Part 31
Ik vind mij nu genoodzaakt om van de order, die ik in het opgeeven mijner dagelijksche aantekeningen gehouden heb, aftezien; mijne reis tot Petersburg is zo spoedig volbragt, namelijk van den 10 Augustus tot den 22 September, dat het mij onmogelijk is geweest om dezelve met mijne voorige naauw gezetheid optetekenen; om dezelve reden zal men de kortheid mijner aanmerkingen wel willen verschoonen; het land dat ik doorliep is daarenboven zo menigmaal door getrouwe en bekwaame pennen beschreeven; deeze reizigers hebben zo veel bekoorlijks en belangrijks in derzelver verhaalen verspreid, dat men mij van verwaandheid en letterdieverij zou moeten beschuldigen, indien ik ondernam breedvoeriger uitteweiden, over een onderwerp het geen zij grondig onderzogt hebben, terwijl ik naauwlijks de tijd gehad heb om het zelve oppervlakkig te bespiegelen; verscheidene van deeze werken zijn eerst onlangs geschreeven, en de nieuwsgierigheid van den leezer zal daar stof genoeg aantreffen om die te voldoen[227]: Ik zal mij dus bepaalen om van niets anders dan het geen mij in persoon betreft, te spreeken.
[227] Onder deeze schrijvers tel ik Gmelin, Neven, Lepekinn, Ritschkoff, Falk en Georgi, den Abt Chappe, & Pallas; de laatste voor al vereenigt in zijne beschrijvingen, de drie dubbelde verdiensten van naauwkeurigheid, kragtige stijl en de uitgebreidste kundigheden.
Eerst trok ik een kleine streek van Bratskis bewoond, door; zou dit het volk niet zijn het welk door de Franschen _Burates_ genaamd word? Voorbij Oudinsk kwam ik te Krasnoyarsk, alwaar ik vier en twintig uuren stil hield om den as van mijn rijtuig te laaten herstellen; deeze laatste stad ontleent deszelfs naam van den roodachtigen en steilen oever van de Yéniséi die langs deszelfs muuren loopt.
Woestijn van Baraba of Barabinskoi-step.
Vervolgens bereikte ik de woestijn genaamt Barabinskoi-step; de dienst van de post word daar door bannelingen van allerleie soort verricht, welkers wisselplaatzen vijf en twintig, en somtijds vijftig wersten de eene van de andere gelegen zijn; deeze ongelukkigen hebben dezelfde levenswijze, als die geenen die mij van Yakoutsk tot aan Péledoni bragten; zij zijn niet gedienstiger, nog minder woest; in luiheid schijnen ze de anderen te overtreffen.
Gewoon aan de vrugtbaarheid, aan den rijkdom der velden in den omtrek van Irkoutsk, bebouwd door de arbeidzaame Starogili kan het oog zich vervolgens niet zonder moeite aan deeze onbebouwde vlaktens gewennen; men gevoeld zich aangedreeven om deeze treurige strijdigheid aan de onverschilligheid van deszelfs snoode bewooners toeteschrijven, hoe zeer men echter wel bemerkt dat de grond onvrugtbaar is; men zou meenen dat de natuur, in overeenstemming met de openbaare wraak die hen vervolgt, zich ten hunnen opzichte eene stiefmoeder betoond; het aardrijk waar heen den arm der gerechtigheid hen verstooten heeft, schijnt hun met weerzin te draagen, haare uitgedroogde schoot onttrekt zich aan derzelver bebouwing.
1788.
Voorval in deeze woestijn.
