In Portugal De Aarde en haar Volken, 1908

Chapter 2

Chapter 23,771 wordsPublic domain

Don Carlos wilde in deze eerste samenkomst wel zoo goed zijn, met ons over onze reis te spreken en zijn indrukken met de onze te vergelijken; maar in de gegeven omstandigheden was en bleef hij de Koning. Daarentegen hebben wij drie dagen later den verzamelaar, die er in den koning schuilt, ontmoet, en dat wel bij een gelegenheid, die even onverwacht als aangenaam was.

De heer Albert Girard, de hoogstaande directeur der koninklijke verzamelingen, had ons uitgenoodigd om in de galerijen van het kasteel Necessidades de zonderlinge visschen te zien, die Zijne Majesteit had verzameld in den loop zijner reizen met oceanographisch doel, en ook de zeldzame boekwerken, die de vorst met voorliefde bijeenbrengt.

Ons bezoek was pas begonnen, als de koning zelf verscheen, met den eenvoud van den heer des huizes, die wel zoo goed wil zijn, in persoon de honneurs waar te nemen.

Het was interessant te zien, met hoe groote voorzichtigheid hij de glazen aanvatte, waar de wonderlijkste zee wezens in zwommen, met welk een trots van uitvinder hij zijn procédé, om in glycerine de voorwerpen te bewaren, beschreef, waardoor in de teederste kleuren der visschen door den tijd geen verandering werd gebracht. Daarna kregen wij de origineele kaart te kijken, waarop New Foundland en Labrador stonden, jaren vóór Columbus, de havenbeschrijvingen, die Albuquerque en Vasco de Gama opstelden, dubbel van waarde, namelijk als onwaardeerbare parelen voor een verzamelaar en omdat het sieraden zijn voor de kroon van een koning van Portugal. Dan bladerden zijn vingers liefdevol in een wapenboek, dat met de hand geschilderd was nu vijf eeuwen geleden met een rijkdom van kleuren en versieringen zonder weerga, en eindelijk was er een gebedenboek met heerlijke miniaturen, waarvan hij vol eerbied het roodzijden omslag opendeed, erop blazend, om de bladzijden vaneen te scheiden.

Bijna zou men den souverein vergeten, dank zij de gelijkheid, die de gemeenschappelijke liefde voor mooie dingen schept. Toen zwierf zijn blik niet in het vage, maar omvatte gretig al dat belangwekkende, door de voorouders in den loop der eeuwen verzameld en bewaard, of ontdekt door den vorstelijken collectionneur zelven. En het vonkje van ondeugendheid kwam terug, toen hij ons in de studeerkamer een aschbakje wees, dat een caricatuur van een grooten vogel voorstelde en niet anders was dan een flinke kreefteschaar.

Hierna zou het overbodig wezen, nog te spreken van de hooge ontwikkeling van den koning en de uitgebreidheid zijner kennis. Hij heeft in persoon de rapporten over zijn reizen te boek gesteld en een verhandeling over ornithologie geschreven, door de nationale drukkerij te Lissabon uitgegeven, en beide zijn werken van beteekenis. Carlos I gelijkt op onze Bourbons...

Aan het slot van onze eerste audiëntie leidde ons een kamerheer in de tegenwoordigheid van Maria Amelia van Orleans-Bourbon, koningin van Portugal, echtgenoote van koning Carlos. Daar waren wij zoo goed als in Frankrijk, en toen Hare Majesteit ons een teeken gaf, om te gaan zitten in het kleine met zijde behangen hoekje, dat in het groote salon was uitgespaard, sloeg mij, dat moet ik bekennen, het hart snel en luid, omdat het vaderland en de fransche vrouw hier waren vertegenwoordigd door een zoo volkomen beminnelijke personificatie.

Dona Amelia, zooals ze daar zeggen, is zeer groot, maar zoo elegant en goed gebouwd, dat ook degenen, die haar te groot vinden, moeten erkennen, dat ze het van iedere mooie vrouw wint. Want zij is mooi in den zin, die het meest omvat, dus die inhoudt een bekoorlijk gelaat, bewegingen van een sierlijkheid, die nooit door iets leelijks wordt gestoord, een verfijnde gevoeligheid voor de grenzen in de gestes en de uitdrukking, en eindelijk ik weet niet welk bijzonder iets van charme, dat men overal terstond herkent.

