In Het Rijk van Vulcaan de Uitbarsting van Krakatau en Hare Gevolgen
Part 8
Maar de wereld van Vulcaan is geheel in rust. Krakatau rust op zijne lauweren. Het is wèl geweest.
_Pour la bonne bouche_ in den nacht van 28 tot 29 Augustus nog wat aschregen--en wij zijn eindelijk in den Indischen Oceaan. De eerste haven, die de "Loudon" aandoet is Kroë of "Krooi", zooals de Hollandsche matrozen zeggen. Wij praaien daar de stoomboot van de Nederlandsch Indische Stoomvaart-Mij. "Graaf van Bylandt", die van Padang komt met het plan Straat Soenda in te gaan. Nadat kapitein Lindeman den gezagvoerder het een en ander verteld heeft over de verwoesting van Straat Soenda, vervolgt de "Bylandt" hare reis.
Te Kroë heeft men geen vloedgolven waargenomen. Maar daarentegen heeft men in de richting van Krakatau van 26 Augustus 's middags te 3 ure kanonschoten, luchttrillingen, schokken en donder gehoord tot 28 Aug. toe.
Ook hier is de zon geheel verduisterd geweest; terwijl de thermometer van den controleur Dr. D.W. Horst des middags daalde tot 73° Fahrenheit. Ook is er veel asch gevallen. De kust ziet er uit als een Hollandsch landschap, waar eenige sneeuw gevallen is. Maar het is ons eene verademing weer aan zee dorpen te zien liggen, die niet verwoest zijn.
Den volgenden dag zijn wij te Benkoelen, alwaar wij vernemen, dat men van de uitbarsting ongeveer evenveel gemerkt heeft als te Kroë.
Alleen heeft men te Benkoelen een bijzonder hoogen vloed opgemerkt, die voorafgegaan werd door eene buitengewoon lage ebbe, die zoo gauw afliep, dat visschen, schildpadden en zeekalven op het droge achterbleven. Hoe verder Noordelijk, des te minder schade heeft het natuurverschijnsel aangericht. Allen echter, die wij spraken, waren het er over eens, dat gedurende minstens een etmaal telkens een geluid als van een kanonschot was gehoord.
Zeer vreemd is het zeker, dat aan boord van de "Loudon" van dit geluid niets gehoord is, terwijl zij toch tijdens de uitbarsting in het centrum van werking was.
Den 30sten Augustus komt de "Loudon" op de reede van Padang. Wat zijn wij allen dankbaar, dat wij er heelhuids zijn afgekomen!
HOOFDSTUK VI.
Het gebied der schoten en luchttrillingen van Krakatau.
Wat men te Padang meende, toen de schoten gehoord werden.--In Atjeh gelooft men, dat er een gevecht plaats heeft.--Op de "Loudon" is geen geluid vernomen.--Uiterste punten van het gebied van het geluid der schoten.--Het geluid op Java.--De geluidscirkel.--Over 1/14 der aard-oppervlakte is het geluid gehoord.--Veronderstelling dat Krakatau te 's Gravenhage lag.--Eerste berichten in Europa over de ramp.--Het gebeurde te Batavia, op Onrust, te Tandjong Priok.
De onhoorbare geluiden tijdens de uitbarsting.--Oorsuizingen.--Benauwdheid, omvallen van voorwerpen.--De reuzentrilling van den 27sten Augustus te 10 uur.--Zij doet eene reis om de aarde in 35 uur.--Tweede reis om de aarde.--Derde reis om de aarde.--De luchtgolven als snelboden der uitbarsting.
Er is nog nooit op aarde, zoo lang menschengeheugenis reikt, een geluid voorgebracht, dat gelijktijdig is gehoord over zulk eene uitgestrektheid, als de schoten van Krakatau.
Toen de "Loudon" te Padang aankwam, vernamen wij, dat over geheel Sumatra van den 26sten Augustus tot den 27sten Augustus kanonschoten gehoord waren, gepaard met luchttrillingen.
Zooals bekend is geeft Sumatra, op het gebied van Vulcaan, Java niet veel toe; aardbevingen en geluiden zijn er geen zeldzaamheid. Maar de kanonnade van 26 tot 27 Augustus was zoo buitengewoon hevig, dat men zich toen toch ernstig ongerust maakte.
Natuurlijk schreef men overal op Sumatra die geluiden toe aan eene vulkanische uitbarsting, hier van den Merapi, daar van den Dempo, ginds van den Piek van Indrapoera.
