Historisch dagverhaal der reize van den heer De Lesseps Zedert het verlaten van den Heer Graaf de la Perouse en zyne togtgenooten in de haven van St. Pieter & Paulus op Kamchatka, enz.

Part 4

Chapter 43,935 wordsPublic domain

Men nam, geduurende de nagten van den 13. en 14, twee luchtverschijnzels in het Noord-westen, waar; uit de beschrijving, die men 'er ons van gaf, oordeelden wij, dat het flikkeringen van noorderlicht geweest waaren, en het deed ons leed niet tijdig genoeg gewaarschuuwt geweest te zijn, om ze te kunnen zien; de lucht was vrij schoon geweest geduurende ons verblijf aan de baden, echter was het westelijk gedeelte bijna altoos bezet met zeer dikke wolken; de wind veranderde van west in noord-west en bragt ons van tijd tot tijd sneeuwvlagen aan, de sneeuw kon nog geen vastigheid verkrijgen, niettegenstaande den vorst, dien men alle nagten gewaar wierd.

Den 16.

Toebereidzelen tot ons vertrek.

Ons vertrek op den 17 October bepaald zijnde, bragten wij den dag van den 16 in die bezigheden door, welke de laatste toebereidzelen tot de reis noodzaaklyk maakten; wij moesten het overige van onze reis tot aan Bolcheretsk op de Bolchaïa-reka doen, men had tien kleine schuitjes, die mij eigentlijk niet anders toescheenen dan uitgeholde boomen in de gedaante van praauwen, twee aan twee, en den een tegen den anderen vastgemaakt; men maakte daar van vijf vlotten, om ons en een gedeelte van onze goederen overtevoeren; wij moesten wel besluiten om het overige te Natchikin te laaten, uit hoofde van de onmogelijkheid om alles op deeze vlotten te kunnen laaden, welker getal men ook niet vermeerderen kon, want men had al de schuitjes of praauwen genomen, die maar in het dorp te vinden waaren, en zelfs had men 'er van het dorp Apatchin, werwaards wij ons begeeven moesten, laaten afkomen.

1787. _October._

Den 17.

Vertrek van Natchikin, en bijzonderheden van onze reis.

Op den 17. met het aanbreeken van den dag, begaven wij ons op deeze vlotten. Vier Kamschatters bestierden met behulp van lange boomen of stokken onze vaartuigen, dog meesttijds waaren ze genoodzaakt van zich in het water te begeeven om dezelve voorttetrekken, dewijl de rivier op sommige plaatzen, op zijn hoogst maar een of twee voet, en op andere nog geen zes duimen, diepte had; al vrij spoedig brak een van onze vlotten, en wel juist dat waar op ons goed gelaaden was, alles moest toen ontlaaden worden om het vlot weder te kunnen maaken; wij wagteden 'er niet op, maar verkoozen liever het zelve agter te laaten en onze reis te vervolgen; des middags noodzaakte ons eene andere ramp, die wel zo treurig was voor luiden wier eetlust opwakkerde, om nogmaals te moeten vertoeven; het vlot waar op men onze keuken gelaaden had, raakte voor onze oogen eensklaps aan 't zinken; men kan ligt bevroeden, dat wij met geene onverschilligheid het verlies, waar mede wij bedreigd wierden, aanzagen, wij ijverden om 't zeerst en zo goed wij konden om het overschot van onzen voorraad te behouden, en uit vreeze voor grooter tegenspoeden, namen wij het voorzichtig besluit van in deeze plaats stil te houden, ten einde 'er het middagmaal te neemen; dit deed ons ongevoelig den geleeden schrik vergeeten, en gaf ons meerder moed, om het water te leegen, het welk onze praauwen overlaade, en om onze reis voorttezetten. Wij hadden nog geen werst afgelegd, of wij ontmoetteden twee schuitjes die van Apatchin kwamen om aan onze overvoering te helpen. Wij zonden ze ter hulp van de beschadigde vlotten, en om de praauwen die buiten staat waaren van langer dienst te doen, te vervangen; daar wij altoos aan 't hoofd van alle de vaartuigen voorwaarts gingen, verlooren wij ze op het laatst geheel uit het gezicht, dog wij ondervonden tot aan den avond geene verdrietelijkheden meer.