Dadelijk begon de koningin te praten, te lachen, te vragen, belangstelling te toonen, en hier herkende men weer dien superlatief van gallische beleefdheid, die aan de gasten weet te beduiden, dat ze vrienden zijn, zonder het hun echter te zeggen, door hun woorden op te vatten als gewenschte inlichtingen of als aangenaam en lang verwacht nieuws. En het was een onvergetelijk oogenblik, deze vorstin met twee vaderlanden te hooren spreken over haar bewonderd Frankrijk, en haar Portugal te hooren roemen. In dezen preekte de koningin voor bekeerden; als wij woorden van lof hebben gezegd over het eene en het andere land, was dat onze oprechte meening, geen compliment. Wij genoten bij dat bezoek meer dan ooit van onze parijsche qualiteit, die ons zulk een welwillendheid mocht doen deelachtig worden, en ik tart ieder, ons vleiers te noemen, als wij verklaren, dat het meest uitgezochte half uur van onze geheele reis dat is geweest, dat wij doorbrachten in de tegenwoordigheid van haar, die onze bewondering wekte door haar driedubbel prestige van koningin, Française en mooie vrouw.

Dona Amelia geniet in haar rijk een groote populariteit, en de politiek, die den koning veel bittere ervaringen bezorgt, heeft haar tot nu toe gespaard. Als moeder, als echtgenoote is zij boven allen lof verheven.

Er wordt vooral in handelskringen beweerd, dat het hof niet genoeg feesten geeft; dat de intieme bijeenkomsten ten paleize en de tuinpartijen niet zoo opwekkend werken op de handelszaken als de groote bals, die nu bijna nooit meer gegeven worden dan alleen bij gelegenheid van bezoeken, die vreemde vorsten aan Portugal brengen. Zonder twijfel zou men elders klagen, dat het hof te representatief optrad, als het anders was. Het is niet alleen bij La Fontaine, dat het moeilijk is "de contenter tout le monde et son père", het allen naar den zin te maken. Ook worden de weldadigheid en de vroomheid van de koningin wel eens met andere namen genoemd, als de oppositie er een woord voor moet vinden. Het is niet aan den doortrekkenden reiziger, partij te kiezen, en het is trouwens bekend, dat er geen Pyreneeën noodig zijn, om wat waarheid in het eene land is tot dwaling in het andere te maken, of omgekeerd, indien de belangen ermee gemoeid zijn.

Bij het verlaten van de koninklijke vertrekken deed een gelukkig toeval ons, in de wachtzaal vereenigd, de hofdames zien en diegenen, die te Lissabon aangewezen zijn, om op de "jour" der koningin te verschijnen. Er waren er drie-en-twintig van elken leeftijd en allerlei voorkomen, maar meestal jonge, en verscheiden heel aardig. Ik zal elders enkele vluchtige opmerkingen maken over de portugeesche dames, want als men van de koningin komt, is het beter, geen vergelijkingen te wagen, die noodzakelijk partijdig moeten zijn, dus onrechtvaardig....

Toen wij vrij waren, zijn we een tocht door Lissabon begonnen.

Al onthoudt men zich van de herhaling van het afgezaagde deuntje, dat de Portugeezen voor altijd vroolijk verklaart, moet toch erkend worden, dat de aanblik van de stad Lissabon vóór alles opgewekt, licht en vriendelijk is. Er wordt niet gedraafd, er wordt gewandeld, en zelfs diegenen, die naar hun zaken gaan, hebben niets van dat gejaagde, dat men in andere landen ziet. De vervoermiddelen zijn in uitstekenden staat; fiacres met twee blinkende paarden rijden u vlug overal heen, en een verrassend uitgestrekt net van electrische trams gaan door de groote lanen, de hoofdstraten en volgen elkaar binnen enkele minuten langs de hellingen der steilste heuvels en tot in de straatjes der oude stad, waar ze bijna de volle breedte van de straat innemen. De wagens zijn groot, luchtig, veêren goed en hebben zitplaatsen van gevlochten riet, die heel gemakkelijk zijn. Er wordt veel gebruik van gemaakt, al kost ook de kleinste rit 7 1/2 cent Holl.

