Part 8
Het bestier is niet geheel militair; daar zijn eenige rechtbanken opgericht, om de gedingen en andere zaaken behoorlijk te behandelen en te beoordeelen, als daar zijn die van Tiguil, Ingiga & Nijenei-Kamschatka; deeze rechtbanken zijn aan die van Okotsk onderhoorig, even als in Rusland de gerechten der steeden van den tweeden rang afhangelijk zijn van die der Hoofdsteden, welke zonder verder beroep vonnissen. Behalven die is er te Bolcheretsk een soort van Burgerlijk rechtsgebied of stemgericht; in het Russisch _slovesnoi-soud_ genaamt. De rechters zijn kooplieden, zij neemen kennis van alle verschillen betrekkelijk tot den koophandel, en hunne vonnissen worden goedgekeurd of vernietigt door de rechtbank, alwaar de zaaken bij hooger beroep gebragt zijn. Het is genoeg hier van te zeggen, dat men 'er alleen de Russische wetten volgt; deeze zijn genoeg bekend om mij te ontslaan, van in meer bijzonderheden deswegens te treden; ik zou daar en boven maar herhaalen, het geen verscheidene geschiedschrijvers, of veel meer verlichte waarneemers dan ik ben, daar omtrent verhaald hebben.
Gebruiken omtrent de Erffenissen.
Ik meen echter hier te moeten bijvoegen, dat de goederen der Kamschatters, na hun afsterven, zonder moeijelijkheden wederkeeren aan derzelver naaste erfgenaamen, of aan die geenen aan wie 't hun behaagt dezelve te vermaaken; de wil des testateurs word zo goed geëerbiedigt en na den letter gevolgt, als in Europa bij de meest zorgvuldige volkeren in geval van erffenissen, zou kunnen geschieden.
Aanmerkingen betreklijk de Huwelijken.
De egtscheiding is onder de Kamschatters nog gebruikelijk nog geoorloft. De Russen schijnen zich gaarne met hun te verbinden, hoe zeer dit dezelven geen bijzonder voorrecht aanbrengt. Men kan ligt bevroeden, welke hunne beweegredenen daar toe zijn; deeze vermenigvuldigen die huwelijken zodanig, dat het niet onmogelijk zou weezen, dat 'er voor het uiteinde van het tegenwoordig geslagt, van de inboorlingen des lands geen overblijfzels meer te vinden zullen zijn.
Strafoeffeningen.
De doodstraf in alle de staaten van de Keizerin vernietigd zijnde, word insgelijks nooit in Kamschatka uitgeoeffend. In het eerst wierden de Russen, die men beschuldigde van de Kamschatters mishandeld te hebben, tot de knout veroordeeld; daar waaren 'er ook onder de laatsten, die om verscheiden misdaaden deeze wreede straf ondergingen, dog tegenwoordig maakt men daar van geen gebruik meer; zo dra deeze eenige misslagen, of zwaare misdaaden begaan, vergenoegt men zich met hun te slaan. Hebben zij wel veel bij deeze verandering gewonnen? de tegenswoordige manier van straffen veel eenvoudiger en spoediger verricht zijnde, word ook veel ligtvaardiger gebruikt en moet dus dikwijls verkeerd uitgeoeffend worden.
Taal.
De Kamschatsche taal kwam mij voor hard, hol en zeer moeijelijk in de uitspraak te weezen, de woorden zijn afgebrooken, en de klanken onaangenaam. Daar zijn om zo te spreeken zo veele tongvallen en verschillende uitspraaken als er Ostrogs zijn. Bij voorbeeld, men is zeer verwonderd, wanneer men van St. Pieter en Paulus komt, te Paratounka een andere brabbeltaal te hooren spreeken; het is in de dorpen, die het digtst aan elkander gelegen zijn, het zelfde. Niettegenstaande deeze veranderingen in de taal, heb ik gemeent een woordenboek te moeten vervaardigen, het welk ik aan het einde van mijn dagverhaal zal mêedeelen, ik zal 'er dat van de Tchouktchische, Koriaksche en Lamoutsche taal bijvoegen; ik heb 'er alle oplettenheid aan besteed, en men heeft mij al die hulp verleend, welke mij van zeer veel nut is geweest. Ik zal het artikel van mijn verblijf te Bolcheretsk besluiten, met verscheide waarnemingen, die een ieder in staat zullen stellen om van de onmogelijkheid te oordeelen, waar in ik mij geduurende al dien tijd bevonden heb, van wederom mijn reis te kunnen aanneemen.
