In Het Rijk van Vulcaan de Uitbarsting van Krakatau en Hare Gevolgen

Part 9

Chapter 93,823 wordsPublic domain

Eene tweede reis om de wereld werd volbracht en na afloop van deze bezat zij nog energie genoeg voor eene derde. Eerst op de vierde reis om de aarde bezweek zij! De snelheid, waarmede die luchtgolf zich voortplantte, was ongeveer dezelfde als die van het geluid. Die snelheid werd wel is waar gewijzigd door de passaatwinden en luchtstroomingen en door de draaiing der aarde, maar die invloeden waren niet bij machte het verschijnsel belangrijk te wijzigen. De luchtgolf volbracht hare reizen om de wereld ten spijt van winden en stroomingen. Haar verblijf werd opgeteekend door den barometer in alle werelddeelen, in Europa: te Petersburg, Krakau, Budapest, Weenen, München, Lissabon, Rome, Brussel, Parijs, Greenwich, Utrecht; in Australië: te Melbourne en Sydney; in Amerika: te New-York, Mexico en Havana en in Azië: te Calcutta en Bombay. Kortom over de geheele aarde in alle metereologische observatoria, waar zelfregistreerende barometers zijn.

Ten einde een goed denkbeeld te krijgen van de reis door die golf afgelegd, zal ik een enkel feit aanstippen, ik ben daarbij verplicht een paar cijfers te noemen.

Het eerste bezoek, dat die golfbeweging te Parijs bracht, geschiedde den 27sten Augustus te twee ure des middags. Zij was te 10 uur 's morgens van Krakatau gegaan in oostelijke richting. Dit geeft een verschil van vier uur. Telt men hierbij het verschil in tijd van Krakatau en Parijs, dan heeft _de luchtgolf den afstand van Krakatau naar Parijs afgelegd in tien uren_.

Maar hier had de golf den kortsten weg genomen van Krakatau naar Parijs. Zij nam namelijk de reis over Hindostan, Arabië, Perzië en Turkije. De golf, die van Krakatau uit juist in tegenovergestelde richting reisde, kwam over de Groote Stille Zuidzee, Amerika en den Atlantischen Oceaan eveneens te Parijs aan. Zij deed op hare reis de tegenvoeters van Krakatau aan, en had dus den langsten weg gekozen. De eerste golf toch had slechts 103 graden van den grooten cirkel af te leggen, die Krakatau en Parijs op de aarde verbindt. De weg, dien de tweede golf nam, was daarentegen 257 graden. Die tweede golf kwam te Parijs den 28sten Augustus des morgens te vijf uur. Zij was toen vijf en twintig uren onder weg geweest. Toen de eerste golf Parijs den 27sten Augustus bezocht had en dáár den barometer twee millimeter had doen afwijken, vervolgde zij te twee ure des namiddags haar weg. Te Krakatau teruggekomen kon zij hare vaart niet matigen en reisde ten tweede male om de wereld. Ditmaal zag zij Parijs bij nacht, want zij verscheen aldaar tusschen den 28sten en 29sten Augustus des nachts te twee ure, zes en dertig uren na hare eerste komst te Parijs, om 37 uur later na nog eens eene reis om de wereld gemaakt te hebben, weer te Parijs terug te zijn. Ook de golf, die den langsten weg gekozen had, reisde van Parijs naar Krakatau terug. Ook zij zette hare reis voort; en den 29sten Augustus te 4 uur des namiddags ontmoeten wij haar al weer te Parijs. In 35 uur had ook deze golfbeweging de wereldreis volbracht.

Voordat dus in Europa eenig betrouwbaar bericht was aangekomen over de ramp van Krakatau, terwijl men in Indië zelf nog in 't onzekere verkeerde wat er eigenlijk gebeurd was, had de vulkaan van Krakatau zelf luchtgolven afgezonden als boden, die het einde der uitbarsting en het begin van het vernielingswerk op de vleugelen der atmosfeer aan het verst afgelegen plekje der aarde verkondigden.

HOOFDSTUK VII.

De waterbeweging.