Mijne postbode die den rang van Sergeant had, behandelde deeze ellendigen niet met die bescheidenheid als wel gevoeglijk was; om zich te doen gehoorzaamen, deelde hij dikwils stokslaagen uit, en mijne vertoogen dien aangaande konden hem van zijne haastigheid niet geneezen, welke hij gewoon was zijne dagelijksche zonden te noemen. Eens ontkwam hij het gevaar om die op eene schrikkelijke wijs te moeten boeten; aan een wisselplaats gekomen, vonden wij geen paarden; de man welke dien dag den dienst moest waarneemen, had de strafwaardige stoutmoedigheid gebruikt om hooij te gaan haalen; twee uuren verliepen er; niemand kwam te voorschijn, en mijn courier neemt het besluit om van mijn soldaat verzeld, paarden te gaan zoeken, met het vaste voorneemen om zich van de eerste die zij vinden zouden meester te maaken; na verloop van een half uur kwamen zij zeer bezweet terug, mij maar één paard aanbrengende; om 'er zich meester van te maaken, waaren zij genoodzaakt geweest van te vegten; terwijl zij bezig waaren met mij te verhaalen hoe zich de zaak toegedraagen had, kwam hij, die zij als den aanvaller voorstelden, naar mij toeloopen om zich te beklaagen, dat men hem de helft van zijn baard afgescheurd had; op het zelfde oogenblik wierd ik van meer dan vijftig persoonen omringd, die ik niet wist van waar ze gekomen waaren, want toen ik in het dorp aankwam, hadden wij niemand dan den Starost kunnen ontdekken; Ieder overlaadde om het zeerst mijn courier met scheldnaamen; ik had lang werk eer ik gehoor kon krijgen; deeze in plaats van mij te helpen om de gemoederen tot bedaaren te brengen, word onze postillon gewaar die van het veld te rug kwam; hij loopt naar hem toe, en zijn arm doet hem het verwijl dat hij ons veroorzaakt had duur betaalen; de man met de afgescheurde baard wilde zijn makker wreeken, dog op bevel van mijn sergeant courier, wist mijn soldaat hem zulks te beletten, en ik zag mij genoodzaakt om hem uit zijne handen te verlossen; door geweldig schreeuwen, door bidden en smeeken, bragt ik eindelijk de strijdenden tot bedaaren; Ik had alle reden om over mijne gemaatigdheid, te vreden te weezen; de getuigen waaren woedende over de behandeling, hun gebuur aangedaan; ongetwijffeld zouden zij ons vermoord hebben, indien ik niet op staande voet, aan mijne twee onbedagtzaame, bevoolen had, van naar mijn rijtuig weder te keeren, en onzen voerman aantezetten om zijne paarden voortespannen; men wilde hen vervolgen, dog het gelukte mij de meenigte tegen te houden, en zij geraakten met eenige scheldnaamen vrij; zo dra ik de misnoegden ter neer gezet had, spoedde ik mij om bij mijn Kibitk te komen, en rekende mij eerst in veiligheid wanneer ik buiten hun bereik was.
Aankomst te Tomsk.
Ik was zeer bevreest dat deeze gebeurtenis rugtbaar zou worden; echter wierd ik tot aan de stad Tomsk, alwaar deeze woestijn eindigt, geen het minste blijk van beweeging gewaar; mijne luiden brandende van begeerte om derzelver klagten voor den Capitein Ispraunik te brengen, riepen mij tot mijn uiterste leedweezen tot getuige; dien Officier deed mij de gevaarlijke gevolgen van deeze zaak begrijpen, en de onmogelijkheid om de goede order en de ondergeschiktheid te kunnen bewaaren, indien deeze bannelingen van Baraba niet gestrengelijk gestraft wierden: dienvolgens was zijn voorneemen om zich naar de plaats te begeeven ten einde een voorbeeld te stellen.
Wie de Commandant was.
Mijn bezoek bij den Commandant van Tomsk deed mij welhaast dit onaangenaam voorval vergeeten. Ik vond in hem een Franschman genaamd de Heer de _Villeneuve_: hij bekleed den rang van Colonel; hij ontving mij als een landsgenoot, en dit is genoeg gezegd om een begrip te kunnen vormen van onze onderlinge blijdschap wanneer wij elkander zagen; het scheen mij toe als of ik reeds voet in Frankrijk gezet had.