Aantekeningen over de lugtsgesteldheid.
Tegens het einde van November, deed de koude zich eensklaps zo hevig gevoelen, dat in weinig dagen alle de rivieren digt raakten, zelfs de Bolchaïa-reka, het geen door deszelfs uitermaate sterken stroom zeer zeldzaam is. Den volgenden morgen ontlastte zij zich reeds van de ijsschotsen, waar mede ze bedekt was; ik heb 'er zedert voor Bolcheretsk zich geene zien vastzetten, dan op de hoogte van 't huis van den Commandant. Hoe zeer de rivier op verscheide plaatzen digt is, vertoont ze echter nog in dit tijdstip verscheide openingen, waar men haaren stroom deszelfs gewoonen loop ziet behouden.
Men word op iederen oever van dit schier-eiland een gevoelig onderscheid in den dampkring gewaar. Terwijl te St. Pieter & Paulus geduurende den zomer groote droogte geheerscht had, klaagde men te Bolcheretsk over menigvuldigen regen, echter is het mij voorgekomen, dat men over het algemeen den herfst in dit jaar niet zeer regenachtig gevonden had. De al te menigvuldige regen is in dit land schadelijk, dewijl ze aanmerkelijke overstroomingen te weeg brengt, en de visch verjaagt; waar uit voortkomt, dat de honger de arme Kamschatters overvalt, gelijk in het voorleden jaar in alle de dorpen van de westkust van het schier-eiland gebeurd is. Deeze ijsselijke geessel heerschte daar zo algemeen, dat de inwoonders genoodzaakt wierden hunne wooningen te verlaaten, en zich met derzelver huisgezinnen naar de oevers van de Kamschatka te begeeven, in hoop van daar meer hulpmiddelen te zullen vinden, als zijnde de visch overvloediger in deeze rivier. De Heer Kasloff had zich voorgestelt om zijn te rug reis langs de westkust te neemen, hebbende de oostkust reeds doorgetrokken; dog de tijding van deezen hongersnood had hem tegen wil en dank genoodzaakt om den zelfden weg te rug te gaan, veel eer dan zich bloottestellen om daarin gestremt te worden, en misschien ter halver weg te verongelukken, door de moeijelijkheid van zich honden, en levensmiddelen op de westkust te verschaffen.
De wind is geduurende mijn verblijf te Bolcheretsk zeer veranderlijk geweest; hij was meest west, noord-west en noord-oost, zomtijds aan den zuidkant, maar zeldzaam in het oosten. De zuide en weste winden waaren bijna altijd van sneeuw verzeld, en weinig weeken zijn 'er, tot in Januarij toe voor bij gegaan, waarin wij niet twee of drie hevige stormwinden zagen opkomen; deeze kwamen gewoonlijk uit het noord-westen: die buijen duurden weinig minder dan één of twee dagen, en somtijds zeven of agt. Als dan zou het de uiterste onvoorzigtigheid geweest zijn van ons te waagen om uit te gaan. De hemel was van alle kanten bezet, en de sneeuw door deeze dwarlwinden opgeheven, vormde een dikken nevel in de lucht, die niet toeliet om zes treden van zich aftezien. Wee de reizigers, die zich in dit ijsselijk wêer op weg bevinden! Zij zijn genoodzaakt stil te houden, zo als ik reeds gezegt heb, anders loopen zij gevaar elkander te verliezen, of in den een of anderen afgrond te vallen, want hoe zal men de wegen onderscheiden? Hoe die vervolgen, wanneer men te worstelen heeft met de onstuimigheid van den wind, en wanneer men zich met moeite van de sneeuwhopen ontdoen kan, waar van men eensklaps omringt word? Indien de menschen zo veele aanmerkelijke gevaaren uitstaan, dat men dan oordeele over het geen de honden moeten lijden. Niets is ook zo gemeen, dat dat men door deeze vreesselijke orkaanen, zich onverwachts van de sleeden, die tot het gevolg behooren, afgescheiden, en twee wersten of meerder van elkander verwijderd bevind, ieder een anderen weg neemende[69].
[69] Deeze orkaanen heerschen vooral in de maanden November, December en Januarij.
Oorzaaken die de langduurigheid van ons verblijf te Bolcheretsk noodzaakelijk gemaakt hebben.