Verschillende indruk van luchttrillingen en watergolven.--De reus onder de golven ontstond 27 Augustus te 10 uur.--Hoe is zij ontstaan?--De kleinere golven.--Het "gebied des doods."--De hoogte van den buitengewonen vloed langs Straat Soenda.--De hoogste stand 36 meter.--De buitengewone lage ebbe.--De beweging der zee is eene op- en neergaande.--Gevolgen van de overstrooming.--Het naar zee terugkeerende water.--De drijvende lijken.--Feestmaal der krokodillen, haaien en andere zeevisschen.--Vondst in de maag van een kakap.--Kluwens van boomstammen, lijken en huizen liggen in modderpoelen.--De plantengroei tegenover den modderregen.--Het begraven der lijken en het desinfecteeren.--Aantal verwoeste dorpen en slachtoffers der zeebeving.--In Indië is geen burgerlijke stand voor inlanders.--Waarom de schepen in straat Soenda niet vergaan zijn.--Golfbeweging in het algemeen is geen horizontale waterverplaatsing.--De golf te Tangerang en aan Java's Zuidkust. Het water liep van de Welkomstbaai naar de Indische zee.--Zondvloed op de eilanden Sebesie en Klein-Seboekoe.--Geen sterveling aldaar gered.

De uiterste grenzen van de golfbeweging.--Storingen in Australië en het Engelsche kanaal via Kaap Hoorn.--De storingen te Colon etc. hebben eene andere oorzaak.--Het verband tusschen zeediepte en snelheid van voortplanting.--De storing te Moltkehafen in Zuid-Georgië.--Dieptebepaling van den Indischen Oceaan als gevolg van de uitbarsting van Krakatau.

Uit een zuiver wetenschappelijk oogpunt zijn de luchttrillingen, die zich over de geheele aarde hebben uitgestrekt, zeker het meest belangrijke verschijnsel van de geheele uitbarsting. Maar, daar geen mensch ze kon hooren en daar ze geen vlieg kwaad hebben gedaan, zijn ze onopgemerkt voorbij gegaan.

Hoe geheel anders is het met de bewegingen, die de vulkaan veroorzaakte in de wateren van den Oceaan! In een vroeger hoofdstuk beschreef ik het vergaan van Telok Betong zooals het van de "Loudon" werd aanschouwd.--De golven, die wij toen zagen, en die Telok Betong en een groot deel van Anjer op den morgen van den 27sten Augustus te half zeven verwoest hebben, waren bij lange na niet de hoogste golven, die in die dagen door straat Soenda rolden. De reus onder de golven toch ontstond eerst later, toen de duisternis reeds was ingevallen. Niemand aanschouwde haar. Niemand kan met zekerheid zeggen hoe zij ontstaan is. Want geen sterveling heeft kunnen zien wat er op Krakatau gebeurde, den 27sten Augustus te 10 uur, toen die groote golf ontstaan is.

Bij de hydrographische opname van Straat Soenda heeft men nergens eene verontdieping van de zee waargenomen, behalve op de plaats, waar de beide nieuwe eilanden Steers en Calmeijer ontstaan zijn. Volgens Verbeek zijn die nieuwe eilanden geheel uit eruptie-materiaal opgebouwd. Ware het mogelijk, dat alleen de bovenlaag van deze eilanden uit uitwerpselen bestond, die rusten op een terrein, dat plotseling opgeheven is uit zee, dan zou zulk eene plotselinge opheffing van den bodem de oorzaak kunnen zijn van de groote golf, die het meeste kwaad gesticht heeft. Zulk eene golf kan ook ontstaan door eene onderzeesche uitbarsting. Maar als men let op de instorting van het grootste gedeelte van het eiland, die reeds op den namiddag van 27 Augustus van af de "Loudon" is geconstateerd, en die dus te gelijk met de uitbarsting of vlak daarna geschied moet zijn, dan kan het ook zijn, dat aan het in zee ploffen van den berg Rakata de grootste golf te wijten is.

De kleinere golven, bijv. die van half zeven 's morgens, die Telok Betong verwoestte, kunnen dan ontstaan zijn door het in zee vallen van groote hoeveelheden vaste stoffen, die de vulkaan uitbraakte en die eene waterbeweging te voorschijn riepen, zooals ieder die op kleine schaal zien kan, als hij een steen in het water werpt of als hij, zooals men zegt, "kringetjes spuwt."

Men heeft die golf "vloedgolf" genoemd. Ik zou haar liever "zeebeving" noemen. Trouwens de naam doet heel weinig ter zake.

