Kamerplanten: Handboek tot het kweeken van planten in de kamer
Chapter 31
De z.g. Mossen of Lycopodiaceeën behooren, evenals de Varens, tot de Cryptogamen of bedekt-bloeiende planten. Zijn de Varens reeds zeer gevoelig en teer, in nog meerdere mate is dit met deze planten het geval. Zij zijn echter, eenige klimmende soorten uitgezonderd, zóó sierlijk, dat zij als uitnemende planten voor het terrarium en het kleine kamerkasje kunnen beschouwd worden; ook voor de cultuur onder een stolp zijn zij niet ongeschikt. De Lycopodiaceeën hebben meestal zeer fijn ingesneden loof; somtijds groeien zij met behulp van stevige luchtwortels tamelijk op, of wel, zij klimmen door middel van deze worteltjes tegen kurkschors in de hoogte. De kleur van het loof is meestal heldergroen, enkele kenmerken zich door een blauwachtigen gloed, wat, vooral wanneer de zon er op schijnt, een prachtigen metaalglans aan de plant verleent; eenige in de cultuur ontstane soorten zijn geel- of witbont. Hoewel enkele der hardere zich op een niet-zonnig staande bloemtafel somtijds enkele maanden goed houden, zijn zij toch hoofdzakelijk aan te bevelen voor het kamerkasje of voor een vochtig warm terrarium.
De kweekwijze der Lycopodiaceeën komt bijna geheel met die der Varens overeen; evenals deze planten beminnen zij schaduw, vochtigheid en warmte. Het best kweekt men ze in zandigen, groven boschgrond. Daar de zeer fijne worteltjes niet diep in de aarde dringen, doet men het best ze niet in potten, doch in vlakke schalen of schotels te planten. Is men genoodzaakt potten te gebruiken, dan is het zaak, die tot over de helft met scherven en stukjes houtskool te vullen. Op deze drainage brengt men dan de aarde. De grond, waarin men ze plant, moet zeer los zijn, zoodat aandrukken bij het verplanten geen vereischte is; beter doet men, wanneer zij geplant zijn, de schaal of den pot enkele keeren goed op de tafel neer te zetten, ten einde zoodoende de aarde een weinig te laten inzakken. Nog beter dan in potten groeien de Lycopodiaceeën, als ze in het kamerkasje of het terrarium vrij uitgeplant zijn. In de eerste plaats moet men zorgen voor het matig vochtig houden der aarde, verder voor schermen tegen de zon en voor een herhaald besproeien met den rafraîchisseur. Een liefhebber van deze planten, die geen kasje of terrarium tot zijn beschikking heeft, kan ze ook met succes onder stolpen kweeken, die dan in de vensterbank gezet moeten worden. De vermenigvuldiging der Lycopodiaceeën is veel eenvoudiger dan die der aanverwante Varens. Slechts zeer zelden kweekt men ze door het uitzaaien der sporen, daar dit veel sneller en zekerder geschiedt door stekken, die gemakkelijk groeien, al naar de scheuten, waarvan men ze neemt, rijker met luchtwortels bezet zijn. Deze luchtwortels brengt men bij het planten der stekken voorzichtig in de aarde, waar zij dan spoedig in gewone wortels veranderen.
De laag blijvende soorten kan men bij het verplanten zeer gemakkelijk verdeelen, en ze dus op die wijze vermenigvuldigen. Enkele opgroeiende soorten, zooals bijv. de Selaginella Emmeliana, worden op de volgende wijze voortgekweekt: men snijdt volkomen rijpe twijgjes af en legt deze met de onderzijde op schotels, die men daartoe van te voren heeft klaargemaakt. Deze schotels worden van een zeer goede drainage voorzien en bijna tot aan den rand gevuld met lichte, zandige heide-aarde. De schotels worden dicht met de twijgjes der Selaginella's belegd, die men door scherfjes naar beneden drukt. Bedekt men nu de schotels met een glasplaat, houdt men ze warm en vochtig en besproeit men ze dagelijks een paar keeren, dan ontwikkelen zij na verscheidene weken worteltjes en jonge plantjes, die men afsnijdt en voorzichtig repikeert. Er verloopt echter minstens een vol jaar, voordat deze plantjes, nadat zij verscheidene malen verplant werden, sterk genoeg geworden zijn, om afzonderlijk in potjes te worden gezet.
