In Het Rijk van Vulcaan de Uitbarsting van Krakatau en Hare Gevolgen

Part 3

Chapter 33,783 wordsPublic domain

Soms is echter het eerste bedrijf van de uitbarsting, het rustig afvloeien der lavastroomen uit den krater. Dikwijls breken zij door zijdelingsche openingen. Ook die lava bevat veel waterdamp, zoodat een lavastroom, zooals de beroemde geoloog C. Vogt zegt, er in de verte uitziet als een spoortrein, uit werklocomotieven saamgesteld, die over de geheele lengte stoom uitstoot. Men verstaat door lava niet een bepaald gesteente, maar in 't algemeen, alles wat in den gesmolten toestand uit den vulkaan afstroomt. De afkoeling van de lava geschiedt langzaam. De lavastroomen, die in 1858 uit den Vesuvius waren afgevloeid, waren in 1864 nog zoo heet, dat er eieren in gekookt werden door de touristen. Zijn zij bekoeld, dan vormen zij eigenaardige gesteenten, die tot de trachyt- en basalt groep behooren.

Binnen in de vloeibare lavastroomen ontstaat dikwijls ontwikkeling van stoom, als de buitenzijde reeds afgekoeld is. Hierdoor hebben er dan kleine uitbarstingen plaats op den lavastroom, en er ontstaan slakkenkegels van eenige meters hoogte.

Bij vele uitbarstingen hebben geene uitstroomingen van lava plaats. Krakatau heeft b.v. in 1883 in 't geheel geen lavastroomen te voorschijn gebracht.

De hoogte der vulkanen is zeer verschillend. In de Andes van Zuid-Amerika zijn de vulkanen tegelijk de hoogste bergen. Zoo is de Chimborazo 6300 M. en de Sahana zelfs 6800 M. hoog.

De bekende vulkaan Ararat verheft zich 5200 M., de Piek van Teneriffe 3600 M. en de Etna 3300 Meter. De Japansche vulkanen zijn daarentegen laag. Sommigen verheffen zich slechts weinige honderden meters boven de zee. Maar er zijn ook vele voorbeelden van onderzeesche uitbarstingen. Dan vermengt zich het zeewater met de lava en de uitwerkselen zijn vreeselijk. En nog veelvuldiger gebeurt het, dat tijdens de uitbarsting ruimten instorten, die vroeger met lava gevuld waren, doch die nu geledigd werden, doordat de lava uit den vulkaan wordt geperst. Dan vindt menigmaal het zeewater zijn weg naar den vulkanischen haard, en eene verbazende ontplofting is het gevolg, waarbij dan plotseling eenige kubieke kilometers vaste stoffen in de lucht kunnen worden geschoten.

In sommige geologische werken leest men, dat het water onder dien druk niet in damp kan veranderen, en dat het zich met de gesmolten massa in de vulkanische haarden zou verbinden tot een ontplofbaar mengsel, het zoogenaamde magma.

Men vindt dit o.a. nog in v. Hochstetter's, "Allgemeine Erdkunde", uitgave 1881. Maar, volgens hetgeen wij gezegd hebben over de kritische temperatuur van water, kan het water bij die hooge temperatuur niet bestaan. Al het water, dat, hetzij door de capillaire werking der gesteenten, hetzij door het instorten van waterkeerende zolderingen van onderaardsche ruimten naar beneden valt, zal onmiddellijk verdampen. Wij hebben geen denkbeeld van de spanning, welke die waterdamp zal aannemen, maar, als men het arbeidsvermogen nagaat, dat bij eene uitbarsting wordt verbruikt, dan bedraagt zij zeker duizenden atmosferen.

