In het Hol van den Leeuw: Reisschetsen uit Sovjet-Rusland

Part 2

Chapter 23,909 wordsPublic domain

Baltische patroeljes trokken evenwel reeds door de straten en bevalen alle vensters te sluiten, en toen wij in een rustiger wijk kwamen, werd onze auto met luid gejuich begroet. Uit alle vensters wuifde men ons met zakdoeken toe. Men kon het den menschen aanzien dat hun een pak van het hart viel, toen zij de bevrijders zagen. Een oude dame kwam op ons toe en snikte "God heeft ons toch niet verlaten. Maar wat hebben we geleden. De citadel zit nog vol gijzelaars en ook de centrale gevangenis. Haast u, anders worden ze doodgeschoten."

Ook de soldaten werden met geestdrift begroet. Hun intocht was een ware triomftocht.

* * *

II

Riga, 22 Mei

Het begint te schemeren, een eigenaardige schemering, daar het op deze breedte om dezen tijd van het jaar bijna geen nacht wordt.

Het motregent; bij het trieste weer treft te meer de geweldige somberheid, die over deze groote, haast uitgestorven stad is gekomen. Nergens brandt licht. De huizen maken een uitgestorven indruk, daar alle gordijnen verdwenen zijn.

Aan alle kanten wordt nog geschoten; uit oostelijke richting, waar de vijand in de voorstad nog stand houdt, klinkt zelfs 't geweervuur als van een veldslag met er tusschendoor het geschutgedonder.

Soms ratelt plotseling een machinegeweer door de straten; wij zijn er zelf in den auto ook bijna het slachtoffer van geworden, maar het vuur ging over onze hoofden heen.

Onmiddellijk wierp alles zich tegen de huizen, een mijnwerper reed op, werd afgelegd, en het huis, waaruit de vuurstralen kwamen er mee beschoten.

In de straten waar het rustiger was, en alle huizen onderzocht waren, verzamelde zich een dichte menigte die met onbeschrijfelijk gejubel de nu aan alle kanten binnenstroomende troepen begroette.

Onze auto wordt ook herhaaldelijk bestormd; hoeveel handen ik in dien korten tijd gedrukt heb weet ik niet. Alle vrouwen huilen.

Overal liggen lijken, het meest op de hoeken der straten. Soms een paar boven elkaar, lang uitgestrekt met een bloedvlek tegen den muur. Dat zijn de standrechtelijk neergeschotenen.

Allen dragen ze de eigenaardige, bruingekleurde, russische militaire jas. De meesten hebben geen schoenen meer aan; die heeft men ze afgenomen, om ze zelf te dragen.

Overal heerscht groote angst omtrent het lot van de 1500 gijzelaars. Een oud dametje komt naar me toe, en vraagt me snikkend of ik iets weet; haar man en haar zoon zijn in handen der bolsjewiki. Wij rijden dus naar het Hotel Petersburg, waar de staf zijn intrek heeft genomen, en vernemen daar dat het gelukt is de 1500 gijzelaars uit de gevangenis te bevrijden; maar bij de citadel is men te laat gekomen: daar lagen 30 doodgeschoten gijzelaars. De lijken waren nog warm. Verder zijn er nog een aantal meegenomen, omtrent wier lot niets bekend is.

Men vraagt mij of ik mee wil, om den lijkenstapel te gaan zien, maar daar heb ik geen zin meer in. Ik ben doodmoe, en moet bovendien mijn brieven nog schrijven en dan nog telegrafeeren en dan tevens zien hoe ik mijn berichten weg krijg.

Het zal echter moeilijk zijn in de stad kwartier te krijgen en daarom besluiten wij met den auto terug naar Mitau te gaan, om dan den volgenden morgen weer vroeg hierheen te komen.

In de hall van het hotel begint zich een angstige menigte te vormen, vrouwen in 't zwart, met bleeke gezichten, die komen vragen hoe het met hun familieleden, die gevangen genomen zijn, staat. Helaas moet men eenigen mededeelen dat er geen hoop meer is. Zoo zijn o.a. zes protestante geestelijken vermoord.

Dan stappen we in onzen auto, om den terugtocht te aanvaarden.

Het heeft opgehouden te regenen, de zon is al onder, maar in 't noorden is nog een eigenaardige glans aan den hemel, die maakt dat het niet geheel duister is.