Ik bemerkte, dat de Bolchaïa-reka in de bogten, die ze geduurig maakt, ten naasten bij oost-noord-oost, en west-zuid-west loopt; derzelver stroom is zeer snel, ze scheen mij toe omtrent vijf à zes kronkelingen in een uur te hebben; echter betwisteden de steenen en de ondieptens, die men 'er telkens aantreft, ons zodanig den doortogt, dat het werk van onze geleiders, die ze met groote behendigheid wisten te vermijden, zeer zwaar wierd; dog naar maate wij den mond van de rivier naderden, ontdekte ik met vermaak, dat ze wijder en bevaarbaarder wierd. Ik was niet minder verwonderd, van dezelve, in ik weet niet hoe veel armen, zich te zien verdeelen, die vervolgens, na verscheiden kleine eilandjes besproeid te hebben, waar van eenige met hout begroeid zijn, zich weder vereenigden; de boomen zijn overal zeer klein en zeer digt bewassen, men vind 'er ook hier en daar een groot getal voorwaarts in de rivier staan, het welk de moeijelijkheid in het vaaren nog vergroot, en de onbezorgdheid, ik zou haast zeggen de luiheid deezer volkeren, aantoont. Het valt hun niet eens op den aandagt om ten minsten deeze boomen uitteroeijen, en zich daar door een vrijen doortogt te baanen.

Verschillende soorten van water-gevogelte als eenden, pluvieren, goillands, duikelaars en meer anderen vermaaken zich in deeze rivier, welker oppervlakte zij dikwils bedekken, dog het is gantsch niet gemaklijk om ze te naderen en bij gevolg ook niet om ze te schieten, het wild scheen 'er mij zo overvloedig niet. Zonder het spoor der beeren en de half verslondene visschen, die zich allerwegen aan ons oog vertoonden, zou ik gedagt hebben, dat men mij had zoeken te bedriegen, of ten minsten dat men veel vergroot had, wanneer men mij van de meenigte deezer dieren, welke deeze velden bewoonen, had gesprooken. Wij konden er geen een gewaar worden, dog wij zagen verscheide zwarte arenden, en anderen met witte vleugels, raavens, exters, eenige witte patrijzen, en een hermelijn, dat langs den oever wandelde.

Bij het aannaderen van den nagt, oordeelde de Heer Kasloff met reden, dat het voorzichtiger zoude zijn, onze reis te staaken, dan wel dezelve te vervolgen onder een gestadige vrees van diergelijke hinderpaalen te zullen ontmoeten als die geenen welke onze vaart geduurende den dag belemmert hadden. En hoe ze te boven gekomen? wij kenden de rivier niet, en het minste toeval kan zeer gevaarlijk worden, wanneer het in de duisterheid van den nagt voorvalt; na onderling deeze bedenkingen gewisselt te hebben, beslooten wij op den regter oever aan land te gaan, op den kant van een klein boschje, digt bij de plaats, alwaar de Heer King en zijn gevolg stil hielden[31]; een goed vuur verwarmde en droogde ons volk; de Heer Kasloff had de nodige voorzorg gebruikt om op deszelfs vaartuig zijne tent te kunnen plaatzen, en terwijl men bezig was met ze op te stellen het geen in een oogenblik geschiedde, hadden wij het genoegen twee vlotten, die agter gebleeven waaren, te zien aankomen. Het vermaak, dat ons deeze vereeniging veroorzaakte, de vermoeijenissen van den dag, de gemaklijkheid der tent, en de voorzigtigheid, die wij gehad hadden van onze bedden mede te neemen, dit alles liep zamen om ons den best mogelijken nagt te doen doorbrengen.

