Part 13
[245] "Voor een schoovers-fock met de blind", d.w.z.: voor een sterk gereefde fok en voor de blinde (het kleine zeil onder de boegspriet der toenmalige schepen; vgl. boven blz. 51).--Door den hevigen en ongestadigen wind was het niet mogelijk op een vaste kompas-streek koers te houden.
[246] T.w.: het seinlicht (als "admiraalschip"), waarnaar de beide andere schepen hun koers hadden te regelen. Vgl. boven blz. 31.
[247] "Onder zee schieten", d. i.: met alle zeilen ingenomen zich op wind en golven laten drijven. Dit geschiedde, als het schip door het al te zware weer niet meer te hanteeren was, of als men bevreesd was tuig te verliezen.
[248] Nl.: stijf tegen de raas.
[249] Dus te drie uur; vgl. boven blz. 98.
[250] Boven het verdek; vgl. boven blz. 24 vg.
[251] Vlak, effen.
[252] "Rollen" van een schip: slingeren.
[253] In verlegenheid bracht.
[254] Om dit en het volgende te verstaan is een uitlegging noodig: Onder op den bodem of "'t vlack" van het schip liggen dwarsbalken, "liggers" genaamd, en daarover een planken vloer, die nog heden "buikdenning" wordt genoemd en die den bodem van het ruim uitmaakt. De ruimten tusschen de liggers, onder de buikdenning, heeten "wrangen" en daarin monden de ondereinden van de pompen uit.--Omdat peper een kostbare lading was, had men die niet onder in het ruim gestuwd, maar boven een tusschenvloer ("genier"), waar de specerij, ook als het schip water maakte, niet door het vocht kon worden aangetast. Op dit genier lagen ook de van hun affuiten genomen kanonnen, die door het slingeren van 't schip "gaende", d. i. aan het rollen raakten en met hun "ooren" het plankier stuk stootten.
[255] De "vullingen" zijn de losse schotten, die beneden in 't schip scheef, langs de zijden, tusschen de inhouten of ribben zijn aangebracht, om die tusschenruimten aan te vullen. Toen nu deze "drijvende" werden, was het mogelijk, dat de door het plankier beneden in 't ruim neerlekkende peper, langs de wanden van het schip, in de wrangen raakte en daar de mondingen van de pompen verstopte.
[256] Men verhielp dus het euvel door de pompen eenvoudig uit de wrangen te trekken en op de buikdenning, dus op den bodem van het ruim zelf te plaatsen. De benedeneinden werden in manden gezet, om te beletten, dat de in het ruim omdrijvende peper de mondingen opnieuw zou verstoppen.
[257] Boven den wind. "In lij": onder den wind.
[258] "De vleet" is alles wat achter een vaartuig, drijvende, wordt meegetrokken. Thans nog in het bijzonder de naam van het sleepnet dat ter haringvangst gebruikt wordt.
[259] Effener.
[260] Verschrikten.
[261] Stompen op te richten. De noodmasten worden door Bontekoe hier "stompen" genoemd.
[262] Tegenwoordig Port St. Louis, ten Z. van de Baai van Antongiel.
[263] Vgl. het Noorsch-Deensche "alligevel": alevenwel.
[264] Indien.
[265] Branding op eenige ondiepten.
[266] "Schadeloos": met schade, averij. Een in de scheepstaal gewoon woord.
[267] De spuigaten, waardoor het water uit 't schip wordt verwijderd.
[268] Gedoente.
[269] Gerief, wat wij behoefden.
[270] Een zwaluw.
[271] Die dus voor den grooten mast pasklaar werd gemaakt.
[272] Planken.
[273] Stelden ons geheele loopende want daaruit samen (touw slaande).
[274] Bezigden, verbruikten.
[275] In latere drukken is toegevoegd: "'t Was een goet man".--Prof. G. Kalff (Gesch. d. Nederl. Letterk. V, blz. 3) merkt naar aanleiding van deze woorden met bewondering op: "Hoe treft ons door hartelijken eenvoud dat uitzoeken van den besten boom; hoe sober is dat trouwhartig slot!"