Hoe dan die golf nu ook ontstaan is, zeker is het, dat het middelpunt der golfbeweging, het uitgangspunt der zeebeving, samenvalt met het middelpunt der vulkanische eruptie en dat de reusachtige golf, van Krakatau uit, zich voortgeplant heeft door de zee en vervolgens in intensiteit of in hoogte verminderd is, naarmate zij verder van Straat Soenda af was. En daar zij zich voortplant met eene zekere snelheid, zal het verschijnsel van den buitengewoon hoogen vloed en de lage ebbe van 27 Augustus hoe langer hoe later worden waargenomen naarmate men een punt beschouwt, dat verder van het middelpunt ligt. De vorm van de kust zal verder een belangrijken invloed hebben op de hoogte van dien vloed en waar de golf geen weerstand vindt in den Oceaan zal zij zich vrij wat sneller voortplanten dan in eene nauwe straat.

Het "gebied des doods", strekt zich in hoofdzaak uit tot de alluviaalstreek der kusten van Sumatra en Java, die op Straat Soenda uitzien. Die kustlanden zijn ten gevolge van die zeebeving, bezocht geworden door een vloed, die langs den Sumatra-wal 22 tot 24 meter steeg boven den gewonen zeestand. Langs het arme Bantam verhief zich de vloed 30 tot 36 meter.

Het water overstroomde de kust tot het stuitte tegen het gebergte. De alluviaalstreek vóór het gebergte heeft eene breedte van een tot tien kilometer. Dáár kunnen wij de ergste gevolgen van de uitbarsting verwachten.

Beschouwt men eene golfbeweging als eene slingering van het water in een vertikaal vlak, dan zal, als de _top_ van de vloedgolf 35 meter boven den gewonen zeestand ligt, het _dal_ van de golf 35 meter lager liggen dan die zeestand. Met andere woorden: op een vloed van 35 meter volgt onmiddellijk een ebbestand der zee van 35 meter beneden het gewone zeepeil.

De waarnemingen van den hoogsten vloed langs de kust waren gemakkelijk genoeg, daar het water voldoende sporen van zijne afwezigheid heeft achtergelaten. De laagste zeestand daarentegen kon natuurlijk in het gebied des doods niet waargenomen worden, daar hij gevolgd is op den zondvloed.

Op verschillende plaatsen echter heeft men bij de kleinere golven van 26 Augustus en bij de golf van 27 Augustus des morgens te half zeven, werkelijk een zeer lagen zeestand waargenomen ook in Straat Soenda. Men zag toen in zee klippen boven het water uitsteken, die nooit te voren bloot geweest waren, die tot nog toe bij de laagste bekende ebbe altijd blinde klippen bleven. Buiten Straat Soenda zijn die lage ebben nog beter waargenomen.

Te Batavia kon men met de hand visschen vangen in de leeggeloopen rivier, terwijl alle vaartuigen op het droge lagen, en te Benkoelen werden schildpadden, visschen en twee zeekalven door de inlanders buit gemaakt, toen die lage ebbe intrad.

Maar het zekerste bewijs voor mijne stelling: dat op den hoogen vloed eene nagenoeg even lage ebbe is gevolgd, geeft ons de zelfregistreerende peilschaal te Tandjong Priok, die de zeestanden gedurende die dagen automatisch heeft opgeteekend.

Is dus de beweging der zee eene slingerende (oscilleerende) geweest, dan volgde bijv. te Anjer op den ontzettenden vloed, die 35 meter hoog opliep, onmiddellijk een zeestand, 35 meter lager dan gewoonlijk. Er was dus op een zeker oogenblik een niveauverschil van bijna 70 meter tusschen het water dat Anjer overstroomd had en de lage zee op de reede! Gelijk een ontzettende waterval stroomde, of liever stortte dit water onder de werking der zwaartekracht naar zee terug, met eene ongekende snelheid, en bij gevolg met eene levende kracht, die zoo aanzienlijk was, dat men geen spoor van fundeeringen van huizen meer aantreft, en dat geheele stukken van de kust naar zee zijn medegesleept. Het spreekt van zelf, dat een dergelijke waterstroom ook alle boomen en menschen naar zee sleepte. De schepen, die in de volgende dagen door Straat Soenda voeren, zagen tal van lijken op zee drijven. Zoo rapporteerde de gezagvoerder van de mailboot "Batavia," dat hij den 3den September voorbij Vlakke Hoek varende, op eenige uren van de kust, tal van menschelijke lichamen zag drijven, die hij voor Chineezen aanzag, daar ze kale hoofden en staarten hadden.

