Part 32
5. Wij wierden genoodzaakt om in een dorp of Ostrog genaamt Poustaretsk, en zeshonderd wersten van de stad Ingiga afgelegen, stil te houden; wij kwamen daar den 26 Februarij; Ik maakte van alle mogelijke middelen gebruik om spoedig van daar te vertrekken, dog de honden, de leevensvoorraad en de verdere onderstand die ik wachtende was, niet komende opdagen, besloot ik de Heer de Lesseps op den 7/18 Maart met kleine sleeden in dat land in gebruik, te laaten vertrekken. Ik wierd hier toe in de mogelijkheid gesteld, door dat hij met weinig reisgoed bezwaard was, en door het aanspoelen van een walvisch aan den zee oever, waar van ik stukken deed afsnijden om zijne honden te voeden; en ten einde hij geene beletzelen in het ostrog van Kaminoï door Koriaken bewoond, op welken wij juist niet veel vertrouwen kunnen stellen, zoude ontmoeten, heb ik de Heer Capitein Smaleff bewoogen om hem derwaards te vergezellen; Ik heb hem aan alle de plaatzen waar hij doortrekken moest aanbevolen, en hem zo veel hulp als in mijn vermogen was toegebragt om zeker en spoedig voorttereizen; dog terzelver tijd heb ik niet kunnen afzijn van hem te waarschuwen, dat hij zich veel zwaarigheden en vermoeijenissen tot op zijn komst te Okotsk moest voorstellen; Ik heb hem daar en boven verzekerd, dat hij het einde van dit jaargetij zou moeten afwachten; eer hij zich van Okotsk naar Yakoutsk zou kunnen begeeven, dewijl de wegen tusschen deeze twee steeden volstrekt onbruikbaar, of ten minsten ten uitersten gevaarlijk geduurende de winter zijn, uit hoofde van de zeer groote meenigte sneeuw waar meede dezelve overdekt zijn.
In kennisse daar van heb ik deeze getekend, met het keizerlijk zegel van mijn departement gezegeld, en meede door de Heer Smaleff, Capitein Inspecteur van Kamschatka doen ondertekenen.
Gedaan in het Ostrog van Poustaretsk den 12/23 Maart van den jaare duizend zeven honderd en agt en tagtig.
Het bovenstaande geschrift voorgelezen en goedgekeurd, en aan den Heer Smaleff vertolkt. _Getekend_ Grégoire Kasloff Ougrenin, Colonel en Bevelhebber van Okotsk en Kamschatka.
_Hier is in het Russisch gescbreeven_, VASSILI SMALEFF, capitan ispravnik.
_Verklaaring van den Commandant van Okotsk._
De Heer de Lesseps is den 25 April (5 Maij) 1788 te Okotsk, zeer vermoeid en ongesteld van zijne reis aangekomen; zijn voorneemen was echter om dadelijk weer te vertrekken, en van de nog overige tijd waar in de sledevaart kon geschieden, gebruik te maaken tot aan het kruis van Yudoma, van waar hij bij de ontdooijing der rivier Yudoma, dezelve te water kon afzakken; Ik wendde alle poogingen aan om hem daar in de behulpzaame hand te bieden; de honden en alles wat hij voor de reis nodig had was in gereedheid, dog het slegte weder hield ons te rug: het zelve was door een hevige dooij die niet ophield, en die in weinig dagen de wegen onbruikbaar maakte, veroorzaakt; Ik hoopte, niettegenstaande dit toeval, dat de vorst nog eenige nagten zou aanhouden, en dat hij daar van gebruik kon maaken, het welk in dit jaargetij zeer dikwils gebeurt; deeze had geen plaats, en het was voor de Heer de Lesseps onmogelijk om te vertrekken; zelfs ondernam hij om zich op weg te begeeven, dog hij was, gelijk ik wel verwacht had, genoodzaakt te rug te keeren, hebbende de wegen en rivieren verschriklijk en met water overdekt gevonden; wij bedagten toen een ander middel, dog hier meede moest gewagt worden tot dat de rivieren ontdooijt waaren, en de sneeuw eenige plaatzen op de velden ontbloot had, ten einde een weinig voedzel voor de paarden te kunnen bekomen; dit was het eenigste middel, waar van hij gebruik kon maaken wanneer hij op den 25 Junij vertrok, terwijl hij zich echter blootstelde om een gedeelte zijner paarden door gebrek te zullen verliezen; hij stemde geenzints vrijwillig onder geen voorwendzel hoe genaamd, om zo veel tijds hier te verblijven, en ik besloot om de beste of om beter te zeggen de minst slegtste paarden te doen opzoeken en uitkiezen, en om hem op het eerste gunstige tijdstip te laaten vertrekken, namelijk wanneer het meeste water zou afgeloopen zijn; Ik was over den spoed van zijnen togt zedert het Ostrog van Poustaretsk verbaasd, alwaar hij de Heer Kasloff verliet die nog niet aangekomen is, het zij dat die door de wegen of het jaargetij opgehouden word, of dat de middelen om zijn reis te volbrengen, hem ontbreeken; het besluit dat de Heer de Lesseps genomen had om hem te verlaaten, was het verstandigste en het beste, hij zou die weg nog in korter tijd afgelegt hebben; indien de stormwinden hem geduurende tien agtereenvolgende dagen zulks niet belet hadden.
Ik heb deeze verklaaring, op verzoek van den Heer de Lesseps getekend en afgegeeven, om ten bewijze te dienen zo van de noodzaaklijkheid zijns verblijf in deeze stad; als van de onmogelijkheid om met meerder spoed in dit land vooral in dit jaargetij, te kunnen reizen.
Gedaan te Okotsk, den zes en twintigsten Maij (5 Junij) van den jaare duizend zeven honderd agt en tagtig. _Geteekend als het Bevelhebberschap waarneemende_, JOHAN KOKH, Bijzitter.
Einde van het Tweede en laatste Deel.
WOORDENBOEK DER KAMSCHATSCHE, KORIAKSCHE, TCHOUKTCHISCHE en LAMOUTSCHE TAALEN.