De twee officieren, die mede in den auto zitten, ontzekeren hun revolvers, de soldaat naast den chauffeur houdt zijn geweer klaar.

Met moeite komen we tusschen de kolonnes door over de brug. Wij gaan nog even naar 't station. Daar is een heele trein met artillerie buitgemaakt, doordat de voorste wagens derailleerden, en de trein zoodoende niet meer weg kon. Er zijn een paar paarden bij verpletterd, een groote bloedige massa. Maar overal ligt bloed en stukken paardenvleesch: de uitgehongerde bevolking heeft in een paar uur alle artilleriepaarden in de wagens geslacht.

Vrouwen met lange messen en armen tot aan de ellebogen rood van 't bloed loopen nog rond of niet hier of daar wat te halen is.

Dan stappen we weer in, en na een snelle vaart van een uur zijn wij weer in Mitau. Ik ben zoo gelukkig iemand te vinden die naar Libau teruggaat en mijn brief en telegrammen mee neemt. Want van hieruit is noch post noch telegraaf.

Ik ben in langen tijd niet zoo uitgeput geweest, en aangezien ik geen ander kwartier kan krijgen, en nergens meer een bed over is, wikkel ik me in mijn pels en slaap een looden slaap op een rustbank.

Den volgenden morgen gaan we alweer vroeg op 't pad. De zon schijnt en thans biedt Riga een heel wat vroolijker aanblik dan den dag tevoren. Er zijn eenige winkels geopend. Wel wordt hier en daar nog geschoten, maar het is toch al veel minder geworden.

Wij gaan te voet de stad in en verwonderen ons over de enorme prijzen der levensmiddelen: een half pond boter kost 150 mark, een pond meel 100 mark. Het is dan ook niet te verwonderen, dat er in de laatste drie weken ongeveer 5000 menschen van honger zijn omgekomen.

Op straat is het druk, wij worden nog overal met vreugde begroet. De lijken zijn nog niet opgeruimd en trekken vooral de aandacht van jonge meisjes. Het maakt een zeer eigenaardigen indruk, een paar elegant gekleede jonge vrouwen om zoo'n meestal erg verminkt, bloederig lijk te zien staan; ze betasten het zelfs.

Ik zoek het adres van den nederlandschen consul, want ik ben natuurlijk zeer benieuwd om te vernemen hoe het onzen landgenoten gegaan is. Als ik er aanbel, wordt de deur zeer voorzichtig geopend, en groot is de verbazing van den heer Henmark, als ik hem plotseling in 't hollandsch aanspreek.

Hij is geen geboren Hollander, maar van huis uit een Riga'er, die echter gedurende de zeven jaren, die hij in Nederland heeft vertoefd, zich heeft laten naturaliseeren. Hij deelt mij direct mede, dat het den ongeveer 20 Hollanders allen goed gaat. Hij heeft het nog al met de letsche sovjet-regeering kunnen stellen.

Hij deelde mij verder mede, dat alleen nog de deensche consul met hem gebleven was. Samen hebben zij toen de belangen van alle vreemdelingen, en niet zonder succes, behartigd. De Zwitsers en Zweden waren onder de hoede van onzen consul gekomen en ook nog een aantal fransche leeraressen aan een fransche school.

De consul maakte op mij een zeer goeden indruk, en naar ik van andere, zoowel hollandsche als buitenlandsche, zijde hoorde, heeft hij de aan hem toevertrouwde belangen met energie verdedigd.

De meeste meubels uit de welgestelde huizen zijn weggehaald, minder om te plunderen, dan wel om er in de Oekraine graan voor te koopen, aangezien men daar het bolsjewistische papier geld niet in betaling wenschte te nemen.

Van soldaten hoorde ik, dat op de bolsjewistische lijken groote sommen gelds gevonden werden, die dan meestal onder de soldaten van een compagnie verdeeld werden.

Aan geld scheen geen gebrek te zijn, maar wat heeft men aan geld wanneer men er het allernoodigste niet voor kan koopen.

De bolsjewiki schenen door den aanval geheel verrast te zijn en zoodoende is de inneming dan ook zoo vlot gelukt, al mag daarbij een woord van hulde aan de troepen niet vergeten worden, die in veertien uur al vechtend ongeveer 60 KM. hebben afgelegd.

De straatgevechten hebben nog de meeste slachtoffers gekost, vooral onder den baltischen adel.