Niet zeldzaam zijn de aardschokken in vulkanische streken. In Japan werden door den geleerde Dr. Wada te Tokio gedurende het jaar 1887 niet minder dan 483 aardschokken opgeteekend, en als men de oppervlakten optelt van de streken, waar gedurende dat jaar die aardschokken gevoeld zijn, dan bedraagt de som vijfmaal den oppervlakte van het geheele keizerrijk Japan. En wat het verlies aan menschenlevens en kapitaal betreft, zoo kan zich wel is waar geene uitbarsting meten met de ellende, teweeggebracht door den een of anderen modernen oorlog; maar een getal van 60,000 personen aan dooden en vermisten, zooals bij de aardbeving van Lissabon in 1775, of van 40,000, zooals bij de uitbarsting van Krakatau, is toch vrij aanzienlijk. Want (en daarin overtreffen deze natuurverschijnselen in hevigheid de bloedigste veldslagen, ondanks de nieuwste uitvindingen op het gebied der officieële vernielingskunst) de uitbarsting doet dit werk gewoonlijk in den tijd van eenige minuten. Men heeft natuurlijk het grootste belang om zulk een uitbarsting van te voren te kunnen vermoeden, maar tot nu toe is men er nog niet in geslaagd de wetten van het vulkanisme te vinden. Troosten wij ons hiermede, dat de metereologie, de leer van het weder, zelfs nog in hare kindsheid is.

Maar de studie van het vulkanisme is zeker bijzonder geschikt om den mensch tot nederigheid te stemmen. De bekende "_onfeilbare wetenschap_" heeft op dit gebied nog niet veel resultaten verkregen. De eene theorie doodt de andere en wordt op hare beurt vermoord door eene nieuwe. Terwijl de mensch de aarde heeft gewogen en gemeten, zoodat haar soortelijk gewicht en haar omvang aan elk schoolgaand kind geleerd wordt, terwijl wij den afstand van de sterren in aardstralen uitdrukken, en het oogenblik van periodieke verschijnselen tot op de grootste nauwkeurigheid jaren van te voren berekenen, toch is onze kennis van de aarde zelf beperkt tot de uiterste grens van de korst. Wij hebben niet vermocht daarin dieper door te dringen dan tot op 1/3600 van den aardstraal.

"Des Pudels Kern" is ons even onbekend als aan de oude volken.

De wereld van Vulcaan! Ja nog is ze ons een mysterie. Wat zouden we niet geven als we konden weten, wat er in dien geheimzinnigen bol, die onze woonplaats is, geschiedt! Want de oppervlakte van dien bol is ons geen geheim meer. Het donkere werelddeel, de laatste witte plekken op de wereldkaart, hebben weldra hunne geheimen verklapt. Slechts 1/16 van de aardoppervlakte is nooit door een mensch betreden, en het grootste gedeelte van deze onbekende streken ligt in de Poolstreken. De diepzee-expedities geven ons uitsluitsel over het wondere leven van planten en dieren op den zeebodem, over de machtige stroomingen, die den wereldoceaan bewegen. De wetenschappelijke luchtvaart, in dienst der metereologie, onthult ons de geheimen van den dampkring. De hoogste en steilste bergtoppen, die in het laatst der vorige eeuw als onbeklimbaar golden, zijn allen bestegen. Er zijn geen maagdelijke bergen meer.

Met het mikroskoop gewapend is het ons vergund een blik te slaan in de wereld van het oneindig kleine. Wij bespieden de kiemen der ziekten, de dragers der epidemiën.

Met behulp der verbeterde astronomische werktuigen mogen wij zelfs een blik werpen op andere werelden. De uitgedoofde kraters op de maan zijn door ons in kaart gebracht; de verdeeling van land en water op de planeet Mars is ons volkomen bekend.

We zijn dus met reuzenschreden vooruitgegaan op menig gebied.

Maar het binnenste van de aarde blijft een gesloten boek.

De wereld van Vulcaan blijft een mysterie.

HOOFDSTUK II.

Op weg naar Indië.

