Kamerplanten: Handboek tot het kweeken van planten in de kamer
Chapter 34
Al naar de planten of dieren, die men er in wil houden, onderscheidt men vochtige en droge aquariums, die weder in vochtig-warme en vochtig-koude, dus ook in droog-warme en droog-koude worden verdeeld. Het vochtig-warme terrarium dient om er uitheemsche Varens, bladplanten en Palmen in te kweeken, het droog-warme daarentegen om er weinig vocht verlangende Cactussen en andere Vetplanten in te kweeken. In het koude terrarium kweekt men inlandsche of uit sub-tropische streken afkomstige gewassen. Onze plaat toont een klein, vochtig-warm, beplant terrarium. Gewoonlijk staan deze terrariums op elegante ijzeren voetstukken of op een behoorlijk sterke tafel. Al naar de grootte wordt het geraamte van het terrarium vervaardigd uit sterk blik, hout of smeedijzer. De ruiten moeten er bij voorkeur niet met stopverf in vastgezet worden, doch moeten er ingeschoven of met kleine haakjes aan kunnen bevestigd worden. Het eenzijdige dak moet zóó gemaakt zijn, dat men het openen kan en aan één zijde moet zich een deur bevinden, waardoor men, zoo noodig, den planten frissche lucht kan geven. Houdt men dieren in het terrarium, zoodat men het niet openen kan, dan moet het zóó gemaakt zijn, dat men er des zomers een ruit kan uitnemen, die dan door een met gaas bespannen raampje wordt vervangen. De bodem van het terrarium wordt uit metaal vervaardigd en mag niet vlak, doch moet een weinig hellend zijn; op het laagste punt bevindt zich dan een afvoerbuisje, waardoor het overvloedige water kan wegloopen. De terrariums worden tegenwoordig in alle soorten vervaardigd en zijn in bijna alle grootere luxe-winkels verkrijgbaar. Het duurst zijn zeker die, welke verwarmd kunnen worden, hetgeen door een aangebrachte warmwaterinrichting kan geschieden. Een dergelijk terrarium heeft echter niet iedere liefhebber noodig; slechts een dierenliefhebber, die de teerste reptiliën en amphibieën wil houden, moet zich zulk een aanschaffen. Hij, die zeer fijne planten in zijn terrarium wil kweeken, kan het zóó laten inrichten, dat hij op den bodem een platte, van een toe en afvoerbuisje voorziene warm-waterbus kan inschuiven, welke bus dagelijks enkele malen met heet water moet gevuld worden. Fig. 268 toont zulk een inrichting ter verwarming van een terrarium, Fig. 269 een zeer eenvoudig, uit een kist vervaardigd terrarium, dat door warm water verwarmd kan worden. Hierin staat reeds de verwarmingsinrichting, die uit sterk zink gemaakt wordt en juist passen moet. Daar deze waterbus voortdurend onder den druk van de aarde zou lijden en men haar er ook niet zou kunnen uitnemen, wordt er een houten rooster op aangebracht, waarop een metalen plaat wordt gelegd. Fig. 271 toont een dergelijk, uit een kist vervaardigd terrarium, nadat het beplant en met dieren bevolkt is. Dergelijke terrariums zijn het eerst door den Heer H. Lachmann in het tijdschrift "Natur und Haus" aanbevolen.
De beste tijd om het terrarium te beplanten is in de maanden April en Mei. Op den bodem, die, zooals reeds gezegd is, den vorm van een bak moet hebben, zet men eerst het schaaltje met water. Hierna bedekt men de vrijgebleven ruimte met een laag scherven en stukjes turf, ten einde een goede drainage te verkrijgen. In den omtrek van het waterafvoerbuisje moet de drainage zóó aangebracht worden, dat dit niet verstoppen kan. Op de drainage brengt men dan de aarde. De samenstelling der aarde moet men wijzigen naar den aard der planten, die men er in kweeken wil; het best doet men echter er een grof, goed met scherp zand vermengd mengsel voor te gebruiken. Heeft men een warm, droog terrarium, dan kan men er dien grond inbrengen, welke is opgegeven in de hoofdstukken, handelende over Cactussen en Vetplanten. Zulke droge terrariums kan men met rotsjes van tufsteen heel aardig versieren; in de gaten van deze steensoort groeien de Succulenten zeer goed. In het vochtig, warme terrarium plant men een jongen Palm of een struikachtige bladplant en verscheidene der soorten, die in de hoofdstukken "Kruidachtige Bladplanten voor warme vertrekken", "Varens" en "Mossen" zijn opgegeven en afgebeeld. Een zeer mooi effect verkrijgt men nog, wanneer men den bodem van het terrarium belegt met versche sphagnum-kopjes. Deze kopjes groeien er zeer goed in door; zij vormen ten laatste een groen tapijt en voorkomen het uitdrogen der aarde.