Als zoo de levenden het goed hebben, de dooden worden niet minder goed behandeld door de weelde en de doelmatige inrichting van de lijkwagens. Een deftige begrafenis is een schouwspel, dat de moeite waard is. Voorop gaat een koets van monumentalen vorm, geheel verguld, waar de priester in is gezeten, dan komt de lijkwagen in het zwart, overwelfd door een koepel en voorzien van pluimen, bespannen met vier paarden à la Daumont. Voor de lagere klassen wordt minder goud gebruikt, tot men komt aan de laagste klasse, waarbij de priester en de doodkist samen op een eenvoudigen wagen zijn geladen, door een enkel paard getrokken, dat blijkbaar zeer te beklagen is. Voor kinderen wordt dezelfde staat gebruikt, maar met scharlaken behangsel. Moet een hoog personage begraven worden, dan zendt de koning een der historische rijtuigen uit Belem, waar het lijk in wordt geplaatst.

De kerkhoven, nu wij toch eenmaal daarbij zijn aangeland, zien er uit als de onze, met misschien nog meer beelden, die bijna alle allegorisch zijn, zonder iets van het groteske realisme der italiaansche doodenakkers. Het merkwaardigste is ook het kleinste, namelijk het pantheon der koningen in een zaal van het klooster Sint-Vincent. De doodkisten, die in zwart fluweel of zwart laken zijn gehuld en met zilveren spijkers zijn beslagen, staan op lange rijen, op planken met een koperen plaat erop, die den naam van den overledene draagt. Kleine kistjes bevatten de kinderlijkjes. Alleen de baar van Don Pedro, den laatsten keizer van Brazilië, die te Parijs is overleden eenige jaren geleden, is gehuld in de groene braziliaansche vlag. In het midden der zaal, onder een katafalk, beladen met verwelkte kransen, rust Don Luiz, de vorige koning van Portugal, die wacht op een plaatsing in de rijen op de planken, tot zijn zoon zijn plaats heeft ingenomen. Zulk een schikking heeft door zijn grooten eenvoud iets indrukwekkends, en al die kisten, die een vorstengeslacht bevatten, maken veel dieper indruk dan het ijskoude marmer en de massa brons in de kelders van het Escuriaal. Maar men moet wel protesteeren tegen de dwaze tentoonstelling van koning Ferdinand, man van Dona Maria II en grootvader van den tegenwoordigen koning. Het lijk, dat wonderlijk goed bewaard is gebleven, ligt onder een spiegel, en men doet u op een stellage klimmen, om beter te kunnen zien en het licht er goed op te laten vallen, nog wel het licht van een lantaarn. Dat doet denken aan de Capucijners van Palermo; het is stuitend en een koning onwaardig, evenzeer als het in strijd is met den eerbied, dien men aan den dood verplicht is en met de heiligheid van zulk een plaats.

De kerk van dit klooster is een der meest in het oog vallende van Lissabon, dat er vele heeft, maar weinig mooie; de twee torens worden al uit de verte gezien, daar ze zich op een der hoogste punten van de stad verheffen.

Het is een der eigenaardigheden van Lissabon, dat de stad evenals Rome zeven hooge punten heeft en op zeven heuvelen is gebouwd. Daardoor zijn er ook veel lage gedeelten, veel steile hellingen en trappen, zoodat men om de verschillen in hoogte kabelspoorwegen en zelfs liften heeft moeten invoeren. Een van die ophijschers, naast den Rocio, met zijn hoog ijzeren geraamte is overal zichtbaar, terwijl andere, aangeduid door een opschrift op een deur, uitgaan van een lagere straat, om op geheimzinnige manier door huizen heen naar een hoogere straat op te stijgen. De Carmostraat en de Garrettstraat in het midden der stad hebben een helling, waar onze Rue des Martyrs nog een zwakke en gemakkelijke helling bij vertoont.

Met een zoo geaccidenteerd terrein verwacht men zonderlinge bochten en straten; maar zoo erg is het niet, want behalve dat de nieuwe stad gebouwd is naar een modern plan, heeft ook de oude stad, hernieuwd na de aardbeving, niet die vuile hoeken en lompensteegjes, waar de romantici van droomen. Het karakter van Lissabon ligt niet in den ouderdom der stad, maar juist in de golvende terreinen, waarvan het onverwachte een wanhoop is voor de pas aangekomenen, die zoo iets niet verwachten.

