It aade Friesche Terp; of, Kronyk der Geschiedenissen van de Vrye Friesen

Part 10

Chapter 103,837 wordsPublic domain

In den jaare 1570, den 1ste November, is 'er een geweldig onweder, met een verschrikkelyke hooge watersnood, uit den noordwesten ontstaan; die tot heden met den naam van Allerheiligensvloed bekent is: waar door het water zeer hoog in Vlaanderen, Holland en Zeeland is opgeloopen, doch by den dag, en diensvolgens met minder schade, als in Friesland: alwaar het des avonds, omtrent 9 uuren, het geheele Land overstroomde tot aan Sevenwouden toe; blyvende Gaasterland, en wel voornaamentlyk Oud Mardum, Ruigehuizen en Sondel onbeschadigt. De schade aan menschen en beesten was ontelbaar, en is af te neemen uit 1800 menschen, die alleen in de Grieteny van Oostdongeradeel verdronken waren; daar de vloed tot elf voeten hooger, als een gemeen ty, was opgerezen. Van Sneek naar de Lemmer voer men regt uit op zeven en een halve voet water over 't vlakke land: râzeilen met drie masten dreven, met haar volle ladingen door de inbraaken der dyken. En een wieg, met een leevend kind en kat daar in, quam te Sneek aandryven.

In den jaare 1571 hebben de Friesen alomme, gelyk ook die van Braband en Vlaanderen, de beelden bestormt, en de paapen en monniken weder het land uitgejaagt.

In den jaare 1572, den 7de van January, overleed binnen Zwol, de Graaf van Megen, Gouverneur van Friesland, Groningen, enz. In wiens plaatze hem opvolgde Gillis van Barlamond, Heere van Hierges.

In dit zelve jaar namen de Watergeusen den Briel in; en de Prins van Oranje wierd in 't openbaar voor een Hoofd der Vereenigde Bontgenooten verklaart. Diederik van Bronkhorst nam Sneek, Bolswert en Franeker in, alzo het volk daar meest uit verloopen was. En des Konings Colonel, Casper de Robles, Heer van Billi, daarentegen lag bezettinge op de zeedyken.

Schouwenburgs volk, gesterkt met een party, van des Prinsen macht, dat van Ameland naar Oostmahorn over quam, heeft Dokkum ingenomen: maar de Colonel Robles, hen overvallende, heeft de plaats weder hernomen, laatende de soldaaten vermoorden en schenden, en de stad in brand steeken [94].

In September is Joost van Schouwenburg, als Stadhouder by den Prins van Oranje over Friesland, te Sneek gekomen; en, na eenigen tyd, trok hy binnen Franeker, en zette zich op Sjaardema's Slot ter neder. Doch na zyn vertrek vielen zy weder in handen van Robles, gelyk ook die van Bolswert. Ondertusschen hebben 's Prinsen volk de zeekusten, behalven Harlingen en Staveren, weder onvry gemaakt; alwaar Gaasterland en de geheele zuidhoek veel verdriet heeft uitgestaan. En inzonderheid word verhaalt, dat die van Wykel van de roovers wierden overvallen; Wybren Wykel met zyn vrouwe Doed en dochter Bauk gedood; Foockel gevankelyk naar Enkhuizen gevoert, en noch eene van hunne zusters ter vensteren uitgeworpen; Hans, hunne broeder, ontquam het met de vlugt; en het huis wierd verbrand: van welker afkomst ons noch een aanzienlyk huisgezin in onze woonplaats bekent is. Robles moest hier na Sneek weder verlaaten. Diederik van Bronkhorst nam hier op Bolswert in; alwaar hy de Overigheid veranderde, en de Gereformeerden opentlyk liet prediken; welke eerste predikatie in de Broeren Kerk gedaan wierd. Hier van daan vertrok hy naar Sneek en Franeker, alwaar hy het Stadhoudersampt, in 't afzyn van Schouwenburg, bediende. Daar na nam 's Prinsen volk het blokhuis te Staveren in: maar daags daar aan herwonnen 's Konings volk het wederom, en staken de stad in brand.