Bij het beplanten van het terrarium moet men vooral oppassen er niet te veel in te zetten; beter is het, de planten zeer wijd uiteen te planten, opdat zij zich goed kunnen ontwikkelen. Langer dan één jaar kan men het beplante, warme terrarium niet laten staan, daar de planten dan te wild dooreengroeien. Elk voorjaar moet men ze er uitnemen en het geheel opnieuw beplanten; de aarde kan dan tegelijkertijd vernieuwd, en te groot of leelijk geworden planten kunnen door andere vervangen worden. De verzorging van het terrarium is zeer eenvoudig. Dadelijk na de beplanting wordt de aarde zóó aangegoten, dat het overvloedige water door het afvoerbuisje wegloopt, waaruit men kan opmaken, dat de aarde in haar geheel goed vochtig is. Voor het vervolg bestaat de verzorging in hoofdzaak hierin, dat men het vochtige terrarium bij warm weder enkele keeren per dag bespuit. Ten gevolge van dit spuiten droogt de aarde zeer weinig uit, zoodat gieten slechts hoogst zelden noodig is. Ook het droge terrarium mag bij warm weer een enkelen keer bespoten worden; men moet er echter voor zorgen, dat de aarde slechts matig vochtig blijft en dat zij des winters geheel opdroogt. De verdere zorg bestaat in het behoorlijk zindelijk houden der planten en ruiten, in op tijd luchten en schermen. In den regel behoeven slechts de vochtige terrariums geschermd te worden; het best doet men dit, door een raam te laten maken, dat er precies op past, dit met linnen te laten bespijkeren en het er, zoo noodig, op te leggen.
Wanneer men de planten werkelijk mooi in een terrarium wil zien ontwikkelen, dan moet men er geen dieren in houden. De reptiliën en amphibieën, die men in het terrarium kan houden, brengen er wel een eigenaardig leven aan en maken het interessanter, maar zij beschadigen den plantengroei eendeels door het afvreten der jonge scheuten, en anderdeels door hun wroeten in den bodem; ook kan het gewicht van hun lichaam veel kwaad doen, wanneer zij over bladeren of takken kruipen. Heeft men een droog terrarium met Cactussen beplant, dan kan men daarin gerust ook dieren houden, daar de dorens haar voor afvreten voldoende beschermen.
III. HET FORCEEREN.
Inleiding.
Tot een der belangwekkendste bezigheden voor bloemen- en plantenliefhebbers behoort het forceeren gedurende den winter der hiervoor geschikte gewassen.
Wanneer de winter ingetreden is, en buiten zoo goed als alle groei opgehouden is, dan moet men door het forceeren van bloemen de lente weder in de kamer te voorschijn roepen.
Onder het forceeren van planten verstaat men planten, welke zich in haar rustperiode bevinden, door verhoogde temperatuur tot groeien brengen en ze gedurende den winter haar bloemen doen ontplooien, terwijl zij dit onder natuurlijke omstandigheden eerst in de lente of in den zomer doen. Dat een dergelijke behandeling der planten, hoe belangwekkend en aangenaam ook, tegennatuurlijk is, spreekt vanzelf, en het ligt dan ook voor de hand, dat er betrekkelijk slechts weinige zijn, waarmede men het met goed gevolg kan doen.