Merkwaardig was de verzameling telegrammen, die, op het gouvernementsbureau te Padang aanwezig, waren uitgewisseld met alle mogelijke plaatsen van Sumatra. Hieruit bleek ten slotte duidelijk, dat geen der Sumatraansche vulkanen de schuldige was. Maar meer wist men er niet van, daar de onderzeesche telegraafkabel, die van Anjer naar Telok Betong loopt, gebroken was en bovendien (hoewel men hiermede te Padang niet bekend was) de beide telegraafkantoren, zoowel te Anjer als te Telok Betong verdwenen waren. Eerst na de komst van de "Loudon" verspreidde zich te Padang de tijding, dat Krakatau de oorzaak was van die geluiden.
Men was daar niet in de verleiding gekomen, om aan een werkelijken veldslag te gelooven. Dit was echter wel het geval in Atjeh. Te Atjeh werden de geluiden onder anderen gehoord door de posten te Malaboeh, te Anagaloeng en te Kleh Gambing in eigenlijk Atjeh, en te Edi op de Oostkust.
De geluiden hadden zulk eene treffende overeenkomst met een infanteriegevecht, vergezeld door artillerie, dat de kommandanten der posten overtuigd waren, dat er eene nabijzijnde benting werd aangevallen door de Atjehers met geweervuur en dat men zich verdedigde met artillerie. Te Kotta Radja, de hoofdplaats van onze vestiging in Atjeh, zond de militaire commandant ordonnansen uit om te onderzoeken welke post aangevallen werd. Opmerkzaamheid verdient dat een paar marineschepen ter reede van Oleh-leh, nabij Kota Radja, volgens een telegram van den commandant der Marine in de Atjehsche wateren, geen geluiden gehoord hebben evenmin als de schepen te Boeleleng (eiland Bali).
Wij herinneren ons, dat op de "Loudon" evenmin eenig geluid is vernomen, terwijl wij vlak bij den vulkaan lagen en om ons heen alles heeft getrild van de kracht der schoten.
Te Timor en te Makassar meende men, dat er een zeegevecht werd geleverd of wel dat er een schip in nood was, zoodat de aldaar gestationneerde oorlogsschepen werden uitgezonden om te onderzoeken wat er gebeurde.
Op het eiland Ceylon meende men, dat er een of ander oorlogschip schietoefening hield met zwaar geschut.
Dergelijke geluiden hoorde men op Nieuw Guinea, West- en Zuid Australië en Birmah.
Op de Chagos-eilanden, te Diego Garcia gelegen op meer dan 30° afstand van Krakatau en te Rodriguez, meer dan 40° Zuid-West van Krakatau, zijn de geluiden zoo sterk gehoord, dat men ook daar aan noodseinen van schepen dacht.
Laten wij nog eens een kijkje op Java nemen tijdens die benauwde dagen. Het is begrijpelijk, dat men overal de schoten, die gehoord werden, toeschreef aan vulkanen, die dicht bij waren. Zoo meende men in de Preanger, dat de Gedeh werkte. In Tegal veronderstelde men eene uitbarsting van den Tjermai; in de residentie Bagelen beschuldigde men den Slamat en in Kedoe den Sendoro. In Solo en Semarang dacht men aan den Merapi; in Soerabaja vreesde men, dat de Keloet zich gereed maakte voor eene uitbarsting; in Kedirie zag men daarentegen dat de Keloet rustig was en gaf men de schuld aan den Wilis. In Bezoeki eindelijk schreef men het geluid toe aan den Lamongan of aan den Rawoen.
Dat de uitsluitende oorzaak van alles het onaanzienlijk, kleine vulkaantje op Krakatau was, tot dit besluit is men eerst gekomen toen er na die vreeselijke natuurverschijnselen dagen van rust en kalmte waren aangebroken.
Als men van Krakatau uit als pool een cirkel trekt op de aarde van 32° straal (3555 kilometers), dan heeft men de streek op aarde, waarbinnen het geluid gehoord is. De middellijn van dien cirkel is dus 64° of een zesde van den geheelen omtrek der aarde. En de oppervlakte van het deel der aarde, waarbinnen het geluid gehoord is, is meer dan 1/14 van de oppervlakte der aarde.
