Kamerplanten: Handboek tot het kweeken van planten in de kamer
Chapter 37
Daar de zon in deze maand reeds veel meer kracht begint te krijgen, moet men er door flink luchten op passen, dat de temperatuur in de kamers, waarin, wanneer het donker weer is, nu en dan nog gestookt moet woeden, niet al te veel stijgt. Wanneer de zon helder schijnt, moeten de planten in het kamerkasje, en ook die, welke voor het venster staan, geschermd worden. Door de enkele warme dagen mag men zich niet laten verleiden, de potplanten reeds buiten te zetten. Het weer toch is in deze maand nog zeer ongestadig en de planten, in gesloten vertrekken eenigszins gevoelig geworden, kunnen zeer licht het offer worden van plotseling invallende koude. Anders is het met de harde planten, die eenige graden vorst kunnen verdragen en in den kelder werden overwinterd. Deze, zooals Granaten, Laurieren, Oranjeboomen, Phormiums en anderen, kunnen tegen het midden van de maand op het balkon of in den tuin gezet worden. De planten, welke in een koude kamer hebben overwinterd, worden door herhaaldelijk luchten zoodanig gehard, dat zij tegen het eind van deze maand naar buiten kunnen gebracht worden. Wordt het weer nog plotseling koud, dan kan men ze op zij leggen en met een tapijt of eenige doeken overdekken. Het voortkweeken langs geslachtelijken en ongeslachtelijken weg kan ook nog in deze maand geschieden. De plantjes, die de vorige maand gezaaid zijn, zullen wel reeds zóó groot wezen, dat zij afzonderlijk in potjes kunnen worden uitgeplant. Heeft men zaailingen of stekplantjes van bossig groeiende planten, en willen zij zich niet vertakken, dan moet men ze in deze maand den kop afsnijden. Kweekt men voor de versiering van het balkon klimplanten of éénjarige bloemplanten, zoo moet men die in het begin van deze maand zaaien; de snelgroeiende zaailingen worden dan gerepikeerd, of ook wel dadelijk in potjes uitgeplant. Deze jonge plantjes moeten zonnig gehouden en tijdig aan de buitenlucht gewend worden, opdat men ze reeds in de volgende maand voor de beplanting der bakjes moet kunnen gebruiken. In deze maand kan men ook beginnen met het in orde brengen der aquariums of terrariums. Daar nu in den tuin reeds vele voorjaarsbloemen bloeien, scheidt men met het forceeren uit. De uitgebloeide bollen en knollen worden na het afsterven uit den grond genomen, in de lucht gedroogd en goed droog opgeborgen.
Mei.
Pas in deze maand begint men meer gestadig warm weer te krijgen, maar niet zelden heeft men in de eerste helft nog last van nachtvorsten, zoodat alleen de hardere planten buiten mogen gezet worden. Men behandelt deze op de wijze zooals aangegeven is in het hoofdstuk: "De Kamerplanten gedurende den zomer." De teedere potgewassen, die nòch nachtvorst, nòch kouden regen kunnen verdragen, mogen niet vóór de tweede helft van deze maand buiten gezet worden. Fijnere Palmen, teere Varens, en warme bladplanten blijven gedurende den geheelen zomer in de kamer; men moet ze nu echter in een vertrek zetten, dat veel gelucht kan worden en waar men ze behoorlijk tegen de zon kan beschermen. Als regel kan men aannemen, dat vóór Pinksteren de bloemrekjes buiten voor het venster in orde gemaakt en de beplanting der balkonbakjes uitgevoerd moet worden. In de eerste afdeeling van dit boek wordt uitvoerig beschreven, hoe een en ander moet worden uitgevoerd. Wanneer men Primula chinensis voor winterbloei wil kweeken, dan moeten die nu gezaaid worden. Heeft men bloeiende potplanten, dan bindt men die behoorlijk op; uitgebloeide moeten, wanneer dit noodig blijkt, ingesneden worden. De potten moeten steeds zindelijk gehouden en het opkomende onkruid er tijdig van verwijderd worden. Al de potplanten moeten gedurende deze maand geregeld begoten worden en heerscht er zeer warm weer, dan moet men dit twee keer per dag, des morgens en des avonds, doen. Een herhaald bespuiten der planten is dan ook hoog noodig.
