In Roemenië De Aarde en haar Volken, 1906

Part 5

Chapter 5 1,414 words Public domain Markdown

De roemeensche wijnen zijn over 't algemeen zacht en fijn. De witte wijnen van Dragashani en Cotnar zijn dadelijk bij ons in de gunst. Wij kunnen de roode wijnen minder prijzen, hoewel ze hier veel lof inoogsten en men tracht, ze in waarde gelijk te stellen met Bordeauxwijn. Ofschoon de Roemeniërs lofwaardige pogingen in het werk hebben gesteld voor het welzijn van hun wijngaarden, ofschoon ze zelfs uit Frankrijk veel wijnbouwers hebben laten overkomen, om de roode wijnen te bereiden, toch zal de roemeensche wijn nooit met den franschen kunnen wedijveren.

Te Sinaïa is het leven weelderig en duur; trouwens de rijke Roemeniër geeft graag geld uit, hij houdt van mooie kleeding en van pleizier; hij is een beschaafd man in elken zin des woords.

De wereld in dit hôtel is een officiëele wereld. Het is het hôtel der gezanten en ministers. Er zijn hier roemeensche families, die op zeer grooten voet leven en geheel in de mondaine wereld op hun plaats zijn.

De groote namen, die men hoort, doen mij denken aan een eigenaardige bijzonderheid van den roemeenschen burgerlijken stand. Niet dat men de echtheid van hun hooge afkomst behoeft in twijfel te trekken; maar tot in den laatsten tijd bestond nog niet de erfelijkheid der familienamen. Gewoonlijk noemde men zich maar doodeenvoudig Jan, Filipszoon of Philepsco, zooals men in Servië Pavitsj zegt voor den zoon van Paul. Ieder kan naar believen bij zijn voornaam den naam van zijn buurman voegen, of zelfs dien van een vorst of een beroemd generaal en dien tot zijn eigen maken, ook voor zijn erfgenamen die hem wilden behouden. Zoodat die groote namen, die ons aan beroemde personen doen denken, niet het idee moeten wekken, dat we ons in de tegenwoordigheid bevinden van afstammelingen dier grootheden, doch alleen van afstammelingen hunner bewonderaars, die den beroemden naam hebben aangenomen.

Een verschrikkelijke storm met diluviaanschen regen heeft den geheelen nacht onze vensters geschud, en 's morgens bij het opstaan zien wij de treurig slikkerige wegen gehuld in een niets goeds voorspellenden mist. Wat te doen in Sinaïa, als het regent? Er is geen kurzaal, noch casino, en in de hôtels, die te klein zijn voor het aantal reizigers, dat zich er ophoopt, vindt men slechts een klein lees- en biljartzaaltje. Ondanks den fijnen, aanhoudenden regen besluiten wij een exploratietocht te doen.

Bij het stijgen in de boschjes achter het hôtel komen we al spoedig aan het klooster. In 1695 gesticht door Michaël Cantacuzenos, bestaat het als alle kloosters van eenige beteekenis uit twee pleinen, waar rond omheen de woningen der monniken en de bijgebouwen van het klooster zich groepeeren. Midden op ieder van de beide pleinen staat een klein byzantijnsch kerkje. Een werd op dat oogenblik gerestaureerd, en dank zij der vrijgevigheid van den koning kan de restauratie zeer goed geschieden.

Lang diende het klooster in troebele tijden als schuilplaats voor de bewoners van het laagland, die in de bergen een toevlucht zochten, terwijl het tevens gastvrijheid bood aan reizigers.

Toen koning Karel en koningin Elizabeth, aangetrokken door de machtige bekoring en de vreemde poëzie van het woud te Sinaïa, voor de eerste maal er een deel van den zomer kwamen doorbrengen, namen zij hun intrek in een der bijgebouwen van het klooster.

Eerst na eenige jaarlijksche bezoeken besloten zij in een liefelijk dal achter het klooster een paleisje te bouwen, dat door den kunstzin en den goeden smaak der koningin een der juweeltjes van Roemenië werd. Weldra werd het voorbeeld gevolgd, en midden in het bosch verrezen aan alle kanten sierlijke villa's en optrekjes. De regeering bouwde een paar hôtels voor reizigers, en het begin van Sinaïa was er.

Het koninklijk paleis, kasteel Pelesch, heet naar den berg waarop het ligt. Uit de verte gezien, treedt het naar voren uit een dicht dennebosch, dat de rooskleurige rotsen van het Bucegi-gebergte kroont. Het prachtige gebouw van steen en hout, waar gothische en byzantijnsche elementen in vereenigd zijn, is een harmonieus geheel, met sierlijke torentjes, mooie balcons en terrassen, een dichterdroom van de kunstenares Carmen Sylva. Inderdaad, wie Sinaïa noemt, roept dadelijk zich het beeld van de vorstin voor oogen, van haar, die dit lustoord in het leven riep. De koningin van Roemenië is, zooals ieder weet, een dier superieure vrouwen, die van kunst, poëzie en melancholie leven. Zij is graag in het woud, kent er alle paden, en om er naar hartelust te kunnen droomen, heeft zij zich een hoog verblijf laten inrichten, een huisje, hangend in de boomen hoog op den top van een der bergen, die Sinaïa omgeven. Het Nestje der Koningin, zoo noemt men hier die plek. Van daar overziet zij den gansenen omtrek.

