Hoe ik een week te Fez doorbracht De Aarde en haar Volken, 1908

Chapter 4

Chapter 4358 wordsPublic domain

Daar ik morgen moet vertrekken, en daar een deel van mijn bagage al naar boven is gebracht, naar Fez-el-Djedid bij mijn ezeldrijver, geeft Sidi Mohammed mij voor dezen dag en den volgenden nacht een onderkomen in een der benedenkamers. Hij toont mij hoe de deur wordt gesloten en stelt den sleutel mij ter hand. Hij zegt tot Mansoer en Abbas, dat ze hier den nacht moeten doorbrengen, om mij den volgenden morgen vroeg te kunnen vergezellen. Maar hij geeft mij te verstaan, dat ze op de binnenplaats zullen slapen en dat ik alleen in de kamer zal wezen. Het zal wel goed zijn, dat ik den grendel verschuif, want "het vertrouwen!.... het vertrouwen!..." En hij schudt het hoofd...

Terwijl ik nog met Sidi Mohammed aan tafel zit, komen eenige vrienden hem bezoeken, en onder hen herken ik een Arabier, Raschid, die eenige dagen geleden mij had aangesproken en gezegd had, dat hij mij wel eens in Alexandrië had gezien. Hij behoort tot een illustere familie uit Medina, zegt Sidi Mohammed, en is in Indië, Syrië, Turkije en Egypte geweest. Hij is hier sinds twee maanden en blijft nog een maand, om de zaken in Maghreh, Marokko, te bestudeeren en van nabij de politiek na te gaan.

Hij is stellig een van die geheime boodschappers, die onophoudelijk door de geheele wereld trekken onder de Mohammedanen, agiteerend, en bevelen en berichten overbrengend, werkzame agenten voor de godsdienstige propaganda onder de volken van Azië en Afrika. De Mooren die hem vergezellen, zijn aanzienlijke personen, die mijn gastheer met ontzag behandelt, maar die mij niet groeten, noch met mij spreken. Wij zitten op den grond op hetzelfde tapijt; wij raken elkaâr bijna aan, en toch zijn onze zielen door meer dan één afgrond gescheiden.

De vrienden van Sidi Mohammed gaan heen. Mijn gastheer gaat naar boven, naar de vertrekken van zijn vrouwen. Mansoer en Abbas leggen zich te ruste in de alcoof in een uithoekje van de plaats. En met mijn deuren gesloten en den grendel erop, slaap ik mijn laatsten nacht in de stad der sjerifiaansche sultans.

End of Project Gutenberg's Hoe ik een week te Fez doorbracht, by Jean Marlys