It aade Friesche Terp; of, Kronyk der Geschiedenissen van de Vrye Friesen
Part 12
Ambrosius Spinola met zijn macht in Twenth zijnde, om op Friesland een kans te waagen, en welk land de Koning van Spanje hem reeds ten erve had geschonken; doch, God zij gedankt, hem nooit heeft kunnen leveren, moest zich vergenoegen met Lingen en Oldenzeel, en dat Friesland in groote benaauwtheid bragt. Maar Graaf Willem hield binnen Koeverden een oog in 't zeil, zo dat Spinola die plaats niet derfde aantasten, en vertrok druipstaartende weder naar Vlaanderen, ook eenigzints door de natte zomer verhindert.
In dit zelve jaar, in Maart, wierd met den Spanjaard een bestand van acht maanden geslooten.
In den jaare 1608 was 't zo een harden winter, dat men van de Friesche kusten naar de vooreilanden, als Ameland, Ter Schelling, en ook naar Grind niet alleen, maar zelf naar de Hollandsche kusten van Harlingen af met paard en slede konde overjaagen. Gelyk een Ariën Wierds, den 9de van February uit de Haven rydende, voor 't poortsluiten te Amsterdam binnen quam. Ook drilde voor de Harlinger haven op het ys een compagnie soldaaten.
In dit zelve jaar zyn de nieuwe fortificatiewerken van de Groningers begonnen, wordende de stad aan de zuidkant daar door vergroot; ook is een gedeelte van het Groninger kasteel, tegens de burgers aldaar gebouwt, wederom afgebroken.
In den jaare 1609, den 9den van April, is te Antwerpen het twaalfjaarig bestand geslooten, tusschen den Koning van Spanje en de Staaten Generaal der vereenigde Nederlanden; zynde wegens de Provintie van Groningen aldaar gecommitteert Abel Conders, Burgermeester te Groningen, wordende het zelve op den 18de dito in 's Hage gepubliceert.
In den jaare 1610, op Nieuwejaarsdag, hebben de burgers van Leeuwarden, na dat zy eenigen tyd met de Burgermeesteren oneens waren geworden, de deur van 't Raadhuis met een mast open geloopen, verbreekende de glazen, vensteren en alles wat hun voor quam.
Een Jan Cornelisz. Femmes, bestond in dit jaar een reukelooze daad, spruitende uit een wedspel, waar in hy aannam, om een rond jaar te willen woonen op het Kamper Zand (dat een droogte is, gelegen tusschen Ter Schelling en Ameland, loopende met alle etmaalse vloeden onder water). Op voorwaarde gaf hy aan zyn medewedder paarden, wagen, ploegen, en andere huismans gereetschappen; zullende hy, by aldien hy zyn voorneemen een rond jaar uitvoerde, een groote zomme geld in tegendeel genieten. Hier op bouwde Jan den 2de van Juny aldaar op eenige roeden of stutten een huisje; en om het zelve by springvloeden of hooge watertyden om hoog te heffen, gebruikte hy een tistel of vyzel, waar door hy het om hoog kon opvyzelen, of doen zakken: en dus hielde hy 't het bestemde jaar volkomen uit; zynde eene ongehoorde zaak. [98]
In den jaare 1611, den 25ste van January, heeft Graaf Enno van Oostfriesland de sterke vesting Lieroort aan haar Hoog Mogende de Heeren Staaten Generaal overgegeven.
In den jaare 1612, en 't volgende jaar, is de stad Groningen rondom vergroot, doch meest naar 't noorden, en is doe vervolgens met zeven schoone groote poorten voorzien, benevens noch een kleen poortje bezyden het Schuitendiep; hebbende een zeer breede en hooge wal, met 17 dwingers of bastions en een diepe besloten gragt.
In den jaare 1614 is de Academie te Groningen opgericht, onder het Stadhouderschap van Graaf Willem Lodewyk van Nassau. De inwydinge geschiede op den 23ste van Augusty. De eerste Professoren zyn geweest Ubbo Emmius, Professor in de Historiën en Grieksche Taal, als eerste Rector Magnificus. Herman Ravensberg, Professor in de Godgeleerdheid. Cornelius Pynaker, Professor in de Rechten. Nicolaas Mulerius, Professor in de Medicynen en Mathesis. Johan Epinus, Professor in de Philosophie en Ethicæ, en extr. in de Rechten, Guill. Macdowel, Professor in de Philosophie, Logicis, Phys: & Methaphysicis. De inleidings redevoeringe wierd uit naam der geheele Provintie gedaan, door Do. Pancratius, stads Syndicus. Na 't eindigen derzelve, deed Do. Ravensberg een andere, op deze handelinge passende. De eerste Rector in de Rechten, die hier zyn promotie bequam, was Hugo van Nyeveen; houdende zyn inauguraal dispuit op den 13de van November 1615, onder het Rectoraat van gemelden Professor Ravensberg.
