Part 9
"Dat weet ik niet, wie onder en wie boven staat, maar dat is zeker, naast elkander geloof ik niet, dat wij kunnen gaan."
Zij reikte hem de hand.
"Nu wordt het mijn tijd, mijnheer Van Eyken, adieu!" Haar stem trilde even.
Weer overkwam Casper de lust haar te zeggen, dat zij ondanks alles zijn ideaal bleef, de vrouw zijner keuze, dat Emilie hem onverschillig was, akelig onverschillig, dat hij met haar een leven te gemoet ging grijs van eentonigheid en dof van alledaagschheid, dat zijn liefde haar zou schenken wat zij had gewenscht, een plaats op den gewonen, grooten levensweg der vrouwen, maar nu was het te laat, het oogenblik was voorbij, hij twijfelde aan zichzelf en zij twijfelde aan hem. Zij stond zoo hoog en hij was van zijn voetstuk gevallen.
"Ik ben blijde, dat ik u ontmoet, dat ik u gesproken heb," sprak hij eindelijk dood gewoon, "en wij blijven toch zeker vrienden?"
"Als u wil ja, maar u zal niet veel aan die vriendschap hebben wanneer ik naar Damascus of naar Constantinopel trek."
Zij drukte op het schelletje en beval de dienstbode:
"Laat mijnheer uit!"
AANTEEKENINGEN
[1] Citroenwater.
[2] Aannemen! Een bittertje!