Karl Marx en zijne voorgangers
Part 19
"In de maatschappelijke produktie huns levens, leven de menschen onder bepaalde, noodzakelijke, van hunnen wil onafhankelijke verhoudingen, produktieverhoudingen, die met eene bepaalde ontwikkelingstrap hunner materieele produktiekrachten in overeenstemming zijn. Het totaal dezer produktieverhoudingen, vormt de economische structuur van de samenleving, de werkelijke basis waarop zich een juridische en een politieke bovenbouw verheffen, en welke aan bepaalde maatschappelijke bewustzijnsvormen beantwoorden. De produktiewijze van het materieele leven, bepaalt het sociale, politieke en geestelijke levensproces in het algemeen. Het is niet het bewustzijn der menschen, dat hun Zijn, maar omgekeerd, het is hun maatschappelijk Zijn, dat hun bewustzijn bepaalt. Op eene bepaalde ontwikkelingshoogte hunner ontwikkeling, geraken de materieele produktiekrachten der samenleving in tegenspraak met de voorhanden produktieverhoudingen, of gelijk de juridische uitdrukking daarvoor luidt, met de eigendomsverhoudingen, waarbinnen dezen zich tot dusverre bewogen hebben. Dan slaan deze verhoudingen, van uit ontwikkelingsvormen der produktiekrachten, om, in kluisters derzelven. Er treedt dan een tijdstip van sociale revolutie in. Met de verandering van de economische grondslagen, wentelt ook de gansche bovenbouw langzamer of sneller om. Bij de beschouwing van zulke omwentelingen, behoort men steeds te onderscheiden tusschen de materieele, natuurwetenschappelijk-nauwkeurig te constateeren omwenteling in de economische produktievoorwaarden en de juridische, politieke, religieuze, artistieke of philosophische, kortom ideologische vormen, waarin de menschen zich dat conflikt bewust worden en het uitvechten. Zoomin als men, dat wat als een individu geldt, beoordeelt naar datgene wat dit van zich-zelf denkt, zoomin kan men eene zoodanige omwentelingsperiode uit haar bewustzijn beoordeelen, maar moet veelmeer, dit bewustzijn uit de tegenstellingen van het materieele leven, uit het aanwezig zijnde conflikt tusschen maatschappelijke produktiekrachten en produktieverhoudingen worden verklaard. Een samenlevingsvorm gaat niet ten onder, dan alvorens alle produktiekrachten ontwikkeld zijn; voor dat zij ver genoeg heen is; en nieuwe, hoogere produktieverhoudingen nemen hare plaats niet in, alvorens de materieele bestaansvoorwaarden derzelven, in den schoot der oude samenleving zijn uitgebroed. Hierom ook stelt de menschheid zich steeds eene taak, die zij volvoeren kan; want nauwkeuriger beschouwd, zal zij steeds vinden, dat die taak zelf, slechts daar haren oorsprong vindt, waar de materieele voorwaarden harer oplossing reeds voorhanden zijn, of minstens in staat van wording verkeeren. In groote omtrekken kunnen Aziatische, antieke, feodale en modern-burgerlijke produktiewijzen, als progressieve tijdperken van de economische maatschappij-formaties worden gekarakteriseerd. De burgerlijke produktie-verhoudingen zijn de laatste antagonistischen vorm van het maatschappelijk produktieproces; antagonistisch, niet in den zin van een individueel antagonisme, maar van een, uit de maatschappelijke levensbehoeften der individuen voortkomend antagonisme. Maar, de in den schoot der burgerlijke maatschappij zich ontwikkelende produktiekrachten, scheppen tegelijkertijd ook de materieele voorwaarden tot oplossing van dit antagonisme. Met dezen vorm van samenleving, sluit daarom de voorgeschiedenis van de menschelijke maatschappij af."
Het eerste groote resultaat van de geschieds-beschouwing, gelijk wij die, èn in het geschrift over de Hegelsche Rechtsphilosophie èn in dat tegen Proudhon geformuleerd zien, de beschouwing namelijk, dat het de klassetegenstellingen zijn waarop de burgerlijke samenleving gebaseerd is, was een geschrift dat tevens in zich bevatte, de eerste samengedrongene, wetenschappelijke formuleering van het moderne socialisme van Marx en Engels.