Van de tot deze groep behoorende planten komen voor de kamer eenige vertegenwoordigers van het geslacht Selaginella in aanmerking, die nu en dan in de kweekerijen ook wel gevonden worden onder den naam Lycopodium. Een der sierlijkste, die een gesloten mostapijt vormt, is de Selaginella apoda. Een andere soort, die wel wat hooger groeit, doch ook een grasachtig voorkomen heeft, is de Selaginella denticulata (Fig. 248); men vindt deze soort veel gebruikt in bloemenmandjes, om er de aarde mede te bedekken. Door een blauwachtigen metaalglans onderscheiden zich Selaginella amoena en S. cæsia (Fig. 176). Laatstgenoemde soort klimt tegen vochtige stammen op, doch is ook zeer goed als hangplant te gebruiken, waarom zij in het desbetreffende hoofdstuk is afgebeeld. Onder de opgroeiende, die voor de kamer zeer geschikt zijn, komt in de eerste plaats in aanmerking de fraaie Selaginella Emmeliana (Fig. 249). Onder de struikachtige wordt het meest aangetroffen de Selaginella Martensii, waarvan ook een bonte variëteit bekend is. Zeer fraai, hoewel zeldzamer, is de Selaginella inæqualifolia (Fig. 250).
Het aquarium.
Naast de talrijke potplanten, die wij tot hiertoe hebben leeren kennen, zijn er ook veel inlandsche en vreemde waterplanten, die voor kamercultuur geschikt zijn. Jammer genoeg wordt de waarde der waterplanten tot heden nog niet genoeg erkend, en er zijn slechts enkele handelskweekerijen, die er een grootere of kleinere verzameling van op na houden. Dit is een der redenen, waarom de liefhebber van de cultuur dezer planten moet afzien, vooral ook, wanneer hem de hiertoe behoorende soorten der inlandsche flora vreemd zijn. Iedere vaart of sloot herbergt, wel is waar, zeer talrijke planten, doch alles, wat daarin groeit, is niet voor de kamer te gebruiken.
Voor den waren liefhebber moeten de waterplanten zeer interessant zijn, daar vele zich kenmerken door een uiterst merkwaardige leefwijze, die men lang niet altijd kan waarnemen, daar de echte waterplanten meestal buiten ons direct bereik in het wild voorkomen. De voorwerpen, waarin men in de kamer waterplanten wil kweeken, moeten natuurlijk in overeenstemming zijn met het karakter dier planten. Dergelijke voorwerpen worden aquariums genoemd. Een liefhebber, die een aquarium in de kamer heeft en zijn planten daarin goed verzorgt, kan er zeer veel genoegen van smaken. Een goed ingericht kamer-aquarium is een vijver en moeras te gelijk. Men kan er niet alleen zeer veel planten met succes in kweeken, maar er ook verschillende dieren, zooals visschen, amphibieën en de interessantste waterinsecten in verzamelen. Terwijl echter de cultuur van waterplanten eenvoudig en dankbaar is, en veel minder bekwaamheid eischt dan die van alle andere gewassen, is met het verzorgen van waterdieren juist het tegenovergestelde het geval. Kunnen wij reeds op het land waarnemen, dat er tusschen de verschillende schepselen vaak een harde strijd om het bestaan gestreden wordt, dan zullen wij bij de behandeling der in het water levende dieren weldra bemerken, dat deze strijd hier nog veel sterker is, en bijna nooit tot een einde komt. In het water heerscht het recht van den sterkste op de meest brutale wijze; hier is het een voortdurend verslinden en verslonden worden, en niet alleen onder de hoogere dieren, doch ook onder de insecten vinden wij roofdieren van de ergste soort. Dit voortdurend vervolgen en vervolgd worden, maakt het noodzakelijk, dat men in een betrekkelijk klein aquarium slechts die dieren kan houden, welke elkander niet bestrijden. Men moet onderscheid maken tusschen het gewone aquarium en een, speciaal voor roofdieren. In het eerste kan men onschuldige visschen en insecten, in het tweede roofvisschen en rooftorren houden. In betrekkelijken zin zijn ook het onschuldigste vischje en de kikvorsen roofdieren, daar zij zich in vrijen staat geheel of gedeeltelijk met levende insecten voeden, en desnoods hun eigen jongen niet ontzien.
