Historisch dagverhaal der reize van den heer De Lesseps Zedert het verlaten van den Heer Graaf de la Perouse en zyne togtgenooten in de haven van St. Pieter & Paulus op Kamchatka, enz.

Part 30

Chapter 303,528 wordsPublic domain

De volgende morgen, kwam de Heer Dolgopoloff mij afhaalen, om mij aan den Gouverneur, de Heer Generaal Majoor Arsénieff voortestellen; ik overhandigde hem de brieven van de Heer Kaslof, uit hoofde van de afwezendheid van den Gouverneur Generaal de Heer Jacobi, die zich als toen te Petersburg bevond. Ik was bijzonder vergenoegt over de wijze waar op de Heer Arsénieff mij ontfing; na mij met beleeftheden overlaaden te hebben, vorderde hij dat ik van geene andere tafel dan van de zijne zou gebruik maaken, en maakte mij met zijn gezin bekend,[215] welkers eensgezindheid, verstand en vrolijkheid, van zijn huis een waarlijk aangenaam verblijf vormt, en den toon aan het gezelschap geeft, het welk door zoveel aangenaamheid derwaards gelokt word.

[215] Bijna alle zijne kinderen spreeken fransch; een zijner zoonen schrijft het zeer wel, en deeld met zijn broeder duizenderleie beminnelijke hoedanigheden: een suster van hun is met den Onder Gouverneur getrouwd.

Te Irkoutsk. Belooning die ik voor Golikoff verkreeg.

Ik maakte van de goede geneigtheid en verplichtende aanbiedingen van den Heer Gouverneur gebruik, om mijn Soldaat Golikoff met nadruk aan hem aantebeveelen; de ontelbaare diensten welken mij deezen braave man beweezen had, zijne getrouwheid, zijne verkleeftheid in alle gelegenheden waaren nog meer voor hem pleitende dan ik zelf, en de Heer Arsénieff wilde een zo goed voorwerp bij zich houden; dog de eerzucht van den armen Golikoff[216] bepaalde zich om in de bezetting van Yakoutsk ingelijfd te worden, werwaards hij door de hartelijke liefde voor zijn Vader in die stad woonachtig, en door zijne genegenheid voor de Heer Kasloff geroepen wierd, dewijl hij zich gelukkig achtte om onder het bevel van dien Heer te dienen; diergelijke gevoelens vermeerderden de belangneeming welke mijne verhaalen reeds hadden ingeboezemd, en mijn begunstigde verkreeg dadelijk de gunst die ik voor hem verzogt had.

[216] Geduurende mijn verblijf te Okotsk, had de Heer Kokh op mijn verzoek de goedheid gehad, hem tot corporaal te verheffen; deeze onverwachte gunst maakte eene zo levendige indruk op zijn geest, dat ik, bij de terugkomst van de wagtparade meende, dat hij zinneloos van vreugde en erkentenis zou worden.

Ik ging vervolgens bij de Heer Poskatschinn, de bijzondere vriend van den Heer Kasloff, een bezoek afleggen, wiens aanbeveeling mij allerleie beleeftheden verzorgde. Ik vond daar een Roomsch priester, naar Siberien gezonden om de hulp van zijne bediening aan de Christenen der Roomsche kerk te verschaffen; hij houd deszelfs gewoonlijk verblijf te Irkoutsk.

1788. _Augustus_ Te Irkoutsk.

Beschrijving van de stad Irkoutsk.

Deeze stad, de hoofdplaats van de landvoogdij van Irkoutsk en Kolivanien, is gelegen op den oever van de Angara en nabij de uitwatering van de Irkout die haar deszelfs naam meededeelt; men ziet in haare uitgebreide omtrek verscheide steenen huizen, en kerken met tigchelsteenen gebouwd: de houte huizen zijn groot en gemaklijk aangelegd, de bevolking is talrijk en de gezelschappen luisterrijk; de meenigte van Officieren en regeerings perzoonen welke dezelve uitmaaken, hebben daar de gebruiken en gewoontens van Petersburg ingevoerd. Er bevinden zich aldaar geene lieden van aanzien of zij houden rijtuig; de rang en de waardigheden bepaalen het getal der paarden welken men voor deeze rijtuigen, die met de onzen overeenkomen, spant.

Ik heb reeds gezegt dat alle de rechtbanken der nabuurige provincien onderhoorig zijn aan die geenen welken in deeze stad gevonden worden; zij is ook de zetel van een Aartsbisschop, een zeer eerwaardig prelaat, die de Opperpriesterlijke diensten in de geheele uitgestrektheid van dit gedeelte des Russischen rijks uitoeffent.