Schouwenburg, eenige schattinge by een vergadert hebbende, tot reddinge der Provintie, is, na hy de zelve ontfangen had, met dien geroofden buit uit den Lande doorgegaan.

Ondertusschen heeft de Koning van Spanje, Don Louis de Requesens, Grootbevelhebber van Castilien, tot een Landvoogd der Nederlanden gezonden, in plaats van dien bloeddorstigen Hertog van Alva: die hier op aanstonds weder naar Spanje vertrok; welke roemde, dat 'er door zyn bevel wel 18000 menschen alleen door beuls handen in Nederland waren omgebragt, behalven die in den kryg waren gesneuvelt.

In den jaare 1573, is Groningerland, Friesland en Embderland, door een watervloed aangetast: waar door de dyken wierden gebroken, en groote schade aan menschen en beesten geschiede.

In den jaare 1574 heeft Casper Robles, om de verschillen en oneenigheden, al van oude tyden af, die ontstaan waren over het maaken der zeedyken, weg te neemen, uitgevonden, en volgens zyne gedachten en raad voorgewend, dezelve dyken, tegen zulke zwaare en hooge watervloeden, waar van zy zo menigmaalen de smerten gevoelt hadden, in beter order te brengen, en beginnen te verzwaaren. Wordende omtrent twee jaaren hier na, ter gedachtenisse van dit loffelyke werk, het Steene Beeld, dat noch heden by Harlingen op den dyk te zien is, op 's Lands kosten, opgeregt: dienende met eene tot een Scheidbeeld van de afdeelinge der dyken.

Alschoon des Konings zaaken dagelyks te post verliepen, zo waren echter Staveren, Hindeloopen, de Schans te Makkum, Harlingen, en de geheele kust, na het doorgaan van Schouwenburg, weder met Robles volk bezet geworden. Doch Wouter Heegeman, Hopman van den Prins van Oranje, van Texel afvaarende, heeft Hindeloopen, by eene donkere nacht, met 300 mannen overvallen en ingenomen. Waar op die van Enkhuizen hem kruid en lood toezonden, om de plaats te versterken. Doch op het gerucht van Robles volk, dat op hem aanquam, deed hem resolveeren, de stad uit te plonderen en in brand te steeken. De Drost van Staveren begon ook zyne vestingen, daags daar aan, weder te versterken.

In den jaare 1575 Bartel Entes, met eenig volk van Ter Schelling afvaarende, lande op Oostmahorn, alwaar hy een schans opwierp: doch na eenige schermutselingen, wierd hy door 't volk van Robles daar weder uitgedreeven.

In den jaare 1576 waaide het een geweldige storm, waar door veele boomen uit den grond wierden gerukt; en het dak van de Oude Hoofster Kerk te Leeuwarden, dat door oudheid geheel bouwvallig was geworden, deed instorten: en is tot op dezen dag niet weder opgebouwt. 't Was mogelyk een voorteeken, dat gelyk het heidendom, voor veele eeuwen, uit deze plaats uitgeroeit, alzo deze plaats het kerkhof was geweest, daar het altaar van den Afgod Staf gestaan had, en dezelve geviert wierd, alzo ook nu het gebouw des Pausdoms in deze Landen wel haast een geweldige krak zoude krygen. Waarom wy wel mogen zeggen:

Het oude Duivels Hof, door schynschrift lang misbruikt, Wat wonder, zo 't haar hoofd voor 't regt Geloove duikt.