[31] Ziet de derde reize van Cook.

1787. _October_ Te Apatchin.

Den 18.

Aankomst te Apatchin, en aanmerkingen over dit dorp.

Den volgenden dag namen wij vroegtijdig en zonder veel zwarigheden de reis wederom aan. Wij waaren in den tijd van vier uuren te Apatchin, dog onze vlotten konden ons niet tot aan het dorp brengen, uit hoofde der ondieptens van de rivier ter dezer plaats; wij ontscheepten ons omtrent vier honderd passen van het dorp, en leiden deezen weg te voet af.

Dit dorp scheen mij minder groot dan de voorigen, dat is te zeggen, dat het misschien uit drie of vier wooningen minder bestond; het is in eene kleine vlakte gelegen, die door een arm van de Bolchaïa-reka besproeid word, en men ontdekt aan de overzijde van den oever tegen over het dorp, eene uitgestrektheid van houtgewas, dat mij voorkwam een eiland te zijn, geformeerd door de verscheidene armen van deeze rivier.

Ik vernam in 't voorbijgaan, dat het dorp Apatchin benevens dat van Natchikin niet altoos ter plaatze gestaan hadden, waar men ze thans ziet; het is pas zedert eenige jaaren, dat de Inwoonders, waarschijnlijk derwaarts getrokken door de bekoorlijke gelegenheid der plaats of door de hoop van een meer overvloedige en gemaklijker vischvangst, hunne wooningen daar overgebragt hebben, waar ik ze heb gevonden; de nieuwe grond, dien zij uitgekozen hebben, is volgens 't geen men mij gezegt heeft, omtrent vier a vijf wersten van den ouden afgelegen, waar van geen overblijfzelen meer te zien zijn.

Ik vond te Apatchin niets aanmerkelijks; ik verliet het om mij bij onze vlotten te gaan vervoegen, welke de ondieptens voorbij waren en drie wersten van het dorp op ons wagtten, juist ter plaatze, alwaar de arm van de Bolchaïa-reka, na het dorp omgeloopen te hebben, weder in zijn bedde keert; hoe laager wij kwamen, hoe snelder en dieper wij dezelve vonden, zodanig dat niets onze reis tot aan Bolcheretsk hinderde, alwaar wij des avonds ten zeven uuren aankwamen, alleen gevolgt van één onzer vlotten, zijnde de overige ten agteren gebleeven.

1787. _October_ Te Bolcheretsk.

Aankomst te Bolcheretsk.

Naauwlijks waaren wij ontscheept, of de Heer Commandant geleidde mij naar zijne wooning, en had de beleeftheid mij huisvesting te geeven, waar van ik geduurende al den tijd van mijn verblijf te Bolcheretsk gebruik gemaakt heb. Ik moet erkennen dat 'er geene voorzorgen nog oplettenheden uit te denken zijn, welke ik niet van zijn kant ondervonden heb. Niet alleen bezorgde hij mij alle gerieflijkheden en aangenaamheden, die in zijn vermogen waaren, maar daar en boven verschafte hij mij alle onderrichtingen, die ik nodig had, en welke zijn post hem toeliet mij te geeven; zijn beleeftheid ging dikwils zo ver van mijne begeertens en vraagen voor te komen, en mijne nieuwsgierigheid aan te wakkeren, met dezelve alles, het geen hij voor haar belangrijk oordeelde, aantebieden; het was in deeze bedoelingen, dat hij mij al aanstonds bij onze aankomst voorsloeg, om met hem te gaan ter ontdekking van de galjoot van Okotsk[32] die op een weinig afstands van Bolcheretsk ongelukkig schipbreuk had geleden.