Van de planten, die voor het forceeren geschikt zijn, verdragen enkele deze bewerking zeer goed, en laten zich iederen winter, zonder er merkbaar van te lijden, opnieuw in bloei trekken, verondersteld natuurlijk, dat zij goed behandeld worden. Andere planten daarentegen verdragen het forceeren minder goed; zij verzwakken er zeer door, en komen pas weer na korteren of langeren tijd volmaakt tot haar kracht, zonder welke zij niet met succes in bloei getrokken kunnen worden. Een zeer groot aantal, en, jammer genoeg, lang niet de slechtste soorten, worden na den bloei totaal waardeloos, daar zij door het forceeren zoodanig verzwakken, dat verder kweeken niet meer loonend of mogelijk schijnt.
Onder de fraaie planten, voor forceeren geschikt, zijn er enkele, die slechts door bloemkweekers in hun kassen in bloei getrokken kunnen worden en, wil hij zijn moeiten en zorgen met een succes bekroond zien, dan moet hij niet alleen volkomen op de hoogte zijn van de levensvoorwaarden der planten, maar hij moet ze ook met de grootste zorgvuldigheid verzorgen. Hoe nader toch het tijdstip komt, waarop hij loon voor zijn werk zal krijgen, des te noodlottiger kan het kleinste verzuim worden, en een kleine vergissing kan opeens aan alle verwachtingen den bodem inslaan. Naast deze planten, waarvan het in bloei trekken als het ware een monopolie der kweekers is, staan een aantal andere, die zich gedurende den winter, door elken verstandigen plantenliefhebber laten forceeren. Is er iemand, die er aan zou willen twijfelen, dat het forceeren een der aardigste liefhebberijen voor den bloemenliefhebber gedurende de donkere wintermaanden is? Het is voor den welgestelde zeer gemakkelijk gedurende den winter, wanneer sneeuw en ijs ons in huis houden, zijn vertrekken met allerhande gekochte bloemplanten te versieren, maar de zelf in bloei getrokken planten zullen toch veel meer waarde voor hem hebben. Het forceeren begint dan ook in alle standen hoe langer hoe meer aanhangers te verkrijgen. Het is vooral het in bloei trekken der bolgewassen, dat zeer populair is geworden, terwijl de vaste-planten en de bloemheesters, die voor dit doel geschikt zijn, er slechts zelden door de liefhebbers voor gebruikt worden. Wat ook het forceeren zoo interessant maakt, is niet alleen, dat men er des winters de bloemenpracht van den zomer door kan genieten, maar het is ook de buitengewoon snellen groei, dien men kan waarnemen en die ons dag in dag uit nieuwe verrassingen bereidt.
Algemeene regels voor het forceeren.
Het forceeren kan door iederen liefhebber in de kamer geschieden, mits hij slechts een verwarmd vertrek tot zijn beschikking heeft. De ligging van het vertrek is van minder belang; zij mag zelfs noordelijk zijn. Hoe groot ook de rol is, die de zon bij het kweeken van planten speelt, bij het forceeren is haar invloed slechts zeer gering en kan men haar zelfs dikwijls geheel missen. De natuurlijke bloeitijd der meeste voor het forceeren gebruikte gewassen valt, wanneer zij in de vrije natuur gekweekt worden, in het voorjaar, dus een tijd, waarin de zon nog geen heel grooten invloed uitoefent, en maar al te dikwijls is het woud de natuurlijke groeiplaats van deze voorjaarsbloemen, waardoor zij dus zelfs aan helder licht niet gewend zijn.
Een plant, die, om in bloei getrokken te worden, directe behoefte heeft aan zon, is de Roos; slechts weinig zon daarentegen verlangen de meeste bolgewassen, de kruidachtige planten en de groenblijvende gewassen; in het geheel geen zon is noodig bij het in bloei trekken der blad-afwerpende bloemstruiken; zoo forceert men o.a. de Sering het schoonst, wanneer men ze geheel in donker plaatst. Licht, lucht, vochtigheid en warmte, alles in juiste mate, zijn de hoofdvoorwaarden, om met succes planten in bloei te kunnen trekken.