In dit jaar hebben de Staaten en Voornaamste des Lands met malkanderen binnen Gent een verbond gemaakt, om de welvaart des Lands, met raad en daad des Prinsen van Oranje te helpen bevorderen: wordende gemeld verbond gemeenelyk de Pacificatie van Gent genaamt. Het welk de Koning daar na ook met zyne onderteekening bevestigde. De inhoud van dit verdrag bestond voor 't meest: 1. Dat de vreemde krygslieden uit het Land zouden gevoert worden. 2. Dat de gebruikelykste wyze van regeeren zoude vastgestelt worden. 3. Dat ieder Provintie de zaaken van Godsdienst zoude handhaven, na dat het tot ruste des volks het beste zoude geoordeelt worden.

In dit jaar is te Madrid overleden Joachim Hopperus, geboortig van Heemelum; afkomstig van dat oud Geslacht der Hopheeren, waar van boven op het jaar 513 gemeld is; om zyne uitmuntende geleerdheid, heeft hy hooge bedieningen bekleed, als Professor der Rechten te Leuven; Heer van den Grooten Raad te Mechelen, en in den Geheimen Raad te Brussel, daar Viglius de voorzitplaats had; Heer van den Hoogen Raad der Nederlandsche Zaaken in Spanje, en 's Konings Zegelbewaarder; waar by hem de Koning tot Ridder van de Goude Spoor sloeg, te gelyk en op een uur met Don Jan van Oostenryk.

Ook overleed in dit zelve jaar, te Gent, Viglius Swichemius ab Aita, afkomstig van Swichum, by Leeuwarden; deze is mede om zyne uitsteekende geleerdheid in groot aanzien geweest, als Professor in de Rechten te Padua, in Italien, en na 't afslaan van veele eerampten, Ryksraad in de Kamer te Spiers; wederom wierd hy Professor te Ingolstad, Heer in den Grooten Raad te Mechelen, Praeses of Voorzitter in den Geheimen Raad en Raad van Staaten te Brussel, Ridder van 't Gulde Vlies, enz.

In dit jaar, den 7de van October, is te Groningen de Bisschop Johan Cnyf, Minnebroeder, aan de pest overleden.

Den 22ste van November ontstond te Groningen een groote onlust, door dien de Staaten Generaal, het oog op deze stad hebbende, eenen M. T. Stella herwaarts hadden gezonden, om de Magistraat en het krygsvolk tot het aannemen der Pacificatie van Gent te beweegen; als mede, dat zy 't met de Generaliteit zouden houden; waar voor zy beloofden, alle de achterstallige schulden, van de soldaten, die zeer groot waren, te zullen voldoen.

De Gouverneur Robles, hier kennis van krygende, deed Stella aanstonts apprehenderen en pynigen, om alzo zyn commissie uit hem gewaar te worden: doch alles te vergeefs. Ondertusschen wist Stella door zyn bequaamheden in 't geheim aan de soldaaten te kennen te geeven, dat zo zy zich voor de Staaten wilden verklaren, zy van alle hunne achterstallen ten vollen voldaan zouden worden. Hier op waren de soldaaten aanstonds als vol vuur, namen ten eersten hunnen Gouverneur Casper de Robles, benevens eenige Spaansche Kapiteinen, of die 't met hun hielden, gevangen; loopende voorts naar de Waag, en haalden de daar staande wippe omverre, en verbrandeze op de Markt, roepende: Lang leeve de Prins! lang leeven de Staaten! Waar op zy aanstonds heen liepen en maakten Stella los; bragten hem op de Markt, en deeden hem in de naame der Staaten den eed van getrouwheid. Vervolgens zonden zy Gecommitteerden met Stella naar Brussel; die aldaar de stad aan de Staaten opdroegen, en een Gouverneur van hen verzogten: waar op de Graaf van Rennenberg is afgezonden geworden, die aldaar in den jare 1577, den 7de van January, met eenige heeren is aangekomen, en betaalden de soldaaten hunne achterstallen ten vollen, dat eenige tonnen gouds beliep. Waar op de Waalen den 13de van Maart ter stad uittrokken; daar die van binnen zeer over verblyd waren, om hunne gepleegden moetwille, daar ze nu van verlost wierden, dat ze vreugdevuuren daar over aanstaken; waar door de St. Martens toren in brand geraakte en zeer beschadigt wierd. Daar na kreeg Rennenberg Delfzyl, en stelde daar een nieuwen Commandeur. Voorts deeden de Groningers hem en de Generaliteit den eed van getrouwigheid; doende daar na het kasteel, door den Hertog van Alva gebouwt, wederom afbreeken.