Men mag over dezen adel denken zooals men wil, maar moet erkennen dat zij haar rechten met energie verdedigt, en lang zijn dan ook de lijsten van hen die in den strijd tegen de bolsjewiki gesneuveld zijn.

De man die den staatsgreep van 10 April ensceneerde, baron Manteuffel, behoort ook tot de gedooden.

Het bolsjewistische bewind heeft een groote toenadering gebracht tusschen de niet radicale Letten en de Balten, en bij een vrijzinnige politiek van deze laatsten en afstand van het fabelachtig groote grondbezit zou al veel gewonnen zijn. Of de Balten tot zulke concessie bereid zullen blijken, is echter nog een open vraag.

Als ik in de stad wil lunchen, blijkt mij dat de prijzen nog steeds stijgende zijn, en moet ik voor een allerschraalst maal met wat bier 200 mark neerleggen.

Men is vooral gebeten op de vrouwen uit de vrouwenbataljons, aangezien men gelooft dat deze de gijzelaars hebben doodgeschoten.

Het standrecht is over de stad afgekondigd en overal hebben nog huiszoekingen plaats, aangezien beweerd wordt dat de meeste bolsjewiki niet gevlucht, maar in de stad gebleven zijn, na zich te hebben verkleed.

* * *

LETLAND

Libau, 23 Mei

De verovering van Riga heeft het letsche vraagstuk in een acuut stadium gebracht, en vooral de vraag: wat zal de Entente nu doen? houdt de gemoederen hier druk bezig.

Het is anders een eigenaardig leven hier. Vandaag loop ik even buiten de stad en daar schieten ze mij eensklaps vijf kogels om de ooren. Ja, zeide mij daarop iemand aan wien ik het vertelde, daar moet je hier maar aan zien te wennen; we hebben op die manier een stuk of drie dooden of gewonden per week.

's Middags loop ik in de hoofdstraat, en daar schiet plotseling een heer, die ongenoegen scheen te hebben met een ander, er lustig met een revolver op los, en treft daarbij, dat is nog het wonderlijkst van de heele geschiedenis, niemand.

Van avond staat er in de libausche courant, dat het kurhaus aan het strand, met het oog op 't treurige voorval, dat de heer X. den heer Z. een paar dagen geleden tijdens het concert heeft doodgeschoten, en mede om de kolenbesparing, een uur eerder gesloten zal worden.

Het verband tusschen die schietpartij, de kolenbesparing en de vroegere sluiting is mij wel niet geheel duidelijk, maar het geheel werpt toch wel een typischen kijk op het leven hier.

Toch is er geen gebrek aan besturende lichamen. Hier is in de eerste plaats generaal Von der Goltz, de commandant van de duitsche troepen, en gouverneur van de stad. Aangezien hij de eenige is die over een behoorlijke strijdmacht beschikt, heeft hij vermoedelijk wel het gezag in handen, in zooverre hij niet wordt belemmerd door een der drie ententemissies.

Dan hebben wij de nieuwe regeering, het kabinet-Needra, dat decreten uitvaardigt waaraan geen mensch zich stoort, en zijn macht tracht te ontleenen aan de letsche troepen, die geen soldij krijgen en daarom ook verder niets uitvoeren.

Verder hebben wij één schip in de haven, d.w.z. een koopvaarder (oorlogsschepen zijn er genoeg) en daarop troont de door den staatsgreep van 16 April door de Balten afgezette minister-president Ulman. Hij durft er niet afkomen, uit angst aan land te worden gevangen genomen en daarom blijft hij rustig aan boord onder bescherming van de oorlogsbodems der Entente.

Men mompelt in de stad, dat hij bezig is aan een zeer radicaal program omtrent de verdeeling van het grootgrondbezit, waarbij hij de bosschen reeds aan de Engelschen verkocht zou hebben.

Men ziet hier ontbreekt alleen nog de prins Von Wied, om er een grootsche herhaling van Albanië te kunnen geven.

Dan zijn er drie entente-missies: een engelsche, die Ulman schijnt te steunen, een amerikaansche, die de nieuwe regeering niet ongunstig gezind is, en nog een fransche, die in mooie pakjes over straat loopt. Wij zouden haast de hoofdzaak nog vergeten: de Balten en de Letten, die elkaar ook weer niet al te best kunnen zetten, en dit alles te zamen heet "Latvija", zooals op de postzegels staat. Men heeft bij de voortschrijdende balkaniseering van Oost-Europa niet vergeten, dat ook de Zuid-Amerikaansche republieken in vele opzichten de navolging waard zijn, en zoo komen er steeds weer nieuwe series postzegels uit.