In den jaare 1616, den 18de van Maart, is Graaf Willem Lodewyk door de Groningers zeer plechtig ingehaalt.
In den jaare 1618 is het Sapmeer droog gemaakt, en is het volgende jaar met gruppen en een doorgaande vaart voorzien. Waar op is gevolgt de aanvang en continuatie van deszelfs vaart of diep door 't hooge en wilde Veen, van Sapmeer tot aan Zuidbroek.
In den jaare 1619 bequamen die van Staveren vernieuwinge en handhavinge van hun onderrecht.
In dit zelve jaar, in July, is de Heerlykheid van Wedde, Westerwolde, Bellingewolde en Bleyham gekogt van Willem van den Hove, en den 2de Augusty in den Raad geapprobeert, voor de zomma van 140300 guldens. Voorts heeft de stad deszelfs possessie aanvaart, en is den 21ste van September Edzard Rengers tot Drost, en Michiel Visscher tot Richter van Bellingwolde en Bleyham gekoren.
In den jaare 1620, den laatsten van May, is binnen Leeuwarden overleden Graaf Willem, Stadhouder van Friesland; tot wiens loffelyke gedachtenisse die heerlyke begraafplaats of tombe in de Jacobyner Kerk is opgeregt; alwaar hy met zyn Gemalinne na 't leven in steen op uitgehouwen is: en is zedert dien tyd de rustplaats der Stadhouders altoos geweest en gebleven.
3. Ernst Casimier, Graave van Nassau, enz., wierd, na 't overlyden van zynen broeder, in de maand Augusty, tot Stadhouder van Friesland verkooren. En die van Groningen, Ommelanden en Drenth verkooren Prins Maurits tot hunnen Stadhouder. In December begon het zo geweldig te vriesen, dat men wederom naar Ter Schelling en Ameland met paard en slede overjoeg. Het volgende jaar, den 2de van February, quam een Harlinger schipper, met een sleetje en stok in de hand, van Friesland, over den Fliestroom, te Harlingen binnen treden. Graaf Ernst, geleidende den jongen Koning van Boheemen, quam met gezelschap van over de 100 sleden, van Leeuwarden tot op de zee voor Harlingen afjaagen.
In den jaare 1621, den 29ste van Maart, is de Burgerye te Groningen door de Heeren van den Raad in 12 vendelen verdeelt; wordende daar op den 30ste dito de Officieren gekooren, en den 13de van April door hun Edelheden goedgekeurt, dat voortaan de Vendrigs onder de Luitenants zouden staan.
De volgende winter van het jaar 1621 en 1622 was het mede een harde winter; waar in Anna Sophia, Gemalinne van den Stadhouder, vergezelschapt met een compagnie soldaaten, en hun byhebbende gereedschap, van Enkhuizen naar Staveren langs het ys overquam.
In den jaare 1622, in Augusty, deeden de Spanjaards een aanval op Friesland, trekkende met 800 voetknegten en 70 ruiters door Oudeberkoop, naar Schoot, om 't Heerenveen te overvallen. En vermits het Staaten Volk zich meest aan den Rhyn nedergeslagen had, waren slegts maar drie compagnien verstrooit in de Zevenwouden gebleven; dewelke, naar 't Veen rukkende, den vyand, die een geweldigen storm deed op een schansje of redout op den weg naar Schoot, wakker afkeerde, en veelen van zyn volk deeden sneuvelen. De vyanden, misleid zynde, waren van gedachten geweest, dat 'er boeren en geen soldaaten op het Veen lagen: en trokken na dit treffen weder af op Ommen: alwaar zy door des Prinsen volk van achteren bezet wierden, en in de kerk allen gevangen zyn genomen.