Ik vrees, dat al die cijfers en namen van eilanden den lezer zeer koud zullen laten en hem toch geen goed denkbeeld zullen geven van de afmetingen van den geluidscirkel. Laten wij daarom eens voor een oogenblik de onwaarschijnlijke veronderstelling maken, niet dat den Haag gebombardeerd wordt, maar omgekeerd dat er in 't vorstelijk 's Gravenhage kanonnen werden afgeschoten van de zelfde kracht als de vulkaan van Krakatau of met andere woorden: stel dat den Haag een vuurspuwende berg was van het kaliber Krakatau. Dan zouden de schoten gehoord zijn op Groenland, IJsland, Spitsbergen, Lapland, Finland, te Petersburg, Odessa, Alexandrië, Jeruzalem; verder in geheel Afrika benoorden den kreeftskeerkring. De uiterste Westelijke punten zouden dan zijn de Kaap-Verdische eilanden en de Azoren. Laten wij ons beeld nog eens uitwerken. Gelooft ge dat, als men te gelijk te Jeruzalem te Petersburg en op Groenland een dergelijk geluid hoorde, er spoedig iemand op het denkbeeld zou komen dat al die geluiden van één bron afkomstig waren, ook al wist men toevallig, dat er in den Haag een vuurspuwende berg was, die van tijd tot tijd uitbarstte?
Het was dus volstrekt geen bewijs van stompzinnigheid, dat men op sommige plaatsen het een alleronzinnigst denkbeeld vond, dat een vulkaan, die 600 uren gaans verwijderd was, de oorzaak dier schoten zijn zou, terwijl er bovendien tal van vulkanen in de richting der schoten lagen op veel korteren afstand.
De eerste berichten over de ramp, in Europa verspreid, vermeldden dan ook merkwaardige bijzonderheden. Zoo kon men in het Fransche dagblad "le Gaulois" van 5 Sept. 1883 lezen, dat een derde der 45 vulkanen van Java tegelijk gewerkt hadden en dat er te Batavia 20000 Chineezen en 100 Europeanen waren omgekomen. Ik herinner mij ook, dat eene der groote buitenlandsche illustraties in die dagen prentjes gaf van den Boro-Boedoer-tempel in de residentie Kedoe, die, zooals zij meende, met geheel Java vernietigd was geworden.
De uitsluitende oorzaak, de motor van al de ellende die in Indië geleden is, was echter de vulkaan van Krakatau. Geen der vulkanen van Java heeft zich er mee bemoeid. Zij waren wellicht van meening, dat Krakatau het alleen wel af kon.
Wat nu echter het zoo even vermelde praatje betreft, dat er te Batavia zooveel personen waren omgekomen, zoo kan dit wel een gevolg zijn van zekere leemten in aardrijkskundige kennis, die men wel eens meer opmerkt bij het geestigste volk van Europa.
In hetzelfde bericht van de "Gaulois", dat wij boven aanhaalden, wordt immers ook gesproken van de stad Bantam en het eiland Serang. Aan het woord "Batavia" verbond men dus wellicht (_pars pro toto_) het begrip Java, Sumatra, of andere eilanden, in 't algemeen die verafgelegen streken, die men zonder nadere aanduiding te Parijs zoo gaarne "l'extrême orient"--het verre Oosten--noemt.
Frankrijk staat echter niet alleen. De redactie van de Engelsche "Daily News" wilde aan hare lezers een uitvoerig verslag mededeelen, uitvoeriger dan de magere Reuter-telegrammen; en bij gebrek aan eenigen correspondent in Indië heeft men de onbeschaamdheid gehad om, zonder iets van Indië noch van de uitbarsting af te weten, berichten te phantaseeren. Zoo ontstond er een verhaal, dat nog ongelooflijker was dan dat van de "Gaulois", en dat gretig werd overgenomen door andere bladen, tuk op sensatie, terwijl het steeds grootere afmetingen aannam. De vijf en veertig vulkanen van Java zouden te gelijk hebben gewerkt, en vooral de Papandajan zou ontzettende verwoestingen aangericht hebben. Plotseling begint ook, volgens die berichten, de vulkaan "Tankohabie", (die niet bij naam op Java bekend is), vuur te spuwen. Het aantal slachtoffers telt men bij "honderdduizenden", waarvan de meeste te Batavia.
Om echter duidelijk te doen zien, dat er in onze hoofdstad niet zulk eene slachting is aangericht, als de "Gaulois" en "Daily News" meenden, zullen wij nog eens nagaan wat er te Batavia gebeurd is.