Eenige jaren geleden zag men haar dikwijls met de dames van haar gevolg gekleed in de nationale kleederdracht, die zoo goed past bij haar hooge, majestueuse gestalte. Maar de poging, om het bekoorlijke costuum weer in eere te brengen onder de deftige dames, heeft niet het succes gehad, die de sierlijke witte, met byzantijnsch borduursel getooide dracht verdiende.

De roemeensche dames, minder dichterlijk van aanleg dan haar souvereine, worden bekoord door de parijsche modes, en men ziet heel zelden de nationale kleeding meer te Sinaïa. Eigenlijk treft men die alleen aan als historische merkwaardigheid en wel vooral op de markt, die des Zondagsmorgens gehouden wordt in de groote laan. Boerinnen spreiden er op het gras langs den weg en op de hekken der tuinen de mooie borduursels uit, doorschijnende sluiers, halsdoekjes en lijfjes met rijke patronen en andere fraaie toiletartikelen. Sinaïa is eigenlijk een wonderlijke badplaats! Men zou er dépendances verwachten van alle groote huizen te Boekarest en winkels, waar de elegante dames al haar luimen konden bevredigen, maar er is niets van dat alles.

Wij hebben het dorp Sinaïa bekeken. Het bestaat enkel uit een kronkelende, sterk hellende straat. Een gewone kruidenierswinkel is er, met een paar winkeltjes van visch en groenten. Te Sinaïa boven vindt ge een kapper, een photograaf en een paar banketbakkers; maar artikelen van dagelijksch gebruik kan men er niet krijgen.

Wat de bijzondere aantrekkelijkheid van de plaats uitmaakt, zijn de verrukkelijke wandelingen, die men in 't oneindige variëeren kan in de dalen en op de hellingen der bergen. Bij het verlaten van den grooten weg is men dadelijk op goed onderhouden voetpaden, die tot in het diepste van het woud voeren, en hier begrijpt men de koninklijke gril van Carmen Sylva; men kan zich niets woesters en dichterlijkers en idealers denken. Dit is het maagdelijke woud in den besten zin. Boomen van zes meters in omtrek en vijftig meter hoog staan er in grooten getale. Meest zijn het dennen en beuken, die met hun groen de bergen tot groote hoogte bedekken.

De grond is geheel bedekt met heide en mos. Hier en daar blijven omgevallen stammen op den bodem liggen, zooals de storm ze velde. De koning, tot wiens domeingoederen het bosch behoort, wil niet, dat iemand eraan raakt.

Elk voetpad leidt naar een mooi uitzicht. Het toeval voert ons naar de Promenade der H. Anna aan de grenzen van het woud. Boven ons hoofd op een kalen top van rood gesteente, die wel ontoegankelijk lijkt, staat een sierlijk paviljoentje, dat ons schijnt uit te tarten. Maar 't is al laat, en het weêr is onzeker. Wij durven ons niet verder wagen.

Op regendagen is het stil en somber te Sinaïa; maar als de zon schijnt, hoort men overal muziek in de tuinen, militaire muziek en Zigeunerliederen, die de echo's wekken van de donkere bergen.

Het kroondomein heeft overal een goeden invloed op de boerenbevolking. Door de vele scholen, die het bestuur der domeinen opricht, ook vak- en landbouwscholen, worden de boeren op de hoogte gebracht van een rationeele manier om den grond te bebouwen en gebruik te maken van machines en andere verbeteringen. Zij krijgen onderricht in de behandeling van het vee en van allerlei aanplantingen. Alle pogingen worden door de kroon in het werk gesteld voor de verheffing van den boerenstand.

In den loop zijner regeering heeft de koning veel wegen laten aanleggen, en hij heeft daarbij dikwijls een beroep gedaan op buitenlandsche ingenieurs, ook voor den aanleg van spoorwegen. Niets wordt verwaarloosd, wat den boer vooruit kan brengen en hem in staat stelt zijn woning gezonder en zijn leven rijker te maken. Maar de slavernij heeft diepe sporen nagelaten, en al zijn sommige streken, vooral die tusschen Predeal en Boekarest, krachtig ontwikkeld, aan de bergachtige randen van Roemenië is de bevolking nog niet veel verder gekomen, dan zij was onder de turksche heerschappij.