In October is Ernst Lodewig, Graaf van Mansveld, met zyn krygsbenden, wel 5000 mannen uitmaakende, in Oostfriesland gevallen, bedervende de inwoonders en landen elendig, zelfs zodanig, dat zyn eigen volk in den jaare 1624 meest van honger verliep. Hy had zyn hoofdquartier in de vesting Lieroort; en eer hy vertrekken wilde, dwong hy Graaf Enno van Oostfriesland een groote zomme geld af.
In den jaare 1623 was er een zwaare pestziekte in Groningen; als mede een groot oproer over het draagen der dooden: want op den 5de van Augusty zyn de oude lyken des voormiddags door de vrouwen, en de jonge lyken des namiddags door de maagden ter aarde gebragt.
In den jaare 1624 deeden de Spanjaards, onder het bevel van Lucas Cayro, Gouverneur van Lingen, een inval in den Oldambte; zy staken verscheidene dorpen in brand, als Winschoot, Heiligerlee, Noordbroek, Scheemda en Slogteren; verzonden in alle omleggende plaatzen brieven van brandschattinge: waar door de huislieden afquamen om de brand af te koopen. Maar het geruchte der aankomst van den Oversten Stakenbroek, deed hen haastelyk de vlugt neemen, doch een grooten roof mede voerende.
In den jaare 1625, den 8ste van Maart, is Oostfriesland door een schrikkelyke watervloed aangetast, alle dyken doorbrekende of beschadigende, zodanig datze met geen 800000 guldens te herstellen waren; en de huislieden, door de Mansvelder troupen ten eenemaal verarmt en bedorven zynde, hadden geen macht om die te repareren, dies de zee daar uit en in spoelde.
In dit zelve jaar, den 23ste van April, is Prins Maurits, na een langduurige krankheid uitgekwynt zynde, in 's Gravenhage ontslaapen. En zyn broeder Frederik Hendrik wierd aanstonds in zyn plaats tot opperste Veldoverste verkooren.
In dit jaar is Graaf Ernst van Nassau tot Stadhouder van Groningen en Ommelanden, en 't Drenth aangenomen.
Den 29ste van December overleed binnen Groningen de Hooggeleerde en wydvermaarde Ubbo Emmius, Professor dier Academie.
Omtrent den jaare 1627 is het groote Provinciale magazyn of Artilleryhuis alhier gebouwt, en het Orgel in 't H. Geest-Gasthuis nieuw gemaakt: ook het Orgel in de groote kerk, eertyds door Agricola gemaakt, vergroot en vernieuwt.
In den jaare 1628, in Augusty, is de Nieuwe of Lange-Akkerschans volveerdigt, en daar in drie compagnien soldaaten tot bezettinge gelegt, onder den Gouverneur Roussel; dewelke in October de Dylerschans innamen; doch zyn 'er voort daar na door de Keizerschen wederom uitgejaagt.
In den jaare 1631 wierd Prins Frederik Hendrik, behalven Holland en Zeeland, ook het Stadhouderschap van Gelderland, Utrecht, en Overyssel opgedraagen. Maar Stad en Lande hebben Graaf Ernst aangenomen.
In dit zelve jaar, in de maand van May, ontstond door 't geheele Land een geweldige oploop van 't gemeene volk; waar door beide, zo Opper- als Onderregenten, by hen verdagt wierden, en alle aanzienlyke lieden in verachtinge quamen. En den eersten Augusty heeft Graaf Ernst Oldenzeel ingenomen, en des zelfs vestingen afgeworpen.
In den jaare 1632 wierd Graaf Ernst, zo als hy van Venlo op Roermond aankomende, en den grond aldaar bezigtigde, van de wal met een vuurroer door 't hoofd geschooten; en echter wierd hy dien dag noch meester van de stad.
4. Hendrik Ernst, Graave van Nassau, enz., wierd in de plaats van zynen vader tot Stadhouder van Friesland aangenomen; en weinig tyd daar na mede van Groningen, enz.
In den jaare 1633, omtrent Pinxter, was 'er een watervloed in Oostfriesland, waar door al het koren op 't land verdronk.
In dezen tyd trokken twee compagnien of 350 burgers uit Groningen naar de Bourtange; dewelke op het verzoek van haar Hoog Mogende de Staaten Generaal, en Advis van zyne Exellentie, op 10 stuivers daags naar buiten zouden marcheren, om hun vaderland te dienen, en op de vyanden te waaken; en hebben alzo hunne huizen en familien een tydlang vrywillig verlaaten.