Al kan men in een planten-aquarium ook waterdieren kweeken, toch moet er een streng onderscheid gemaakt worden tusschen een dergelijke inrichting speciaal voor planten en een voor dieren. Bij een planten-aquarium wordt de zwaartekracht gelegd op de eischen der planten, bij een dieren-aquarium daarentegen op die der dieren. Lang niet altijd laten die beide eischen zich vereenigen, daar talrijke waterinsecten de planten vernielen, zeer veel visschen in hun verlangen naar plantaardig voedsel de teere waterplanten stukvreten en andere visschen, door hun woelen in den bodem, den plantengroei onmogelijk maken. De liefhebber, die zeer veel dieren in zijn aquarium wil houden, moet daarvoor meer tijd en kosten beschikbaar stellen, dan voor planten noodig is. Zoodra het aantal dieren dat der planten overtreft, zijn de laatsten niet meer in staat voldoende zuurstof voor de eersten af te scheiden. Zooals bekend is, ademen de visschen zuurstof in, die in hoofdzaak door de planten, bij helderen zonneschijn, wordt afgescheiden. Ontbreekt deze zuurstof aan het water, dan lijden de visschen gebrek aan lucht, zij zijn niet tierig meer en zij zwemmen steeds aan de oppervlakte van het water rond, angstig naar versche lucht happend. Eertijds kon men een dergelijk treurig beeld dikwijls waarnemen bij de goudvisschen, die in de ongelukkige, nu bijna geheel verdwenen, goudvisschen-glazen rondzwommen. Houdt men dus in hoofdzaak dieren in het aquarium, dan moet men langs kunstmatige wegen zuurstof aan het water toevoegen; dit geschiedt tamelijk gemakkelijk door kamerfonteintjes.
De plantenliefhebber, die in de eerste plaats zijn aquarium inricht voor het kweeken van planten, zal ook pleizier hebben in waterdieren, daar niet weinige er van even belangwekkend zijn. De visschen, de stomme waterbewoners, die vaak een zeer hoogen graad van intelligentie vertoonen, dikwijls een fraai voorkomen met prachtige kleuren vereenigen, en in vele gevallen zich door talrijke interessante eigenschappen kenmerken, zijn de aanbevelenswaardigste aquarium-bewoners. Wij willen slechts even herinneren aan de fraaie inlandsche en vreemde baarzen, die zelfs in het kleinste aquarium hun nestjes bouwen. In deze nestjes legt het wijfje haar eieren, die door het mannetje bevrucht worden. Vooraf kan men dan een alleraardigste minnekoozerij bemerken, terwijl zij dan met de schoonste kleuren prijken. Niet alleen hierin, maar in talrijke andere opzichten kan men de belangwekkendste opmerkingen bij de visschen maken. Terwijl men in het dierenrijk meestal ziet, dat het mannetje geen huiselijke plichten kent en zich om zijn nageslacht in het geheel niet bekommert, kan men waarnemen, dat dit bij de nest-bouwende roofvisschen juist andersom is; de verzorging der jongen geschiedt uitsluitend door het mannetje. Dag en nacht bewaakt hij het nest, het naar zijn krachten tegen iederen vijand verdedigend, terwijl hij, door het water steeds in beweging te houden, voor een geregelde verversching daarvan zorgt. Verlaten de jongen eenmaal het nest, dan houdt het mannetje ze weder bij elkander en verwijdert er een zich te ver, dan brengt hij het in zijn bek weder naar het nest terug. Lang duurt deze zorg echter niet; spoedig krijgt de roofdieraard van den vader weder de bovenhand en hij verslindt dan zijn gansche nakomelingschap, wanneer men hem niet tijdig uit het aquarium verwijdert. Het houden van visschen, ook al maken zij geen nest, is zeer interessant, daar reeds de vrij snelle ontwikkeling der diertjes den natuurliefhebbers veel genoegen verschaft.