Op enkele hoogten heeft men een onvergelijkelijk uitzicht, vooral bij Notre Dame du Mont, van waar men de heele stad kan overzien en de reede, wat niet weinig wil zeggen; of in den tuin van San Pedro van Alcantara, boven het station, waar men in de open gedeelten een wonderschoon uitzicht heeft. Buitendien zijn de parken een der groote aantrekkelijkheden van Lissabon. De Botanische Tuin heeft iets babylonisch, met zijn terrassen, waar de altijd bloeiende palmen en oranjeboomen staan tusschen de onveranderlijk groene planten.

Wat monumenten van bouwkunst betreft, is Lissabon niet rijk. De kathedraal is een brave, eerlijke kerk uit een dorp; Nossa Senhora da Estrella van nog al fraaie proporties, heeft een sierlijken koepel, maar het inwendige is ontsierd door allerlei prullen, en in de profane gebouwen komt dezelfde armoede aan den dag, want het station, de Polytechnische School, het Cortespaleis, het Stadhuis en het Museum, zoo ze de aandacht trekken door hun afmetingen, houden die niet vast, noch door hun pracht noch door hun originaliteit. Alleen de Nationale Bibliotheek moet genoemd, waar de honderd duizenden boekdeelen, waaronder veel oude en van groote waarde, op rijen staan in de cellen en op de gangen van het oude klooster van den H. Franciscus. Ik heb in vele ervan gebladerd, ook in de zeldzaamste, en de voorkomendheid van den heer Moniz, die ze mij liet zien, maakte, dat bijna alle in het Fransch waren geschreven; hij koos namelijk met oordeel van wat er op de planken stond, terwijl wij daar wandelden door de kleine, koele kamers en door de lange gangen, met het bonte schilderwerk op de geglazuurde platen, de azulejo's.

Ter zake van deze wetenschappelijke richting moeten wij ook melding maken van het Aardrijkskundig Genootschap, dat een zeer moderne installatie heeft, en zijn ethnografische, koloniale en landbouwkundige verzamelingen heeft ondergebracht in ruime, lichte zalen. Die werk- en lees- en receptiezalen maken van het gebouw een inrichting, die het land volkomen waardig is, want Portugal heeft voor de wetenschap der aardrijkskunde het allermeest gedaan.

Een der belangwekkendste gebouwen van de stad is dat voor de stierengevechten, de Praça dos Touros, met sierlijke bolvormige koepels gekroond. Daar worden geen buiken opengereten; geen bebloede darmen teekenen roode vlekken op het zand; maar men ziet er een ridder in het costuum van Lodewijk XV 's tijd, gezeten op een prachtig andalusisch paard, die met een bewonderenswaardige handigheid de speer doet neerdalen. Hij ontwijkt den stier, wiens horens omwikkeld zijn, komt nader, wijkt terug, doet sprongen en schittert in de zon met galoppeerende bewegingen, die herinneren aan de stralende cavaliers van Velasquez. Het is een aardig schouwspel, en na den afloop wordt er gepraat en worden bezoeken afgelegd tusschen de verschillende loges.

Uit de Praça komend, rijden de deftige rijtuigen en file langs de Avenida, een prachtige laan, met een monument voor de bevrijders, die in 1640 de Spanjaarden buiten de deur zetten. Een uur lang wordt de geheele lengte van de Avenida telkens weer afgereden door de beau monde; de koningin voorop in het met vier paarden bespannen rijtuig, voorafgegaan door pikeurs en gevolgd door een gelijksoortig rijtuig, waarin de eeredame is gezeten, waarna de auto volgt van den infant Don Alphonso. Deze plechtigheid is een der groote amusementen van Lissabon.

Des avonds gaat men naar de opera, om muziek te hooren; naar den schouwburg Dona Amelia, om tooneelwerken te zien opvoeren, waarbij in beide gevallen rok en décolleté zijn voorgeschreven, of naar het Gymnase, waar grappige dingetjes worden opgevoerd, het Colysée, een reuzenzaal en music-hall, en het Casino de Paris, waar men op lusitanische manier bijeen is. De toeschouwers schijnen zich best te amuseeren, misschien wel omdat overal veel kinderen worden meegenomen, vooral meisjes, die onverschrokken luisteren en den indruk maken van de brutaalste grappen te begrijpen.