Koophandel van Rusland met China.

Dog het is voornamelijk aan den handel dat deeze hoofdstad deszelfs luister verschuldigt is; door haare ligging is zij de stapelplaats van die, welke tusschen Rusland en China gedreeven word; het is bekend dat deezen handel te land geschied; dan eens is dezelve zeer uitgebreid, dan eens kwijnende en dikwils afgebroken geweest, ook heeft ze zo veele veranderingen ondergaan, dat het volgens mijne gedagten, niet onvoeglijk zal zijn om tot den oorsprong van deeze verstandhouding opteklimmen, ten einde zich een denkbeeld te kunnen vormen van deszelfs tegenwoordig bestaan, en van den aanwasch waar voor die vatbaar zou kunnen zijn.

De eerste betrekkingen zijn reeds in het midden der voorige eeuw begonnen, omtrent het tijdstip van den inval der Mantchousche Tartaaren, die, na dat zij een geruimen tijd de noordelijke provincien van het Chineesche rijk hadden verwoest, eindigden met het zelve geheel te overheeren. Het was aan een landvoogd van Tobolsk dat Rusland de eerste denkbeelden verschuldigt was, over de geschiktste middelen om dien handel te beginnen; dezelve waaren de vruchten van eene pooging te Pekin, door eenige vertrouwde persoonen door hem derwaards gezonden, ondernomen; wel verre van door den slegten uitslag deezer zendelingen afgeschrikt te weezen, vereenigden zich eenige Russische en Siberische Kooplieden, om van derzelver ontdekkingen, indien het mogelijk waare, nut te trekken. In het jaar 1670 vertrok derzelver Caravaane, welke met nieuwe inlichtingen en ondubbelzinnige bewijzen van voordeel terugkwam; van toen af vermeenigvuldigden de maatschappijen, de togten wierden meermaalen ondernomen en de stigtingen uitgebreid.

Zo veele vorderingen verwekten bij de Chineezen argwaan, die beslooten daar aan paalen te stellen, sterktens wierden opgericht ten einde een nabuur tegentehouden, die ieder dag voorwaards komende zo door de rivier Amour, als door de oostelijke zee en de Selinga, ongevoelig de grenzen van China naderde; Deeze verweerende maatregelen waaren de oorsprong van zeer hevige verschillen, tusschen de twee rijken omtrent derzelver grenspaalen; daar vielen eenige vijandelijkheden voor, en eindelijk eene openbaaren oorlog; verscheidene jaaren wierden doorgebragt met het belegeren van steeden, beurtelings ontmanteld en weder hersteld, tot dat eindelijk in 1689, de twee hoven, door de bemiddeling van de Paters Jesuiten Gerbillon en Pereira, van wegens de Keizer van China gemagtigt, een verdrag van vreede en eeuwigduurende vriendschap[217] te Nertschinsk slooten, het welk op twee steenen of paalen, op de grenzen van ieder rijk geplaatst, moest gegraveerd worden.

[217] Dit verdrag het welk door deeze geestelijke onderhandelaars in de latijnsche taal was zamengesteld, wierd wederzijds door de twee souvereinen bekragtigt, na dat het zelve in de Russische en Mantchousche taalen was overgezet; ziet daar het eerste voorbeeld, zedert de stichting van het Chineesche rijk, van een vredens verdrag door dit volk gemaakt, en van de vergunning aan vreemdelingen om in deszelfs hoofdstad te komen. Omtrent dit tijdstip telde men te Pekin verscheiden overgeloopene of krijgsgevangen gemaakte Siberische geslachten, die door de weldaaden van Keizer Kamhie bekoord beslooten om daar derzelver woonplaats te neemen, en zelfs om zich onder de Chineezen intelijven.

Het zelve verzekerde wederzijds de vrijheid van den koophandel, aan alle onderdaanen der beide mogendheden, welken van vrijgeleibrieven van derzelver hoven voorzien waaren: echter wist China zich voor deszelfs toegeevendheid zeer wel schadeloos te stellen, door de afstanden die 't zelve van Rusland gevorderd had, het welk bij deeze gelegenheid, niet alleen een aanzienlijk gedeelte van deszelfs bezittingen, maar ook de scheepvaart op de rivier Amour tot aan de oostelijke zee, verloor.

