In het Hol van den Leeuw: Reisschetsen uit Sovjet-Rusland

Part 12

Chapter 122,576 wordsPublic domain

Daar zijn in de eerste plaats Koltsjak en Denikin; Koltsjak in Siberië, Denikin in Zuid-Rusland. Koltsjak, die in 't voorjaar bij Samara stond, is sedert dien tot in 't hart van Siberië teruggedreven. Een geweldige overwinning der bolsjewiki, die echter alleen mogelijk was, omdat de troepen van Koltsjak nog slechter waren dan die der bolsjewiki, en eigenlijk zonder veel vechten ervandoor zijn gegaan. In elk geval, de moreele overwinning is aan Moskou, dat daarbij het groote voordeel had, het nijverheidsgebied van Samara weer in handen te krijgen, en -- wat niet het minst is, -- een verbinding met Perzië en Voor-Indië.

Ik schreef u reeds, dat ik mij ernstig bezorgd maakte over de anti-engelsche propaganda in Voor-Indië, Perzië en de mohammedaansche wereld. Sedert eenigen tijd is er een druk koeriersverkeer tusschen Indië en Moskou, en voorname Indiërs en Perzen, alsmede Mohammedanen en Turken zijn in Moskou welkome gasten. De gaping in de fronten, waardoor deze propagandisten reizen, ligt tusschen het front van Koltsjak en het Oeralkorps van generaal Doetof, die zelf in Oeralsk zit en met zijn troepen, pl.m. 10,000 man, aan de Oeral staat.

De Kirgiezen schijnen al geheel en al bolsjewistisch te zijn, en steunen de roode troepen.

Ik ben in de gelegenheid u over deze propaganda in te lichten, aangezien een Indiër, die te Moskou in hetzelfde hotel gewoond heeft als ik, mij thans uitvoerig van alles op de hoogte heeft gebracht.

Lenin had hem zelf verklaard, dat zijn hoofdwerkzaamheid op het oogenblik in Azië lag; daarheen heeft hij zelfs zooveel troepen, munitie en geld gezonden, dat het westfront er door verzwakt is.

In Moskou zelf is op het oogenblik de indische maharadja Koemar Mahoendra, die er het hoofd is van een indische missie. Achter de schermen zit echter nog een machtiger indische grootheid te werken.

Ook de emir van Afganistan heeft een eigen vertegenwoordiger in Moskou, n.l. Paroh Katulloh, een bekend indisch revolutionnair, terwijl een zekere Prawin, een Rus, als vertegenwoordiger van Lenin in Indië de propaganda voert.

De gewezen turksche officier Kiazim Bei heeft in Toerkestan de leiding, waar hij een groote anti-engelsche organisatie tot stand gebracht heeft met russisch geld, dat hem onbeperkt toegezonden wordt, zoo ook wapenen en munitie.

Deze organisaties, die volgens Lenin's eigen woorden tegen het hart van Indië gericht zijn, groeien, dank zij den russischen steun, met den dag. Caveant consules.

Denikin heeft, in tegenstelling met Koltsjak, den laatsten tijd vrij groote voordeelen behaald, die hun hoogtepunt vonden in de verovering van Charkof. Het is echter de vraag of deze troepen van een beter gehalte zijn dan die van Koltsjak en of zij dus op den duur strijdvaardig zullen blijven.

Het is een vreemd geheel waarover Denikin het bevel voert. Hij zelf heeft zijn hoofdkwartier in Rostof, aan de Don. Op zijn rechtervleugel staat het Kaukasus-leger, ongeveer 12,000 man, onder de generaals Erdeli en Sawitski. Meer naar het noorden, ten z.o. van Saratof, staat generaal Wrangel met een leger uit vrijwilligers bestaande en het Koeban-leger, op papier 80,000 man tellend. In het centrum staan naast elkaar het Krim-Azofsche korps met Donkozakken onder generaal Sidorin (pl.m. 50,000 man). De linker-vleugel wordt gevormd door drie groepen vrijwilligers onder de generaals Pokrowski-Skoera en Machnof, elk ongeveer 20,000 man sterk en nog versterkt door Terekkozakken.