Vooral in Duitschland begint de liefhebberij om er een aquarium op na te houden, steeds grooter te worden, wat zeer wordt aangemoedigd door een vereeniging van aquarium-liefhebbers. Deze vereeniging bevordert het bekend worden van nieuwere waterplanten en haar cultuur, alsook den invoer van fraaie visschen, vooral uit Azië en Amerika. Wij zouden het doel van dit boekje voorbijloopen, wanneer wij ons met de geheele aquarium-liefhebberij wilden bezighouden. Wij kunnen ons bepalen tot inrichting van het planten-aquarium, de cultuur van waterplanten en de bespreking der meest aanbevelenswaardige soorten voor dit doel.
In deze inleiding willen wij nog even wijzen op den gunstigen invloed, dien een kamer-aquarium op de gezondheid der bewoners en der planten uitoefent. Het is, jammer genoeg, een algemeen aangenomen en toch geheel verkeerde meening, dat de dampen van het aquarium schadelijk zouden zijn. Deze uitwasemingen zijn op zichzelf tamelijk onbeduidend; zij worden echter door een fonteintje aanmerkelijk verhoogd. Het aquarium is juist zeer geschikt om voor menschen en planten de droge kamerlucht een weinig vochtiger en dus stofvrijer te maken en reeds met het oog hierop is de aanschaffing er van zeer aan te bevelen.
Practische aquariums voor de cultuur van waterplanten.
De toenemende liefhebberij voor aquariums is oorzaak geworden, dat men ze tegenwoordig in de meest verscheidene vormen in den handel kan verkregen. Wij willen ons slechts met de verschillende vormen bezighouden, niet met de wijze, waarop zij worden vervaardigd, daar men hiertoe een handigheid moet hebben, die den gewonen liefhebber slechts zelden eigen is, en zij fabriekmatig gemaakt, tegen geringen prijs verkrijgbaar zijn. Vroeger zag men voor het kweeken van waterplanten of het verzorgen van visschen geen ander voorwerp dan het gewone goudvisschenglas. Iedereen kent deze glazen, die door hun vorm en vooral door hun nauwe halzen, ware martelinrichtingen voor dieren, en tot het beplanten geheel ongeschikt zijn. Het best doet men dan ook, van het gebruik dezer glazen geheel af te zien, te meer, daar goede glazen aquariums bijna overal te verkrijgen zijn. Zulke aquariums zijn in de eerste plaats de ronde glazen, die boven en beneden even wijd zijn en eenigszins den vorm van een kaasstolp hebben. Deze glazen moeten tamelijk dikke wanden hebben, niet te klein zijn, maar toch ook niet grooter dan 50 cM. Het groote nadeel van deze glazen is gelegen in hun breekbaarheid; zij springen gemakkelijk en kunnen dan niet meer gebruikt worden, daar repareeren natuurlijk uitgesloten is.
Het geheel uit glas vervaardigde aquarium heeft tegenover het houten of ijzeren met glas bezette zeer groote voordeelen, daar het niet lek wordt, zich gemakkelijk laat schoonmaken en het licht overal toegang verleent, wat bij de cultuur van veel licht verlangende planten van groot belang is. Onder deze glazen aquariums zijn de hoekige weder aanbevelenswaardiger dan de ronde, daar zij sterker zijn, men er de planten en dieren beter in kan waarnemen en zij minder plaats innemen, waardoor men ze in een beperkte ruimte gemakkelijker kan houden. Deze hoekige, uit één stuk glas vervaardigde aquariums komen bij de liefhebbers van waterplanten hoe langer hoe meer in den smaak en zijn tamelijk goedkoop in den handel verkrijgbaar.
Zeer geschikt zijn ook de elementglazen, die voor electrische batterijen gebruikt worden, en in de glasfabrieken bij duizenden in vierkanten of langwerpigen vorm worden vervaardigd. Verscheidene der gravuren stellen waterplanten voor, in dergelijke glazen gekweekt. De kleinste dezer langwerpige glazen, die een diepte van 12-15 cM. en een lengte van 20-25 cM. hebben, zijn uitstekend geschikt voor de cultuur van een enkele waterplant, daar zij gemakkelijk op de vensterbank een plaatsje kunnen vinden. Voor onder water groeiende planten moeten deze glazen minstens 25 cM. diep zijn; voor kleine uit het water groeiende kan men ook met een geringere diepte volstaan. Wil men grootere elementglazen gebruiken, dan zet men ze op een flinke plank, waarvan de randen gepolitoerd of geverfd worden, zekerheidshalve kan men dan den bovenrand ook nog met een houten raampje omgeven; zij gelijken dan veel op een aquarium uit den handel. Te groot moet men echter de elementglazen ook niet nemen, daar de wanden niet erg dik zijn en zij op den duur aan den druk van het water geen weerstand kunnen bieden. Wil men een vertrouwbaar glas hebben, dan moet dit niet langer dan 45 cM. en niet breeder en dieper dan 30 cM. zijn. Een dergelijke grootte is ruimschoots voldoende voor de cultuur van verscheidene grootere moeras- en waterplanten.