Eerst lang na middernacht gaat men slapen, na zich verkwikt te hebben in de cafés op het Rocio en met rondwandelingetjes in de omstreken. Dan zwijgt Lissabon en slaapt in; de Procrustus-bedden hebben hun prooi weer omvat....

Laat ons nu tot ernstiger onderwerpen overgaan. Een beschrijving van Portugal zou onvolledig wezen, als er alleen van het schilderachtige sprake was; men zal ook wel eens iets willen hooren van de regeering, de instellingen, de politieke en administratieve organisatie, de hulpbronnen van het land en de toekomst, die Portugal het recht heeft te verwachten.

Uit politiek oogpunt gezien, wordt Portugal bestuurd door een vertegenwoordigende monarchie, die erfelijk is. Sedert 1640 behoort de kroon aan het huis van Braganza, en de troonsbestijging van deze dynastie is het begin geweest van de onafhankelijkheid en de zelfregeering van het land, dat lange jaren onder het spaansche juk gebogen had gegaan. Wij zouden de grenzen, die wij ons gesteld hebben ver te buiten gaan, als wij, ook maar in het kort, den arbeid van het huis Braganza wilden schetsen. Maar om ons tot de constitutioneele vorsten te bepalen, willen wij Maria II noemen, de koningin, die goed was voor de armen en kleinen, en flink in tijden van onlusten, die een uitstekende moeder was; en dan haar beide zoons, de koningen Pedro V en Louis I, van wie goedheid de eerste koninklijke deugd schijnt te zijn geweest. Zij wonnen door hun sympathie met de behoeften van het volk de harten, en bij de koningin vonden ze den grootsten steun bij het liefdewerk. In vijftig jaren hebben drie groote volken koninginnen aan Portugal geleverd, Duitschland de vorstin Stephanie van Hohenzollern, echtgenoot van Pedro; Italië Maria van Savoye, vrouw van Louis; en Frankrijk koningin Amelia van Orleans, door Carlos verheven tot de bekoorlijke en edelmoedige souvereine van zijn volk. En de drie koninginnen hebben elk op haar beurt de kluisters van het koningschap afgeworpen, om zich met de zachtheid van het vrouwelijk hart alleen te wijden aan de werken van liefdadigheid en de instellingen tot heil van het volk. Die lofwaardige wedstrijd is te opmerkelijk, om hem niet te vermelden.

Het hoofd van den staat is de koning. De grondwet van 29 April 1836, gewijzigd door de besluiten van 24 Juli 1852 en door een wet van 3 April 1896, heeft vier machten ingesteld, de wetgevende, de uitvoerende, de rechterlijke en, wat men noemt, de matigende macht.

De wetgevende macht wordt door de Cortes uitgeoefend, dat is dus door de Kamer van afgevaardigden en de Eerste Kamer. Die laatste heeft twee soorten van leden, zij, die rechtens lid zijn als de koning en zijn broeders op den leeftijd van 25 jaar, de aartsbisschoppen en bisschoppen, en de leden, voor hun leven door den koning benoemd ten getale van 90 op zijn hoogst. Die leden moeten minstens veertig jaar oud zijn en aan de eischen van verkiesbaarheid tot volksvertegenwoordiger voldoen. Het pairschap, dat der leden van de Eerste Kamer, is niet vereenigbaar met sommige ambten en wordt zonder belooning waargenomen. De president en vice-president van de Eerste Kamer worden door den koning benoemd.

De Kamer der Volksvertegenwoordigers bestaat uit 112 leden, die rechtstreeks door de kiezers worden verkozen. Om verkiesbaar te zijn, moet men Portugees wezen van oorsprong, en niet door naturalisatie, 21 jaar oud, gedomiciliëerd in Portugal, ten minste 500 reis aan belasting betalen en kunnen lezen en schrijven. Er is geen belooning aan dat mandaat van afgevaardigde verbonden en het is onvereenigbaar met elke door de regeering betaalde betrekking.