Gedurende de dagen volgende op de uitbarsting vierden de krokodillen of "kaailui" zooals ze in Indië genoemd worden, die men in grooten getale aan de monden der Bantamsche rivieren aantreft, feest. Zij gingen te gast op de duizenden lijken, die de zee had medegesleept.

Niet alleen de haaien, maar ook de andere zeevisschen hadden gedurende dien tijd een koningsmaaltijd.

Te Serang kocht eene huisvrouw een kakap, een der smakelijkste Indische zeevisschen. Toen het dier geopend werd vond men in de maag twee menschenvingers, die nog van nagels voorzien waren. De visch, die ter markt kwam te Serang, was dan ook "moddervet" en werd gretig gekocht door de Chineezen ten einde ze te drogen.

Op de plaatsen, waar het gebergte bijvoorbeeld meer dan twee uren gaans van de kust verwijderd was, werd over die breedte alles overstroomd en vernield. Maar het naar zee terugkeerende water had minder verhang en dus minder snelheid. Het voerde dus niet alles mede, maar liet, behalve kolossale koraalblokken, die uit zee medegebracht waren, bovendien, evenals op een slagveld, de dooden liggen. Langs de Bantamsche kust lagen aldus op vele plaatsen lijken van paarden, buffels, stijlen en daken van huizen, door elkaar gewoeld tot onontwarbare kluwens met honderden ontwortelde boomen en menschenlijken. Dit alles kleefde vast in stinkende poelen, groote plassen, die de lage gedeelten van de terreinen in moerassen veranderden, met vuil, stilstaand water, gevuld. Maar het afschuwelijkste van alles was de vaalbruine, samenhangende modder, die, uit den slijkregen afkomstig, alles bedekte, voor zoover het ten minste niet onder eene vuilwitte aschlaag bedolven was, gelijkende op de sneeuw, die in eene Hollandsche stad de straten bedekt, als het eenigen tijd gedooid heeft.

Die asch en modder zijn natuurlijk niet alleen gevallen op het gebied, dat door de zee is overstroomd. Ook het binnenland tot op de hoogste bergen is met asch of modder bedekt. De vernietiging van den plantengroei is echter niet in evenredigheid met de dikte van de aschlaag. Waar slechts asch gevallen is, zijn de boomen niet allen omgevallen, en de rijstplantjes leven soms nog onder de poreuze laag. Maar waar de modder- of slijkregen, die zooveel zwaarder is, gewoed heeft, zijn de boomen geknakt en omgevallen. Daar is de oogst verloren, want de rijstplanten op de sawah's zijn dood en de koffieboomen op de hellingen der bergen hebben bloemen, bladeren en vruchten verloren.

De overvloedige regen, die in de dagen viel volgende op de uitbarsting, is gedrongen door de aschlaag, en al de planten, die niet verplet zijn door het gewicht van de modder, herleven. Weldra herwon de groene kleur de oude rechten, die zij in de tropen heeft.

In Bantam werden de lijken zooveel mogelijk begraven en men desinfecteerde met karbolzuur de stinkende, rottende poelen, terwijl overblijfselen van huizen en boomen met petroleum werden begoten en daarna in brand gestoken. Dit alles was zeer urgent, want men kon zich anders voorbereid houden op de eene of andere epidemie, ten gevolge van de rotting van zooveel organische zelfstandigheden van menschen, dieren en planten afkomstig. De energie, die in die dagen door de ambtenaren van het binnenlandsch bestuur is ontwikkeld, verdient onze bewondering.

Het was vooral noodig, dat er snel gehandeld werd. De resident van Bantam rapporteerde den 7den September, dus slechts 11 dagen na de ramp, dat er in de afdeeling Tjaringin reeds 4500 lijken begraven waren, en in de afdeeling Anjer 1517. Door deze getallen kan men zich een denkbeeld maken van de alles behalve benijdenswaardige taak, die op de ambtenaren van het binnenlandsch bestuur rustte. Zij hadden echter de voldoening, dat er geen epidemie uitbrak, en dat er spoedig geen onbegraven lijken werden gevonden op de Bantamsche kust.

Slechts weinig menschen sneuvelden ten gevolge van heete asch of werden bedolven onder puimsteen. De zeebeving is de groote vernieler geweest. Niet minder dan honderd vijf en zestig bloeiende dorpen of kampongs werden geheel vernietigd, terwijl bovendien honderd twee en dertig kampongs voor een deel verwoest werden. Zeven en dertig Europeanen vonden den dood door de zeebeving, terwijl er volgens de opgaven der hoofden niet minder dan 36380 inlanders, Chineezen en vreemde Oosterlingen omkwamen.