[32] Dit schip word jaarlijks op bevel van de regeering afgezonden, ter overbrenging van alle soorten van levensmiddelen en andere zaaken, geschikt ter verzorging van de Inwoonders van het schier-eiland.

Schipbreuk van het galjoot van Okotsk.

Wij waaren reeds gedeeltelijk van dit treurig voorval op onze reis onderricht; men had ons verhaalt, dat het slegte weder[33] het welk dit galjoot bij het naderen van 't land had ondergaan, het zelve genoodzaakt had om een uur van de kust ten anker te komen, dog dat het zelve voor zijn ankers weggedreeven zijnde, de stuurman geen ander middel gezien had om het scheepsvolk te behouden, dan met het op de kust te zetten, dat hij derhalven de ankertouwen gekapt had, met dat gevolg, dat zijn vaartuig verbrijzeld was.

[33] Het woei in der daad eene stijve koelte uit het Noord-westen, en de lucht was zeer betrokken, wij wierden een streek van deezen wind op den volgenden dag van de schipbreuk van het galjoot, geduurende onze reis van Natchikin op Bolcheretsk gewaar, dog dezelve was den nagt van onze aankomst nog veel geweldiger.

Op de eerste tijding, hadden zich de Inwoonders van Bolcheretsk in allerijl verzameld om zich ter hulp van dat schip te spoeden, en ons te beproeven van ten minsten de levensmiddelen te redden, waar mede het zelve belaaden was.

De Heer Kasloff had bij zijne aankomst alle beveelen gegeeven, die hem nodig scheenen, dog niet gerust omtrent de uitvoering besloot hij welhaast om zich in persoon derwaarts te begeeven; hij verzogt mij van hem te willen vergezellen, het welk ik met blijdschap aannam, dewijl het mij veel vermaaks verschafte gelegenheid te hebben, van den mond der Bolchaïa-reka, en de haven welke ze op die plaats formeert, te zien.

Den 20.

Wij begeeven ons op weg ter ontdekking van het verongelukte schip.

Wij vertrokken des morgens ten elf uuren, op twee vlotten, waar van een (daar wij ons op bevonden) uit drie schuitjes was zamengesteld; onze geleiders bedienden zich van roeispaanen en zomtijds van hunne stokken, die hun in de belemmerde en ondiepe plaatzen, het meest te stade kwamen, om de hevigheid van den stroom te boven te komen, dewijl ze daar door de schuitjes terug hielden, welke er door weggesleept wierden, en die de stroom ongetwijffelt zonder dit overleg zou hebben doen verongelukken.

De Bistraïa, eene andere zeer snel vlietende, en breeder rivier als de Bolchaïa-reka, vereenigt zich met deeze laatste op den afstand van eene halve werst, en ten westen van Bolcheretsk; ze verliest haar naam bij de zamenvloeijing, om dien der Bolchaïa-reka mede aanteneemen, die door deeze bijvoeging van meer aanbelang word, en die vervolgens omtrent dertig wersten van Bolcheretsk in zee valt.

1787. _October._

Gehugt van Tchekafki.

Wij zetten des avonds ten zeven uuren voet aan land in een klein vlek genaamd _Tchekafki_; twee isbas, even zo veel balagans en eene bijna uitgeroeide ijourte waaren de eenigste wooningen, die ik 'er vond. Ik zag 'er daar en boven een slegte houten bergplaats, aan dewelke men den naam van magazijn gegeeven heeft, om dat ze aan de kroon behoord en men 'er terstond den voorraad in oplegt, waar mede de galjooten van _Okotsk_[34] geladen zijn; het is ter bewaaring van dit magazijn, dat het gehugt daar geplaatst is; wij bragten den nagt in een deezer isbas door, met voorneemen om ons den volgenden morgen naar het verongelukte schip te begeeven.

[34] Wanneer deeze galjooten genoodzaakt zijn om te overwinteren, houden zij zich op in den mond van een naauwer en dieper rivier, die in de Bolchaïareka valt, omtrent vijftig passen van dit gehugt, als men de rivier opvaart.