Aanmerking over de stad Tomsk.
Tomsk is vrij fraaij; een gedeelte van de stad ligt op eene hoogte alwaar het huis van den Commandant de meeste vertooning maakt, het ander daald nederwaards tot aan de rivier Tom; ik bleef 'er niet langer dan noodig was om de wielen van mijn rijtuig te doen vermaaken.
Ontmoeting van bannelingen naar Nertschinsk gezonden.
Ik ontmoette verscheiden benden van bannelingen of galeiboeven,[228] en men waarschuwde mij van op mijne hoede te zijn; daar 'er zeer dikwils ontsnappen, zijn de boeren genoodzaakt dezelve zo wel plichtshalven als tot hunne eigen veiligheid optezoeken; niets is inderdaad gemaklijker voor deeze bannelingen dan op den weg te ontsnappen; ze worden wel door wagten begeleid, dog nooit aan elkander geketend; Ik heb er tot tagtig toe in de bosschen gezien die dezelfde bestemming hadden; zij waaren in hoopen van vier, vijf, zes mannen en vrouwen gescheiden, die den een den ander somtijds op den afstand van twee of drie wersten volgden; die galeiboeven worden vervolgens in de verschillende mijnen van Siberien verdeeld; deeze gingen naar Nertschinsk.
[228] Onder dit getal bevonden zich eenige persoonen van aanzien.
Overtogt van de Ob of de Obi.
Ik moest de voornaamste rivieren van deeze provincie overvaaren, als de Oka, de Yéneséi, de Tom, de Obi welke de Russen de Ob noemen; Op deeze laatste liep ik groot gevaar in een kleine pont die in zulk een slegten staat was, dat ze in het midden van de rivier vol water liep; wij zouden ons niet gemaklijk hebben kunnen redden, indien ik niet de voorzorg gebruikt had van aan die pont, een nog kleinder schuitje vastgemaakt te hebben, en zo de bewooners van den anderen oever ons niet spoedig vaartuigen aangebragt hadden.
Komst te Tobolsk, en beschrijving van de stad.
Voor dat ik te Tobolsk aankwam, toog ik tweemaal over de Irtisch, de laatste bij de mond van de Tobol; deeze hoofdstad tusschen die twee vloeden gelegen, moet één der fraaijste steden van Siberien geweest zijn, dog zij was onlangs een prooij der vlammen geworden, waar door het grootste gedeelte der stad in assche was gelegd; te vooren was ze in twee-en verdeeld, in de laage en hooge stad: de eene gebouwd op het plat van een berg vertoonde verscheide fraaije steenen gebouwen; het andere bestond uit houten huizen, die de eerste door de vlammen verteerd wierden; langzaamerhand sloegen ze over naar het bovenste gedeelte van de stad en de steenen gebouwen, alwaar ze niets dan de muuren overlieten; Ik was dit treurig schouwspel niet wagtende, het maakte eene zo levendige als diepe indruk op mij; nimmermeer zal ik het verbijsterd gelaat vergeeten der ongelukkige inwoonders die, van de grootste tot de kleinste, met allen iever, dog in een diep stilzwijgen aan den arbeid waaren, om derzelver verlies te herstellen; reeds begonnen de overblijfzels der verwoestingen door het vuur aangericht te verdwijnen, en men zag de eerste beginzelen van eenige huizen en winkels oprijzen, alle in steen herbouwd: het is waarschijnlijk dat het overige van deeze stad even hegt en sterk zal hersteld worden.
Catherinenburg; Goudmijn in deszelfs omtrek.
Wanneer ik dezelve verliet, trok ik voor de derdemaal de Irtisch over, om mij naar Catherinenburg of Yékatherinbourg te begeeven, alwaar ik vier en twintig uuren verbleef, ten einde de noodige verbeeteringen aan mijn rijtuig te laaten maaken; ik maakte van die tijd gebruik om een goudmijn in den omtrek te bezoeken, als meede de plaats alwaar men het koper geld slaat.