Daartegenover hebben de bolsjewiki hun 12e, 13e, 8e en 9e leger staan, ook alweer op papier 150,000 man sterk. De Kaspische Zee en de Kaukasus zijn geheel in engelsche handen.

In de Oekraine heerscht groote verwarring; daar vechten bolsjewiki en witte troepen tegen en onder elkander. Langs de kust is een smalle strook, waar o. a. Odessa in ligt, in handen der witte troepen. Tegenover het roode westleger staat generaal Sceptyeki, met naar mijn schatting pl.m. 10,000 man tegenover pl.m. 50,000 Russen.

Aangezien het poolsche leger goed aangevoerd wordt, en de Polen uitstekende soldaten zijn, worden hier de bolsjewiki voortdurend teruggeslagen. Helaas hebben de Polen geen plan om veel verder dan de Beresina oostwaarts te rukken.

Hier komen wij op een zeer lastig vraagstuk dat ik al te voren heb aangeroerd, n.l. dat de Polen de Beresina als oostgrens willen hebben en daarmee een gedeelte van Wit-Rusland, hetgeen de Entente tot dusver, vermoedelijk door beloften aan Denikin gebonden, niet heeft willen goedkeuren.

Over Litauen en Koerland heb ik al heel wat geschreven en getelegrafeerd; daar staan naast elkaar Litauers, Esten en Letten, die echter geen groote militaire waarde hebben, slecht uitgerust en gedisciplineerd zijn, waardoor in dat gedeelte van Oost-Europa de troepen van Von der Goltz de eenige zijn waarmee iets uit te richten is.

Nu is m. i, de heele moeilijkheid deze, dat het den Engelschen er nooit oprecht om te doen is geweest, het sovjetbewind ten val te brengen. Engeland zag in het bolsjewisme geen gevaar voor zichzelf. Dat het toch in schijn er tegen optreedt ligt alleen hierin, dat het bij een val van het sovjet-bestuur wil trachten economische voordeelen te behalen en de Duitschers te beletten in Rusland handelsbetrekkingen aan te knoopen.

Wien de goden willen verderven, dien slaan zij met blindheid, want op deze manier heeft Engeland zich toch de russische regeering tot aartsvijand gemaakt en ziet het welke gevaren in Indië en Perzië dreigen.

Maar Engeland heeft het ook bij de conservatieven en zelfs ook bij de meer gematigde Russen verbruid, door den aan Polen verleenden steun.

Men kan gerust zeggen dat alles wat Rus is, tot welke richting ook behoorend, anti-engelsch is. In Oost-Europa heeft de Entente uitgediend, omdat ze het niemand naar den zin heeft kunnen maken en omdat ze nooit openlijk gezegd heeft wat ze wilde.

Lenin en Trotsky spelen tegenover de boeren uit dat Koltsjak en Denikin reactionnair zijn.

Dezer dagen sprak ik een Rus, die pas uit Rusland kwam, en er in de laatste maanden veel gereisd heeft. Hij was het grootendeels met de beschouwingen, die ik gegeven heb, eens; alleen meende hij, dat van de socialisten geen heil te verwachten was, omdat de Russen weer een krachtige vuist moeten hebben, die ze regeert.

Maar in zooverre was hij het met mij eens, geen reactie, geen intrekking der thans ingevoerde hervormingen, maar een met het russische volkskarakter rekening houdende hervormingspolitiek.

Hij was er, evenals ik, van overtuigd, dat een openlijke verklaring der Entente, en met name van Engeland, heel veel goeds zou kunnen uitrichten. Wat zegt nu echter Churchill en bevestigt daarmee mijn bovengeuite overtuiging: "wij moeten zorgen, dat Duitschland geen economische voordeelen behaalt." Daarmee is feitelijk de engelsche politiek gekarakteriseerd en m.i. veroordeeld.

