In Midden-Bretagne De Aarde en haar Volken, 1904
Part 10
De groote mis van Bulat heeft plaats op 8 September. Dat is de mis der bronnen. Hier wordt geen bloed vergoten, men vloekt niet en schreeuwt niet van woede. Het zoet gemurmel van het water komt van de negen bronnen van Bulat, één op het kerkhof, één aan den weg naar Callac, de zeven andere vijftig meter verder. Men komt van heinde en ver naar deze bronnen, om het geheim van gezondheid en geluk te leeren kennen. Jonge vrouwtjes komen erheen, als ze graag moeder willen worden. Een jong meisje legde, zegt men, 30 K.M. op de knieën af, om aan de mis te Bulat deel te nemen in 1830. Arm kind! Die moeilijke taak zal zeker niet van haar geëischt zijn door de weldoende geesten van de bronnen en de beken, die door Le Braz gevierd zijn, toen hij 's avonds in den nevel zich tot den dans groepeeren zag de dochteren van het water, van de eenzaamheid en van den nacht, de schoone Najaden van Bretagne.
Niet ver van Bulat ligt Bourbriac, waar de beschermheilige Saint-Briac aangeroepen wordt voor de genezing van krankzinnigheid en epilepsie. Ook hier weer ziet men droevige tooneelen, kreten, stuiptrekkingen en vele ongelukkigen, die gesteund worden door ouders en vrienden, opdat zij toch den drempel van het heiligdom zullen kunnen overschrijden.
Ze worden voortgeduwd en soms geslagen, opdat zij toch maar binnengaan, want zij moeten, om te herstellen, zeven jaren achtereen de bedevaart doen, en als zij struikelen, moeten ze telkens weer opnieuw beginnen. Ik ging van daar, om naar de almachtige en stille natuur te kijken. Vóór ik te Belle-Ile-en-Terre kom, het einde van dit tochtje, waar ik eenige dagen denk te blijven, wil ik eerst de binnenwegen van den omtrek leeren kennen.
Door Cludon en Kernevez begeef ik mij naar het bosch van Beffon. Dat is nog een overblijfsel van de groote bosschen, die in zeer oude tijden geheel Bretagne overdekten. Bretagne was zeker eens één aaneengesloten bosch. De kolonisten hebben het moeten ontbosschen, meter aan meter, en ze hebben er ontginningswerk verricht, om bebouwbaren grond te krijgen. Toen maakten zij zich woningen en bleven op de plaats gevestigd. Eiken, dennen, beuken, berken groeien op den grond tusschen heide en varens. De punten, waar de bodem een overvloed van humus bevatte, toonen nu de hoogste boomtoppen en de meeste bloemen. Het is alles bosch en nog eens bosch, forêt de Coat-an-Nay, forêt de Coat-an-Noz, Bois du Jour, Bois de la Nait, alleen door beekjes gescheiden.
Ik houd van Belle-Ile-en-Terre in het groenende land, waar de rivier zich door de beekjes vergezellen laat. Het plaatsje is een veilige toevlucht, résumé van alles wat ik reeds gezien heb. Iemand, die er gewoond heeft, spreekt mij van 't kleinsteedsche leven, de winkels en de handelsgebruiken en van de arbeiders uit de papierfabriek ginder aan de rivier. De ambtenaren en de burgers vormen een eigen maatschappij met vaste gebruiken, samenkomsten, feesten. De denkbeelden houden altijd voeling met het leven op het veld, met jacht en met die doodgewone dingen, die in en bij de huizen van de menschen plaats vinden. De omgeving is nu nog net als vroeger; niets is veranderd. Ook nu nog geeft alleen de marktdag levendigheid.
Stil vlood de tijd heen met slenteren door het stadje, uitstapjes naar Louargat, naar Plounevez, naar Menez-Bré, waar men op een driehonderd meter hoogen heuvel een oneindigheid van bosch ziet tot den horizon. En 's morgens zocht ik dan het Bosch van den Morgen, om door het Bosch van den Avond weer naar huis te gaan langs steile paden, waar ik in de hooge boomen het geluid van uilen hoorde.