Chapter 4
Frans opende den brief langzaam en met angst; elke plooi werd als met voorzichtigheid ontvouwen.--Maar niet zoodra had hij zijne oogen op den inhoud geworpen, of de spieren van zijn aangezicht begonnen stuiptrekkend zich te bewegen: hij werd bleek als een doode en een akelige schreeuw bonsde uit zijne borst door de kamer. Hij leunde op de tafel, en de brief viel uit zijne hand op den vloer.
De kamer was vervuld met droefheidsgillen; Meken hief de armen ten hemel; de moeder viel achterover op haren stoel; alsof al hare spieren met lamheid geslagen waren.
Frans deed geweld om te spreken. Het was zichtbaar, dat hij iets zeggen wilde, doch het kon niet over zijne bevende lippen. Eindelijk brak zijne spraak los; hij raapte den brief op, vloog met open armen naar zijne grootmoeder en riep met schrale stem:
«Meken! Moeder! Vader! Ik ben schilder! Vijfhonderd franken voor mijne schilderij!»
De vier gelukkigen lagen in elkanders armen, zich rukkende, zich zoenende, zich streelende,--en een verward geschal van vreugderoepen vervulde de kamer.
Na de eerste betuiging van liefde en blijdschap betoonden de vrouwen hare nieuwsgierigheid om den inhoud van den brief te kennen. De jongeling, die het Duitsch tamelijk wel kende, vertaalde hun den brief, die luidde als volgt:
Keulen, den.....
_Mijnheer,_
Het tafereel, dat ons door u is toegestuurd geworden, onder den titel van _het Graf van eenen Weldoener_, is door de liefhebbers veel bezocht en geprezen geworden. Ik acht mij gelukkig, u te kunnen aankondigen, dat het door den heer E..... onzer stad is aangekocht tegen den door u opgegeven prijs.
Gij zult, bij het vertoonen dezes, de som van 500 franken kunnen ontvangen, ten kantore van M. L....., bankier uwer stad.
Met niet minder genoegen zult gij vernemen, ik hoop het, dat de heer E..... een tweede tafereel van dezelfde grootte van u verlangt. De betaling zal er van gedaan worden, zoodra gij het aan mij zult hebben doen geworden.
De geheimschrijver van het Keulsch Kunstvereen.
«Ho!» riep Frans eene tweede maal, «nu ben ik schilder! Grootmoeder, nu ben ik schilder!»
«Ja, kind,» antwoordde Meken met eenen fieren blik, «heb ik het u niet gezegd? Nu zijn wij zoo rijk, dat wij geen eind aan ons geld zullen vinden! Laat ze nu maar zeggen: _de povere artist_! Dat ziet gij wel, God is toch goed; wij hadden al te veel uitgestaan. Ik zal nog negen dagen voor Onze-Lieve-vrouw van de Zeven Weeën gaan bidden, om haar te danken. En nu, Frans, jongen, nu maar vroolijk het onze genomen van hetgeen onze Heer ons gegund heeft.--Nu zullen wij wel eene stoop kriekbier kunnen krijgen en een pond of twee varkensribbekens.--Laat ons nu maar smullen!--de brievendrager, dat goede mensch, zal meedoen.»
Een kwartier later hoorde men reeds van aan de deur de varkensribben in de pan kissen; de reuk van het gebraad droeg als een bode het gelukkig nieuws in de gebuurte; het roode kriekbier stond uitgeschonken op de tafel en de brievendrager was dien avond, met Frans en zijne ouders, eens recht vroolijk.
Des anderen daags werden twee goede heelmeesters bij den vader geroepen. De verpande kleederen, de medailles werden gelost en al de gemaakte schuld betaald.
Van dit oogenblik af arbeidde Frans met moed en zekerheid; zijne schilderijen werden verkocht, eer zij nog voltooid waren, en hij kon weldra aan de vragen der liefhebbers niet meer voldoen.
Nu woont Frans met zijne ouders niet meer in het arm huis; zij hebben nu de gedroomde twee stagiën en schoone kamers, fraai behangen, versierd met nette meubels..... De vader werkt niet meer op de kaai; hij rookt zijne pijp bij eene sierlijke stoof van Marckelbach.
Meken heeft eene meid om haar te dienen, en de liefde van haren Frans om haar op deze aarde gelukkig te maken.
EINDE.
* * * * *
Transcriber's note:
- This novella was printed with another novella in a single volume. Any references to the other novella, "Siska van Roosemael," have been removed from this e-text. "Siska van Roosemael" can be found at https://www.gutenberg.org/etext/31052. - At times the ink failed to stick on the printed page. Where commas and full-stops were missing as a result, these have been added without comment. - The HTML version of this etext contains invisible page numbers that refer to the page numbers of the original print edition.
Corrections
- Added the name of the author to the title page. - Normalised to 'St.-AndriesXXX' (where XXX stands for the second part of a compound word). There was 1 occurrence of 'St-AndriesXXX' (without a full-stop), on page 106, and 4 of 'St.-AndriesXXX'. - Page 77: the ink had not caught well at the end of the lines of the following footnote text: "Dit zonderling avondgebed als ook een ander, dus beginnende [unclear] Engel Sinte Michiel, ik beveel u mijn lijf en ziel, worden nog dagelijks in [unclear] huisgezinnen door de kinderen opgezegd. Daarbij echter wordt dan [unclear] Vader ons of een ander erkend gebed gevoegd." I have added in the words that seemed most logical to me, guided by the recommendations of the proofreaders. - Page 89: corrected 'sfemme' to 'stemme'. - Page 101: corrected 'Hi' to 'Hij' ('in omtrek. Hi'). - Page 104: left in 'et' in 'et het duurde', even though it strikes me as incorrect Dutch. I failed to guess what the author meant. - Page 108, corrected 'zijt' to 'zijn' (singular to plural, 'luister omgeven zijt?'). - Page 117: left in 'uitsteken' in 'wat uitsteken gewrocht', even though it doesn't strike me as correct Dutch. - Page 120: corrected 'zprak' to 'sprak' ('dan zprak zij'). - Page 122: printer's error. Moved 'naar' up a line, to after 'moesten ook eindelijk'.