Aanmerking wegens de Tartaaren.
Ik zal den leezer wederom naar de schrijvers, die ik aangehaald heb verwijzen, om eene beschrijving te erlangen van de Tcheremissische, Tchouvaschissche, Votiaguissche en Tartarische Volkplantingen; Ik zal alleen omtrent deeze laatste zeggen, dat de zindelijkheid van het inwendige hunner wooningen mij verwonderd heeft; ongetwijffeld om dat ik mij een weinig te gemeenzaam met het tegengestelde gebrek onder de Kamschatters, Koriaken &c. gemaakt had; deeze Tartaaren hebben vaste woonplaatsen, zijn landbouwers en vermoogend in Graanen en Vee; zij belijden de Mahometaansche Godsdienst.
Kapzel der Tcheremissisch.
Het Kapzel der Tcheremissisch kwam mij zeer zonderling voor; dit is een stuk uitgebeiteld hout, van agt a tien duim lang en vier a vijf breed, het welk men bijna aan de wortel der hairen plaatst, zodanig dat het bovenste gedeelte van dit soort van kussen (toque) een weinig over het voorhoofd heen hangt, men maakt het zelve vast, vervolgens omwind men het met een witte neusdoek, die geschilderd of geborduurd is; de hardste couleuren, de tekeningen die het meest opgevuld zijn, genieten de voorkeur, en eene breede franje of een gouden of zilveren kant, naar maate van de pracht of het vermogen der bijzondere perzoonen, omzoomt deeze neusdoek, die zeer groot is en agterwaards afhangt; wat de kleeding aangaat, ik kan dezelve niet beter vergelijken dan met onze nagtjaponnen.
Ontmoeting van Heidens.
Eene Caravaane van heidens (Bohémiens) die ik ontmoette, zeide mij, terwijl zij mij tevens om geld vroegen, dat zij een kleine streek gingen bevolken en ontginnen op den oever van de Wolga niet ver van Saratoff.
De stad Casan.
De noodzaaklijkheid om mijn paspoort door de Gouverneur van Casan te laaten onderzoeken, en de moeijelijkheid om paarden te bekomen, dewijl ik aldaar laat aangekomen was, deed mij tot den dag in deeze stad verblijven; de Wolga die deszelfs muuren bespoeld, maakt deszelfs ligging aangenaam; deszelfs huizen zijn meest van hout, en de Kerken van steen: men verhaalde mij dat zij de zetel van een Aartsbisschop is.
Ongeval mij bejegend.
Aan geene zijde van de Wolga[229], eene rivier beroemd om deszelfs scheepvaart, en die in de Caspische zee uitwatert, reed ik voorbij de steden Kouzmodémiansk en Makarieff; deeze laatste vermaard door deszelfs lijwaat fabrieken is eigentlijk maar een vlek; Ik was niet ver van daar, en zo even het gevaar van een waggelende en slegt vastgemaakte brug ontkomen, wanneer mijne onverduldigheid mij bijna het leeven kostte; mijn postillon gaande gemaakt, door mijne herhaalde aanporringen, voerde mij zeer spoedig voort[230]: op eenmaal hoor ik tegens de bak van mijn Kibitk slaan; ik stak het hoofd buiten en ontfing een slag die mij in mijn rijtuig werpt; Een schreeuw van den courier die aan mijn zijde was, waarschuwde mij dat ik gekwetst was; In der daad, het bloed stroomde langs mijn voorhoofd; men hield stil en ik stapte van het rijtuig, men bevind dat de omkring van een der wielen gebrooken was, en waar van de scherpe kant mij des te sterker getroffen had, naar maate dat wij harder voortreeden; wanneer ik aan mijne wond raakte kwam mij dezelve breed en diep voor; ik meende zelfs te gevoelen dat mijn harssenpan beschadigd was, in een woord, ik beschouwde mijn einde nabij.