In den jaare 1634, wanneer de nieuwe Middelen, als Hoofd- en Schoorsteengelden, enz., ter ondersteuning van den oorlog, eerst in Friesland verpagt wierden, ontstond 'er in verscheidene steden en dorpen een groote oploop; waar door zommige Heeren en heerenhuizen zeer slegt mishandelt wierden: maar door inlegering van soldaaten wierden de voornaamste belhamels gevat, en alzo weder tot stilte gebragt. In 't begin van dit voorjaar strande aan Ameland een Walvis: ook schryft men, dat 'er op dit zelve Eiland mede in dit jaar vorsschen zyn geregent.
In den jaare 1635 was 'er te Groningen een zwaare pestziekte, waar door over de 100 menschen in een week stierven.
In den jaare 1636 is Oostfriesland door twee watervloeden aangetast: de eerste op den 24ste van Juny, en de andere op den 25ste van July, waar door de huislieden, wegens gebrek van hooy, hunne beesten naar andere plaatzen in de kost moesten besteden.
In den jaare 1638, als het leger van den Prins voor de Graaf lag, en Graaf Hendrik naar 't huis te Gennip, om het zelve te bezichtigen, gezonden was, gebeurde het dat zyn paard op zekere plaats achteruit deinsde, en in een bedekte put tot op den grond nederschoot; maar Graaf Hendrik zulks voelende, in aller haast zyn voeten uit de beugels van de stegelreep rukkende, viel achter over de gemelde put heenen; buiten welke val hy elendig had moeten omkomen en versmooren.
In den jaare 1640, is Graaf Hendrik, zullende in de belegeringe van Hulst een schansje of redout bespringen, doodelyk gewond geworden; na hy en de zynen ongemeen manhaftig gestreden hadden; en onder andere zyn broeder Graaf Willem, die reeds al op zyn derde paard was gestegen. En den 17de van July overleed gemelde Graaf aan zyn quetzuur, die door geheel Nederland zeer beklaagt wierd.
5. Willem Frederik, Graave van Nassau, enz., wierd, na zyn broeders overlyden, tot Stadhouder van Friesland aangenomen. En de Prins van Oranje verkreeg het Stadhouderschap van Groningen en Ommelanden.
In den jaare 1643 is 'er in veele landen door 't hooge water een onwaardeerlyke schade geschied, zodanig als by menschen geheugenisse niet was voorgevallen. In 't dorp Gaast spoelden de dooden uit de graaven. Door 't doorbreeken der dyken, was het land zo verre onder water, dat men dwars over het land van Groningen naar Zwartsluis konde overvaaren.
In den jaare 1645, den 22ste van January, is Oostfriesland wederom door een watervloed overstroomt; waar door veele dyken wierden gebroken, en tot Embden, zo 'er gezegt word, de Corps de Guarde wegspoelde.
Dit jaar, den eersten van September, quam de Stadhouder Prins Willem van Oranje te Groningen, om aldaar de doe zwevende verschillen by te leggen; wordende door de Magistraat en burgerye met groote eertekenen ingehaalt, 't guarnisoen in de wapenen, benevens 't losbranden van het kanon, enz.
In dit zelve jaar, wierd de trekweg van Harlingen naar Leeuwarden gemaakt.
In den jaare 1647, den 14de van Maart, is Frederik Hendrik, Prins van Oranje, in 's Gravenhage ontslaapen. En dien zelven dag deed zynen Zoon, Willem de tweede, den eed van getrouwigheid aan de Staaten.
In den jaare 1648, den 30ste van January, is binnen Munster in Westfaalen, na een oorlog van over de 80 jaaren gevoert, eene vrede gemaakt, tusschen den Koning van Spanje, en de Staaten der zeven Provintien: door welke gemelde Koning deze Landen voor eigene en vrygevogtene landen heeft moeten verklaaren; en zyn recht op dezelve eeuwig en erflyk afgestaan.
In dit zelve jaar gebeurde binnen Dokkum, op 't Raadhuis, een gering doch merkwaardig geval, zinnebeeldig op bovenstaande vrede; men zag een mossel een muis vangen: dat dus geschiede, een hoop mosselen aldaar leggende, quam de muis daar zyn aas zoeken, en een treffende, die gaapte, sloot de mossel haare schelpen toe, en de muis, in de zyde gevat, was gevangen.
In den jaare 1650, den 27ste van October, is Prins Willem van Oranje, in 's Gravenhage, aan de kinderpokjes overleden.
