-deel tot die van het constante. Het is dus duidelijk, dat het machinebedrijf, hoe het ook steeds door verhooging van de produktiekracht van den arbeid, den méérarbeid ten koste van den noodzakelijken arbeid uitdijt, dit resultaat slechts kan doen te voorschijn roepen, doordien 't het aantal van de voor een gegeven kapitaal, aan het werk zijnde arbeiders doet verminderen. Het verandert een deel van het kapitaal, dat vroeger variabel was, d. w. z. zich omzette in levende arbeidskracht, in machinerie, dus in constant kapitaal dat geen méérwaarde voortbrengt. Het is onmogelijk bijv., uit twee arbeiders evenzooveel meerwaarde te persen, als uit 24. Wanneer elk der 24 arbeiders in 12 uren, maar één uur meerarbeid levert, leveren zij tezamen 24 uren meerarbeid, terwijl de totaal-arbeid der twee arbeiders eigenlijk maar 24 uur bedraagt. Er is dus in de toepassing der machinerie, tot produktie van meerwaarde eene immanente tegenspraak; naardien zij van de beide faktoren der méérwaarde, die een kapitaal van een zekere grootte oplevert, de eene faktor, het percentage van de méérwaarde slechts dáárdoor kan doen vergrooten, door den anderen faktor, het getal arbeiders namelijk, te doen verkleinen."...
"Wanneer dus de kapitalistische toepassing van de machinerie eenerzijds nieuwe, machtige motieven tot eene matelooze verlenging van den arbeidsdag schept en de wijze van arbeiden zelve, evenzoo als het karakter van het maatschappelijke arbeidslichaam op eene manier revolutioneert, die den weêrstand tegen dezen tendens breekt, produceert zij anderzijds, deels uit van voor het kapitaal, vroeger ontoegankelijke groepen der arbeidersklasse, eene overvloedige arbeidersbevolking, die zich door het kapitaal de wet moet laten voorschrijven. Daarvandaan het merkwaardige verschijnsel in de geschiedenis van de moderne industrie, dat de machine alle zedelijke en natuurlijke grenzen van den arbeidsdag overschrijdt. Daarvandaan de economische paradox, dat het machtigste middel tot verkorting van den arbeidstijd, in het onfeilbaarste middel omslaat, alle levenstijd van den arbeider en zijne familie in disponibele arbeidstijd voor de waardevorming van het kapitaal om te doen zetten."....
Hoe meer het machinewezen en met hem, eene bijzondere klasse van ervaren machinearbeiders zich ontwikkelen, zooveel te meer neemt dus een nieuwe oorzaak daarvan, namelijk:
DE INTENSIVITEIT VAN DEN ARBEID
toe. "Op dien grondslag (van den normaalarbeidsdag) ontwikkelt zich een verschijnsel ... tot een beslissende belangrijkheid--namelijk de intensifikatie van den arbeid"....
"Het is vanzelfsprekend, dat met de vooruitgang van het machinewezen en de opgehoopte ervaring eener bijzondere klasse van machinearbeiders, de snelheid en daarmede de intensiviteit van den arbeid, langs natuurlijken weg toenemen. Zoo gaat in Engeland sedert eene halve eeuw de verlenging van den arbeidsdag hand in hand met de groeiende intensiviteit van de fabrieksarbeid.".... "Zoodra het gestadig zwellende verzet van de arbeidersklasse, den Staat dwong, de arbeidstijd gewelddadig te verkorten en in de eerste plaats voor de eigenlijke fabriek een normalen arbeidsdag voor te schrijven, van het oogenblik af aan dus, waarin verhoogde produktiviteit van méérwaarde door verlenging van den arbeidsdag buitengesloten was, wierp zich het kapitaal, met volle macht en bewustzijn op de produktie van relatieve méérwaarde, door bespoedigde ontwikkeling van het machinesysteem. Gelijktijdig trad daarmede eene verandering in het karakter van de relatieve méérwaarde in het leven."
De vraag doet zich alsnu voor, hóe de arbeid geïntensiveerd wordt. "Zoodra de verkorting van den arbeidsdag, welke in de eerste plaats de subjektieve voorwaarde voor de condensatie van den arbeid schept, namelijk de geschiktheid van den arbeider meer kracht in een bepaalden tijd vlottend te maken, wettelijk-dwingend werd, werd de machine in den hand van het kapitaal tot een objektief en systematisch toegepast middel, méér-arbeid in denzelfden tijd, uit denzelfden arbeid te persen. Dit geschiedde op dubbele manier: door verhoogde versnelling der machines en door uitgebreider omvang van de, door denzelfden arbeider te bewaken machinerie, of van het terrein zijner arbeid. Verbeterde construktie der machinerie, werd deels noodzakelijk ter uitoefening van grooteren druk op den arbeider, deels begeleidde zij vanzelf, de intensifikatie van den arbeid, omdat de grenzen van den arbeidsdag den kapitalist tot de strengste economie van produktiekosten dwongen. De verbetering van de stoommachine verhoogde het getal van hare cylinder-omwentelingen in eene minuut en veroorloofde tegelijk, door grootere krachtsbesparing, een omvangrijker mechanisme met denzelfden motor te drijven, bij gelijkblijvende, ja zelfs bij verminderende kolen-vertering. De verbetering van het transmissie-mechanisme verminderde de wrijving, en wat de moderne machinerie zoo in het oogvallend onderscheidt van de oudere, zij reduceerde de doorsneê en het gewicht van de groote en kleine assen, tot op een, steeds dalend minimum. De verbeteringen van de arbeidsmachinerie ten slotte, verminderen bij verhoogde snelheid en uitgebreider werking haren omvang, zooals bij de moderne stoomweefstoel; of vergrooten met haren romp, den omvang en 't getal der door haar gedreven werktuigen, zooals bij de spinmachine; of wel vermeerderen de bewegelijkheid dezer werktuigen, door onzichtbare detailveranderingen derwijze als dit bij de "self-acting mule", in het midden van de jaren 1850 het geval was, toen de snelheid van de spindels met 1/5 verhoogd is geworden."