Gedurende Marx' oponthoud te Brussel werkten hij en Engels geducht mede aan een blad "Die Deutsche Brusseler Zeitung" genaamd, dat onder leiding van v. Bornstedt twee malen 's weeks verscheen en aan een duitsch tijdschrift "Das Westphälische Dampfboot" genaamd. Zoo ook stichtten zij onder de politieke vluchtelingen, welke zich toenmaals in Brussel bevonden, de "Deutsche Arbeiterverein" in vereeniging met Moritz Hesz, Sebastian Seiler, Ernst Dronke, Stephan Born en Wilhelm Wolff, dezelfde, aan wien later het eerste deel van "das Kapital" werd opgedragen. Het was in die Vereeniging dat Marx zijn voordracht hield over "Loonarbeid en Kapitaal", die met het critisch-staathuishoudkundig overzicht van Marx tegelijk zal worden behandeld.
Maar het is in deze periode te Brussel geweest, dat het wetenschappelijk socialisme, of gelijk de beide mannen het toenmaals om eene behoorlijke onderscheiding te maken noemden, het communisme tot stand is gekomen.
Tegen het destijds in Duitschland geleerde "ware" socialisme van Hesz, Karl Grün en anderen, richtte Marx de scherpste pijlen zijner realistische critiek, door den politieken klassenstrijd op den voorgrond te stellen, terwijl Engels in Puttman's "Burgerbuch" met nadruk, zoowel Wilhelm Weitling, als ook Fourier ten sterkste verdedigde tegen hunne aanvallen.
Marx en Engels wisten zéér goed, dat zij daarmede zoowel naar den eenen als naar den anderen kant, een deel van hunne medestanders van zich zouden af stooten. Maar met zich-zelf in 't reine zijn, hun standpunt naar beide zijden scherp te kunnen afbakenen, dat was hun eerste en gewichtigste doel naar zij meenden.
"Zonder partijen geen ontwikkeling, zonder scheiding geen vooruitgang", had Marx reeds in 1842 geschreven. En hij meende dat men bij het innemen van zijn eigen wetenschappelijk standpunt, vóór alles zuiver moest staan.
Intusschen stonden Marx en Engels met de politieke vluchtelingen in Londen, de sociaal-demokraten uit de "Chartistenbeweging" in Engeland en voor een deel ook met de fransche sociaal-demokraten, in eene nauwe betrekking. Nu bestond erin Londen zoowel als in Parijs een "Bond der Rechtvaardigen", waartoe Engels noch Marx ooit wenschten toe te treden. Hij was de stichting van Karel Schapper en Heinrich Bauer, schrijvers, van Josef Moll, een horlogemaker, van den miniatuurschilder Karl Pfänder en van den kleêrmaker Eccarius. Een crisis in die organisatie ontstaan, deed Marx, Engels en Wilhelm Wolff besluiten, zich bij de afgescheidenen te voegen en met hen den "Bond der Communisten" op te richten. Als de eerste daad van dezen Bond naar buiten is het, in 't najaar van 1847 ontworpen en in Februarij 1848 in het publiek verschenen
"Communistisch Manifest"
te beschouwen, dat de klassieke uiteenzetting bevat van alle resultaten welke Marx en Engels uit hunnen praktischen strijd en hunne theoretische studiën hadden vermogen te trekken.
In dit "Communistisch Manifest" wordt in enkele groote trekken de economisch-sociale geschiedsdeduktie van de tijden der lijfeigenschap in de middeneeuwen, tot aan onze huidige klassen- en eigendomstegenstellingen doorgevoerd en komt het inzicht erin tot uiting, en wordt er voor 't eerst in het bijzonder in aangetoond, dat ook de tegenwoordige vorm van de samenleving tot den ondergang is bestemd; terwijl alles wat de bourgeoisie in het werk stelt en in het werk stellen moet, slechts de arbeid harer eigene ondergang is. Naar de stelling van Hegel die eenmaal luidde: "dat in de wereldgeschiedenis door de handelingen der menschen, nog in het algemeen iets anders te voorschijn komt als zij bedoelen en bereiken, als zij onmiddellijk weten en willen" is deze gansche beschouwingswijze geformuleerd. Deterministisch is deze beschouwing der samenleving, zoolang deze en voor zoover deze, kapitalistisch is.