Op den eersten November deed de Gouverneur Rennenberg de Staaten van Stad en Lande te Groningen vergaderen, alwaar de Ommelander Jonkers en Hovelingen compareerden in groot getal, doch niet denkende, dat er iets quaads met hen voor handen was. Maar, als zy vergadert waren, voor Rennenberg zyn propositie nog had voorgesteld of gedaan, wierden beide de leden oneens; het welke niet verdraagen wierd; waar door de Heeren van de Ommelanden door de Heeren van de Stad zyn gevangen genomen, tot 24 in getal, en in leelyke gevangkenissen geworpen: niet tegenstaande het ontzach van hunnen Stadhouder, die daar tegenwoordig was. Daar op wierd de sterkte van Delfzyl den 20ste van December van hare vestingen berooft; waar afgevoert wierden 9 metaale en 7 yzere stukken kanon, en 14 bassen.

In den jaare 1578 zyn des Konings Raaden en Grietmannen in Friesland afgezet, en andere Heeren voor hen in de plaats verkooren. Waarop de Gereformeerden, die noch in 't heimelijk hunne oeffeningen deeden, verzogten om in 't openbaar te moogen leeren en jaargeld te genieten, om hunne Predikanten eerlyk te kunnen onderhouden: 't welk door den Religions Vrede, tusschen den Aartshertog Matthias en den Prins van Oranje, toegestaan zynde, zo bequamen die van Leeuwarden de Jacobiner kerk tot hun gebruik; alwaar zij voor de tweedemaal de Roomsche beelden afwierpen, en dezelve kerk tot de zuivere godsdienst inweiden.

In dit zelve jaar dagten de Ommelanders zich te wreeken; deeden derhalve in de maand February, onder den Heer Barthold Entes van Menteda, 12 vendelen soldaaten werven: maar de Groningers zulks gewaar wordende, vielen op hen uit, en verstrooidenze, waar van eenige wierden doodgeslagen, de vlugtenden nagezet, en Barthold Entes gevangkelyk van Koevorden mede naar Groningen gevoert; daar hy groot gevaar liep van met de andere gevangene Ommelanders onthoofd te worden. Doch de Aartshertog Matthias en de Staaten Generaal waren hunne voorspraaken, om het different by te leggen.

Den 28ste van Maart heeft het zeewater in Groningerland, Oostfriesland en elders, groote schade gedaan, en veele menschen en beesten verdronken.

In den jare 1579, om redenen, dat de Spanjaarden in geenen deele de articulen der Pacificatie van Gent na quamen, hebben de Staaten van Nederland goedgevonden, een naauwer verbintenisse te maaken binnen Utrecht, die men de nadere Unie van Utrecht noemt: waar in de zeven vereenigde Provintien, als Gelderland, Sutfen, Holland, Zeeland, Utrecht, Overyssel, Friesland, Groningen en Ommelanden, daar benevens Lingen en Drenth, hun eerste verbond maakten, bestaande voornaamentlyk in: 1. Dat deze Provintien een en gemeen zouden zyn, om nooit, onder wat naam ook, te mogen gescheiden worden: blyvende ieder nochtans by zyne eigene oude voorrechten. 2. Dat zy malkanderen, tegen alle vyandelyk geweld, met goed en bloed zullen helpen verdeedigen. En 3. In de oeffeninge van Godsdienst de Pacificatie van Gent na te komen.