In den handel zijn voorts nog aquariums van den meest verschillenden vorm verkrijgbaar, vervaardigd uit een raam, waarin ruiten met stopverf bevestigd zijn. Gewoonlijk zijn deze langwerpig vierkant; men treft ook zes- en achthoekige aan. Een hoofdzaak is hier een zorgvuldige stopping met daarvoor geprepareerde stopverf. De bodem bestaat meestal uit blik en men moet er op letten, dat deze eenige keeren geverfd is en op een flinken, houten voet rust. Heeft men kleine aquariums, dan bestaat het raam meestal uit blik, voor grootere moet het echter uit smeedijzer of wel uit sterk hout vervaardigd zijn; voor nog grootere moeten ook de ruiten bestaan uit flink spiegelglas.
Het doelmatigst zijn de meest eenvoudige aquariums; in ieder geval moeten te veel versieringen sterk vermeden worden, daar hierdoor het oog van de hoofdzaak, de planten en dieren, wordt afgeleid. De grootte van het aquarium kiest men naar de beschikbare ruimte; de diepte moet echter niet meer zijn dan 45 cM., daar een dergelijke diepte voldoende is, om alle onder water groeiende planten te kweeken. Een liefhebber, die bij het kweeken een weinig redeneert, zal in een diep aquarium niets anders kweeken dan onder water groeiende of met drijvende bladeren voorziene planten. Voor het kweeken van waterplanten, die met haar bladeren boven het water uitsteken, gebruikt men er een van 25 cM. diepte; voor moerasplanten, met kruipende wortelstokken, die wel een vrij dikke aardlaag, doch slechts zeer weinig water verlangen, en ook voor drijvende planten is een diepte van 15 cM. voldoende. Neemt men een aquarium van middelmatige hoogte, dan kunnen daarin, zooals verderop zal blijken, planten van verschillenden aard gekweekt worden.
Het fraaist voor de kamer zijn de niet te hooge aquariums, die met mooie, zich boven den waterspiegel verheffende planten bezet zijn. Onze plaat "Aquarium, beplant met moerasplanten" toont een dergelijke, bezet met planten, die door den schrijver zelf in een kamer gekweekt zijn.
Deze moerasplanten hebben veel meer behoefte aan licht dan de onder water groeiende planten. Daar er in de modern gemeubileerde vertrekken, dank zij de zware overgordijnen en vitrages, steeds een gedempt licht heerscht, doet men beter, daar onder water groeiende planten in plaats van moerasplanten te kweeken. Een gebrek van deze gewassen is echter, dat zij aan het aquarium geen schilderachtig voorkomen geven. Voor fraai gemeubileerde vertrekken zin tegenwoordig z.g.n. salon-aquariums in den handel; deze bestaan uit een eleganten gietijzeren, veelal gebronsden standaard, die een stevige metalen plaat draagt. Op deze plaat staat het meestal achtzijdige aquarium, zooveel ruimte vrij latende, dat men er een rand planten omheen kan zetten. Een door luchtdruk gedreven fonteintje verhoogt de waarde er van.