Busken Huet's indruk van den Vesuvius.--Napels.--Onze eerste kennismaking met de wereld van Vulcaan.--De toekomst van Pompeji.--De geschiedenis van den Vesuvius.--Op reis naar Indië in de baai van Napels.--Twee nieuwe leden der vulkanen-familie.--De Stromboli.--De Etna.--De laatste blik op Europa is eene onthulling.--De taal der vulkanen.--Straat Soenda vergeleken met Straat Messina.--Het eeuwige groen der eilanden van Straat Soenda.--Beschrijving van Straat Soenda--De ruggegraten van Java, Sumatra en Straat Soenda snijden elkaar bij Krakatau.--Ontdekkingen van Verbeek.--Krakatau zelfs bij naam onbekend aan velen.

In den tijd, dat de booten der Stoomvaart-Maatschappij Nederland Napels aandeden, in plaats van Marseille of Genua, zooals zij tegenwoordig doen, viel mij het voorrecht te beurt Italië te zien in omgekeerde volgorde, als waarin Busken Huet het gezien had, toen hij zijn onsterfelijk "van Napels naar Amsterdam" schreef. Indien het er om te doen is om vulkanische indrukken te krijgen, dan is het zeker eigenaardiger uit Europa naar Indië te gaan, dan omgekeerd. Want wel is waar roemt Busken Huet de baai van Napels als het schoonste, dat de aarde voortbracht. "Al was de aarde tien malen schooner, dan zij uit den chaos is voortgekomen, het is niet mogelijk, dat ergens zee en lucht, lijnen en kleuren, hoogten en diepten, zuiverder ineenvloeien." De indruk, dien de Vesuvius op hem maakte, toen hij uit Indië terugkeerde, is echter bedroevend. De eenige woorden, die hij aan hem wijdde, zijn uitingen van volslagen minachting. "Ik spreek niet van den Vesuvius. De Vesuvius op zich zelf is maar een vuurspuwende berg; familie van den Salak en den Gedeh."

Welk een geheel anderen indruk zou hij niet hebben ontvangen als hij die familie-gelijkenis eerst later had kunnen ontdekken. Want voor ons, uit Holland komende, is het laatste plekje van Oud-Europa, waar wij staan voor wij naar 't ons vreemde Azië vertrekken, tevens de eerste kennismaking met de "vuurspuwende bergen." Daar zien wij voor het eerst een lid van de familie der vulkanen, het eenige lid dier familie, dat op het geheele vaste land van Europa te vinden is; de familie-gelijkenis zal ons eerst in Indië treffen.

We zijn op de Chiaja te Napels. De zon is onder. Voor ons dansen de lichten der schepen op en neer in de baai van Napels, en het massief van den Vesuvius teekent zich als eene sombere, zwarte massa af in het maanlicht. Ziet ge die vuurkolom boven den Vesuvius? Het is de geheimzinnige bode van de Wereld van Vulcaan. En als wij morgen zijn opgegaan naar Pompeji tusschen de vulkanische gesteenten, die de Vesuvius heeft uitgebraakt, als wij zullen wandelen door de uitgegraven straten van eene Romeinsche stad, getroffen in het volle leven harer bedrijvigheid, bedolven onder de vulkanische uitwerpselen, die eene laag vormden van meer dan 6 M. dikte, dan zien we onwillekeurig naar boven. Vlak voor ons verheft zich rookend de vulkaankegel van den Vesuvius. Is het ons niet alsof hij ons waarschuwt? Zal niet, als er millioenen besteed zijn aan de uitgraving van Pompeji, en van Herculanum, waar de laag lava 12-30 M. is, de Vesuvius in één ondeelbaar tijdstip dat werk van honderden jaren te niet doen, en zal er weer eene grauwe aschlaag zijn boven het belangwekkende huis van Diomedes buiten de poort van Herculanum en den Venustempel op het Forum? Zal professor Palmieri, die op den Vesuvius in zijn metereologisch observatorium den berg bespiedt, en die belast is met het voorspellen der uitbarstingen, u kunnen zeggen wat de Vesuvius in de toekomst doen zal?