De meenigvuldigheid dezer stormwinden, de verbaazende uitwerkzels, die er de gevolgen van kunnen zijn, deeden ons de noodzaaklijkheid gevoelen om ons vertrek uittestellen. De Heer Kasloff had even zo veel verlangen om zich naar de plaats van zijn verblijf te begeeven, als ik ongedulds bezat om mijn reis te vervolgen, ten einde mijne zending met dien spoed te verrichten, welke mij aanbevolen was; dog alle de berichten, die wij ontfingen, veroordeelden onzen iever, en men toonde mij aan, dat het roekeloosheid van mij zoude zijn, indien ik wilde vertrekken, met zulke gewigtige brieven belast zijnde, als mij toevertrouwd waaren. Deeze bedenking deed mij voor de verzoeken en raadgeevingen van den Heer Kasloff, en van de andere Officieren van zijn gevolg zwigten; die bevelhebber voorkwam mijne begeerten door mij een eigenhandig getuigschrift te geeven, het welk de langdurigheid van mijn verblijf te Bolcheretsk rechtvaardigde, door het opgeeven der oorzaaken, welke het zelve noodzaaklijk gemaakt hebben[70]. Deeze stormwinden eindelijk omtrent den 15 Januarij opgehouden hebbende, beijverden wij ons om in de laatste toebereidzelen tot ons vertrek te voorzien, het welk op den 27 van die maand wierd vastgesteld.
[70] Men zal dit getuigschrift aan het einde van dit werk vinden.
Toebereidzelen tot ons vertrek, bepaald op den 27 Januarij.
Wij voorzagen ons, zo goed wij konden, van brandewijn, ossenvleesch, roggemeel en gort; men bakte een groot getal brooden, waar van een gedeelte voor de eerste dagen van onzen togt bewaard wierd, en het overige wierd in zeer kleine stukjes gesneeden en op den oven even als beschuit gedroogd; het overschot van het meel vulde men in zakken, die voor gevallen van noodzakelijkheid bewaard wierden.
[Illustratie: _Dessiné par [TR]..._
_Gravé par SS...Choffard._
_de plusieurs Acad.^{ies} Roy.^{les} 1790._
CARAVANE KAMTSCHADALE ARRIVANT DANS UN OSTROG OU VILLAGE.]
De Heer Kasloff had bevolen, dat men zo veel honden, als maar te bekomen waaren, zou opzamelen; aanstonds bragt men ze ons uit alle de nabuurige Ostrogs bij menigte, eveneens leverde men ons de leevensmiddelen in overvloed; de eenigste zwarigheid was maar hoe dat alles mede te voeren. Toen men onze sleeden zou laaden, was ons reisgoed zo aanmerkelijk, dat niettegenstaande de menigte van handen, die daar toe gebruikt wierden, de oplaading niet voor den 27. des avonds kon afgedaan zijn; wij hadden beslooten dien dag in den morgen te vertrekken, en het was reeds nagt, wanneer men ons kwam zeggen dat alles gereed was: hier hadden wij den tijd om ons ongeduld te beproeven; ik voor mij wil bekennen dat mij nimmer een dag zo lang gescheenen heeft. Dit uitstel had ons zo verveelt, dat wij niet tot aan den volgenden morgen wilden wachten; naauwlijks gewaarschuwt, of wij liepen naar onze sleeden, en in het zelfde oogenblik waaren wij buiten Bolcheretsk.
Den 27.
Vertrek van Bolcheretsk.
Het was des avonds ten zeven uuren wanneer wij het zelve verlieten, onder de begunstiging van het licht der maan, welkers helderheid nog levendiger wierd door de schemerende witheid van de sneeuw. Dit vertrek was waarlijk een onderwerp voor het penseel geschikt; dat men zich onze in der daad talrijke caravane verbeelde, bestaande uit vijf en dertig sleeden[71], daar onder begreepen die, waar op ons reisgoed geladen was. Op de eerste was een Sergeant geplaatst, genaamt _Kabéchoff_; gelast om den togt te gebieden en te geleiden; hij gaf het teken, en spoedig, vertrokken alle deeze sleeden de een na de ander; ze wierden door omtrent driehonderd honden voortgetrokken[72] wier iever derzelver snelheid evenaarde; doch welhaast was de order gebrooken, de reijen kruisten zich en raakten in de war, eene edele naiever bezielde de geleiders, en de reis wierd een wagen-wedloop; de prijs behoort hem, die zijne dravers het meest voortdrijft, niemand wil voor bij gehaald zijn, de honden zelfs kunnen deeze belediging niet verdraagen; zij beijveren zich om het zeerst, en hitsen zich beurtelings aan om de eer in de loopbaan te verkrijgen; de strijd begint en de sleeden raaken om ver, met gevaar dikwils van aan stukken te breeken; het geroep der omgevallene, het geschreeuw der honden die aan het vegten, het verwarde geblaf der geenen die aan het loopen zijn, eindelijk het luidruchtig en onophoudlijk _gesnap_ der geleiders vermeerderde nog de wanorder waarin men zich zelfs niet kan hooren of verstaan.