De Engelschen -- en in het algemeen de Entente hebben geen geregelde troepen ter bestrijding van het bolsjewisme beschikbaar, en laten anderen voor zich vechten. Die anderen bestaan uit verschillende elementen, conservatieve en radicale en daarom kan de Entente geen uitsluitsel geven wat zij eigenlijk wil, om niet een der partijen tegen zich in 't harnas te jagen.

Zeer typisch komt dat in 't Noorden uit. Daar vechten Esten, die eigenlijk half en half bolsjewistisch zijn, naast de troepen van prins Lieven, die reactionnair zijn, en op het oude tsaristische standpunt staan.

Schaart de Entente zich nu aan de zijde der reactie, dan weten niet alleen de Esten, maar ook de Letten en Litauers, dat zoodra het bolsjewisme valt, het met hun onafhankelijkheid gedaan is. Gaat de Entente de andere richting uit, dan doen de reactionnairen niet meer mee.

Elk dezer partijen op zich zelf is niet sterk genoeg, en de Entente heeft zelf geen troepen beschikbaar, dus blijft het bij een dubbelzinnige politiek.

Er is slechts één uitweg -- maar of de Engelschen daaraan zullen willen, is de vraag -- n.l. de troepen van Von der Goltz opdracht geven St. Petersburg te veroveren. Op het oogenblik is het al zeer onwaarschijnlijk, dat die opdracht gegeven wordt, maar het oogenblik nadert meer en meer dat men in de duitsche troepen in Koerland de eenige redders zal zien. De doorbraak bij Pskof heeft opnieuw aangetoond, niet dat de roode troepen zoo sterk zijn, maar hoe zwak de witte zijn.

Wanneer men in Engeland zegt: St. Petersburg is zoo sterk, dat het niet te nemen is, dan is dat een onwaarheid, welke iedereen, die ook maar eenigszins op de hoogte is, voelt. Een dergelijk gezegde beteekent alleen, dat de troepen die voor de Entente vechten weinig of niets waard zijn. Ik weet uit zeer goede bron, dat er Engelschen zijn, die er net zoo over denken als ik, maar hun meening wordt onderdrukt.

De engelsche politiek tegenover Rusland is onbegrijpelijk. In Moskou heb ik een witboek der bolsjewiki gelezen, waarin de geheele tekst van de besprekingen tusschen de Engelschen en de sovjet-republiek openbaar gemaakt is. Daaruit blijkt, dat Tsjisjterin niet eenmaal, maar herhaaldelijk een wapenstilstand heeft voorgesteld. Al zijn voorstellen zijn echter afgeslagen. Nu begrijp ik niet, hoe Lloyd George kan verklaren, dat de sovjet-regeering geen enkele maal een vredesaanbod gedaan heeft. Integendeel, de Russen willen niets liever dan vrede, omdat zij heel goed weten dat hun leger geen groote waarde heeft, al beweren zij natuurlijk het tegendeel; zij weten ook heel goed, dat de blokkade hen op den duur ten gronde zal richten.

Zij doorzien de engelsche taktiek echter heel goed, en dat is hun kracht. Vandaar hun vredesaanbod aan Litauen en Estland; dat zaait natuurlijk tweedracht in het leger dat de Engelschen voor de verovering van St. Petersburg hebben samengetrokken.

De verklaringen van Bullitt in den amerikaanschen senaat brachten mij niets nieuws; dat had ik in Moskou al lang gelezen.

Hier te Berlijn zijn op het oogenblik zeer veel Amerikanen, die allen om handelsdoeleinden hierheen zijn gekomen. Ook zij wenschen het bolsjewisme zoo spoedig mogelijk ten val gebracht te zien, om weer met Rusland handel te kunnen drijven; het kan hun niets schelen of de Duitschers er dan ook eenige voordeelen bij halen.