DE FABRIEK.
Na de beschouwing van den invloed der machine op de maatschappelijke voortbrenging en daarmede, op de maatschappelijke verhoudingen, wijdt Marx eene bespreking aan de moderne fabriek, waarbij hij het principieele verschil uiteenzet, tusschen de kapitalistische werkplaats uit de Manufaktuur-periode en de industrieele fabriek, die met de stoommachine wordt gedreven.
"In de Manufaktuur en onder het Handwerk, bedient de arbeider zich van het werktuig; in de fabriek dient de arbeider onder de machine; ginds gaat van hem de beweging van het arbeidsmiddel uit, welker beweging hij hier evenwel te volgen heeft. In de Manufaktuur vormden de arbeiders de leden van een levend mechanisme. In de fabriek bestaat een dood mechanisme, onafhankelijk van hen, en zij worden daarbij als levende aanhangsels ingelijfd"....
"Aan alle kapitalistische produktie, in zooverre zij niet alleen arbeidsproces, maar ook tegelijk waarde-vormend proces van het kapitaal is, is het eigen, dat niet de arbeider de arbeidsmiddelen, maar omgekeerd, de arbeidsmiddelen den arbeider aanwenden; maar eerst met de machinerie, wordt deze omkeering tot eene technische en handtastelijke werkelijkheid. Door zijne verandering in een automaat, treedt het arbeidsmiddel gedurende het arbeidsproces zelf, den arbeider als kapitaal tegenover en wel als dooden arbeid welke den levenden arbeid overheerscht en hem uitzuigt."
"De technische ondergeschiktheid van den arbeider, onder den gelijkvormigen gang van de arbeidsmiddelen en de eigenaardige samengesteldheid van het arbeidslichaam, uit individuen van beiderlei geslacht en verschillenderlei ouderdom, doen een kazerneachtige discipline ontstaan, die zich tot een volkomen fabrieksrégime vervormt, en den reeds vroeger aangeduiden arbeid van het toezicht, dus tegelijk de verdeeling van de arbeiders in handenarbeiders en arbeidsopzichters, in gemeene industriesoldaten en industrieofficieren, ten volle doet ontwikkelen.".... "De fabrieks-codex, waarin het kapitaal zijn autocratie over de arbeiders,--zonder de anders door de bourgeoisie zoo geliefde verdeeling der machten en het nog veel geliefder vertegenwoordigende stelsel,--privaat-rechtelijk en eigenmachtig heeft geformuleerd, is slechts de kapitalistische karrikatuur van de maatschappelijke regeling van het arbeidsproces, die noodig werd door de coöperatie op groote schaal en de aanwending van gemeenschappelijke arbeidsmiddelen, der machinerie namelijk. In de plaats van den zweep des slavendrijvers is nu het strafwetboek van den opzichter gekomen. Alle straffen lossen zich natuurlijk op in geldstraffen en loonkortingen. En de wetgevende scherpzinnigheid van de fabrieks-Lycurgussen, maakt voor hem de overtreding harer wetten, zoo mogelijk, nog winstgevender dan hunne opvolging. Wij wijzen hier slechts op de materieele voorwaarden waaronder de fabrieksarbeid verricht wordt. Alle zinnelijke organen worden gelijkmatig geschaad, door de kunstmatig verhoogde temperatuur, de met afval van het ruwmateriaal bezwangerde atmosfeer, het oorverdoovend alarm enz.; afgezien nog van het levensgevaar onder dicht op elkander geplaatste machinerie, die met de regelmatigheid van de jaargetijden, hare industrieele veldslag-bulletins voortbrengt. De economiseering van de maatschappelijke produktiemiddelen, eerst in het fabriekssysteem broeikasmatig gerijpt, wordt in de hand van het kapitaal, tegelijkertijd tot eene systematischen roof aan de levensvoorwaarden van den arbeider tijdens den arbeid; roof aan ruimte, lucht, licht en aan persoonlijke beschuttingsmiddelen tegen levensgevaarlijke of voor de gezondheid schadelijke omstandigheden van het produktieproces; om van inrichtingen tot gemak van den arbeider hier niet eens te spreken. Noemt nu Fourier,--zoo eindigt Marx zijne analyse van de fabriek,--ten onrechte de fabrieken verzachte galeien?"
MACHINES EN ARBEIDERS.