Want de Vesuvius is een voorbeeld van grilligheid, waardig type van een vulkaan. Sedert 2000 jaren hebben wij betrouwbare berichten van zijne werkzaamheid. Hij had den naam van een uitgedoofden vulkaan, in de grijze oudheid. Geheele legers kampeerden in den uitgedoofden krater. Eensklaps toonde hij, in het jaar 79 voor Christus, hoe hij miskend werd door die beschouwing. Toen overstelpte hij plotseling de drie steden Stadia, Herculanum en Pompeji. Na dit schitterend wapenfeit vergenoegde hij zich met kleinere uitbarstingen, die hij in de 14de eeuw zelfs geheel staakte. Hij rustte nu drie eeuwen lang op zijne lauweren. In 1631 echter had eene uitbarsting plaats, die, wat hevigheid betreft, weinig achterstond bij de klassieke begraving van Pompeji.

Sedert dien tijd verloopen er drie of vier jaar tusschen de uitbarstingen.

Er zijn maar weinig vuurspuwende bergen waarvan men het vulkanisme zóó lang heeft bestudeerd.

Wanneer wij op reis naar Indië de golf van Napels uitstoomen en de terrassen van Napels achter ons liggen, dan rijst aan bakboord de Vesuvius uit de Campanische vlakte omhoog. Zijne hellingen zijn begroeid met wijnbergen, en wij denken onwillekeurig aan de "Lacrimae Christi", die wij te Napels dronken. De laatste blik, dien wij kunnen slaan op het werelddeel onzer jeugd, het Europa, dat wij verlaten, om eene onbekende toekomst tegen te gaan, is gewichtig. Want niet alleen is het landschap, dat langzamerhand onduidelijk wordt en verdwijnt, het schoonste wat wij ooit zagen, maar het is te gelijk eene onthulling.

De laatste indruk van Europa is ons eene wijding voor hetgeen ons wacht, het is ons eene inwijding in de wereld van Vulcaan.

Weldra hebben wij voor goed afscheid genomen van den Vesuvius en met hem van het vasteland van Europa. Wij varen tusschen 't eiland Capri en Kaap Campanella door en wij krijgen de Liparische eilanden in 't gezicht.

Hier wachten ons twee nieuwe leden van de vulkanen-familie. De Stromboli verheft zich op een der Liparische eilanden en, aan den ingang van straat Messina gekomen, wordt ons oog geboeid door den Etna op 't eiland Sicilië.

Even oud als de eerste berichten van den Vesuvius zijn die van den Stromboli en den Etna. Reeds voor 2000 jaren waren beiden werkende vulkanen. Maar toch verschillen zij zeer in karakter. De Etna heeft gewoonlijk eens in de tien of twaalf jaar eene kleine uitbarsting; de Stromboli daarentegen stoot, sedert 2000 jaar, om het kwartier, slakken en aschwolken uit. Zijne uitbarstingen volgen elkaar even regelmatig op, als het ontsnappen van den afgewerkten stoom bij een locomotief. Men heeft ze wel eens vergeleken bij den polsslag der dieren.

Maar wat is de Vesuvius en de Stromboli in vergelijking van den Smeroe en den Merapi! Kenden wij maar de geschiedenis onzer Indische vulkanen even goed als die van de Italiaansche vuurspuwende bergen, dan zouden we wellicht op het vulkanisme der aarde een beter kijkje hebben. Zij staat in onuitwischbaar schrift in steen uitgehouwen, over de geheele oppervlakte van den berg, die immers is opgebouwd uit de materialen, die hij zelf heeft uitgespogen. Maar de taal, die de bergen spreken, is ons slecht bekend.

Wanneer onze afscheidsgroet aan Europa de golf van Napels en de straat van Messina geldt, dan is het welkom, dat Indië ons biedt, die niet onwaardig.