Juni.
In deze maand is de kamer, waarin men de planten kweekt, betrekkelijk leeg, de meeste hebben een plaats gevonden op de plantenrekjes of op de balkons. Van de talrijke teedere planten, die men tot nu toe in de kamer hield, zooals Palmen en Varens, kunnen er in deze maand nog verscheidene buiten gezet worden. Den Palmen moet men, na ze behoorlijk gehard te hebben, een half beschaduwde plaats in den tuin geven, en de Varens houden het, wanneer men ze onder boomen zet en herhaaldelijk bespuit, buiten zeer goed uit. Kan men niet over een tuin beschikken, dan doet men beter deze planten in de kamer te houden, daar plaatsing op een plantenrekje of balkon minder wenschelijk is. De meeste Cactussen en Succulenten staan in dezen tijd ook beter buiten dan in de kamer, men kan ze gerust in de volle zon zetten; vooral voor de versiering van rotspartijtjes laten zij zich zeer goed gebruiken. Heeft men goed bewortelde potplanten, dan behoeft men in deze maand niet zuinig te zijn met gier. Snel groeiende planten, die men in Maart verpot heeft, zullen nu reeds weder doorgeworteld zijn en is dit het geval, dan kan men ze nog eens verpotten. Heeft men nog geen Primula's gezaaid, dan kan men het in het begin van deze maand nog doen; ook met het uitzaaien van Cineraria's en Muurbloemen moet men niet langer wachten. Het wordt in Juni ook tijd om de stekken te snijden van de harde planten, die men wil vermenigvuldigen.
Juli.
In deze maand kan men wel aannemen, dat de meeste bloemtafels leeg zijn, daar de kamerplanten, zooveel mogelijk, buiten zijn gezet. De plantjes, die men in de vorige maanden door zaden of stekken vermenigvuldigd heeft, en die men goed op tijd moet repikeeren en oppotten, zet men nu het best op de vensterbank, waar men ze, zoo noodig, tegen de zon moet kunnen schermen. In het begin van deze maand kan men de zomerstekken snijden van Pelargoniums, die dan zonder veel moeite wortel maken en nog rijk kunnen bloeien. Voor het stekken van Rozen is het ook nu de beste tijd. Deze stekken wortelen pas na vier tot zes weken; men moet ze onder glas steken, in de volle zon zetten en zeer dikwijls bespuiten. Pelargonium-stekken daarentegen worden niet gesloten gehouden, zij moeten echter ook een zonnige plaats hebben, maar mogen slechts weinig bespoten worden. Wil men des winters Reseda hebben, dan moet die nu gezaaid worden. De hoofdzaak, waarop men gedurende deze maand te letten heeft, is het herhaaldelijk begieten en het, zoo noodig, bespuiten der planten.
Augustus.
Ook in deze maand heeft men in de kamer nog niet veel aan de planten te doen, daar zij voor het meerendeel nog buiten staan. Vooral moet gelet worden op de zaailingen van Primula's, Cineraria's en Cyclamen, die herhaaldelijk verplant moeten worden. De in het voorjaar gezaaide Gesneriaceeën en Begonia's beginnen nu ook langzamerhand te bloeien. Heeft men oude knollen van Cyclamen, wier rusttijd nu over is, dan moet men die verplanten en op de vensterbank zetten. Sterk groeiende planten, zooals Chrysanthemums, moeten in deze maand voor de laatste maal verpot worden. Ook wordt het nu tijd om Pelargoniums te stekken, die vrij snel wortel maken, doch niet uitgeplant worden. Men laat de stekken in de potten, waarin zij gestoken zijn, overwinteren, om ze in het voorjaar uit te planten. Zoo behandeld, zullen zij reeds vroeg in de lente bloeien. Van harde planten kan men deze maand nog stekken sneden; heeft men er stekken van, die in de vorige maand gestoken en nu beworteld zijn, dan kunnen deze in kleine potjes uitgeplant worden. Kweekt men klimplanten, dan moet men zorgen, dat zij geregeld aangebonden worden. Reeds beginnen er hier en daar zaden te rijpen; deze worden afgeplukt, op een vel papier gedroogd, in grauw-papieren zakken bewaard en in den winter schoongemaakt. Men moet er om denken bij iedere zaadsoort den naam te voegen, daar men ze later niet meer kan onderscheiden. Veel acht moet nog geslagen worden op het gieten en spuiten, daar deze werkzaamheden ten zeerste samenhangen met het weer. In deze maand ontvangt men de catalogi van bolgewassen. Zoodra men die ontvangen heeft, doet men de bestelling, om in de tweede helft der maand, op de opgegeven wijze, de vroegste bol- en knolgewassen op te planten.