Daar er noch op Java noch op Sumatra een burgerlijke stand bestaat voor de laatste categorieën van personen, is op de absolute juistheid van dit cijfer geen staat te maken. Het is zeker wel wat te laag. We zijn wellicht niet ver van de waarheid, als wij het aantal der slachtoffers door de ramp van Krakatau stellen op 40,000.

Er waren tijdens de uitbarsting, behalve de "Loudon", nog negen schepen in Straat Soenda. Geen dezer schepen heeft eenige schade geleden door de golven, die zooveel onheil aanrichtten op de kust. Dit wekt wellicht bevreemding op. Maar het is zeer natuurlijk, als men er aan denkt, dat bij elke golfbeweging in de volle zee de waterdeeltjes slechts vertikaal heen en weer gaan, terwijl er geen beweging van water in horizontalen zin plaats vindt. Die vertikale waterbeweging plant zich voort door de geheele watermassa, evenals de loopende geluidsgolven zich door de lucht voortplanten, zonder dat de lucht zelf zich verplaatst. De golven gaan dus voort over het watervlak, maar het water blijft, waar het is. Een schip, dat in zulk eene golfbeweging is, gaat alleen op en neer, zonder daarom met groote vaart in horizontalen zin meegenomen te worden. Men ziet evenzoo, op een heuvel staande, soms den wind spelen door een veld korenaren. Duidelijk ziet men, dat er zich golven voortbewegen door het korenveld, maar de korenaren zelf gaan niet van hunne plaats. Daarom liepen de schepen in Straat Soenda weinig gevaar, al waren de golven ook nog zoo hoog, als het water maar diep genoeg was. Zij rezen op den top van de golven; de golven gingen door, maar lieten het schip achter, dat weldra in het golfdal was. Als nu maar dat golfdal niet zoo diep was, dat het schip stootte, dan was er alle kans, dat het de golven doorstond.

De beweging wordt echter geheel anders, wanneer de golven op zeer ondiep water of tegen de kust komen. Dan krijgen de waterdeeltjes eene aanzienlijke snelheid ook in horizontalen zin, dan overstroomen door de werking der zwaartekracht de lage stranden, dan gaat ook het vaartuig met de golf mede, zooals te Telok Betong gebeurd is met de "Barouw", die eenige kilometers van zee, binnen in het land is teruggevonden.

Ook buiten Straat Soenda heeft de golfbeweging, die van Krakatau uitging, belangrijke schade aangericht. In het gedeelte van de Javazee, dat aan Straat Soenda grenst, steeg de vloed 2 meter. Hier werd in Bantam de haven Karang Antoe en vele strandkampongs in het district Tanara overstroomd.

In de residentie Batavia werd de kust van Tangerang ongeveer 3 meter onder water gezet. De kustzoom, die overstroomd werd, was wel is waar smal, zij bedroeg slechts 1-1/2 kilometer; maar er verdronken toch nog ongeveer 1800 inlanders en meer dan 500 Chineezen, terwijl het dorp Kramat verwoest werd.--Wat er in de omstreken van Batavia gebeurde, weten wij reeds.--De Duizend eilanden stonden twee meter onder water. Aan de kust van Krawang werden een paar kampongs overstroomd; hier is echter de grens van de verwoesting door de golven aangericht. Want in het gedeelte der Javazee, dat Oostelijk ligt van den Hoek van Krawang, zijn wel verheffingen en dalingen van den zeespiegel waargenomen, maar deze waren te gering om schade aan te richten. Op de peilschalen te Soerabaja en in de Straat van Madoera zijn de storingen nog duidelijk afgelezen, maar zij zijn zeer gering.

Langs de Zuidkust van Java heeft de golf niet veel schade gedaan. Te Tjilatjap steeg de vloed 2 meter. Zestien inlandsche vaartuigen werden van hunne ankers geslagen. De Zuidkust van Java is over 't algemeen steil, er is geen strand en het gebergte rijst er als 't ware uit zee op. De golf kon hier dus weinig schade aanrichten.