Want Straat Soenda is in schoonheid hunne evenknie. De zee is er niet minder blauw en de lucht niet minder helder. Mogen al de mythische zeetochten van Odysseus en Aeneas den klassiek gevormden mensch voor den geest zweven, als hij door straat Messina stoomt, zij vinden een waardigen tegenhanger in de ontdekkingsreizen onzer zeelieden in Indië, gedurende de 16de en 17de eeuw. En als de Stromboli en de Etna ons de zeeslagen herinneren van 1676, toen de Ruyter sneuvelde, dan doemen in straat Soenda de schimmen voor ons op van onze "Jannen," in hunne worstelingen tegen inlanders, Portugeezen en Engelschen.

Ja, er is voor ons Nederlanders geen plek ter wereld zoo klassiek als Straat Soenda. De Nederlander, die voor 't eerst op weg is naar Indië, heeft meer oog voor Straat Soenda, dan voor alles wat achter hem ligt. Zij is het einde van zijne zeereis, de eerste blik op het nieuwe vaderland, waar hem alles zoo vreemd zal zijn!

Uit een vulkanisch oogpunt is er wellicht op aarde geen plek, die zoozeer de opmerkzaamheid verdient. Want niet alleen, dat de kusten van Java en Sumatra, die door straat Soenda gescheiden zijn, als 't ware opgepropt zijn met vulkanen, maar bovendien verheft zich op bijna elk der talrijke eilandjes in straat Soenda een vuurspuwende berg.

Hetgeen ons echter op het eerste gezicht het meest treft is een verbazende indruk van door niets te stuiten weelderige vruchtbaarheid. De indruk is daarom zoo machtig, omdat wij kort te voren de troostelooze dorre stranden der Roode zee voor oogen hadden.

Elk eilandje, de geheele kust, is ééne plek van groen, uit zee gezien van gelijkmatig groen, zoo dicht schijnen ons de boomen bij elkaar.

Daarvóór zien wij hier en daar wel rijstvelden of dorpen met klapperboomen; maar de hoofdindruk blijft de groene achtergrond, die daarom zóo sterk domineert, omdat in straat Soenda de smalle alluviale kust verdwijnt tegenover het gebergte, waarvan de zwaar begroeide uitloopers, zoowel op den Sumatra- als op den Java-wal, tot dicht bij zee doorloopen.

Straat Soenda heeft den vorm van een trechter. Als men van Europa komt uit den Grooten Indischen Oceaan, dan heeft Straat Soenda eene breedte van 112 kilometer tusschen Kaap Tandjong Rata of Vlakke Hoek, die de Zuidelijkste punt van Sumatra vormt, en Java's Eerste punt.

Volgt men de kustlijn van Sumatra dan heeft men eerst het gezicht op de kusten van de baai van Semangka, een woest, geaccidenteerd terrein, dat het paradijs der apen schijnt te zijn. Op den achtergrond verheffen zich de Dempo en de Semangka tot op 2000 M. boven de zee. Voor de Semangkabaai ligt het eiland Laboean.

Op de Semangkabaai volgt een nieuwe diepe inham, de Lampongbaai. Haar ingang is bedekt met eilanden, waarvan Lagoendie, Sebesie en Seboekoe de voornaamste zijn. In het diepst van de Lampongbaai ligt de stad Telok-Betong, de residentie van den resident der Lampongs.

Aan het einde van de Lampongbaai ligt Kaap Varkenshoek. Wij zijn hier aan het nauwste gedeelte van den trechter, want straat Soenda is hier slechts 25 kilometer breed. Hier buigt Sumatra zich naar het Noorden.

Keeren wij terug tot den ingang van Straat Soenda en begeven wij ons naar Java. Daar loopt het gebergte tot dicht bij zee door. De uitloopers heeten Java's Eerste, Tweede, Derde en Vierde punt.

Tusschen de Derde en Vierde punt van Java ligt Tjaringin en voorbij de Vierde punt, Anjer.