September.
Langzamerhand beginnen de planten weder in de kamer terug te komen. In de eerste helft dezer maand toch worden de teerste potplanten, zooals Palmen, Varens en andere bladplanten, die buiten stonden, weder in de kamer gebracht. Voordat men ze binnenbrengt, moet de aarde van alle onkruid gezuiverd, moeten de planten goed gewasschen en de potten met een boenborstel goed afgeschrobd worden. De planten, die men nog voorloopig buiten laat staan en die gevoelig zijn voor vocht, moet men zóó plaatsen, dat zij tegen de overvloedige regens beschut zijn. Heeft men potgewassen in den vollen grond uitgeplant gehad, dan moeten die tijdig en voorzichtig weder in potten gezet worden. Bol- en knolgewassen, die volgroeid zijn en beginnen af te sterven, moeten langzamerhand minder begoten worden, en ook Camellia's en Azalea's, die knop gezet hebben, moet men wat minder water geven. In de kweekerijen vindt men om dezen tijd een grooten voorraad van kamerplanten voorhanden, zoodat men nu zeer goed de noodige soorten, vooral de winterbloeisters, kan koopen. De maand September is ook de meest geschikte om bol- en knolgewassen, die men forceeren wil, op te planten.
October.
In de maand October krijgt men weer heel wat te doen. Reeds in de eerste dagen van deze maand moeten alle planten, die nog buiten staan, met uitzondering van enkele zeer harde, haar winterkwartieren betrekken. Alvorens dit te doen moeten de planten en potten goed schoongemaakt en de eersten behoorlijk opgebonden worden. Heeft men planten, die gedurende den zomer ziek geworden zijn, dan doet men het best die weg te werpen, daar zij toch den winter niet goed doorkomen. Zoolang het weer nog niet koud wordt, moet men de vertrekken, waarin de planten staan, behoorlijk luchten. Bij het binnenzetten der planten moet men er vooral op letten, dat zij licht staan en elkander niet, of zoo weinig mogelijk, raken. De planten, die weinig warmte behoeven, worden in een koele kamer gebracht, waar slechts in uitersten nood gestookt wordt. Heeft men grootere harde planten, die zonder schade een paar graden vorst kunnen verdragen, in kuipen staan, dan laat men die tot het eind van deze maand buiten, waarna zij in de gang of in een luchtigen kelder gezet worden. Heeft men geen ruimte genoeg om deze planten behoorlijk te bergen, dan geeft men ze aan een vertrouwden kweeker om te bewaren. Bol- en knolgewassen, die afgestorven zijn, worden uit de potten genomen en schoongemaakt, om ze droog te bewaren. Indien de Fuchsia's, Hortensia's en Rozen haar bladeren reeds verloren hebben, dan kunnen zij in een vorstvrijen kelder opgeborgen worden. Kleinere Cactussen en Succulenten, waarvoor men geen voldoende ruimte heeft, kunnen met de potten in kistjes met droog zand worden ingegraven, welke men dan ter overwintering boven op een kast kan zetten in een koele, doch vorstvrije kamer. Planten, die om dezen tijd bloeien, moeten zoo licht en zonnig mogelijk gezet worden. Ook bol- of knolgewassen, die men forceeren wil, kunnen nog geplant worden. Voor het op glazen zetten van Hyacinten is October ook een zeer geschikte maand.