[229] Men zegt dat deszelfs oevers door dieven ontrust worden, die mogelijk geene anderen dan de schippers zijn; Ik heb 'er veelen op mijn weg gezien, dog nimmer heeft iemand derzelven mij beledigd.
[230] Dit is een lofspraak die men aan de Russische postillons verschuldigd is; ook word men nergens beter gereden; de reden daar van is dat ze bijna altoos een roes ophebben; In de dorpen, moet men ze na den oogst, uit de Kabacs of kroegen haalen.
Hier kan ik met waarheid zeggen, dat mij de woorden ontbreeken om mijne overmaatige wanhoop afteschetsen; na zo veel tegenspoed, na zo veele gevaaren te boven gekomen te zijn, nu ik eerlang Petersburg meende te bereiken, waar na ik vierig verlangde om den besten der vaders aan mijn hart te drukken, die ik in geen vier jaaren gezien had; op het punt van in mijn Vaderland wedertekeeren; van mij van mijne zending te kunnen kwijten, door de overgifte van mijne belangrijke brieven; en in dit oogenblik te gelooven van door den doodelijke slag getroffen te zijn! Verbijsterd door deeze bedenking, voelde ik mijne knieën waggelen, mijn hoofd omdraaijen; Gelukkig deed mij de aangebragte hulp van mijn gezelschap tot mij zelfs komen; ik greep moed, deed mij het hoofd met een doek sterk vastbinden, het wiel wierd zo goed mogelijk vermaakt, en wij bereikten spoedig de laatste wisselplaats voor Nijenei-novogorod.
Ik liet mijn Kibitk in dit dorp, onder de bewaaring van mijn soldaat, aan wien ik bevel gaf om dezelve te doen vermaaken, en ze mij in de naaste stad wedertebrengen; terwijl men voor mij een post rijtuig aanspande, en daarop mijn kistje laadde, ging ik in een Kabac alwaar men op mijne wond van de sterkste brandewijn goot; en vervolgens stelde eene goede compres mij in staat om de vijfentwintig a dertig wersten afteleggen, die mij nog tot Nijenei-novogorod te doen stonden.
De Chirurgijn Majoor bij wien ik stil hield was afwezig; men bragt mij om hem aftewachten, in een wezentlijke spelonk; de begeerte om onbekend te blijven, en de onzekerheid van mijn toestand deed mij besluiten om mij niet bij den Gouverneur te laaten aanmelden; In den agtermiddag ging ik wederom te vergeefsch bij dien Chirurgijn; verdrietig over mijn lijden zonder te weeten hoe ik mijne kwetsuur zou behandelen, vernam ik of 'er dan niemand was die mij helpen kon; men wees mij naar een _podléker_ of tweede Chirurgijn, die men eindelijk na veel tegenstribbelens van zijne kant bij mij bragt; zijn voorkomen gaf mij geen groot denkbeeld van zijne bekwaamheid en maatigheid; hij had al de onbeschoftheid en de waggelende gang van een dronk mensch; echter behield de noodzaaklijkheid om mijne wond te laaten peilen, de overhand op mijne afkeerigheid, om mij aan zodanige handen overteleveren; dog den ellendeling had zijne instrumenten vergeeten; wie zou gelooven dat een speld het sondeeryzer was, het welk hij ter leen vroeg? het onderzoek gedaan zijnde; zeide hij mij al stamerende, dat mijn bekkeneel open, dog in het minst niet beschadigd was, en dat ik door brandewijn met water gemengd er op te doen, mijn reis kon vervolgen; hij wilde mij vervolgens aderlaaten, dan het denkbeeld om mijn arm aan deezen dronkaard te waagen deed mij beeven; na dat ik hem bedankt, betaald en heen gezonden had, stapte ik weer in mijn Kibitk, mij gelukkig achtende, dat ik van de konstbewerking en van hem die ze verricht had, bevrijd was.