Koude tocht, sterke afwisseling van temperatuur en droogte zijn nadeelig voor alle planten, die men forceeren wil. Voor de meeste planten, die men in bloei wil trekken, is de gewone kamerwarmte voldoende, dus een temperatuur van 60°-65° Fahr. overdag en van 55°-60° Fahr. des nachts. Zijn de vensters van het vertrek, waar men zijn bloemen wil forceeren, zóó ingericht, dat zij van boven geopend kunnen worden, dan is dit zeer nuttig, daar men dan overdag luchten kan, zonder dat de planten aan de directe luchtstroomingen zijn blootgesteld. Heeft men dubbele vensters, dan zijn die uitstekend geschikt tot het in bloei trekken van verschillende planten, want al is de ruimte daartusschen niet zóó groot, dat er een pot tusschen kan staan, voor een met water gevuld Hyacint-glas is er toch altijd wel ruimte genoeg. Tusschen de dubbele vensters gaat de groei niet zoo snel, wijl er een lagere temperatuur heerscht dan in de kamer, maar de bloemen ontwikkelen er fraaier.
Het is voor de meeste te forceeren planten zeer goed, wanneer men ze, zoo mogelijk, een lichte plaats voor het venster geeft. Naast de ruimte tusschen de dubbele vensters is voor kleinere planten een plaats op de vensterbank het meest geschikt. Zeer goed bruikbaar zijn ook de veelal aangetroffen trapvormige eenzijdige stellages, die dan zóó moeten opgesteld worden, dat de planten naar het venster gericht staan. De naar de kamer gekeerde zijde biedt dan wel geen heel schoonen aanblik, doch men kan ze gemakkelijk met klimop of hardere groen blijvende planten bedekken.
Ten gevolge van den snellen groei hebben alle planten, die men forceert, veel behoefte aan water. Men lette er vooral op, dat de aarde niet geheel uitdroogt, want daarmede zou alle kans op succes verdwenen zijn. Juist aangeven, wanneer men moet gieten, is onmogelijk, daar het steeds moet gebeuren, wanneer de aarde neiging toont tot opdrogen en hoewel men weder niet te veel moet gieten, is in dit geval te groote vochtigheid toch niet zoo nadeelig als te groote droogte. Het water, waarmede men giet, moet minstens de temperatuur hebben van het vertrek, waarin de planten staan; vele zijn echter zeer dankbaar, wanneer zij begoten en bespoten worden met water van 75°-85° Fahr. Bij het spuiten moet men zich van een goeden rafraîchisseur bedienen en het zóó doen, dat de bladeren aan de onder- en bovenzijde goed nat zijn. Voordat het vertrek, waarin de planten staan, goed verwarmd is, mag men niet spuiten; is dit echter eenmaal het geval, dan spuit men bij helder weer twee à driemaal, bij donker weer daarentegen een à twee keer per dag. Bolgewassen echter mogen niet bespoten worden; zij zouden dan gaan rotten; ook wanneer de planten in bloei staan, moet men het laten, daar er anders zwarte vlekjes op de bloemen komen.
Slechts enkele planten kunnen zonder voorafgaande maatregelen geforceerd worden; zij moeten daartoe voorbereid worden en ook alleen goed gezonde planten zijn er met uitzicht op succes voor te gebruiken. Ook laat lang niet iedere plant zich op elk willekeurig tijdstip van den winter in bloei trekken. Verscheidene plantengeslachten laten zich vroeg, andere laat forceeren, maar ook tusschen de verschillende soorten van ieder geslacht bestaat er dienaangaande verschil; vandaar dat men, om met succes te kunnen forceeren, een uitgebreide kennis der soorten moet bezitten.
Geforceerde planten, die in bloei zijn, worden in een koeler vertrek gezet, omdat de bloemen daar veel langer duren en men er dus meer genot van heeft.
Bolgewassen.
De Bolgewassen, die voor forceeren geschikt zijn, behooren voor het meerendeel tot die soorten, welke het vroegst in het voorjaar bloeien; reden, waarom zij ook veel ter versiering van tuinen worden gebruikt. Met het aankweeken van bolgewassen kan een liefhebber zich niet bezighouden, want ten eerste kan men het niet overal doen en ten tweede is het een zeer moeilijke cultuur; dit is trouwens geen bezwaar, daar er tusschen de steden Haarlem en Leiden tal van goede bollenkweekers zijn, die tegen niet al te hooge prijzen uitstekende bollen leveren. Men lette er echter op, de bloembollen slechts te koopen bij een goed, solied kweeker, en make men nooit gebruik van de z.g.n. goedkoope aanbiedingen, die dikwijls in de groote dagbladen worden geadverteerd. Maar al te dikwijls is het mislukken toch aan den bol en niet aan het forceeren zelf te wijten.