Het "Manifest" dat aanvangt met de verklaring dat er "een spook over Europa rondwaart," welk spook het communisme is--"dat dit communisme bereids door de machten van Europa als een macht is erkend"--zegt vervolgens: "dat het hoog tijd is geworden, dat de communisten hunne beschouwingswijze, hun doel en hunne tendenzen, voor de geheele wereld open en bloot leggen, om aan het sprookje van het communisme, een manifestatie daarvan, tegenover te plaatsen." Tot dit doel hebben zich communisten van verschillende naties in Londen bijeenverzameld en een "Manifest" ontworpen, dat in het engelsch, fransch, duitsch, italiaansch, vlaamsch en deensch gepubliceerd zal worden.
Het begint in zijn 1ste Hoofdstuk eene definitie te geven van de begrippen: Bourgeoisie en Proletariaat.
"De geschiedenis van alle der nog toe bestaan hebbende maatschappijen, is de geschiedenis van klasseoorlogen.
"Vrijen en slaven, patricieër en plebejer, baron en lijfeigene, gildeburger en gezel, in 't kort, onderdrukten en onderdrukkers, zij stonden in gestadige tegenstelling tot elkander, voerden een ononderbroken, dan eens verkapte, dan eens open strijd tegen elkander, die telkenmale met eene revolutionaire gedaante-verandering van de gansche samenleving eindigde, of met den gemeenschappelijken ondergang der strijdende klassen.
"In de vroegere tijdstippen der geschiedenis, vinden wij bijna overal eene volledige geleding der samenleving in verschillende standen, eene menigvuldige en trapsgewijze vorming van maatschappelijke stellingen. In het oude Rome hadden wij de patriciërs, ridders, plebejers en slaven; in de Middeneeuwen de feodaal-Heeren, Vasallen, gildeburgers, gezellen, lijfeigenen en bovendien, bestonden er nog in bijna alle deze klassen weder, bijzondere trapsgewijze indeelingen.
"De uit den ondergang van de feodale maatschappij voortgekomen moderne burgerlijke maatschappij, heeft die klassetegenstellingen niet opgeheven. Zij heeft slechts nieuwe klassen, nieuwe voorwaarden van onderdrukking, eene nieuwe gestalte aan dien strijd, in de plaats van de oude gegeven.
"Ons tijdstip, dat van de bourgeoisie, kenteekent zich echter daardoor, dat zij deze klasse-tegenstellingen vereenvoudigd heeft. De gansche maatschappij splitst zich meer en meer in twee groote, elkander vijandige legers, in twee groote, elkander direkt tegenoverstaande klassen: bourgeoisie en proletariaat.
"Uit den lijfeigene van de Middeneeuwen, werden de paalburgers der eerste steden geboren; uit dezen paalburgers ontwikkelden zich weder de eerste elementen der bourgeoisie.
"De ontdekking van Amerika, van de scheepvaart om Afrika, schiepen voor de opkomende bourgeoisie een nieuw terrein. De Oost-Indische en Chineesche markt, de koloniseering van Amerika, de ruil met deze koloniën, de vermeerdering der ruilmiddelen en der waren over het algemeen, verleenden aan den handel, aan de scheepvaart en aan de industrie een ongekenden vlucht en daarmede aan het revolutionaire element van de, in verval zijnde feodale maatschappij, eene even snelle ontwikkeling.
"De tot nu toe bestaan hebbende feodale of gildenachtige bedrijfswijze van de industrie, was niet meer toereikend voor de met de nieuwe markten, steeds aangroeiende behoefte. De Manufaktuur trad in hare plaats. De gildenmeesters werden verdrongen door de industrieele middenstand; de verdeeling van den arbeid tusschen de verschillende corporaties maakte plaats voor de verdeeling van den arbeid, in den afzonderlijken werkplaats, gelijk die op zich-zelf reeds bestond.
"Maar steeds groeiden de markten aan, steeds steeg de behoefte. Ook de Manufaktuur was niet meer voldoende. De stoom kwam en revolutioneerde door middel van de machinerie de industrieele produktie. In plaats van de Manufaktuur trad nu de moderne groot-industrie; in plaats van den industrieelen middenstand traden nu, de industrieele millionairs, de chefs van gansche industrieele legers, de moderne bourgeois in het leven.