[276] Vgl. boven blz. 94.
[277] "Vroom": flink, van goed gedrag.
[278] Versta: wij bemerkten, dat wij (met het herstelde tuig) achter nog niet zooveel zeil voerden, dat wij bekwaam waren om door den wind over, d. i. over stag te loopen.
[279] "Het laten deurstaan": een koers vervolgen; vgl. boven blz. 30, regel 9.
[280] Aan ons voorbij schoot.--"Vernemen": bemerken.
[281] "Schovers-seylen": dicht gereefde zeilen. Vgl. blz. 121: "schovers-fock".
[282] Kaap Agulhas; oostelijk van Kaap de Goede Hoop.
[283] "Stijf schip": zwaar geladen, vast op 't water.
[284] Effen, kalm.
[285] De Kaap te boven; dus voorbij, omgezeild. Vgl. ook de voorgaande blz.
[286] Kerk-vallei.
[287] D. i.: brachten (met een boot) een anker uit op eenigen afstand van het schip, waardoor dit, door met het spil het ankertouw te winden en in te korten, dichter onder den wal kon worden getrokken.
[288] "Verpreyen", elders ook "verspreken": praaien.
[289] Over het "in compagnie varen" van meerdere schepen vgl. hiervoor.
[290] Versta: een zandlooper. De bedenktijd was dus een half uur. Vgl. boven blz. 98.
[291] "Branden": losbranden, vuur geven. Het werkwoord "vuyren" of "vyeren" beteekent in de 17de eeuw nooit "schieten", doch "met lichten seinen geven".
[292] Stukken van gemiddelde zwaarte.
[293] "Boegseeren": een schip, dat 't zij door windstilte, 't zij bij gebrek aan ruimte geen zeil kan maken, met behulp van een roeiboot in open vaarwater brengen. In dit geval was het boegseeren noodig, omdat men lag onder de hooge klippen, in de luwte van het land.
[294] Buien, rukwinden.--Vgl. over de uitreis blz. 28.
[295] Over het "opgijen" der zeilen vgl. boven blz. 44.--"Vrookost" blz. 28.
[296] De "groente" is de plantaardige aanwas, die zich (met weekdieren) onder aan de houten schepen vasthechtte en ze "vuil" maakte.
[297] "Kaeck": bui.
[298] Bedoeld schijnt Ouessant, schoon dit wat noordelijker ligt.
[299] Terre Neuve, Terra Nova: New Foundland.
[300] Dapper.
[301] Kinsale, havenstad op de kust van Ierland, enkele uren ten Z.W. van Cork; thans vervallen.
[302] Ging voor anker.
[303] "Convoyers" zijn schepen van oorlog, die gewoon waren de koopvaarders tot voorbij de Spaansche kusten te vergezellen en op de thuisreis weder in te wachten, om hen zoo noodig te beschermen en te geleiden.
[304] "Onbeniert": onhandelbaar bij het laveeren. Vgl. boven blz. 139.
[305] "Mayor": burgemeester.
[306] Beschadigd, met averij. Vgl. boven blz. 127, noot 2.
[307] Uit dezen zin en den volgenden is merkbaar, dat wij niet met den stijl van Bontekoe, doch met dien van Jan Jansz. Deutel te maken hebben! Vgl. "Toe-eygeninghe" en "Voor-reden". Echter strekt het den uitgever tot eer Bontekoe te hebben bewogen deze berichten aangaande het schip Middelburgh aan het journael toe te voegen, dat zoodoende een historisch slot bekwam.
[308] Ziet op de ontdekking van de Straat le Maire; vgl. boven blz. 17.
[309] Dit overzicht is met medewerking van Dr. G. J. Boekenoogen samengesteld, wien ik verschillende aanwijzingen aangaande de oude drukken te danken heb.