Toen te Batavia den 26sten Augustus des namiddags de knallen en het gerommel begonnen van uit het Westen, en toen er des nachts in die richting een dof-roode gloed was waar te nemen, stelde men zich algemeen gerust met de gedachte, dat dit aan niets toe te schrijven was dan aan eene hernieuwde werking van den vulkaan Krakatau; en daar de eerste uitbarsting in Mei geen andere herinneringen had achtergelaten, dan de aangename souvenirs van een heerlijken pic-nic, koesterde men in 't geheel geen vrees.
Maar toen die schoten in hevigheid toenamen en er te half twee een slag viel die gepaard ging met zulke luchttrillingen, dat de gaslantaarns en de gaslampen plotseling uitgingen, terwijl deuren en vensters klapperden, toen was men in 't geheel niet meer gerust. Velen hielden het thuis niet meer uit, daar zij aardbevingen verwachtten, allen zagen in groote spanning den morgen te gemoet.
"De morgenstond verscheen, maar in plaats van te lichten met dien doorzichtigen glans, welke de morgenure in het Oosten kenmerkt, hield de zon zich schuil en het geheele uitspansel was als in nevelen gehuld."
Zoo beschreef het "Bataviaasche Handelsblad" de morgenimpressies van 27 Augustus.
Schokken of aardbevingen werden niet gevoeld. Geen voorgevoel waarschuwde de bewoners van de Noordkust van Bantam. Evenmin verwachtte iemand te Batavia de dingen, die komen zouden. De menschelijke zintuigen zijn toch zeer onvolkomen, als men ze vergelijkt met het scherpe waarnemingsvermogen der dieren, die geheimzinnige gave, welke wij met het niets beteekenend woord "instinct" aanduiden. Dit instinct der dieren verloochende zich ook nu niet. _Groote zwermen zeevogels trokken in den morgen van 27 Augustus van den zeekant over Batavia._ Zij waren dus gewaarschuwd voor het dreigende gevaar. "Hoe is zoo iets mogelijk", zal men vragen. "Is het wel waar?" Ja lezer, de zeevogels van Straat Soenda waren knapper dan de veertig duizend ongelukkige menschen, die door de ramp zijn omgebracht, en die door geen inwendige stem werden vermaand het gevaarlijke zeestrand te ontvluchten.
Hoe echter die vogels er toe kwamen om tijdig Straat Soenda te ontvluchten, op deze vraag moet ik het antwoord schuldig blijven. Men verbaast zich soms over de "domheid" der Grieken en Romeinen, die uit de vlucht der vogels de toekomst voorspelden. Wie weet of die volken, scherpe opmerkers als zij waren, niet meermalen een dergelijk voorgevoel bij vogels hadden waargenomen, dat hen waarschuwde voor gevaar. Is het dan gewaagd te veronderstellen dat deze geheimzinnige gave der vogels, die ons nu even onverklaarbaar is als hun, de eerste aanleiding is geweest tot de vogelwichelarij, die zulk eene groote rol speelt in hunne geschiedenis?
Keeren wij naar Batavia terug. De inwoners waren in den morgen van 27 Augustus weder tot kalmte gekomen.
Toen viel er te half negen zulk een zwaar schot, dat de huizen kraakten. Het werd donker; door het uitblijven van het zonlicht daalde de temperatuur verscheiden graden; men huiverde van koude; op het midden van den dag waren alle lampen aangestoken. Eensklaps stonden alle zaken stil; in de benedenstad, waar alle pakhuizen en kantoren zijn, moest men in allerijl kaarsen opsteken, want de gasfabriek geeft over dag geen drukking genoeg in de leidingen. De koelies, meestal Bantammers, liepen weg, en de meeste Europeanen verlieten hunne bezigheden en ijlden naar hun gezin in de bovenstad. In de Chineesche kamp ontstond een paniek. Wie een prauw kon bemachtigen, bracht zijne vrouwen, kinderen, kostbaarheden en leeftocht daarin, niet wetende, dat juist het water, waaraan hij zich ging toevertrouwen, in die ure zijn grootste vijand was.