"De groot-industrie heeft de wereldmarkt in het leven geroepen, die door de ontdekking van Amerika was voorbereid. De wereldmarkt heeft aan den handel, aan de scheepvaart en aan de landcommunikatie eene onmetelijke ontwikkeling gegeven. Deze heeft wederom op de uitbreiding van de industrie teruggewerkt, en in dezelfde mate waarin industrie, handel, scheepvaart en spoorwegen zich uitbreidden, in diezelfde mate ontwikkelde zich de bourgeoisie, vermeerderde zij hare kapitalen, drong zij alle, van af de Middeneeuwen traditioneel geworden klassen, meer en meer naar den achtergrond.
"Wij zien dus hoezeer de moderne bourgeoisie-zelf, het produkt van een lange ontwikkelingsgang, van een rij van omwentelingen in de produktie- en verkeerswijze is.
"Ieder dezer ontwikkelingstrappen der bourgeoisie, werd begeleid door eene, met hen in overeenstemming zijnde politieke vooruitgang. Onderdrukte stand onder de heerschappij van de feodale Heeren; bewapende en zich-zelf beheerende associatie in de gemeenten; hier onafhankelijke stedelijke Republiek, daar derde belastingplichtige Stand van de monarchie; dan, ten tijde van de op gildenorganisatie berustende Manufaktuur, tegenwicht tegenover den adel in de Standen of in de absolute monarchie; hoofdgrondslag van de monarchieën in het algemeen, veroverde zij eindelijk, sedert het bestaan van de groot-industrie en der wereldmarkt in de moderne constitutioneele staten, voor zich uitsluitend de politieke heerschappij. De moderne staatsmacht is slechts eene commissie, die de gemeenschappelijke belangen van de gansche bourgeoisklasse bestuurt.
"De bourgeoisie heeft in de geschiedenis een hoogst revolutionaire rol gespeeld.
"De bourgeoisie, waar zij tot heerschappij is gekomen, heeft alle feodale, patriarchale en idyllische verhoudingen verstoord. Zij heeft de bontgekleurde feodale banden, die den menschen aan hunne natuurlijke meesters verbonden, onbarmhartig verscheurd en geen anderen band tusschen mensch en mensch overgelaten, dan die van het naakte belang, dan die van de gevoellooze "bare betaling". Zij heeft de heilige rilling van de vrome dweperij, de ridderlijke begeestering, de klein-burgerlijke weemoed, verdronken in het ijskoude water van de egoïstische berekening. Zij heeft de persoonlijke waarde, in de ruilwaarde opgelost en in de plaats van de tallooze, op vrijbrieven berustende privilegiën en vrijheden, de eene, die van de gewetenlooze handelsvrijheid gesteld. Zij heeft in één woord, in plaats van de met religieuze en politieke illusies omhulde uitbuiting, de openlijke, de onbeschaamde, direkte en dorre uitbuiting geplaatst.
"De bourgeoisie heeft alle tot dusver eerwaardige en met vrome schuwheid beschouwde handelingen, van hunnen schijn van heiligheid ontdaan. Zij heeft den arts, den jurist, den priester, den poëet en den man van de wetenschap tot hare betaalde loonarbeiders gemaakt.
"De bourgeoisie heeft de familieverhouding van haren roerend-sentimenteelen sluier beroofd en haar teruggevoerd tot op een zuiver finantieele verhouding.
"De bourgeoisie heeft ons het geheim onthuld, hoe de brute krachtsuiting, die de reaktie zoo zeer bewondert in de Middeneeuwen, in de luiste dagdieverij hare beste aanvulling kan vinden. Maar eerst heeft zij ons bewezen, wat de werkzaamheid van menschen tot stand kan brengen. Zij heeft nog gansch andere wonderwerken tot stand doen komen als de Pyramiden van Egypte, romeinsche waterleidingen en gothische Cathedralen dat waren; zij heeft nog geheel andere tochten tot stand weten te brengen, als de Volkerentochten en de Kruistochten dat waren.