Nijenei-novogorod.
Nijenei-novogorod ligt zo als algemeen bekend is, aan de Wolga, en gelijkt in allen opzichte naar de Russische steeden; men beroemde zich, bij mijn doortogt van aldaar een troup nationaale toneelspeelers te bezitten.
1788. _September._
Komst te Moscou.
Wanneer ik Wladimer verliet, bereikte ik spoedig Moscou; de fransche Vice-Consul de Heer de Boffe, deed al wat in zijn vermogen was om de bekwaamste heelmeesters optezoeken, ten einde mijne kwetsuur te onderzoeken; zij stelden mij allen gerust, hoe zeer ik vrij hevige hoofdpijnen gewaar wierd; Ik was des te meer daar over opgebeurt, dat ik deswegens niets te vreezen had, dewijl ik terzelfder tijd eene nieuwstijding vernam die anders wel geschikt was om mijne smerten te vermeerderen; de Heer de Boffe verhaalde mij, dat mijn vader zich niet te Petersburg bevond; dierhalven, zou ik in de vooronderstelling dat ik gevaarlijker getroffen, en dat die stad de eindpaal mijner reis en van mijnen loopbaan zou geweest zijn, de vertroosting zelfs niet genooten hebben, van mijn leeven in de armen van hem te eindigen, aan wien ik het zelve verschuldigd was.
Aankomst te Petersburg.
Dewijl mijn rijtuig geheel in wanorder was, liet ik dat te Moscou agter, van waar ik met postrijtuig vertrok die telkens verwisselden, deeze waaren zo klein en ongemaklijk, dat ze ons zelfs niet voor de regen beveiligden; Ik trok door Twer, Vouischnei-Volotschok, Novogorod en Sophia digt bij Tsarsko celo gelegen,[231] en ik kwam des nagts van den 22 September te Petersburg; na dat ik in veertig dagen zes duizend wersten had afgelegd, waar onder 'er nog agt in noodwendige rustplaatsen verlooren waaren geraakt.
[231] Deeze steeden zijn bekend; ik ben zo spoedig doorgereist, dat ik ze naauwlijks heb kunnen bezichtigen.
1788. _September_ Den 23.
Ingevolge de bevelen van den Heer Graaf de la Perouze, overhandigde ik mijne brieven in handen van den Heer Graaf de Ségur, Minister Plenipotentiaris van den Koning bij de Keizerin; Ik had het geluk genooten van hem bij zijn aankomst in Rusland te leeren kennen, en ik rekende het onder de aangenaamste gebeurtenissen mijnes leevens van hem te Petersburg wedergevonden te hebben, om mij over de afwezigheid van mijn vader eenigzints te troosten. Niet alleen onthaalde mij die minister op het allervriendelijkst, maar hij zorgde daar en boven met eene belangneemende genegenheid voor mijne gezondheid; hij bood mij een zijner couriers aan, om mij op het overige van mijne reis te vergezellen en voor mij zorge te draagen; daar ik echter door de hulp van zijn heelmeester volkomen genezen was, bedankte ik de Heer Graaf de Segur voor zijn verplichtend aanbod, dewijl ik hem van geen man wilde berooven, wiens dienst hij noodig zou kunnen hebben.
1788. _September._
Van zijne brieven voorzien, vertrok ik den 26 tusschen elf uuren en middernagt; Ik wierd twee dagen te Riga opgehouden door op nieuws genoodzaakt te zijn van mijn rijtuig te laaten herstellen; te Memel, moest ik agt uuren verliezen, eer de schippers bewogen konden worden, om mij den arm van de zee genaamt _Courich haff_ in een storm overtezetten; Ik sliep te Berlijn, dewijl de Heer Graaf d'Esterno Minister Plenipotentiaris van den Koning aan dit hof, zijn verlangen betoond had om mij ook zijne brieven aantebetrouwen; Ik wierd wegens dit kort verwijl rijkelijk schadeloos gesteld, door de vleijendste aangenaamheden, die mij van wegens dien gezant bejegenden.