Minister Needra heeft wel een zeer zware taak, nog vermeerderd doordat hij nu en dan gedwongen is onvrijwillig vacantie te nemen. Hij was laatst n.l. op een gegeven morgen verdwenen, en bleek opgelicht door eenige letsche officieren. Het gelukte hem echter, zij het ook in zijn hemd, te ontkomen en daarop herriep hij onmiddellijk de acte van afstand die men hem gedwongen had te teekenen.

De heer Needra beschouwt het als zijn voornaamste taak het bolsjewisme te bestrijden. Van hem ging dan ook de krachtige druk uit om Riga te bevrijden. Verder tracht hij, naar het schijnt niet zonder eenig succes, een compromis met de baltische baronnen te sluiten om tot een betere verdeeling van den grond te geraken. Om daarmee een begin te maken heeft de regeering aan de rijksduitsche onderdanen, die in de baltische landweer dienst nemen, onder voorwaarde dat zij zich als Letten laten naturaliseeren, tachtig morgen land beloofd, ten einde op die wijze tot de schepping van een kleinen boerenstand te komen.

Voor den strijd tegen het bolsjewisme heeft de regeering op het oogenblik de beschikking over de duitsche troepen, de baltische landweer, die v.n.l. uit duitsche Letten is samengesteld, en de letsche troepen. Het gedeelte van deze laatste, dat aan het front staat, schijnt uitstekend te vechten; de letsche troepen, tot dusver in Libau, schijnen te veel verpolitiekt te zijn.

Hoe goed de inheemsche troepen ook vechten, hun aantal is veel te gering om het alleen tegen de bolsjewistische troepen te kunnen opnemen, en daarom is men hier zeer benieuwd hoe lang de Duitschers nog zullen blijven. Want niet alleen dat de Duitschers de bolsjewiki aan het front tegenhouden, ook in Libau zelf zijn zij uiterst noodig om daar de regeering te handhaven.

Het is dezer dagen door een toeval aan het licht gekomen, dat het laatste offensief der bolsjewiki, dat door de verovering van Riga gestuit werd, ondersteund had moeten worden door een opstand der libausche bevolking.

Men heeft het complot nog bijtijds ontdekt en toen een grooten voorraad wapens en ontplofbare stoffen, waaronder veel handgranaten, in het centrum van de stad verborgen gevonden.

Trekken de Duitschers zich uit Letland terug, dan is het ook na een paar dagen weer in de handen der bolsjewiki.

De Engelschen denken er anders over. Ik had dezer dagen een onderhoud met een der leden van de engelsche missie, die meende dat het alleen een kwestie van voedsel was en dat de duitsche troepen best gemist konden worden. Waarop ik hem antwoordde: wanneer er dan tenminste engelsche troepen voor in de plaats komen. Dit schijnt echter niet de bedoeling van de Engelschen te zijn.

Merkwaardig is wel dat de Amerikanen den laatsten tijd tegenover de Duitschers een heel andere houding hebben aangenomen en ook het kabinet Needra schijnen te steunen.

Achter dit alles ligt echter een strijd van groote tragiek verborgen, de strijd n.l. van de duitsche Letten voor het behoud hunner cultuur, die eigenlijk de eenige cultuur van het land is. Want de Letten zelf zijn altijd overheerscht, en hebben nooit iets beteekend. Het waren alleen uitstekende soldaten onder het tsarenrijk, zooals nu nog de geregelde letsche regimenten de garde van Trotzky vormen.

Het is merkwaardig hoe weinig de Russen zelf hier hebben achtergelaten; men bespeurt nergens meer de teekenen der russische heerschappij, ook in Riga niet, dat een geheel duitsche stad is. Er worden hier dan ook maar twee talen gesproken, duitsch en letsch. Nu moeten het intellect en de middenstand, die beide duitsch zijn, en de meerderheid der duitsche Letten vormen, echter lijden onder den haat der bevolking tegen de grootgrondbezitters, de baltische baronnen.