"De bourgeoisie kan niet bestaan, zonder de produktie-instrumenten, d. w. z., zonder de produktieverhoudingen, dus de gezamenlijke maatschappelijke verhoudingen, voortdurend te revolutioneeren. Onveranderde instandhouding van de oude produktiewijzen, was daarentegen de eerste bestaansvoorwaarde van de vroegere industrieele klassen. De voortdurende omwenteling van de produktie, de ononderbroken schokking van alle maatschappelijke toestanden, de eeuwigdurende onzekerheid en de toestand van bewogenheid, onderscheidt de periode der bourgeoisie van al de vroegere. Alle vaste, ingewortelde verhoudingen, mitsgaders hunne gevolgen van oude en traditioneele voorstellingen en beschouwingswijzen, zijn door haar opgelost geworden; alle nieuwgevormde verouderen, nog voor zij zich hebben kunnen vastnestelen. Al het bestaande en vaststaande verdampt, al het heilige wordt ontwijd, en de menschen worden er eindelijk wel toe gedwongen, hunne levenspositie en wederzijdsche betrekkingen, met nuchtere oogen te gaan bekijken.
"De behoefte aan een steeds uitgebreider afzetmarkt voor hare produkten, jaagt de bourgeoisie over den ganschen aardbol. Overal moet zij zich inburgeren, overal inwerken, overal moet zij connekties aanknoopen.
"De bourgeoisie heeft door hare exploitatie van de wereldmarkt, aan de produktie en de consumptie van alle landen, eene cosmopolitische gestalte gegeven. Zij heeft tot groote droefenis van de reaktionairen, der industrie den nationalen bodem onder de voeten weggerukt. Over-oude nationale industrieën zijn door haar vernietigd geworden en worden er dagelijks nog meer vernietigd. Zij worden verdrongen door nieuwe industrieën, welker invoering tot eene levenskwestie voor alle beschaafde naties wordt; door industrieelen, welke niet meer inheemsche ruwprodukten, maar de, van de verst verwijderde streken komende ruwprodukten verwerken en welker fabrikaten, niet alleen in het land zelve, maar in alle werelddeelen verbruikt worden. In de plaats van de oude, door de produkten van het land zelf bevredigde behoeften, komen er nieuwe, welke de produkten van de verstverwijderde landen en klimaten, tot hunne bevrediging noodig hebben. In de plaats van de oude lokale en nationale zelfgenoegzaamheid en afgeslotenheid, trad een alzijdig verkeer, eene alzijdige afhankelijkheid der verschillende naties van elkander. En zooals het in de materieele produktie ging, zoo ging het ook in de geestelijke produktie. De geestelijke voortbrengselen der naties elk op zich, zijn gemeen-goed geworden. De nationale eenzijdigheid en bekrompenheid wordt meer en meer onmogelijk gemaakt, en uit de vele nationale en lokale litteraturen, vormt zich ééne wereldlitteratuur.
"De bourgeoisie trekt, door eene snelle verbetering van alle produktie-instrumenten, door de oneindig vergemakkelijkte communikaties, alle,--ook de barbaarsche--naties, binnen den kring harer beschaving. De goedkoope prijzen harer waren, zijn de zware artillerie, waarmede zij alle chineesche muren platschiet, waarmede zij den hardnekkigsten vreemdenhaat der Barbaren tot capitulatie dwingt. Zij dwingt alle naties, de produktiewijze der bourgeoisie zich eigen te maken, willen deze niet te gronde gaan; zij dwingt ze, deze zoogenaamde beschaving bij zich-zelf in te voeren, d. w. z. bourgeois te worden. In een woord, zij schept zich een eigen wereld, naar haar eigen beeld.
"De bourgeoisie heeft het platte land onderworpen aan de heerschappij van de steden. Zij heeft enorme steden geschapen. Zij heeft het getal van de stedelijke bevolking, tegenover dat van het land in hoogen graad doen toenemen en een beduidend deel van de bevolking aan het idealisme van het landleven onttrokken. Gelijk zij het land van de stad, zoo heeft zij de barbaarsche en half-barbaarsche landen van de beschaafde, de boerenvolkeren van de bourgeoisvolkeren, het Oosten van het Westen afhankelijk gemaakt.
"De bourgeoisie heft meer en meer de versplintering van de produktiemiddelen, van het bezit en van de bevolking òp. Zij heeft de bevolking geaglomereerd, de productiemiddelen gecentraliseerd en den eigendom, in weinige handen geconcentreerd. Het noodzakelijke gevolg hiervan, was de politieke centralisatie. Onafhankelijke, nauwelijks verbonden provinciën met verschillenderlei belangen, wetten, regeeringen en tollen, werden tezamengedrongen tot ééne natie, ééne regeering, ééne wet, één nationaal klassebelang en ééne douanelinie.