In dit zelve jaar hebben de Heeren van de Ommelanden den Riligions Vrede mede aangenomen, insgelyks de Graave van Rennenberg; maar die van Groningen, uit haat tegen de Ommelanden, kantede zich hier tegen. Waarom Rennenberg een Landdag te Visvliet deed uitschryven, om alle questien aldaar tusschen de beide leden in der minne by te leggen. Doch de Groningers, als strydende tegen hunne verbonden, weigerden aldaar te compareren. Rennenberg deed derhalve zyn krygsmacht ontbieden, om zich van Groningen nochmaals te verzekeren; doende de stad voorts op den 22ste van May, aan de noordwestzyde, met omtrent 2000 mannen, doch tot weinig schade der stad, berennen.

Den eersten van Juny begonnen de belegeraars met die van binnen handgemeen te worden, neemende hun een groot getal beesten af. Daar tegen bragten die van de stad 2300 boeren uit hunne jurisdictien op de been: welke terstond met weinig krygsvolk op de vlugt wierden gedreven, en daar boven nog met geld geeven gestraft. Den 6de dito verstonden die van binnen, dat er buskruid in het leger ontbrak, deeden derhalven met hun geweld van welgewapende boeren en eenig krygsvolk, met het geschut voor aan, een uitval op de vyanden, hebbende by hen 600 dienstmaagden, om het geschut te beschanssen. Dus in slagorde staande, wierd er aan weêrskanten dapper gevogten; waar door veele sneuvelden, en de partye genoodzaakt wierd te vlugten, welke tot aan de poorten, niet zonder verlies van volk, wierden vervolgt.

Daar na begonnen die van binnen naar vrede te luisteren, geevende zich op den 10de van Juny aan de Staaten Generaal over: de Gouverneur Rennenberg deed zyn publyke intrede op St. Jans Dag in de stad; die aldaar de Magistraat veranderde, en dezelve met Staatsgezinden bezettede; den Riligions Vrede verkondigde, en de Gereformeerden de St. Walburgs en Minnebroeder kerk deed inruimen. Vervolgens heeft Rennenberg de fortresse Koevorden wederom vastgemaakt: doch toonde zeer kort daar na dat hy 't met de Staaten niet wel meende.

Want in den jare 1580, den 3de van Maart, heeft de trouwlooze Graaf de stad wederom aan den Koning van Spanje gebragt, na dat hy dezelve maar 9 maanden voor de Staaten Generaal als Gouverneur hadde geregeert. Hy had zyn voorneemen zo geheim weeten houden, dat, schoon hy beschuldigt wierd, van heimelyk correspondentie te houden met den Hertog van Parma, hy nochtans den Burgemeester Hillebrands, zynde de voornaamste daar die van de Gereformeerde religie zich op vertrouwden, des avonds, voor dat hy de stad onder zyn geweld bragt, bedroog, terwyl deze hem voorstelde alle de quade geruchten die er van hem gingen, en dat hy niet hoopte dat de Graaf iets quaads met hen voor hadde. Waar op de Graaf antwoorde: «ô Myn Vader! dien ik voor myn Vader houde! zou gy zulk een quaad vermoeden van my hebben? Wees hierin maar gerust:" en sloeg het hem dus uit den zin. Evenwel lag de Graaf op zyn luimen, laatende geen tyd passeeren; want op den tweeden van Maart, des avonds en des nachts, heeft hy met zyn geheele Hofgezin, en veele Spaanschgezinde burgers, als mede eenige verborgene krygsknegten, tegens den morgenstond, den 3de dito, hen gewapent. Zo dra als hy nu kennisse had bekomen, dat de Gereformeerde wacht in den dageraat was gaan slaapen, is hy met zyn volk, hebbende witte teekenen aan hunne linker armen, uit zyn logiment naar de Markt gereden, gewapent zynde van het hoofd tot de voeten, met de bloote sabel in de vuist, roepende: Sta by, sta by, goede Burgers! heden ben ik eerst regt Stadhouder dezer Landen. Op dit gerucht quam de Burgemeester Hillebrands, woonende in de Heerestraat, haastig met eenige Gereformeerden voor den dag springen, die direct op hem aanvielen: maar een van Rennenbergs knegts schoot op hem los, dat hy dood ter aarde viel. Waarom de anderen de vlugt namen. Eenigen wierden aanstonds gevangen genomen, en anderen verweerden zich noch in hunne huizen; maar daar bleef niemand dood als een perzoon. Voorts liepen en renden zij door de straaten, schietende naar allen, die het hoofd ter vensteren uitstaken. Daar na de stad doorzoekende, namen zy allen, die in der Spaanschgezinden ongunst stonden, tot over de 200 voornaamste burgers gevangen; waar van eenigen zeer qualyk wierden gehandelt; die evenwel naderhand door verscheidene middelen meest los quamen.