Den 21.

Wij begaven ons met het aanbreeken van den dag op onze vlotten, de zee was laag, wij voeren een zeer uitgestrekte en droog leggende bank langs; ze strekt zich na den linker oever van de Bolchaïa-reka, wanneer men die afvaart, en laat aan het noordelijk gedeelte maar een doortogt van agt a tien roeden breedte, en twee en een halve sagene[35] of vaam diepte; de wind die een frissche koelte uit het noordwesten woei, ontstelde eensklaps de rivier, en liet niet toe, dat wij ons in de kil zouden waagen; onze vaartuigen waaren daar en boven zo klein, dat ze door iedere golf half gevuld wierden; twee menschen werkten zonder ophouden om ze te leegen, en waaren daar toe naauwlijks voldoende; wij voeren dus zo lang wij maar konden langs deeze bank.

[35] De _sagene_ is eene Russische maat, van gelijke grootte als een vadem.

Mond van de Bolchaïa-reka.

Toen wierden wij de mast van het galjoot, beneden eene landengte, die naar het zuiden loopt, gewaar; dit vaartuig scheen ons twee wersten zuidwaarts van den mond der Bolchaïa-reka afteleggen. Op de punt van het zo evengemelde laage land, ontdekten wij de vuur-baak en de hut van hun die ze bewaaren; ongelukkig konden wij dit alles niet dan van verre zien, de loop der rivier, ter plaatze waar ze in zee valt, scheen mij noord-westelijk te zijn; zij vertoont daar eene opening van omtrent een half werst breedte; ter linkerzijde is dus de vuurbaak geplaatst, en aan den anderen kant ziet men eene uitgestrektheid laag land, dat de zee bij slegt weer overstroomt, en het geen zich tot aan het gehugt Tchekafki uitstrekt; van deeze laatste plaats tot aan den mond der rivier heeft men zes a agt wersten afstands; hoe meer men dien nadert, hoe snelder de stroomen zijn.

Er was geen middel om onze vaart voorttezetten, de wind vermeerderde telkens, en de baaren wierden van tijd tot tijd grooter. Het zou de uiterste onvoorzigtigheid geweest zijn van de zandbank te verlaaten, om, door zulk slegt weer en met diergelijke brooze vaartuigen, eene ruimte van twee wersten door de volle zee overtesteeken, zijnde dit de breedte van de baaij, welke door den mond van de rivier gemaakt word. De Heer Commandant, die reeds eenige blijken van mijne geringe kundigheden in de zeevaart gehad had, wilde als toen wel mijn raad inneemen, en deeze was om te wenden, ten einde naar de plaats, alwaar wij geslaapen hadden, te rug te keeren; het geen dan ook dadelijk geschiedde; wij hadden veel reden om over onze voorzigtigheid te vreden te zijn, want ter naauwer nood waaren wij te Tchekafki aangekomen, of het wierd nood-wêer.

Aanmerkingen over den mond van de Bolchaïareka.

Ik vertroostte mij deswegens, dewijl ik ten minsten mijn oogmerk bereikt had, namelijk om dien ingang van de Bolchaïa-reka te zien. Ik durf verzekeren, dat het voor scheepen van honderd vijftig ton zeer gevaarlijk en ondoenlijk is om ze aan te doen; de schipbreuken der Russische vaartuigen zijn al te menigvuldig, om aan de zeevarenden, die deeze kust zouden willen bezoeken, en aan die volkeren, die hen derwaarts zouden willen zenden, niet de oogen te openen.

De haven heeft ook daar en boven geen schuilplaats, de laage landen, waar van ze omringt word, kunnen geene beschutting opleveren tegen de winden, die van alle kanten 'er op aankomen, daar en boven zijn de banken, die door den stroom van de rivier veroorzaakt worden, zeer beweegbaar, en door die zelfde oorzaak is het bijna onmogelijk juist de kil te kennen, die noodzaaklijk van tijd tot tijd van loop veranderen moet, en welkers diepte niet te bepaalen is.