[71] Het waaren meest gewoone sleeden, zo als men ze op bladz. 100 beschreeven heeft gezien, sommigen waaren geslooten en hadden de gedaante van _verocs_ of _kibitks_ de mijne was van dat getal gelijk ik bladz. 107 verhaald heb. Onder deeze vijfendertig sleeden, reken ik die van de inwoonders van Bolcheretsk niet, welke ons tot aan Apatchin uitgeleide deeden.
[72] Daar waaren er vijfen veertig voor de slêe van den Heer Kasloff gespannen, en zeven en dertig voor de mijne.
Om meer op mijn gemak dit rumoer te kunnen beschouwen, verliet ik mijn slêe, in welke ik als gevangen zat, ik verzogt om mij op een kleinder te plaatsen, die behalven het vermaak van zelfs te rijden, mij nog daar en boven dat verschafte, van te kunnen zien al het geen rondom mij gebeurde; daar viel gelukkig niets voor, en ik had geen reden mij mijner nieuwsgierigheid te beklagen; deeze verwarring wierd voornamelijk veroorzaakt door den toeloop der inwoonders van Bolcheretsk, die zo wel uit achting als eerbied voor den Heer Commandant ons tot aan Apatchin wilden vergezellen[73] alwaar wij tegens middernagt aankwaamen; Van Bolcheretsk tot aan dit Ostrog rekent men vier en veertig wersten.
[73] Voor dat ik den 18 October 1786. te Bolcheretsk was gekomen, had ik reeds dat dorp doorgetrokken, waar van ik op bladz. 54 de beschrijving gegeeven heb.
1788. _Januarij_ Den 27.
Aankomst te Apatchin.
Weinige oogenblikken na onze aankomst ontstond 'er een geweldige wind, die ons zeer gehinderd zou hebben, indien ze ons op reis overvallen had. Deeze storm duurde het overige van den nagt, en den geheelen dag van den 28sten, zo dat wij verpligt waaren dien te Apatchin doortebrengen.
1788. _Januarij_ Den 27. Te Apatchin.
Afscheidsgroet van de inwoonders van Bolcheretsk.
Wij ontfingen daar den laatsten afscheids-groet van de Inwoonders van Bolcheretsk, die ons gevolgt waaren; de aandoeningen die zij over het vertrek van den Heer Kaslof betoonden, de betuigingen van erkentenis en van eerbied, die ze hem beweezen; troffen mij bijzonder: ik was boven al verwondert over het belang, dat zij in mij en in den goeden uitslag mijner reize scheenen te stellen; ieder hunner betuigde mij dit op zijne wijze; Ik was des te gevoeliger voor de genegenheid, die zij mij in dit oogenblik betoonden, dewijl ik geduurende mijn verblijf te Bolcheretsk, gelegenheid gehad had van te ontwaaren, dat de Fransche naam in geen zeer groote achting onder deeze volkeren was; zij hadden veel eer het slegtste denkbeeld van ons, zelfs tot die hoogte, dat zij in het eerst moeite hadden te gelooven, het geen men hun van de beleeftheid en oprechtheid verhaalde, met welke alle onze togtgenooten, de inwoonders van St. Pieter & Paulus behandeld hadden. Echter, naar maate zij hunne landgenooten met lof van onze handelingen ten hunnen opzichten hoorden spreeken, wierd derzelver vooringenomenheid minder sterk; ik maakte daar van gebruik, om dit denkbeeld, en door mijne gesprekken, en door mijn gedrag onder hun, geheel weg te neemen; ik durf mij niet vleijen daar in geslaagt te zijn, doch het is mij voorgekomen, dat op het eind hun manier van denken geheel in ons voordeel veranderd was.
Oorzaak van de kwade denkbeelden die de inwoonders van Kamschatka omtrent de Franschen opgevat hebben.