In den jaare 1651, den 22ste van February, was 'er een watervloed over de Groninger Provintie, en elders; waar door de dyken wierden gebroken en groote schade geschiede.
Den 20ste van May is Graaf Willem Frederik van Nassau, Frieslands Stadhouder, te Groningen ingereden; wordende door de Magistraat en burgerye met groose staatsie opgehaalt, en ten zelven dage aldaar tot Stadhouder en Gouverneur over Stad en Lande aangenomen, gehuldigt, en in 't openbaar beëedigt.
In den jaare 1653 is, uit vreeze voor de Engelschen, die zich voor onze kusten vertoonden, op Ameland, Ter Schelling, Flieland, enz., een goede wacht van krygsvolk gezet, om een waakend oog in 't zeil te houden.
Niet lang daar na quamen zy voor de zeegaten van Texel en 't Flie, met schrobbers en bezems op de masten braveerende; willende daar door te verstaan geeven, dat zy als Meesters van de zee, dezelve hadden schoon gemaakt.
Den 8ste van Augusty geschiede omtrent Texel het zeegevegt van drie dagen, waar in de Admiraal Tromp door een musquetschoot wierd getroffen, en dood op den overloop van 't schip ter neêrgeveld.
In den jaare 1654 was 'er geheel Europa door een groote overvloed van graanen; alzo dat de Hollandsche kooplieden het zelve op hunne korenzolders niet kunnende bergen, naar Friesland moesten overvoeren.
In den jaare 1655, den 10de van November, zyn de eerste trekschuiten tusschen Groningen en Leeuwarden gevaaren.
In den jaare 1656, den 8ste van Februarij, heeft de Magistraat van Groningen, ter gelegentheid van de Raads-keur, voor de eerstemaal met Goude Boonen beginnen te looten; zijnde het zelve bevoorens altoos met gemeene Turksche Boonen gedaan.
In den jaare 1657, den 17de van October, waaide het drie dagen lang zo een bittere stormende oosten wind, dat de zuiderzee en andere binnenstroomen het water op veele plaatzen ontliep; zo dat men van 't eilandje Ens droog over naar Friesland konde gaan. Odulfs Kerk, en andere oudheden, lagen by Staveren geheel bloot. Waar op volgde een felle en lange winter.
In het zelve jaar, den 23ste van October, zyn te Groningen de 12 vendelen burgerye door de Heeren van den Raad tot op 18 vendelen vermeerdert.
Ook was 'er in dit jaar te Groningen zekere onlust; waar door eenige huizen wierden geplondert: doch door den Stadhouder Prins Willem wierdze wederom gestilt.
In den jaare 1659, den 6de van Juny, is de Vorst van Anhalt, Joan Georg, met de Prinsesse Henrietta Catharina van Oranje, enz., zeer prachtig te Groningen in de St. Martens Kerk getrouwt. De ingang van gemelde kerk tot aan het Vorstelyke Trouw-Theater was rondom zeer heerlyk behangen, en met tapyten belegt. De Prinsesse Bruid was zeer prachtig gekleed, met een heerlyke kroon vol diamanten op haar hoofd, enz., wordende verzelt van de Keurvorstinne van Brandenburg, Graaf Willem van Nassau en zyne Gemalinne, Prins Maurits en meer andere Grooten. Hier na wierd de geheele stad vervult van vreugde, zo door konstige vuurwerken, losbranden van het kanon, enz.
In den jaare 1662, den 28ste van February, heeft Oostfriesland door een watervloed wederom zeer veel geleden: want daar groote schade aan dyken geschiede, en tusschen Delfzyl en Embden 8 schepen vergingen.
In den jaare 1663, den 30ste van October, liep Oostfriesland wederom geheel onder; waar door veele beesten wierden weggerukt, en groote schade aan dyken geschiede.
In den jaare 1664, den 6de van July, is door Graaf Willem, Stadhouder van Friesland, de Eilerschans by verdrag verovert van den Bisschop van Munster.
Den 21ste van Augusty, is Willem Frederik, gemelde Stadhouder, binnen Leeuwarden, aan een quetzuur overleden; welke hy van onderen in de kin door een pistool bekomen had, als hy de proef daar van zoude neemen: schryvende zelf: als zy geen vuur wilde geeven, doe zag ik daar na, en willende den stempel daar uittrekken, zo ging ze in dien tyd los. Nalaatende een Prins van 8 jaaren en twee Prinsessen.