Schrikkelijke orcaan.

Wij bleeven het overige van den dag in het gehugt Tchekafki zonder ons weder op reis te kunnen begeeven, nog, om naar het verongelukte schip te gaan, nog zelfs, om naar Bolcheretsk te rug te kunnen keeren; de lucht in plaats van op te klaaren, was van alle kanten met zwarte en dikke wolken bezet, die haar den gantschen dag aan ons oog onttrokken.

Weinig tijds na onze aankomst, ontstond 'er een vervaarlijke storm en de Bolchaïa-reka was tot zelfs bij ons gehugt in de grootste beroering; deeze deining verwonderde mij, uit hoofde der weinige breedte en diepte van de rivier ter deezer plaats, de noord-oostelijke uithoek van den mond en het laage land, dat zich bij die windstreek verlengt, maakte maar eene klip, die door de baaren met een ijsselijk gedruis overstelpt wierd; de vertooning, welke deeze stormwind opleverde, was niet minder verschriklijk, dog ik was aan land, en ik meende ze te kunnen braveeren. Ik kreeg in 't hoofd om in de omgelegen streeken te gaan jagen; ik had nog maar eenige voetstappen gedaan, of door den wind gegreepen raakte ik aan 't waggelen, ik hield vol en wilde mijn voorneemen en de jagt volbrengen, dog aan een beek gekomen, die ik met een schuitje moest oversteeken, liep ik het grootste gevaar, en ik keerde op het oogenblik te rug, wel betaeld voor mijne snorkerij; deeze schrikkelijke orcaanen zeer gemeenzaam in dit jaargetij zijnde, zo is het niet te verwonderen, dat 'er zo veele schipbreuken op deeze kusten voorvallen; de scheepen zijn zeer klein, en hebben maar eene mast, en het geen nog erger is, bestaat daar in, dat de zeelieden, die ze bestieren, maar zelden het vertrouwen waardig zijn, het geen men in hun stelt, indien ik geloven mag wat men 'er van verhaalt heeft.

Den 22.

Terugkomst te Bolcheretsk, alwaar ik tot den 27 Januarij 1788. gebleeven ben.

Den volgenden dag hervatteden wij onze reis om naar Bolcheretsk te rug te keeren, alwaar wij eerst des avonds bij het vallen van den nagt aankwamen.

Daar ik wel voorzien kan, dat mijn verblijf alhier mogelijk van langen duur zal weezen, vermits wij genoodzaakt zijn hier den aanvang der sleedevaart aftewagten, gaa ik den draad mijner beschrijvingen, en het verhaal van het geen ik gezien, of in mijne gesprekken met de Russen en Kamschatters vernomen heb, weder opvatten; laat ons met de stad of het fort van Bolcheretsk beginnen, want dus noemt men het zelve in 't Russisch (Ostrog of Krepost).

1787. _October_ Te Bolcheretsk.

Beschrijving van Bolcheretsk.