Het is natuurlijk zeker, dat de Duitschers op het vinkentouw zitten om weer handelsbetrekkingen met Rusland aan te knoopen en evenzeer, dat de duizenden Russen, die op 't oogenblik in Duitschland zijn, ook niets liever willen.

De duitsche regeering en ook een groot gedeelte van de duitsche pers schijnt heftig op Von der Goltz gebeten, maar ik ben er zeker van, dat er een oogenblik zal komen, dat alle Duitschers, behalve misschien de onafhankelijken, in Von der Goltz een tweeden Yorck zullen begroeten. Wanneer Europa, niet meer uitsluitend door haat geleid, zich op een gegeven oogenblik zal afvragen, welk gevaar het bolsjewisme voor zijn beschaving beteekent, dan zal men reikhalzend uitzien naar een macht, die aan 't sovjetrégime een einde maken kan, en die heeft men -- indien de Entente tenminste zelf niet de noodige troepen heeft -- in Von der Goltz in het Noorden en in de Polen in het centrum.

Daarnaast behoort dan een ondubbelzinnige verklaring te komen, dat met een opmarsch in Rusland geen reactie bedoeld wordt, maar alleen het einde van de dictatuur van een kleine minderheid.

Zoodra de bolsjewistische propaganda in Azië de Engelschen begint te benauwen, zal het wel anders gaan dan nu; maar zal het dan niet te laat zijn?

De duitsche regeering doet op het oogenblik niets en kan niets doen. De duitsche pers put haar nieuws uit "Die Freiheit", die door zijn betrekkingen met de letsche bolsjewiki natuurlijk niets anders doet dan Von der Goltz voor een reactionnair uitmaken. Vandaar dat van duitsche zijde niets ondernomen zal worden om Von der Goltz te steunen en zeker niet van regeeringszijde. Men spreekt er hier al van, dat de regeering Von der Goltz geen geld meer zal sturen.

Dat er in de engelsche meening toch al eenige kentering is gekomen, bewijst wel het gerucht, dat uit Koerland komt, dat n.l. de engelschen de troepen van Von der Goltz nu misschien wel zullen betalen. Dat zou de eerste stap in de goede richting zijn en er op wijzen, dat de Engelschen hun fouten beginnen in te zien.

Van den schrijver dezer _Reisschetsen uit Sovjet-Rusland_ vindt men belangrijke artikelen over _De oorlog in het Oosten_ gedurende 1916 en 1917 (Rusland, Oostenrijk-Hongarije, Roemenië, Montenegro, Albanië, Polen) in het geïllustreerde

Gedenkboek van den Europeeschen Oorlog

samengesteld onder toezicht van

W. A. T. DE MEESTER Luit-Gen, b. d., Oud-Commt v. h. Veldleger

COMPLEET IN VIER DEELEN

Prijs per deel ingenaaid f 9.--, gebonden f 10.50

Uitgave van A. W. SIJTHOFF'S UITGEVERS- MAATSCHAPPIJ te LEIDEN

[Transcriber's Notes: Dit boek bevat een aantal zetfouten. De volgende zetfouten zijn gecorrigeerd:

[die op Duitschand zal rusten.] -> [die op Duitschland zal rusten.]

[het patriotisme hoog op.] -> [het patriottisme hoog op.]

[Cumbinnen-Stallupönen] -> [Gumbinnen-Stallupönen]

[in Koerland, Estland en Litanen,] -> [in Koerland, Estland en Litauen,]

[met hun familieed en,] -> [met hun familieleden]

[de lettische sovjet-regeering] -> [de letsche sovjet-regeering]

[een melancolieke stemming] -> [een melancholieke stemming]

[met de grootste minitieusheid] -> [met de grootste minutieusheid]

[op de hoogte zijn, odat] -> [op de hoogte zijn, omdat]

[de tegewoordige generatie] -> [de tegenwoordige generatie]

[progroms] -> [pogroms] Dit woord, dat 8 x voor kwam, is overal gecorrigeerd.

Een afwijkende schrijfwijze van de vorige fout: [geen programs plaats gehad] -> [geen pogroms plaats gehad] Ook gecorrigeerd.