Evenals de ruggegraat bij de gewervelde dieren, zoo loopt het gebergte op Java, zoowel als op Sumatra, in hoofdzaak volgens de lengteas van het eiland. Verbindt men bijvoorbeeld Atjeh-hoofd, eene der Noordelijkste punten van Sumatra, met den berg Tangka of Kalanbajar, gelegen tusschen de baaien Semangka en Lampong, dan heeft men de hoofdrichting van het gebergte op Sumatra. Verlengt men deze lijn in straat Soenda, dan bereikt men het eiland Krakatau.

Als men nu eene lijn trekt van Java's hoogsten top, den Smeroe, volgens de lengteas van het eiland, dan liggen op deze bijna rechte lijn onder anderen de Kawi, Keloet, Wilis, Lawoe, Merapi, Soembing, Slamat, Gedeh, Poeloesari en Karang. De Karang kijkt uit op straat Soenda. Verlengt men ook Java's ruggegraat in Straat Soenda, dan bereikt men eveneens het eiland Krakatau.

Beschouwen wij nu nog eens de vulkanische eilanden in Straat Soenda, dan kunnen wij hier eene lijn trekken van den berg Radja Bassa op Sumatra bij Varkenshoek, naar den berg Pajong, bij Java's Eerste punt gelegen.

Deze lijn snijdt eerst de vulkanische eilandengroep Poeloe-Tiga, en daarna het eiland Seboekoe, zij loopt vervolgens over den vulkaan van Sebesie en snijdt dan het eiland Krakatau. Die lijn is de vulkanische ruggegraat van Straat Soenda. Die ruggegraten van Java, Sumatra en Straat Soenda vallen samen met reusachtige plooien, het zijnde verwerpingsspleten der aardkorst, die wij in het eerste hoofdstuk bespraken. Het eiland Krakatau is het punt, waar die drie spleten bij elkaar komen; het is het punt waar de vulkanische haarden, die zich onder Java, Sumatra en Straat Soenda uitstrekken elkaar ontmoeten. Men kan ook de vulkanen van Java en Sumatra als één doorloopenden gordel beschouwen, liggende op ééne lange verwerpings-spleet, ééne scheur in de aardkorst. De vulkanen van Straat Soenda bevinden zich dan op ééne dwarsspleet.

Ten Westen van deze Soenda-dwarsspleet vond men in zee diepten van 130 M. en ten Oosten van 104 M.

Het schijnt dus, dat het eene gedeelte ten opzichte van het andere verschoven is, hetgeen juist het kenmerk is van eene scheur in de aardkorst.

Men moet niet denken, dat eerst de uitbarsting van Krakatau deze merkwaardige geologische bijzonderheden aan het licht heeft gebracht.

Dezelfde man, wiens naam later voor goed zou verbonden worden aan den naam Krakatau, de mijn-ingenieur R.D.M Verbeek, heeft reeds in 1881 de aandacht gevestigd op dezen eigenaardigen bouw van Straat Soenda, in zijne "topographische en geologische beschrijving van Zuid-Sumatra."

Deze beschrijving komt voor in het "Jaarboek voor het Mijnwezen in Nederlandsch Oost-Indië", eene uitgave, die in 't algemeen ons zulk een hoog denkbeeld geeft van ons wetenschappelijk corps mijn-ingenieurs. In 1883 verscheen van de hand van Verbeek de "geologische en topographische beschrijving van een gedeelte van Sumatra's Westkust." Dit werk draagt, evenals het vorige, den stempel van wetenschappelijke degelijkheid. Het verbreidde zijn naam tot ver over onze grenzen, en sedert dien tijd bekleedt Verbeek eene eerste plaats onder de wetenschappelijke geologen van onzen tijd.

De eilanden van Straat Soenda, die uit een geologisch oogpunt van belang zijn, werden door Verbeek in 1877 en 1880 bezocht.

In 1880 bezocht hij ook Krakatau, "te voren een geologisch onbekend terrein."

"Weinig had ik gedacht"--zegt hij in zijn "Krakatau"--"dat de punten waar ik toen gesteenten sloeg, drie jaren later geheel verdwenen zouden zijn."