Het nadeelig denkbeeld, het welk zij van den aart en de geschiktheid van onze natie opgevat hadden, was veroorzaakt door den naam van trouwloos en wreed, die ons eenige jaaren geleden in dit gedeelte van het Schiereiland door den berugten Beniovski berokkend was; deeze sclavonier had zich daar voor een Franschman uitgegeeven, en zich als een oprecht wandaal gedraagen.
1788. _Januarij_ Den 28. Te Apatchin.
Historische bijzonderheden wegens Beniovski.
Zijne geschiedenis is bekend; men weet dat hij bij gelegenheid van de onlusten in 1769 in Poolen onder de vaandels van de confoederatie diende; uit hoofde zijner onverzaagtheid wierd hij gekoozen om een opgeraapten hoop vreemdelingen, of liever roovers gelijk hij te gebieden, welke door de verbondene met weerzin betaald wierden; aan het hoofd van dezelven, doorliep hij het land, vermoordende alles het geen hem op zijn weg tegenkwam; hij kwelde de Russen zonder ophouden die hem niet minder vreesden dan de Poolen. Zij gevoelden wel haast de noodzaakelijkheid om zich van een zo gevaarlijken vijand te ontslaan; het gelukte hun om hem gevangen te neemen, en men begrijpt ligt dat zij hem niet gemakkelijk behandelden; Na Siberien gebannen, en van daar naar Kamschatka, bragt hij zijnen geweldigen en wraakzuchtigen imborst derwaarts; uit het midden der sneeuw, waar onder de Russen hem begraven achtten, te voorschijn gekoomen, verschijnt hij onverwachts voor Bolcheretsk, gevolgt van een troep bannelingen, aan welken hij zijne stoutmoedigheid heeft weten in te boezemen, hij verrast de bezetting en maakt zich van de wapens meester, de bevelhebber zelf, de Heer Nilloff wierd door zijn eige hand gedood; Een schip lag 'er in de haven, Beriovski maakt 'er zich meester van, alles beeft op zijn gezicht, alles is genoodzaakt hem te gehoorzaamen; hij dwingt de arme Kamschatters om hem den voorraad, dien hij vordert, te verschaffen, en niet te vreden over de opofferingen die hij verkrijgt, levert hij derzelver wooningen over aan de tomelooze moedwil der roovers van zijn gevolg, aan het welk hij tot een voorbeeld van misdaadigheid en wreedheid verstrekt; Eindelijk begaf hij zich met zijne medemakkers scheep, en maakte t'zeil, zo men zegt, naar China, met zich voerende de verfoeijing van het Kamschatsche volk[74].
[74] Men heeft niet lang geleeden de bijzonderheden omtrent het einde van dien beruchten gelukzoeker bekomen.
Dit was de eenigste zogenaamde Franschman, dien zij nog op hun Schier-eiland gezien hadden, en onze natie niet anders dan na hem kunnende beoordeelen, was het hun ongetwijffelt wel geoorloft ons niet te beminnen, ja zelfs ons te vreezen.
1788. _Januarij_ Den 29. Te Apatchin.
De Heer Schmaleff verlaat ons ten einde het overige van zijn plaats en bewind te gaan bezigtigen.
De Heer Schmaleff verliet ons met het aanbreeken van den dag, en vertrok het eerste om de kust van Figuil of de westkust te doorkruissen, en de overige plaatzen van zijn bewind te bezoeken[75].
[75] Zijn reis was ook ingericht om levensmiddelen te verkrijgen die hij ons toezond, eenigen tijd daar na voegde hij zich weder bij ons, zo als men in het vervolg van dit dagverhaal zal zien.
Vertrek van Apatchin.
Wij verlieten bijna terzelfder tijd Apatchin, onze stoet zo talrijk niet meer zijnde, maakten wij des te meer spoed; na de vlakte waar in dat dorp gelegen was doorgetrokken te hebben, kwaamen wij aan de Bolchaïareka, dewelke wij eenige uuren langs reisden, wij volgden haar in alle de bogten, welke zij beschrijft, dan eens door het midden van een bosch, en dan eens langs den voet der hooge en steile bergen; waar mede deszelfs oevers bezoomd zijn; vijftien wersten van Malkin verlieten wij deeze rivier, welkers stroom de op verscheidene plaatzen gebrokene stukken ijs begon wegtevoeren, en op een weinig afstands van dit Ostrog staken wij de Bistraïa over om ons derwaarts te begeeven; het was bijna ten twee uuren des namiddags wanneer wij 'er aankwamen; wij hadden, reeds vier en zestig wersten zedert Apatchin afgelegt, doch geen voorspan hebbende, waaren wij genoodzaakt ons hier op te houden, ten einde aan onze honden tijd te geeven om uit te kunnen rusten.