Wel heeft in den laatsten tijd het gedeelte der Letten, dat zich eveneens door het bolsjewisme bedreigd voelt, zich bij de Balten aangesloten, maar tezamen zijn ook die niet sterk genoeg om de in de laatste jaren krachtig uit Rusland met bolsjewistische propaganda bewerkte bevolking in toom te houden. Het is dan ook mijn vaste overtuiging, dat op het oogenblik, waarop de Duitschers weggaan, het geheele land bolsjewistisch zal worden.

Ondertusschen is men druk bezig, het heele land van den druk der letsche sovjet-regeering te bevrijden en binnen korten tijd zal dat over het geheele land wel gelukt zijn.

Maar wat nu?

De regeering verplaatst binnenkort haar zetel naar Riga en zal van daar uit het land verder regeeren, wanneer zij er in slaagt zich staande te houden.

Doch ook in dit geval geloof ik niet aan de toekomst van dit land, omdat het uitsluitend een kustgebied is, en zijn vroegeren bloei ontleende aan de gunstige ligging der havens Libau en Riga, met het geheel westelijke Rusland als achterland.

Bekijkt men de kaart, dan ziet men, dat Litauen in het noorden zoover vooruitspringt, dat Letland in twee deelen wordt gesplitst, door een kleine kuststrook verbonden, waar juist Riga ligt.

Het land is dan ook onafscheidelijk met Litauen, dat nochtans weer een geheel andere cultuur heeft, verbonden.

In de aan Duitschland voorgelegde vredesvoorwaarden moet het Memel afstaan en dit is gedaan om Litauen, dat, hoewel het niet geheel poolsch, daaraan toch door tal van banden gehecht zal worden, een eigen haven, al dan niet onder contrôle der entente, te verschaffen.

Dit zou natuurlijk voor Libau en Riga zeer ongunstig zijn. Men ziet dit in letsche kringen ook wel in, en vandaar, dat men er de hoop heeft gevestigd op een niet-bolsjewistisch Rusland.

Een deel der baltische baronnen ziet dan ook met vreugde den steun, dien de Russen van het oude regime bij den strijd tegen het bolsjewisme bieden.

Het meest schijnt men te hopen op een federatief Rusland, waarin dan Letland als bondsstaat zou worden opgenomen en waartoe dan natuurlijk Litauen zelf ook zou moeten behooren.

Ik heb maar enkele stemmen gehoord, die een nauwere aansluiting bij Duitschland bepleitten.

Het is echter voor Duitschland van veel belang, dat het land niet bolsjewistisch wordt, want dat zou den ondergang der duitsche cultuur beteekenen en Duitschland berooven van een kolonisatiegebied, dat het, nu het zijn koloniën misschien zal verliezen, voornamelijk voor zijn middenstand niet zal kunnen ontberen.

Intusschen zit ik hier gevangen, want in Oost-Pruisen staken de spoorwegen en dientengevolge komen ook hier geen treinen aan en kan ik niet weg.

Ik behoef mij echter niet te vervelen, want er zijn eenige theaters en tingeltangels, terwijl ook het badleven aan het strand, nu het weer wat beter wordt, heel aardig is.

Het leven is echter duur, te meer, omdat alles berekend wordt in Oost-roebels, waarvan de koers vastgesteld is op twee mark.

Na tien uur mag tengevolge van den staat van beleg niemand zich meer op straat vertoonen. Ten einde nu toch het bezoek aan theaters, enz. mogelijk te maken gelden de toegangsbewijzen tevens als nachtpermissie.

* * *

LITAUEN

Kowno, 4 Juni

Als paddestoelen zijn zij hier in Oost-Europa uit den grond verrezen, de nieuwe staatjes, Estland, Letland en Litauen.

Van Letland heb ik u 't een en ander medegedeeld en thans wil ik 't hebben over Litauen, waar ik op 't oogenblik vertoef en nog wel in de tijdelijke hoofdstad en zetel der regeering, sinds Wilna door de Polen is ingenomen.

Hoe lang Litauen als staat met een eigen regeering bestaat, weet ik niet precies, ik geloof een maand of zeven, maar in dien tijd heeft het reeds vier regeeringswisselingen gehad en al dien tijd met het in wording zijnde leger naar twee kanten front moeten maken, n.l. tegen de bolsjewieken en tegen de Polen.

Litauen heeft wel is waar een eigen taal, maar het is er mee als met het letsch; voordat van een onafhankelijk Litauen gesproken werd, was het niet meer dan een boerendialect, terwijl in de steden russisch en poolsch gesproken werd.