Tegen den middag rees het water schrikbarend; het kwam uit zee langs de geheele Noordkust van Java aanzetten, drong de rivieren in, en deed die buiten de oevers treden, zoodat ook de benedenstad onder water gezet werd. Prauwen, stoombooten, tambangans (roeibooten) worden driftig, bonzen tegen elkaar, of komen tegen de brug aan op het Heemradenplein. Het water bereikte eene hoogte van 1.40 M. boven het gewone vloedpeil. Het water in de Kali Besar zwol meer dan een meter en de stroom van het water was stroomopwaarts gericht. Het lagere gedeelte van Pintoe Ketjil (de kleine Boom) en Pasar Ikan (de Vischmarkt) overstroomde. Nabij de Stadsherberg zette het water kleine en groote prauwen en rivierstoombootjes op den wal. Het water in de Kali Besar was modderig en dik; het zag er zwart uit en verspreidde een onaangenamen geur.
Een gedeelte van de inlandsche bevolking van de benedenstad vluchtte. Die hooge vloed werd gevolgd door eene lage ebbe, al het water liep weg, het bed van de rivier tusschen het Waterkantoor en de Stadsherberg liep geheel droog, zoodat de visschen achterbleven en de vaartuigen evenals Scheveningsche pinken op het droge bleven liggen of wel tegen den kaaimuur aanhingen door middel van hunne kabels.
Des namiddags vermindert de duisternis langzamerhand, maar er is zooveel asch in de lucht, dat men niet duidelijk zien kan. Vele inlanders in de benedenstad zitten neergehurkt voor hunne huizen en wachten kalm de gebeurtenissen af, terwijl ze in vrede een sirih-pruimpje kauwen of een stroosigaartje rooken en een pelitah (klein lampje) naast zich hebben. Intusschen had de gasfabriek voor drukking gezorgd. Op Molenvliet waren de talrijke warongs (stalletjes) allen verlicht. Te 2 ure kwam eene nieuwe golf, doch niet zoo hoog als de vorige. Toch overstroomde weer de Kleine Boom en Pasar Ikan. Honderden inlanders vermaken zich met de visschen te vangen, die door de terugloopende wateren werden achtergelaten.
In de rivieren loopt een modderachtige vloeistof met schuim bedekt, waarin de visschen bedwelmd werden. Er zijn echter weinig ongelukken gebeurd. Een paar oude vrouwen, die zaten te visschen bij den Vuurtoren, zijn verdronken, eenige grazende geiten zijn verzwolgen door het water. Ook zijn er eenige stukken kaaimuur verzakt langs het oude Havenkanaal.
Te Onrust, een eiland op de reede van Batavia, waar het marine-etablissement is, ontstond ten gevolge van de vloedgolf een groote schrik onder het werkvolk. Een gedeelte van het eiland liep onder. Dank zij de kalmte der opzichthebbenden zijn er geen groote ongelukken te betreuren, hoewel het groote dok, waarin een schip lag, tegen een stoomboot aandreef. Het drijvend dok, dat zich bevond bij het eiland Amsterdam nabij Onrust, is daarentegen den 27sten Augustus losgeraakt en weggedreven.
De groote werken voor de haven van Batavia zijn gelegen te Tandjong Priok, Oostelijk van de reede van Batavia. Aan den ingang van de haven bevinden zich twee havendammen, waarvan het lichaam bestaat uit trachietblokken, die uit de groeven van Merak afkomstig zijn. De haven is verbonden met Batavia door een kanaal en een spoorweg. Die havenwerken hadden 17 millioen gekost en waren in eigen beheer zonder tusschenkomst van aannemers in vijf jaar voltooid onder de energieke leiding van den hoofdingenieur van den waterstaat J. de Gelder.
Men had bij het ontwerpen en het uitvoeren dezer havenwerken als basis genomen de bekende cijfers van den hoogst bekenden vloed, zijnde 1.20 meter boven Batavisch peil of boven nul, en van de laagste ebbe 0.20 M. beneden nul. Maar die cijfers zijn niet gebaseerd op zeebevingen. Vooral de buitengewone lage ebbe, die afliep tot 3.20 meter beneden Bataviaasch peil en die onmiddellijk volgde op een vloed van 2.35 M + B.P. gaf in de kanalen aanleiding tot hevige stroomen of wielingen gelijkende op echte watervallen. Op het oogenblik dat het water op zijn laagst was, waren de fundeeringen der kaaimuren en de landhoofden van de groote draaibrug in den spoorweg van Batavia naar Tandjong Priok geheel ontbloot.
Zelden heeft een waterstaatswerk eene zoo degelijke "beproeving" ondergaan. De gronddruk toch, waaraan de fundeeringen dier werken bloot stond, overtrof met vijf en twintig procent den grootsten druk, waarop in het project gerekend was.
Over het algemeen hebben die werken zich goed gehouden.