Op dien zelven dag, als Rennenberg de stad voor den Koning van Spanje had hernomen, wierd dezelve wederom door Barthold Entes belegert, met 13 vendelen soldaaten en 2 vendelen ruiters. Die van de stad maakten eenige beschansinge in de voorstad, gelegen op het Schuitendiep, en noch twee molenbergen buiten de stad, waarmede zy hunne beesten, die dagelyks in de weide gingen, beveiligden. Vervolgens zonden de Staaten Generaal den Graaf van Hohenlo, en Graaf Lodewyk van Nassau, met nog 16 vendelen naar 't beleg.

Den 16de van May deeden de belegeraars eene attaque op 't Schuitendiep, alwaar zeer hevig gevogten wierd, en Barthold Entes zyn leeven verloor. Ondertusschen ontstond een gerugt in 't leger, dat de Spanjaarden, onder 't bevel van Marten Schenk, afquamen om Groningen te ontzetten. Hier op trok Hohenlo met eenige vendelen uit de belegeringe naar Hardenberg, Schenk te gemoet; alwaar het gevegt op den 16de van Juny, tot groote schade van den Graaf van Hohenlo, wierd gehouden. Overzulks wierd Groningen door Graaf Lodewyk, na ruim drie maanden belegert geweest te zyn, wederom verlaaten.

Den 29 van July is Delfzyl door den Graaf van Rennenberg ingenomen; ook Enematil; doch wierd kort daar na door Hohenlo wederom herwonnen; ook joeg hy de Rennenbergschen uit de schans Weerdenbras, by de Ponterbrug, en nam daarop Koevorden in.

Den eersten September is Enematil door de Rennenbergschen wederom ingenomen en geslegt.

Den 4de dito wierd Hohenlo's volk by de Bourtange door de Rennenbergschen geslagen.

Den 6de dito zyn de Rennenbergschen, door de Friesen uit Dokkum en Kollum, in 't klooster Aduard verrast en verslagen; waar op het klooster, uit vreeze van wederom overvallen te worden, is in brand gestoken; waar in de Rennenbergschen wel 300 mannen verlooren.

Den 20ste dito won Rennenberg Koevorden; onder voorwaarde, dat de bezettinge, uit 200 mannen bestaande, met zydgeweer zouden mogen uittrekken.

In dit zelve jaar, als de Stadhouder Rennenberg door ontrouw van de Staaten en Prins van Oranje was overgegaan tot den Koning van Spanje [95], en die van Leeuwarden door het blokhuis, dat noch vast was, en by hem bezet bleef, meende te dwingen, gelyk hy Groningen reeds al in zyne macht hadde; zo hebben de burgers, dit bemerkende, het zelve manmoedig ingenomen, en de wallen en sterktens geslegt: ook namen de Staaten de blokhuizen van Harlingen en Staveren mede in hunne macht, en roeiden uit de kerken der Paapen alle de beelden; en de kloosterinkomsten wierden allen geschikt tot onderhoud der Predikanten en schoolen.

De Geestelyken dus uitgeroeit zynde, verkreegen die van Oostergo de eerste stem in hunne plaats; en de steden de vierde stem in landszaaken. Koevorden wierd vaster beschanst; en Harlingen met nieuwe wallen en gragten versterkt. En wegens de ongetrouwigheid van Rennenberg, zogten de Staaten zich van eenen anderen Stadhouder te voorzien.