Van alle planten, die zich in bloei laten trekken, zijn de bolgewassen voor den liefhebber zeker het aanbevelenswaardigst. In de eerste plaats stellen zij weinig eischen en laten zij zich gemakkelijk in bloei trekken, en in de tweede plaats brengen zij meerendeels zeer schoone bloemen voort. Van het bescheiden Sneeuwklokje tot de trotsche geurige Hyacint, steeds zijn het schoone verschijningen. De talrijke variëteiten der verschillende soorten bieden daarbij zulk een kleurenrijkdom, dat ieder er de kleur in kan vinden, welke hem het best past.
Zooals bij alle bolgewassen, onderscheidt men ook bij deze een rusttijd en een groeitijd. Nadat de bollen hun bladeren ontwikkeld, gebloeid en in sommige gevallen zaad gegeven hebben, verdrogen de wortels; de bladeren en stengels sterven langzaam af en, zijn zij afgestorven, dan is de rusttijd aangevangen. Bij de meeste bolgewassen treedt de rusttijd omstreeks Juli in; zij worden dan uit den grond genomen, gedroogd en schoongemaakt, zoodat omstreeks einde Augustus en September de tijd aanbreekt, waarin de liefhebber zijn inkoopen moet doen.
Voor het in bloei trekken kan men slechts zeer goede bollen gebruiken; mindere qualiteit kan men wellicht nog in den tuin planten. Een goede bol moet een groote hoeveelheid reserve-voedsel opgehoopt hebben, en dit is steeds het geval, wanneer hij goed vast is en een met zijn grootte overeenstemmend gewicht heeft. Aan de grootte zelf kan men geen bijzondere waarde hechten, daar er talrijke soorten zijn, die slechts een kleinen bol vormen, en een kleine, vaste en zware bol zal steeds beter zijn dan een groote, die zacht en licht is.
Ieder bolgewas moet een bepaalden rusttijd gehad hebben, maar zoo goed als men dien verlengen kan, door den bol droog te laten liggen, zoo goed kan men hem verkorten, door den tijd van opplanten in te korten. Deze tijd is van groot belang voor het tijdstip, waarop de bol zal bloeien. De vroege bolgewassen moeten ook vroeg geplant worden, wil men vroegtijdig bloemen er aan hebben. Men moet er wel om denken, dat, met enkele uitzonderingen, geen bol direct na het oppotten geforceerd mag worden, doch dat men pas met het in bloei trekken moet beginnen, wanneer hij een flinken scheut en krachtige wortels heeft gemaakt. Het succes hangt dus niet alleen van de gekochte bollen, maar ook van de allereerste behandeling af. Deze eerste behandeling is tamelijk eenvoudig. Gewoonlijk wordt de opgeplante bol flink diep, ± 25 c.M., onder de aarde gegraven, of wel, men zet hem op een donkere plek in den kelder. In het laatste geval moet men er voor zorgen, dat de aarde in de potten steeds matig vochtig blijft. Wanneer men over een stukje grond kan beschikken, doet men steeds wijzer de potten onder te graven. Men bereikt hiermede een tweeledig doel: in de eerste plaats behoeft men niet te gieten, aangezien de aarde in de potten steeds behoorlijk vochtig blijft; en in de tweede plaats behoeft men niet bevreesd te zijn, dat de bollen door het maken der wortels uit den pot gelicht worden. Dit laatste is bij in den kelder staande bollen niet altijd te voorkomen.
Voor het ingraven der potten doet men het best een leeg groentenbed of een gedeelte van een rabat te gebruiken. Dit stukje grond graaft men, al naar de grootte der potten, een of anderhalve spa diepte uit, men maakt den bodem van het gat gelijk en zet dan de potten er, dicht tegen elkander aan, in. Bij het plaatsen der potten moet men er op letten, dat de vroegste soorten bij elkander staan, om zoo langzamerhand naar de latere af te dalen. Op deze wijze geplaatst, kan men de potten des winters van de rij af in de kamer brengen. Heeft men al de potten in het gat gezet, dan worden zij duchtig aangegoten, en nadat het water goed in de aarde is getrokken, worden zij met den uitgegraven grond bedekt.