Aan den ingang van Straat Soenda op Java's Eerste punt staat de vuurtoren, die tengevolge der bekende aardbeving op 1 September 1880 middendoor knapte. Tijdens de uitbarsting zijn geene aardbevingen waargenomen, en daar de vuurtoren op een hooge rots is gebouwd, is hij niet door de wateren bereikt. De dorpen in den omtrek zijn wel is waar verwoest, maar de bewoners waren grootendeels op de rots gevlucht, waar de vuurtoren staat, zoodat er slechts een twaalftal omkwamen.

Tusschen Java's Tweede en Derde punt ligt de Welkomstbaai. Het water is hier zóó hoog gestegen, dat het zijn weg genomen heeft dwars over de kust naar den Indischen Oceaan. Gedurende dien tijd was dus Java's Eerste punt met den berg Pajoeng een eiland.

Het Prinseneiland, dat aan den ingang van Straat Soenda ligt, werd voor een gedeelte overstroomd. Het water steeg hier 15 meter en sleepte 56 personen in zee. De verwoesting, die hier plaats greep, is vrij wat minder dan die op de eilanden dicht bij Krakatau gelegen. Zoo steeg de zee 30 meter bij het eiland Sebesie, gelegen tusschen Krakatau en den Sumatra wal.

Men zal nooit te weten komen wat het lot der inwoners van Sebesie geweest is. Want van de drie duizend zielen, die de bevolking telde, is geen mensch gered. Evenmin als van de honderd vijftig inwoners van het eilandje Klein-Soeboekoe. Vermoedelijk heeft de vloed hen allen weggespoeld.

Langs de Westkust van Sumatra heeft men de vloedgolven nog tot Ajer Bangies waargenomen; zoo ook op het eiland Biliton.

Op de eilanden Ceylon en Mauritius zijn belangrijke storingen in den zeestand waargenomen, die aan de golven van Krakatau worden toegeschreven.

De uiterste grens van voortplanting der golven naar het Zuiden en Oosten is de Westkust van Australië, maar naar het Westen overschreden zij Kaap Hoorn. Kleine afwijkingen in ebbe en vloed, waargenomen in het Engelsche Kanaal, zijn waarschijnlijk de laatste stuiptrekkingen van deze Krakataugolven geweest.

De storingen, die in die dagen in de getijen zijn waargenomen op verschillende andere plaatsen, te Colon, aan de landengte van Panama, te San Francisco in Californië en op Nieuw Zeeland, werden door velen ook aan de Krakataugolven toegeschreven. Een nauwkeurig onderzoek heeft echter aangetoond, dat zij onmogelijk hiermede in verband kunnen staan.

De snelheid van voortplanting eener golfbeweging in zee is in hoofdzaak afhankelijk van de diepte der zee. Hoe ondieper de zee, des te minder snel is de voortplanting der golven. Er bestaat zulk een eenvoudig verband tusschen zeediepte en snelheid der golfbeweging, dat men met eenige benadering de eene uit de andere kan afleiden. Kent men de achtereenvolgende tijdstippen, waarop de storing der getijen tengevolge van de uitbarsting heeft plaats gehad en den afstand, waarop die plaatsen van Krakatau verwijderd zijn, dan kan men daaruit de gemiddelde diepte der zee berekenen. Op vele plaatsen was die zeediepte bekend en men had dan een goed middel tot contrôle van de gebruikte formules. Maar daar, waar de zeediepte niet bekend is, kon men met die formules de zeediepte berekenen.

Toevallig was er juist op den dag der uitbarsting door eene Duitsche Zuidpool-expeditie eene zelfregistreerende peilschaal opgesteld op het eiland Zuid-Georgië te Moltkehafen. De storingen tengevolge van Krakatau zijn hier met groote juistheid opgeteekend, terwijl de tijden ook nauwkeurig zijn aangegeven. De heer Verbeek berekende uit deze waarnemingen, dat de zee tusschen Krakatau en Zuid-Georgië gemiddeld niet minder dan 6340 meter diep moet zijn. In verband met eenige weinige dieptebepalingen in die streken, door de "Gazelle" in 1875 verricht, trekt hij het besluit dat er ten Zuid-Zuid-Oosten van Java een lang gestrekt diep bekken ligt tusschen Australië aan de eene zijde en de eilanden Amsterdam, St. Paul en Kerguelen aan de andere.

Het is zeker niet het minst merkwaardige gevolg van de uitbarsting, dat zij ons uitsluitsel heeft gegeven over de diepte van den Indischen Oceaan!

HOOFDSTUK VIII.

Het gebied der uitgeworpen stoffen.