November.
Het sombere weer, dat meestal gedurende deze maand heerscht, is voor de kamerplanten niet zeer gunstig, daar het licht rotting veroorzaakt, wanneer men met gieten niet zeer oppast. Vooral met de knollen der Cyclamen moet men zeer voorzichtig zijn en er voor zorgen, dat geen gietwater in het hart der plant komt. De lucht wordt in de kamers, waarin nu reeds geregeld gestookt wordt, zeer droog; het is daarom nuttig de Palmen en andere bladplanten herhaaldelijk met een sponsje en lauw water af te wasschen. Treedt er ongedierte op, dan moet men dat zoo krachtig mogelijk bestrijden. De vertrekken, waarin de harde planten staan, moeten met zacht weer gelucht worden. Het is zaak zeer voorzichtig te zijn met gieten; men gebruikt daartoe slechts water, dat de temperatuur heeft van het vertrek, waarin de planten staan, en den planten, die rusten, mag men vooral niet te veel water geven. Herfstbloeisters, die uitgebloeid zijn, zooals Bouvardia's en Chrysanthemums, moeten ingesneden en in den kelder gezet worden. De bolgewassen, die men buiten heeft ondergegraven, bedekt men met flinke laag blad, ten einde ze voor de vorst te beschermen. Met het forceeren kan men beginnen, waartoe de Romeinsche Hyacint en de roode en gele Duc-van-Thol het eerst aan de beurt zijn. Heeft men Hyacinten op glazen tusschen de dubbele vensters staan, dan moet men die, bij het intreden van strengere vorst, in de kamer zetten.
December.
Ook voor deze maand gelden de bovenstaande raadgevingen. Men moet er op letten, dat de planten in de warmere kamer, zoo ver mogelijk van de kachel verwijderd en zoo dicht mogelijk bij de vensters staan. De planten, in de koude kamers, veroorzaken al heel weinig moeite; toch moet in die kamers nu en dan gestookt worden, eerstens om het indringen van de vorst te beletten en ten tweede om de lucht een weinig te laten opdrogen. Die, welke in den kelder overwinteren, moeten ook nu en dan nagezien en begoten worden, ten einde te beletten, dat zij uitdrogen, waardoor de bast rimpelig wordt, en de plant doodgaat. Bijna al de potgewassen bevinden zich thans in hun rustperiode. De bol- en knolgewassen, die men buiten heeft ondergegraven, kunnen licht te ver uitgroeien; zij moeten op een zachten dag uit den grond genomen en in de kamer gezet worden, mits men ze nog niet direct in bloei wil trekken, in welk geval men ze voorloopig in den kelder zet.
AANTEKENINGEN
[1] Dit schijnt mij wel wat haastig. Denkelijk wordt hier Juli van het volgend jaar bedoeld. Vert.
[2] Eigenlijk is dit geen Aralia, maar in den handel komt deze plant toch steeds onder dien naam voor. Vert.
[3] Hoewel de naam Plectogyne wetenschappelijk juister is, gebruik ik bij voorkeur den naam Aspidistra, waaronder deze plant algemeen bekend is. Vert.
[4] De Schr. bedoelt hier blijkbaar de Solanum Capsicastrum. De S. Pseudo-Capsicum toch (het ouderwetsche Capsicum-boompje) wordt beter van stek gekweekt; het duurt toch te lang, eer men van zaden vruchtdragende heestertjes heeft. Vert.
[5] Zonder iets af te dingen op deze vermoedelijk in Duitschland gevolgde handelwijze, moet hier toch opgemerkt worden, dat ze bij ons weinig toepassing vindt, daar men allicht kans loopt, dat de bol spoedig uit den pot zal oprijzen. Hier vult men dien half met aarde, drukt die een weinig aan en zet er den bol op, om daarna den pot verder geheel met aarde te vullen. Vert.