Jacob Martens: Een verhaal uit de zestiende eeuw

Part 32

Chapter 32260 wordsPublic domain

[9] Men heeft er den Prins een verwijt van gemaakt, dat hij Lumey, den moordenaar der Gorcumsche priesters, tot zijn vertegenwoordiger benoemde. Evenwel ten onrechte. De aanstelling is niet gedateerd, maar de daarbij gevoegde instructie is van 20 Juni. Toen was Gorcum zelfs nog niet in de handen der Geuzen. 't Is niet waarschijnlijk, dat Oranje reeds den 22sten Juli bericht had ontvangen, van hetgeen er in den Briel was gebeurd, maar al ware dit wel het geval geweest, dan zou het zeer moeilijk zijn geweest, de aanstelling ongedaan te maken. Lumey stond aan 't hoofd van een aanzienlijke krijgsmacht; de steden aan de Maas waren in de handen van zijn Watergeuzen. Bij het heftigste en roerigste deel van zijn volgelingen stond hij in hoog aanzien en zeker zou hij zich niet zonder meer van zijn post hebben laten ontzetten. Ernstige verdeeldheid onder de aanhangers van Oranje zou op dat oogenblik noodlottig zijn geweest voor de zaak der vrijheid. In Januari 1573 werd Lumey, na nieuwe daden van wreedheid en verzet, gevangen genomen en van zijne waardigheden vervallen verklaard. Hij bleef in hechtenis, eerst op 't kasteel van Gouda, toen op het slot Honingen bij Rotterdam, eindelijk op het fort Rammekens in Zeeland. Toen vertrok hij naar Aken. Zijne houding was na 1573 zeer dubbelzinnig. Waarschijnlijk heulde hij met de Spanjaarden. Hij stierf aan de gevolgen van een slecht verzorgde wond, volgens sommigen aan den beet van een dollen hond.

[10] Cornelis Musius is eigenlijk den 10den December te Leiden ter dood gebracht, doch zeer zeker op bevel van Lumey.