De Oostelijke havendam is echter bij het afloopen van de eerste golf verzakt over eene lengte van 300 meter.
Die verzakking bedraagt als maximum 3 meter.
Maar noch bij de kaaimuren, noch bij de bruggen zijn scheuren of verzakkingen op groote schaal waargenomen.
Een beter bewijs voor de soliditeit der uitvoering is zeker moeilijk te leveren.
De zelfregistreerende peilschaal te Tandjong Priok heeft de geheele waterbeweging van die woelige dagen getrouwelijk opgeteekend. Die waarnemingen zijn daarom van zooveel belang, omdat zij natuurlijk ontbreken in de kustplaatsen, die verwoest zijn. De invallende duisternis zou daar trouwens toch alle waterstand-aflezingen verhinderd hebben.
Wij zagen, dat de schoten van Krakatau over 1/14 van de oppervlakte der aarde gehoord zijn.
Of wij een geluid hooren of niet hangt van de menschelijk zintuigen af. Het is werkelijk geen paradox als men zegt, dat er geluiden zijn, die de mensch niet kan hooren, zooals er ook lichtgevende stralen zijn, die men niet kan zien!
De geluiden, die de mensch niet kan hooren, verschillen in soort niet van de hoorbare geluiden.
Beide zijn luchttrillingen; er bestaat slechts een quantitatief, niet een qualitatief verschil tusschen hen. Want wij hooren alleen de tonen, die een bepaald aantal trillingen per seconde maken. Daarboven en daarbeneden ligt eene onhoorbare tonenwereld, die even zoo goed bestaat als de hoorbare "harmonie der sferen." Het zijn de onhoorbare trillingen, die b.v. bij een kanonschot de glazen doen rinkelen of breken. Maar ook, als het kanonschot niet gehoord wordt, kunnen die stille geluiden de lucht beroeren. De beweging der lucht kan dan niet met het oor waargenomen worden als toon, maar dikwijls speurt men haar door suizingen in de ooren, door de beweging van voorwerpen. Ja, die beweging kan zoo sterk worden, dat men zou zweren met eene aardbeving te doen te hebben.
Niet het minst merkwaardige verschijnsel bij de uitbarsting zijn die onhoorbare luchttrillingen geweest. Ze zijn opgeteekend over de oppervlakte van onze geheele aarde door de zelfregistreerende barometers van alle metereologische stations op aarde.
De storingen, die deze barometers vereeuwigd hebben, bestaan uit eene plotselinge rijzing van den barometer, gevolgd door eene diepe daling of depressie.
Hoe dichter bij Krakatau, des te sterker zijn die storingen. Zij waren op de "Loudon" zoo sterk, dat zij hevige suizingen in de ooren veroorzaakten en een onbeschrijfelijk gevoel van onwel zijn; men hoorde dáár de luchtgolven niet met het zintuig van het geluid, maar men gevoelde ze als eene benauwdheid, tot stikkens toe. Het waren dezelfde trillingen, die te Batavia de vensterglazen deden springen, en die in de residentie Pasoeroean op het land Alkmaar de muren der woningen deden scheuren.
Ééne luchttrilling is er geweest, die als een reus uitsteekt boven de andere. Zij geeft het slot aan van de eruptie, de indrukwekkende apotheose van de uitbarsting, die den 27sten Augustus te 10 ure plaats vond. Toen schoten met een vreeselijken knal eenige kubieke kilometers vaste stoffen de lucht in. Toen geschiedde de ontzettende instorting van het eiland, de indompeling in zee van eene massa, die de zeebeving te voorschijn riep; toen ontstond de aschwolk, die den stikdonkeren nacht veroorzaakte, welke zich over al de kusten van Straat Soenda uitstrekte.
Toen ontstond eene luchttrilling, die machtiger was dan al deze natuurverschijnselen te zamen. Zij werd niet waargenomen door de onvolkomen menschelijke zintuigen, maar zij bracht het luchtvormig omhulsel van onze geheele planeet in beroering.
Van Krakatau als uitgangspunt ging op dat oogenblik eene luchtgolf uit in alle richtingen. Die luchtgolf ging langs een grooten cirkel om de aarde heen tot de tegenvoeters van Krakatau en keerde weder tot haar uitgangspunt terug. In ongeveer 35 uren werd die reis om de wereld verricht. Toen die luchtgolf ten tweedenmale Krakatau beroerde was hare kracht nog niet uitgeput.