October. Den 17.
Komst te Versailles.
Eindelijk zag ik mijn Vaderland weder, en den 17 October des namiddags ten drie uuren kwam ik te Versailles; Ik stapte van mijn rijtuig voor de wooning van den Heer Graaf de la Luzerne, Minister en Staatssecretaris van de Zeemagt; Ik had de eer niet van bij hem bekend te zijn, dog de uitneemende goedgunstigheid waar meede hij mij ontfing, bereidde dadelijk mijn hart tot die dankbaarheid, welke ik hem in zo veele opzichten verschuldigd ben; in mijne oogen bestond de uitsteekende gunst die hij mij bewees, daarin dat hij mij dien zelven dag nog de eer verschafte van aan zijne Majesteit voorgesteld te worden, die zich verwaardigde om mij over verscheidene zaaken en omstandigheden betreklijk mijn reis te ondervraagen, om mij deszelfs verlangen te betuigen van 'er alle de bijzonderheden van te kennen, en in mij den volgenden dag daar voor de belooning te schenken, met mij tot Consul te Cronstadt te benoemen; eene belooning mij des te dierbaarder, dewijl daar door de lofspraak, des betoonden ievers van mijn geheele geslacht zo in de burgerlijke als staatkundige bedieningen, die aan het zelve zijn toevertrouwd geweest, hernieuwd en voltooid wierd.
AFSCHRIFT
_Der Verklaaring mij van den Heer Kasloff Ougrenin, Colonel en Bevelhebber van Okotsk en Kamschatka gegeven._
Ik verklaar dat de Heer de Lesseps, vice Consul van Frankrijk te Cronstadt, genoodzaakt is geweest van zich in verscheidene plaatzen optehouden, en wel om de volgende redenen.
1. Te Bolcheretsk den 7/18 October 1787 aangekomen zijnde, heeft hij daar dien tijd waar in de sleedevaart kon begonnen worden afgewacht, buiten welke 'er geen mogelijkheid is om de reis van Kamschatka naar Okotsk over land te onderneemen; de sleedevaart en het bevriezen der rivieren is op het einde van November begonnen.
2. Hij zou vertrokken zijn, indien ik daartoe mogelijkheid had gezien, dog de geduurige en geweldige stormwinden, die van het begin van November tot aan het einde van December geheerscht hebben, zijn hem daar in hinderlijk geweest; daar zijn zeldzaam te Bolcheretsk twee dagen voorbij geloopen, of wij ondervonden 'er zulke heftige buijen, dat het gezicht zich naauwlijks zes of agt treden ver uitstrekken kon; de Kamschatters zelfs kunnen geduurende dezelve hunne reizen niet vervolgen, maar zijn somtijds verplicht van in het open veld stil te moeten houden.
Ik oordeelde het van mijn plicht om de Heer de Lesseps te waarschuuwen van het gevaar het welk daar in gelegen was, om voor en aleer dat dit aanhoudende slegte wêer voorbij was, eene gevaarlijke en in zich zelfs moeijelijke reis te onderneemen, en daar door misschien de brieven te verliezen, waar meede hij voor het hof van Frankrijk gelast is; daar en boven heb ik hem verzekerd, dat dewijl ik zelfs verplicht was om zo dra mogelijk naar Okotsk terug te keeren, ik hem als dan onder mijne bescherming meede zou neemen, en dat wij ons niet zouden ophouden dan volstrekt onvermijdelijk was.
3. In die tusschentijd, is de Heer de Lesseps van eene zeer hevige buikloop aangevallen, deszelfs ziekte heeft negen weeken geduurd en heeft hem zeer verzwakt.
4. De hongersnood die onder de honden op de westkust van Kamschatka geregeerd had, heeft ons genoodzaakt om verscheide omwegen te nemen, en eenen langen tijd de oostkust te moeten volgen.