6. Hendrik Casimier, Graave van Nassau, enz., aan wien de Staaten des Lands al in den jaare 1659, by survivance of overlevinge, de toezegginge van 't Stadhouderschap, by 's Vaders leeven, hadden verleent, wierd nu mede het Kapiteinschap Generaal over Friesland opgedraagen; om deze bedieninge in het 20ste jaar zyns ouderdoms aan te vaarden.
In den jaare 1665, in January, als Prins Johan Maurits, wederkeerende van Leeuwarden van de begraaffenis van Prins Willem Frederik, Stadhouder van Friesland, en door Franeker reed, zo schoot hy met zyn paard, op een oude valbrug zynde, in 't water ter neder; doch, schoon in gevaar van zyn leeven te verliezen, wierd hy echter noch onbezeert gereddet.
Den 22ste van September trok de Bisschop van Munster, als een huurling en in dienst van Engeland [99], om Nederland aan deze zyde te plaagen, met zyne macht Twenthe en Drenthe in, daar hy alles verwoeste: en omtrent eene maand verloopen zynde, boorde hy by 't Roveen door; dat in Friesland geen kleene vrees veroorzaakte. Doch, voor Ommerschans afgeslagen zynde, vertrok hy naar Groningerland, en nam Winschooterzyl en Burgerschans in. Maar als hy een goede borstweering by Heiligerlee vond, en de Bourtang, Koeverden, Ommerschans en Friesland van alles wel voorzien zag, achte hy zich gelukkig, zonder van Maurits volk bezet te worden, zelve weder uit te geraaken.
Den 5de van December was 'er weder een zwaare watervloed in veele Landen, die Zeeland, Holland, Friesland en de Ommelanden groote schade toebragt.
In den jaare 1666, den 15de van July, heeft de dappere en manhafte Zeeheld Tjerk Hiddes, Luitenant-Admiraal van Friesland, terwyl hy met den Zeeuwschen Luitenant-Admiraal Jan Evertsz. den Engelschen Admiraal van de witte vlag aan boord lag, en zeer moedig streed, zyn been te gelyk met het leeven verlooren: zyn ligchaam wierd staatelyk binnen Harlingen ter aarde bestelt.
Den 8ste van Augusty quamen de Engelschen, met menige scheepjes en vyf branders binnen 't Flie, daar zy de twee convojers, en een vloot van 170 koopvaarders in den brand staken; van welke ook veelen door de vlam verteert wierden: waar onder omtrent 30 schippers van Hindeloopen van hune schepen beroofd wierden; en ook eenige die 't ontvluchten. Daar op landen zy op Ter Schelling, en staken een onnoozel weerloos visschers dorpje in den brand: roemende in Engeland als of zy de geheele waereld gedwongen hadden. Maar Gods wraak vervolgde hen al te spoedig, alzo het beste gedeelte van de vermaarde stad Londen in vyf dagen, door een byna onuitblusbaare brand, in de assche wierd gelegt, tot een onwaardeerlyke schade van veele gegoede lieden. En de schade door 350 huizen, op Ter Schelling in den brand gestooken, had een geringe overeenkomst, tegen van hen ruim 35000 huizen door de vlammen verteert.
In den jaare 1672, wanneer Louis de veertiende, Koning van Vrankryk, trachtende na het Oppergebied van geheel Europa, en reeds zulks in 't werk stellende, het niet voor 't geringste gedeelte van zyne uitvoeringen achtede, de zeven Vereenigde Nederlanden alvoorens af te loopen, om onder zyn geweld te brengen; en Friesland, een gedeelte daar af zynde, na de gelykheid van de leden van het zelve ligchaam, kon hier niet ongevoelig van zyn.
Den eersten van Juny, of na de oude Styl den 22ste van May, moet voor een Schrikdag van geheel Nederland aangeteekent worden: van welken tyd zy geen 50 dagen konden tellen, of was meer als 80 van hunne sterkste steden en vermaardste beschansingen door den vyand ontbloot.
Doe wierd Nederland met 6 legers, op 6 verscheidene plaatsen, te gelyk besprongen, namentlyk van 4 Franschen voor Orsou, Rynberk, Wezel, Burik, en 2 Bisschopschen voor Grol en in Twenthe. Na alle bovengemelde veroveringen, den vyand voorttrekkende, nam ook langs den Rhynstroom alle plaatzen in.