Het is gelegen aan den oever van de Bolchaïa-reka, in een eiland van weinig uitgestrektheid, dat geformeerd word door de verschillende armen van deeze rivier, die de stad in drie gedeeltens scheiden, waar van het eene meer dan het andere bewoond is; het meest afgelegene naar het oosten is een soort van voorstad genaamt _Paranchine_, het bevat omtrent tien a twaalf isbas; aan deze zijde, of in het zuid-westen van Paranchine, dat is te zeggen, in het middelste gedeelte ziet men ook verscheide isbas, en onder anderen eene rei van kleine houten huisjes, die tot winkels dienen, daar regt tegen over vind men het Wagthuis, het geen ter zelver tijd de Kanzelarij of recht-zaal is[36]; dit huis is veel grooter dan de andere, en het word altoos door een schildwagt bewaard; Een tweede kleine arm van de Bolchaïa-reka scheid door eene kleine tusschenruimte nog eens deeze verzameling van wooningen, welke zonder order en hier en daar verspreid zijn, van het derde gedeelte der plaats, dewelke in het noord-westen een andere groep van gebouwen vertoont digter aan de rivier gelegen; deeze stroomt door dat gedeelte zuid-oost en noord-west, en loopt op een afstand van omtrent vijftig treden van het huis van den Commandant. Dit huis laat zich gemaklijk van de anderen onderscheiden, het is meer verheven, grooter, en in den smaak der houte huizen van St. Petersburg gebouwd. Twee honderd treden ten noord-oosten van de wooning des Commandants, vind men de kerk, waar van de bouw-order eenvoudig en gelijk is aan die van alle de kerken der Russische dorpen. Bij deeze is een houte schuur van twintig voeten hoog, alleenlijk met een dak bedekt, onder het welk drie klokken hangen; men ontdekt nog in het noord-westen van het huis van den Commandant, een ander klein gedeelte van de plaats of stad die van dit huis afgescheiden word door een beemd of moeras van omtrent drie honderd treden uitgestrektheids, en alleen bestaat uit vijfentwintig of dertig isbas, en eenige balagans. In 't algemeen zijn 'er weinig van deeze laatstgemelde wooningen te Bolcheretsk, men telt 'er op zijn hoogst tien; de overige zijn alle isbas of houten huizen, waar van het getal vijftig of zestig kan beloopen, zonder 'er de agt winkels, de kanzelarij en het huis van den Commandant onder te rekenen. Na deeze naauwkeurige beschrijving van het fort Bolcheretsk, moet het vreemd voorkomen, dat men die plaats met deezen naam bestempelt; want ik kan verklaaren, dat 'er geen spooren van vestingwerken te vinden zijn, en zelfs dat 'er geen waarschijnlijkheid is, dat men immer gedagt zou hebben om 'er ter deezer plaats te vervaardigen; de staat, de gelegenheid van deeze plaats en van deszelfs haven, alles noodzaakt mij te gelooven, dat men alle de gevaaren en de tallooze zwaarigheden ingezien heeft, die men zou moeten te boven komen, indien men wilde beproeven om ze meer welvarende, en er de algemeene stapelplaats des handels van het geheele schiereiland van te maaken; de uitzichten van de regeering schijnen, zo als ik reeds gezegt heb, zich meer na de haven van St. Pieter & Paulus uittestrekken, welkers nabijgelegenheid, gemaklijke toegang en meerdere zekerheid de voorkeur verdient.

[36] Dit wagthuis dient ook nog voor een gevangenhuis, en zelfs tot een school voor de kinderen; de meester van dit school is een Japonnees die verscheide taalen verstaat, en door het Gouvernement betaald word, om de kinderen der Inwoonders te onderwijzen.

Aanmerkelijk onderscheid tusschen St. Pieter & Paulus & Bolcheretsk.

Tusschen deeze twee plaatzen is een treffend verschil; het is naamelijk de trap van beschaaftheid, die ik te Bolcheretsk opgemerkt heb, en die ik te Pétropaulofska niet gezien heb; deeze merkbaare nabijkoming aan de Europeesche zeden maakt eene vrij groote tegenoverstelling tusschen deeze twee plaatzen. Ik zal tragten zulks te doen gewaar worden, en 'er de oorzaak van aantewijzen in den loop mijner naspooringen over de Inwoonders van deeze Ostrogs; want het is hier, dat ik de bijzonderheden moet opgeeven, nopens derzelver bezigheden, gebruiken, smaak, verlustigingen, voedzel, geestvermogens, aart, en gesteldheden en eindelijk nopens de grondregels van de regeering, aan welke zij onderworpen zijn.

Bevolking van Bolcheretsk.