1788. _Januarij_ Den 29.
Aankomst te Malkin.
De Toyon van Malkin kwam aanstonds den Heer Commandant zijn isba aanbieden, hij had reeds vrij groote toebereidzelen gemaakt om ons te ontfangen, het geen ons deed besluiten om daar den nagt door te brengen, hij deed ons alle mogelijke eerbewijzingen en gaf ons het beste onthaal, doch hoe meer reden wij hadden om over zijne voorzorge en goeden wil te vreeden te zijn, des te onaangenaamer was het mij, dat hij zich zo weinig over onze rust bekommerd had, met namelijk geen zorg te draagen dat dezelve door niets gestoord wierd. De mijne wierd schrikkelijk gehinderd door de nabuurschap van onze honden, waar aan ik nog niet gewoon was; het geweldig en geduurig gehuil van deeze vervloekte dieren was telkens aan mijn oor, en liet mij den geheelen nagt niet toe om een oog te sluiten. Men moet dit nagtmuziek, het onaangenaamste dat ik ken, gehoord hebben, om zich te verbeelden hoe veel moeite ik had van mij daar aan te gewennen, want geduurende mijn reis wierd ik wel genoodzaakt om onder dit gejuil te slaapen; gelukkig schikt zich het lighaam tot alles, na eenige slegte nagten overstelpt van den slaap, hoorde ik eindelijk niets meer, en langzamerhand gewende ik zodanig aan het geschreeuw van deeze dieren, dat ik zelfs te midden onder hun met de grootste gerustheid sliep. Ik zal hier nog bijvoegen, dat men deeze honden niet te eeten geeft voor dat ze aan de rustplaats komen, of voor het einde van den dag; deeze eenigste maaltijd bestaat gewoonlijk in gedroogden salm, dien men aan ieder hunner uitdeelt.
Ostrog van Malkin.
Het Ostrog van Malkin gelijkt na alle die geenen die ik gezien en reeds beschreeven heb; het bestaat uit vijf of zes isbas en omtrent vijftien balagans; het is gelegen op den oever van de Bistraïa, en met hooge bergen omringt; Ik had den tijd niet om de heete bronnen, die men mij zeide in de nabuurschap te weezen, te gaan bezichtigen, men voegde 'er bij, dat ze een sterke zwavellucht bezaten, en dat 'er onder anderen één op het hellen van een heuvel gevonden wierd, langs den voet van welke ze een poel van vrij helder water vormt.
1788. _Januarij_ Den 30.
Gedwongen omweg.
Van Malkin reisden wij op Ganal, dat vijf en veertig wersten daar van afgelegen is, doch wij konden deezen weg niet zo spoedig afleggen als wij wel gewenscht hadden. De Bistraije was niet geheel digt, wij moesten dus een omweg neemen, dwars door de bosschen, alwaar de sneeuw zeer dik en niet vast lag, het geen veroorzaakte, dat onze honden 'er tot den buik toe inzakten, en zich zeer vermoeiden; dit noodzaakte ons dien weg te verlaaten en onzen togt naar de Bistraïa heen te wenden. Wij vonden ze tien wersten van Ganal weder, in dien staat, welken wij tot onze zekerheid konden verlangen; de dikte van het ijs beloofde ons een gemaklijken overtogt, en wij maakten 'er met allen iever gebruik van, wij volgden deeze rivier tot aan dat dorp het welk aan deszelfs oever gelegen is. Vier isbas en elf balagans maaken dit Ostrog uit, alwaar ik niets merkwaardigs gewaar wierd.
Te Ganal.
Wij vernamen er alleen dat de Orcaanen allerijsselijkst gewoed hadden, en dat ze zich nog deeden gevoelen, echter met minder hevigheid. Het is niet moeijelijk om reden van het geweld dezer stormwinden te geeven; de omgeleegen hooge bergen vormen als zo veele monden, waar in de wind zich verzamelt; hoe minder uitgangen dezelve vind, hoe onstuimiger hij word: hij zoekt zich een weg te baanen, hij maakt van den eersten dien hij vind gebruik, en ontlast zich in wervelwinden, werpt de sneeuw op de wegen, en maakt die meesttijds onbruikbaar.
1788. _Januarij_ Den 31.
Een zeer lastigen dag.