VII. STADHOUDERS DER STAATEN.

1. Willem, Prins van Oranje, Graave van Nassau, enz., wierd van de Staaten van Friesland, om het Stadhouderschap van deze Provintie mede waar te neemen, begroet. Doch, om de moeijelykheden, daar de andere Provintien in stonden, gaf het hem ongelegentheid, om overal zelve te gaan; derhalven zond hy Merode, Heer van Rummen, om van zynent wegen het Stadhoudersampt als Luitenant te bedienen. Hier na belegerde Rennenberg Steenwyk; neemt de Kuinder en Slooten in; trekt naar Staveren, daar hy 't kasteel weder opbouwt; werpt te Makkum weder een nieuwe schans op, en stroopt langs de zeekust tot aan de Harlinger Poort. Waar door Friesland weder in 't uiterste gevaar quam om overwonnen te worden. Doch daarentegen ontzette de Overste Norrits Zwartsluis, 't kasteel van Hattem en Steenwyk; waardoor Rennenbergs loop ten eenemaal gestuit wierd, en al het voorgemelde weder by de Staaten herwonnen.

De onzen verlooren ook een veldslag by Winsum, in Groningerland, dat Friesland in eene groote benaauwdheid bragt: maar als de Overste Norrits den vyand by Visvliet geslagen, en tot aan de poorten van Groningen verjaagt hadde, veranderde het zelve in vreugde. Even hier na wierd het bolwerk en wallen om Dokkum gemaakt.

In den jaare 1581, in May, quamen de Rennenbergschen uit Aduard, om een schans op het Reidiep te maaken, om alzo den Heer van Nienoort uit zee af te snijden: doch hy wierd zulks tydig gewaar, en voorquam niet alleen hunne aanslag, maar bragt hen zelve in hinderlaag; waar door veelen der vyanden wierden verslagen.

Daar na is Aduard door den Heer van Nienoort belegert; brengende grof geschut daar voor, om het klooster daar mede daadelijk te beschieten. Maar de Rennenbergschen van alom hunne macht byeen rukkende, trokken by Groningen over het Reidiep, om de belegerden te ontzetten. Nienoort was zulks wel verwittigt, maar door meerderheid van stemmen geresolveert de vyanden af te wagten: dewelke van achter het klooster straks quamen toeschieten: waar door de Nienoortschen de vlugt namen, achterlaatende verscheidene Officieren voor gevangenen, en eenige dooden aan hunne bespringers. Voorts trokken de Rennenbergschen op Aduarder-Zyl, en deeden het plaatsje aanstonds, doch vrugteloos, bestormen: maar met kanon daar voor komende, en een goede bresse geschoten zynde, quamen zy met de derde storm daar binnen; slaande doe alles dood wat 'er in was; waar onder Schelto Jarges, een zeer geleerd en dapper Kapitein.

Den 9de van July sloeg Norrits de Rennenbergschen by Grypskerk, en vervolgden hen tot aan Groningen, waar van 700 mannen door de kling gejaagt, en veelen gevangen wierden genomen; vier stukken kanon, alle de bagagie, en veele paarden wierden tot buit gemaakt; zynde des overwinnaars verlies daar tegen zeer gering.

Den 23ste dito is in Groningen overleden die trouwelooze Graaf van Rennenberg, Stadhouder van Groningen, enz.; zynde door eene knaaginge zyner confidentie geheel uitgeteert van mismoedigheid en berouw, om dat hy de Staaten Generaal zo ontrouw had behandelt; wordende begraven in St. Martens Kerk, in 't choor. Hy had in zynen laatsten levenstyd zyne zuster verstooten, die hem tot dezen afval vervoert had. Daar na is Francois de Verdugo wegens den Prins van Parma, als Stadhouder van Groningen, in des overleedens plaatze gestelt.