Hiermede moet men voorzichtig te werk gaan, en er op letten, dat uitsluitend fijne aarde over de potten wordt gebracht. De plek, waar de potten staan, is nu aan de verhooging kenbaar; men kan er voor zekerheid nog een etiquette bij steken, die dan dáár geplaatst moet worden, waar de eerste pot staat en die goed boven de aarde moet uitsteken. Doet men dit, dan loopt men geen gevaar des winters bij het uitgraven een of meer potten te breken. Van den tijd van oppotten af, totdat men begint te forceeren, verloopen twee à drie maanden, zoodat een op 1 September opgepotte vroege bol niet vóór 1 November warm gezet mag worden. Hoewel het meerendeel der bollen wel zonder hinder een enkelen graad vorst kan verdragen, moet men er toch voor zorgen, dat de potten niet in de aarde bevriezen, daar dit minder goed voor de bollen is, en men ze des winters dan slechts met groote moeite kan opgraven. Om deze reden moet men de plek, waarin de potten staan, vóór het intreden van harde vorst met riet of blad goed bedekken. De, in den winter opgegraven potten, mogen niet direct in de warme kamer gezet worden; maar moeten eerst enkele dagen in een koele, vorstvrije kamer staan, ten einde zoodoende aan de warmte te wennen. Ook moet men er op letten, dat vroege bolgewassen niet te lang ingegraven blijven staan. Alle bloembollen moeten goed vast opgepot worden, d.w.z.: dat de aarde flink moet worden aangedrukt. Hoe men iedere soort moet planten, wordt verderop besproken.
De beste bolgewassen om te forceeren.
Hyacinthus orientalis (Hyacint). De Hyacint is zonder twijfel een der beste en schoonste bolgewassen, geschikt om te forceeren. Het eigenlijke vaderland van de Hyacint ligt in het Oosten en van daar is zij naar deze Westersche streken gevoerd. In de zestiende eeuw zal zij van uit Bagdad over Konstantinopel naar Italië gebracht zijn, van waar zij naar deze streken is gebracht. Tegenwoordig wordt de Hyacint op reusachtige schaal gekweekt tusschen Haarlem en Leiden; in den loop der tijden zijn ontelbare enkel- en dubbelbloemige variëteiten gewonnen, en nog steeds worden nieuwe en betere vormen in den handel gebracht. De bloemen der Hyacinten prijken met de schitterendste kleuren en zij verspreiden een heerlijken geur, die echter voor de kamer wel eens wat al te sterk kan zijn. Men onderscheidt vroege, middelmatige en late Hyacinten. De allervroegste soort is de niet zeer fraaie Romeinsche Hyacint (Fig. 272), ook wel Romaine blanche geheeten. Deze heeft kleine, witte bollen en brengt witte bloemen voort; zij ontwikkelt meerdere bloemstengen, die echter slechts betrekkelijk weinige kleine bloemen dragen. Deze soort kan men reeds in November in bloei hebben. De andere vroege soorten brengen reeds fraaie bloemtrossen voort; men kan echter blijde zijn, wanneer die tegen Kerstmis in de kamer bloeien. Van deze soorten achten wij de beste: Homerus en Emilius, beide enkel rood; Willem de Eerste, enkel donkerblauw, La tour d'Auvergne, dubbel wit, en Norma, zacht rozerood. Meerdere soorten behoeven wij niet op te geven, aangezien de catalogi der handelskweekers en zaadhandelaars niet alleen de beste soorten vermelden met opgave der kleur, doch ook de noodige wenken omtrent het forceeren geven.
Voor het forceeren gebruikt men slechts, zooals reeds gezegd is, de beste bollen, die vast en zwaar moeten zijn (Fig. 273); ook moet de wortelhals geheel onbeschadigd zijn. De qualiteit van den bol kan men onmogelijk uit de afmeting opmaken, daar er veel soorten zijn, die werkelijk prachtige bloemtrossen ontwikkelen en toch slechts kleine bollen vormen. In den regel zijn de bollen der dubbelbloemige Hyacinten niet zeer groot. De bloemtrossen der enkele Hyacinten zijn over het algemeen eleganter en voor het forceeren in de kamer beter geschikt.