Onze plaat "Beplant aquarium met fonteintje" toont een dergelijk aquarium, dat men nog versieren kan met een, met mooie planten bezet tufsteenen rotsje. De ruimte, die er rondom open blijft, mag slechts met fraaie, laag blijvende planten bezet worden. Daar deze aquariums meestal achthoekig zijn, is het geraden op de vrijblijvende ruimten acht blikken busjes voor hangplanten te laten soldeeren. Op het door ons afgebeelde aquarium zijn zulke busjes aangebracht, die met de voor dit doel uitstekend geschikte Ficus repens beplant zijn. Het geheel, zooals het is afgebeeld, is in het bezit van den Rijksbouwkundige Brzozowski, te Charlottenburg; het heeft van boven nog een fijn netwerk. Een dergelijk net heeft voor een salon-aquarium groote waarde, daar het de geheele vulling met water mogelijk maakt, zonder dat de visschen er uit kunnen springen. Gewoonlijk ontstaat er aan den waterrand tegen het glas een groene streep, die, wanneer zij eenigen tijd veronachtzaamd wordt, bijna niet meer verwijderd kan worden; is men echter in de gelegenheid het aquarium geheel te vullen, dan ontstaat zulk een streep niet.
Maar al te vaak willen in een kamer-aquarium de drijvende planten, of die met drijvende bladeren, niet groeien, daar de droge lucht haar niet aanstaat. Dit bezwaar wordt overwonnen door een gesloten aquarium, d.w.z. door een, dat van een glazen dakje voorzien is. Zulke aquariums zijn ook uitstekend geschikt, wanneer men visschen of andere waterdieren wil houden. Deze toch springen of klauteren uit het water, vallen op den grond en sterven daar meestal een allertreurigsten dood. De plaat "Gesloten aquarium met onder water groeiende planten" geeft dit idee duidelijk weer. Het bakje moet zóó ingericht wezen, dat men het gemakkelijk openen en zoo noodig geheel verwijderen kan; ook moet men er een ruit kunnen uitnemen en die door een horretje vervangen, ten einde bij warm weder de lucht voldoende te kunnen ververschen.
De beplanting van het aquarium.
De aquariums of andere voorwerpen, die dienen voor het kweeken van waterplanten, kunnen bijna gedurende het gansche jaar beplant worden; wat niet wegneemt, dat de beste tijd daarvoor het voorjaar is. Inlandsche waterplanten, die niet gevoelig zijn voor een lage watertemperatuur, die bijna den ganschen winter rusten, d.w.z. dan tot op den knol of wortelstok insterven, worden het best in Maart of April geplant. Dit is ook de beste tijd om de éénjarige waterplanten, hoewel die niet zeer aanbevelenswaardig zijn, te zaaien. Omstreeks dezen tijd, wanneer het ijs overal verdwenen is en de zon reeds kracht begint te krijgen, ontwikkelen deze planten zich buitengewoon snel.
Uitheemsche waterplanten zijn zoo vroeg in het jaar slechts moeilijk en meestal alleen tegen verhoogde prijzen te verkrijgen, waarom men beter doet te wachten met ze te planten tot Mei, zoo noodig tot het begin van Juni. Kan men echter de verlangde planten vroeg genoeg krijgen of heeft men ze zelf laten overwinteren en kan men het aquarium een plaats in de verwarmde kamer geven, dan is het veel raadzamer de beplanting reeds in April te doen.
Alvorens met het beplanten te beginnen zijn talrijke voorbereidingen noodig. Het aquarium moet een paar dagen van te voren met water gevuld worden, ten einde zekerheid te hebben, dat het goed dicht is. Voor het beplanten giet men er het water uit en droogt de ruiten goed af. Ook de aarde moet voorhanden en goed bij vocht zijn, d.w.z. nòch te droog, nòch te nat. De beste grond om waterplanten in te kweeken, is bagger uit breede, liefst stroomende vaarten. Met deze bagger moet men echter voorzichtig zijn, daar zij zeer licht de sporen van uiterst lastige lagere waterplanten bevat, die maar al te vaak voor de gekweekte planten hoogst verderfelijk zijn. Men moet de bagger buiten dun uitspreiden, om die zoodoende in de zon te drogen; is zij matig droog, dan legt men den grond op een goed verwarmde ovenplaat, ten einde hem onder groote hitte geheel uit te laten uitdrogen. Na deze bewerking zal de dan ontstane aarde geen kiemen meer bevatten. Deze aarde wordt nu vermengd met ongeveer 1/10 scherp zand, matig vochtig gemaakt en hierna gebruikt. Zeer bruikbaar is ook, wanneer men haar dezelfde bewerking heeft laten ondergaan, de zwarte veenaarde van laag gelegen weiden. Kan men over deze aardsoorten niet beschikken, dan is ook zeer goed bruikbaar fijn turfstrooisel.