Dit feit maakt de waarnemingen van Verbeek in Straat Soenda zoo bijzonder belangrijk voor de wetenschap. Dank zij zijne tochten was Straat Soenda niet meer een geologisch onbekend terrein toen de uitbarsting van Krakatau plaats greep.

Maar wie denkt er aan geologie, als hij voor het eerst Straat Soenda doorvaart! Nergens meer dan op dat heerlijk plekje treft ons de juistheid van het beeld van Multatuli, toen hij Indië roemde als het heerlijk Rijk van Insulinde, dat zich om den evenaar slingert als een gordel van smaragden. Want zij schitteren als groene edelgesteenten, die tallooze eilandjes van Straat Soenda. Vele zijn onbewoond door menschen. Maar alle zijn bedekt met een weelderig plantenkleed; terwijl op menig eilandje de blauwe vulkaantop boven het groen uitsteekt.

Vol hoop, vol illusiën ziet de jonge Nederlander die groene eilandjes aan als de eerste openbaringen der tropen; en na een veeljarig verblijf in Indië zijn de eilandjes van Straat Soenda de laatste indruk, dien hij uit Indië medeneemt, als het hem vergund is naar patria te vertrekken.

Wanneer ge dus niet behoort tot hen, die in Indië geboren zijn, of zooals men te Batavia zegt, tot hen, die zonder schip in Indië zijn gekomen, dan kent ge uw Straat Soenda. Maar evenmin als een Amsterdammer, die zijn Kalverstraat kent, de namen van alle winkels zal kunnen opnoemen, evenmin zult ge de namen van alle eilandjes in Straat Soenda kennen. De meeste menschen zullen, als ze oprecht zijn, moeten bekennen, dat zij nooit van een eiland Krakatau gehoord hadden, voordat dit eiland in 1883 zulke duidelijke levensteekenen gaf.

HOOFDSTUK III.

Krakatau vóór de groote uitbarsting.

De eilandengroep Krakatau was onbewoond en weinig bekend.--De Tocht van Verbeek in 1880.--Reisverhaal van Vogel in 1681.--De uitbarsting van 1680.--Onderzoek van Mr. N.P. van den Berg.--De rust gedurende twee eeuwen.--De bijzondere ligging van Krakatau.--De Soenda-dwarspleet.--De voorteekenen.--De aardbeving van 1 September 1880.--De Karbouw, die Java draagt.--De inlanders gedurende eene aardbeving.--Is de mensch de "heer der schepping?"--Het artillerie-salvo te Buitenzorg ter eere van de geboorte van H.K.H. Prinses Wilhelmina.--Schade door de aardbeving aangericht in Lebak.--De vuurtoren op Java's Eerste punt breekt door.--Geen verdere waarschuwingen.--De uitbarsting van 20 Mei 1883.--De Kanonnade.--Het verhaal van Ds. Heims' wedervaren op de "Elisabeth".--De pic-nic met het S.S. "Gouverneur-Generaal Loudon" naar Krakatau.--De beklimming van den vulkaan Perboewatan op Krakatau.--Indruk van den mijn-ingenieur J.A. Schuurman.--Aardbeving langs Straat Soenda.--Krakatau de "great attraction" in Straat Soenda.--Kapitein Ferzenaar, de laatste mensch die het Noorden van Krakatau heeft betreden.

Hoewel sedert eeuwen honderden schepen jaarlijks door Straat Soenda varen, waren de eilanden, die men de groep van Krakatau kan noemen, weinig onderzocht. Deze eilandengroep bestond uit Krakatau, Verlaten-eiland, Lang-eiland en het Poolsche Hoedje. Geen dezer eilanden is ooit bewoond geweest. Van tijd tot tijd werden zij bezocht door inlanders, die er boschproducten verzamelden en door visschers, die het anker uitwierpen langs hunne kusten, ten einde daar den nacht door te brengen.