Het intellect is hier dan ook niet, zooals in Letland, duitsch, maar poolsch, en ook de grootgrondbezitters zijn Polen, waarnaast men echter een vrij talrijken kleinen boerenstand aantreft. Dit en ook het ietwat liberaler optreden der poolsche magnaten maakt, dat de tegenstellingen minder scherp zijn dan in Letland, en Litauen is dan ook veel minder bolsjewistisch gezind.

Het groot aantal joden (in Kowno zijn zij zoo talrijk, dat het jiddisch er als een der erkende talen is toegelaten) helpt de tegenstellingen verzwakken, daar de joden hun eigen politiek voeren. Aan den anderen kant toch ook weer niet, omdat zij een voortdurende neiging hebben met de meerderheid mee te gaan.

Litauen, zonder Polen, Joden of Russen, kan slechts op heel weinig intellectueelen bogen, vandaar dat men bij de vorming van een nationaal ministerie op de grootste moeilijkheden stuitte, want men had ternauwernood genoeg krachten beschikbaar om het aantal zetels te bezetten.

Maar dan die regeeringswisselingen, zult ge vragen?

Dat is ook heel merkwaardig.

Men zou met een kleine variant op een bekend Simplicissimus-aardigheidje over Montenegro, kunnen zeggen: de Litauers leven, zooals bekend is, van regeeringswisselingen; daar er echter in geheel Litauen maar materiaal voor één regeering is, blijven dezelfde mannen steeds aan 't roer.

In tegenstelling met de Letten die protestant zijn, zijn de Litauers voor het meerendeel katholiek, waarnaast men nog een vrij groot aantal orthodoxen aantreft.

Aangezien de priesters echter voor een groot deel Polen zijn, hebben zij niet dien invloed als in Polen zelf, hoewel men toch met hun invloed rekening moet houden.

De poolsche grondbezitters missen het scherpe, hoekige karakter der Balten, maar ook het heroïsche, want terwijl deze laatste met het zwaard in de vuist hun rechten verdedigen, wonen de Polen rustig in Warschau, wachten daar betere dagen af en maken alleen een kolossale propaganda om Litauen bij Polen in te lijven.

Dat lijkt echter niet in de plannen der entente te liggen, die ook hier hun missies heen hebben gezonden, en met behulp der plaatselijke pers een geweldige campagne tegen de Duitschers, de eigenlijke stichters van den staat, begonnen zijn.

Men zal zich afvragen, wat de Duitschers eigenlijk nog in Litauen doen, waar ze niet, zooals in Letland, hun eigen kultuur helpen verdedigen, en dan is het antwoord: ze houden den jongen staat op de been en helpen het litausch leger organiseeren.

Trokken de Duitschers weg dan zou het noordelijk deel onmiddellijk door de bolsjewiki, en de rest door de Polen worden bezet.

Bovendien is het voor de Duitschers van groot belang, dat Litauen niet poolsch wordt, aangezien Rusland dan meer binnen hun bereik blijft, en zoodoende het plan der entente om Duitschland door een groot Polen geheel van Rusland af te scheiden, niet uitvoerbaar zal zijn.

De Entente wil Litauen noch aan Polen noch aan de Duitschers geven, doch deze politiek van halfheid maakt dat de Polen zich in het geheel niet storen aan hetgeen er in Parijs besloten wordt en kalm hun gang gaan.

Dat ze daarmee echter te veel hooi op hun vork laden is duidelijk. De Litauers zijn wel is waar niet zeer gevaarlijke tegenstanders, maar het aantal vijanden van den jongen poolschen staat groeit met den dag: Duitschers, Bolsjewiki, Tjecho-Slowaken, Ukrainers, enz. Daarbij komt dan nog, dat de bolsjewiki een kolossale propaganda in het poolsche leger maken, waaraan de Polen zelf hard meewerken doordat ze de duitsche krijgsgevangenen uit Rusland, en de russische uit Duitschland, die bij hen de grens over trekken, naar Warschau voeren, en naar men beweert voor een gedeelte in hun leger aanwerven.

De gevangenen zijn de beste propagandisten die de sovjetregeering heeft, en ik denk dat dat wel een der redenen zal zijn, waarom de duitsche regeering de Polen in dezen, zonder al te veel protest, maar kalm hun gang laat gaan, want daardoor raken zij ze kwijt en hebben hun vijanden er last van.