[amerikaansche missie's] -> [amerikaansche missies]

[handelsattachés meegebacht] -> [handelsattachés meegebracht]

[heeft net geinformeerd] -> [heeft net geïnformeerd]

[openlijk protesteeeren] -> [openlijk protesteeren]

[ijverig copiëer ik] -> [ijverig copieer ik]

[De ekonomische toestand] -> [De economische toestand]

[niet direkt met ons] -> [niet direct met ons]

[soort guerillaoorlog gevoerd] -> [soort guerrillaoorlog gevoerd]

[zonder anwoord maar] -> [zonder antwoord maar]

[geldt van alle] -> [geldt voor alle]

[plakaten aangebracht] -> [plakkaten aangebracht]

[naieveteit] -> [naïeveteit]

[dan de bureau's] -> [dan de bureaux]

[en voorname Indiers] -> [en voorname Indiërs]

[het al zeer onwaarschijlijk,] -> [het al zeer onwaarschijnlijk,]

[zijn er drie entente-emissies] -> [zijn er drie entente-missies]

Er zijn enkele (plaats)namen die in meerdere spellingen voor komen. Waarschijnlijk heeft de auteur de namen soms uit het Nederlands en soms uit het Pools of Engels gebruikt. De verschillende schrijfwijzen zijn behouden:

[Kovno] / [Kowno] [Ukrainer] / [Oekrainer] [Nowo Alexandrofsk] / [Novo Alexandrofsk] [Bogdanof] / [Bogdanow] / [Bogdonow] [Kovno] / [Kowno] [Radoskowitz] / [Radoskowitsj] [bolsjewik] / [bolsjewiek] [bolsjewiken] / [bolsjewieken]

Er zijn ook enkele plaatsnamen waarvan één van de twee schrijfwijzen onjuist kan zijn. Dit kon echter niet met zekerheid worden vastgesteld en deze zijn daarom eveneens niet gecorrigeerd:

[Ottojani] / [Ottajani] {beiden komen voor} [Wilikomir] / [Wilkomir]

Alhoewel de papieren versie van dit boek geen inhoudsopgave heeft, is voor het gemak van de lezer er een toegevoegd. Door de inhoudsopgave valt op dat de datering van de hoofdstukken niet overal chronologisch is. Dit verklaart de auteur zelf door in hoofdstuk "EEN BEZOEK AAN BOLSJEWISTISCH RUSLAND" op te merken dat hij eerst in telegrafische stijl zijn hoofdindrukken uit Rusland heeft gegeven (die volgen elkaar chronologisch op). Deze indrukken, die hij naar Nederland telegrafeerde of per koerier zond, beginnen op 15 Mei 1919 en eindigen op 30 Augustus 1919, waarop hij weer terug is in Berlijn. Dan schakelt hij over op zijn dagboek, dat begint op 28 Juli 1919 en eindigt op 26 Augustus 1919 en daardoor gedeeltelijk met de eerte helft van het boek overlapt.

De laatste twee hoofdstukken, 3 September en 16 September, horen niet meer bij zijn dagboek en zijn een nabeschouwing waarin hij nieuwe ontwikkelingen meeneemt.

Eén chronologische onregelmatigheid wordt hierdoor echter niet verklaard: hoofdstuk "DE VEROVERING VAN RIGA - I. Riga", gedateerd 23 Mei. Dit hoofdstuk wordt opgevolgd door 22 Mei en het daarop volgende hoofdstuk wederom met 23 Mei. Aangezien de eerste zin van hoofdstuk "DE VEROVERING VAN RIGA - I. Riga" begint met "Woensdagavond kreeg ik plotseling bericht..." en 23 Mei in het jaar 1919 op Vrijdag viel, is het aannemelijk dat hier sprake moet zijn van 21 Mei.

Er zijn ook enkele interpunctie fouten gecorrigeerd maar worden hier niet verder genoemd. ]