"De bourgeoisie heeft in hare, nauwelijks honderdjarige klasseheerschappij, méér massale en méér kolossale produktiekrachten geschapen, als alle aan haar voorafgegane generaties, tezamen. Onderwerping van natuurkrachten, machinerie, toepassing van de chemie op de akkerbouw; stoomscheepvaart, spoorwegen, elektrische telegraphen, exploitatie van gansche werelddeelen, bevaarbaarmaking van stroomen, gansche, als uit den grond gestampte bevolkingen--welke vroegere eeuw had er eenig begrip van, dat zulke produktiekrachten in den schoot van den maatschappelijken arbeid, te sluimeren lagen!
"Wij hebben dus gezien: De produktie- en verkeersmiddelen, op welker grondslag zich de bourgeoisie kon verheffen, werden in de feodale maatschappij voortgebracht. Op een gegeven ontwikkelingshoogte dezer produktie- en verkeersmiddelen bleken de verhoudingen, waarin de feodale maatschappij produceerde en ruilde, met de feodale organisatie der Agrikultuur en der Manufaktuur, in één woord, de feodale eigendomsverhoudingen bleken met de ontwikkelde produktiekrachten, niet meer in overeenstemming te zijn. Zij hielden de produktie tegen, in plaats van die te bevorderen. Zij moesten dan ook springen en zij sprongen.
"In hunne plaats trad de vrije concurrentie, met de aan haar beantwoordende maatschappelijke en politieke constitutie, met de economische en politieke heerschappij van de bourgeoisklasse.
"Onder onze oogen nu, voltrekt zich eene gelijke beweging. De burgerlijke produktie- en verkeersverhoudingen, de burgerlijke eigendomsverhoudingen, de moderne burgerlijke maatschappij, die zulke geweldige produktie- en verkeersmiddelen te voorschijn getooverd heeft, gelijkt den heksenmeester, die de onderaardsche machten, die hij zelve te voorschijn had geroepen, niet meer bezweren kan. Sedert tientallen van jaren is de geschiedenis van de industrie en van den handel, slechts de geschiedenis van den opstand der moderne produktiekrachten tegen de eigendomsverhoudingen, welke de levensvoorwaarden zijn voor de bourgeoisie en voor hare heerschappij. Het is voldoende, de handelscrisissen aan te duiden, welke met hunne periodieke terugkeer, steeds dreigender het bestaan van de gansche burgerlijke samenleving tot eene kwestie van tijd maken. In de handelscrisissen breekt eene maatschappelijke epidemie los, welke in alle vroegere tijdstippen als iets onzinnigs zou zijn beschouwd: de epidemie van de overproduktie. De maatschappij bevindt zich plotseling teruggezet in een toestand van oogenblikkelijk barbarisme; een hongersnood, eene algemeene vernietigingsoorlog schijnen haar alle levensmiddelen afgesneden te hebben; de industrie, de handel schijnen vernietigd. En waarom? Omdat zij te véél beschaving, omdat zij te véél levensmiddelen, te véél industrie, te véél handel bezit. De produktiekrachten, die haar ter beschikking staan, dienen niet meer tot bevordering der burgerlijke eigendomsverhoudingen; integendeel, zij zijn te geweldig voor deze verhoudingen geworden, zij worden door haar juist tegengehouden. En zoodra zij dezen tegenstand overwinnen, brengen zij de gansche burgerlijke samenleving in wanorde en, brengen zij het bestaan van den burgerlijken eigendom, in gevaar. De burgerlijke verhoudingen zijn te eng geworden om de door haar voortgebrachte rijkdom te bevatten. En waardoor overwint de bourgeoisie nu de crisissen? Aan den eenen kant, door eene gedwongen vernietiging van een massa van produktiekrachten; aan den anderen kant, door de verovering van nieuwe markten en de radikale uitbuiting van de oude markten. Waardoor dus? Daardoor, dat zij nog veelzijdiger en nog veel geweldiger crisissen voorbereidt en de middelen om die crisissen te voorkomen, juist worden verminderd.
"De wapenen waarmede de bourgeoisie het feodalisme tegen den grond geslagen heeft, richten zich nu tegen de bourgeoisie zelve.
"Maar de bourgeoisie heeft niet alleen de wapens gesmeed die haar ten dood zullen brengen; zij heeft ook de menschen voortgebracht, die deze wapens tegen haar zullen voeren. Dit zijn de moderne arbeiders: het proletariaat.