De zittingen van de Cortes worden ieder jaar op den 2den Januari geopend en duren gewoonlijk drie maanden. De beide Kamers hebben gelijktijdig zitting. De Eerste Kamer heeft tot taak als hoog gerechtshof te oordeelen in zake misdaden, begaan door de leden der koninklijke familie, de ministers en de staatsraden, de pairs en de afgevaardigden; buitendien moet zij bij den dood van den koning en als er reden is om een regentschap in te stellen, de Wetgevende Vergadering bijeenroepen.

Wat de Kamer van afgevaardigden betreft, zij heeft als in Frankrijk het recht van initiatief bij financiëele aangelegenheden. De stemming over het budget is inderdaad een der eerste rechten van de Cortes; maar in het portugeesche Parlement neemt de politiek vaak het grootste deel van den tijd in beslag; daaronder lijden de discussies en de stemmingen over de begrooting, en het stelsel der voorloopige twaalfden, dat bij ons in Frankrijk bloeit, is daar in volle zuidelijke kracht te bewonderen. Als onze inlichtingen juist zijn, is er in de laatste jaren geen regelmatige begrooting geweest, en tijdens ons verblijf te Lissabon was men al aan het veertigste voorloopige twaalfde! Toch zijn er verdedigers van het stelsel, en de minister van financiën prees er onlangs de werking van als een hinderpaal voor den aanwas van credieten en belastingen.

De koning moet de wetten bekrachtigen; hij kan ook de wetsontwerpen, die hem worden voorgelegd, aannemen of verwerpen; hij moet binnen dertig dagen zijn beslissing bekend maken. Hij is de man van de matigende kracht, van het "pouvoir modérateur", dat uitgeoefend wordt door de benoeming van de pairs, de buitengewone bijeenroeping der Kamers, de verdaging en de ontbinding der Cortes, de benoeming en terugroeping der ministers en het recht van gratie. De koning is niet verantwoordelijk, en is onschendbaar.

De uitvoerende macht heeft tot hoofd den koning, die de Cortes samenroept, de buitenlandsche politiek regelt, tractaten sluit behoudens bekrachtiging door de Kamers, oorlog verklaart en vrede sluit, alle hooge ambtenaren benoemt en magistraten, als ook de bisschoppen, naturalisaties goedkeurt, en in één woord de opperste leiding van de regeering in handen heeft.

Er zijn zeven ministers, die van Binnenlandsche Zaken, van Financiën, Buitenlandsche Zaken, Oorlog, Marine en Koloniën, Justitie, Openbare Werken, handel en industrie. De ministers behoeven niet noodzakelijk uit het Parlement te worden gekozen; integendeel worden ze dikwijls daarbuiten uit de hooge ambtenaren aangewezen. Een portugeesch minister houdt zich niet in zijn waardigheid gedrapeerd; hij wordt niet onttrokken aan de blikken door een aureool van een functie, die trouwens vaak kortstondig is van duur. Men komt de ministers op elk uur van den dag op straat tegen, op de pleinen en de wandelwegen, ze zijn burgers als alle andere, praten en lachen en men kan hun de hand drukken, zonder dat men vermoedt met een minister te doen te hebben. De Raad van ministers heeft een president aan zijn hoofd, die zonder portefeuille kan zijn en dan uitsluitend leiding geeft aan de politiek van het kabinet.

De ministeries zijn alle te vinden rondom de praça do Commercio, het grootste en mooiste plein der stad, van waar het oog in de verte de Taag kan onderscheiden en verder de wijde haven tegen de groenende vlakten van Estramadura en den Palmellaheuvel.

Wat de administratieve organisatie aangaat, en als men het koloniale bezit ter zijde laat, is Portugal in 21 districten verdeeld, waarvan 17 vallen op het vasteland en vier op de Archipels der Azoren en der Maderagroep, aangeduid met den naam "aangrenzende eilanden". De districten worden weer verdeeld in concelho's, en de concelho's in freguezia's of gemeenten. Aan het hoofd van het district staat de civiele gouverneur, aan dat van den concelho een administrateur, die beide door den koning worden benoemd. De gemeente wordt bestuurd door een regidor, benoemd door den districtsgouverneur, en bijgestaan door een raad, de junta de parochia, bestaande uit drie of vijf leden, gekozen voor drie jaren en waarvan een geestelijke voorzitter is.