Tot schadeloosstelling, of in de hoop van meer voordeel van deezen handel te zullen trekken, gelastte de Tzar[218] Pieter de Groote in 1692 aan Ysbrand Yves, een Hollander van geboorte, die zich in zijn dienst bevond, om aan het hof van Pékin voor de Caravaanen, het genot van de voorrechten het welk het jongste verdrag aan de bijzondere persoonen toestond, te verzoeken; den uitslag van het gezantschap beantwoorde aan de verlangens van het hof van Petersburg; de Caravaanen wierden toegelaaten, en dewijl het zelve aan zich het uitsluitend recht behield om die te zenden, genoot het ook al het voordeel[219]; deeze reizen duurden drie jaaren; de Russische Kooplieden welken de Caravaane uitmaakten, waaren in een Caravensera opgeslooten; alwaar de ruilingen geschiedden, en geduurende derzelver verblijf te Pékin, wierden ze ten koste van den Keizer onderhouden.

[218] Dus schrijven en spreeken de Russen het woord Czar uit.

[219] Het duurde niet lang of bijzondere persoonen wisten zich van de dwingelandsche beletselen van het Keizerlijk monopolie te ontdoen; zij kwamen zo ver om geheime betrekkingen in China door de Mongolsche Tartaaren te onderhouden, welken hun derzelver tusschenkomst zeer duur verkogten.

Deeze eensgezindheid was tusschen de twee mogendheden van geen langen duur; nieuwe onlusten door het slegt gedrag, de dronkenschap, en de beledigende handelwijzen van eenige Russen, in het midden zelfs van de Chineesche hoofdstad, verwekt, dreigden andermaal derzelver handel te vernietigen; het gezantschap van Ismaëloff hield ze echter staande: door de bekwaamheid van deezen onderhandelaar, Capitein van de lijfwagt van den Tzar, wierden de wanordens hersteld, en de klagten gestild; het misverstand wierd door het vertrouwen en de zekerheid opgevolgd: om zodanige gelukkige geneigtheden te behouden, bleef Laurent Lange te Pekin onder den titel van Agent der Caravaanen.

Na het vertrek van dien gezant, gingen de zaaken agterwaards, en de buitenspoorigheden van de Russen vermeerderden; hier door wierd de trotsheid en het wantrouwen, de Chineezen zo eigen, opgewakkerd; de weigering om verscheide Mongolsche horden uitteleveren, die zich aan den Tzar onderworpen hadden, voltooide verder, van de Keizer te verbitteren; hij bande alle de Russen uit zijne staaten, en zedert dit oogenblik was alle gemeenschap tusschen de twee volkeren afgebrooken.

In 1727, gelukte het de Graaf Ragouzinskoi, Russisch gezant bij den opvolger van den wraakzugtigen Kan-hi, om de verbintenissen van Koophandel door een verdrag te vernieuwen, dat onherroepelijk de paalen van ieder rijk vaststelde,[220] en de Kooplieden aan een onveranderlijk reglement onderwierp; gemaakt om voor altoos alle bronnen van verdeeldheid te doen opdroogen.

[220] Ziet in Coxe, alle de bijzonderheden over de vaststelling deezer grensscheiding.

Hier door wierd het aan het Hof van Petersburg vrijgelaaten om alle drie jaaren eene Caravaane naar Pékin te zenden; het getal der Kooplieden wierd op twee honderd bepaald; op derzelver aankomst aan de Chineesche grenzen, moesten zij daar van aan den Keizer kennis geeven, ten einde dat een Chineesch Officier hen zou komen af haalen, en tot aan de hoofdstad geleiden, alwaar zij op kosten van den Keizer zo lang als derzelver handel duurde, zouden onderhouden worden; men kwam nog overeen dat de koopgoederen van bijzondere persoonen niet over de grenzen zouden komen, en deeze het voorrecht niet genieten van in alle de Chineesche en Mongolsche bezittingen te mogen handelen. Ingevolge daar van wees men hun twee plaatsen op de grenzen van Siberien aan, de eene genaamd _Kiakhta_, na eene beek die deszelfs omgelegen streeken bewaterd, de andere _Zurukhaire_[221], gelegen op den linker oever van de Argoiin, en zij waaren gehouden om derzelver koopwaaren in de magazijnen van deeze twee steeden opteslaan.

[221] Dit is zo ik meen, dezelfde plaats, welke door de Russen Naïmatschinn genaamd word.

Niettegenstaande de plegtige bekragtiging van alle de bedingen van dit verdrag, ondervond de uitvoering van het zelve ongetwijffelt tegenstand; de zuurdeessen van het misnoegen geraakte aan het gisten, of de kwaade trouw hernieuwde de hairkloverijen: hoe dit ook zij, men zag in den tijd van zeven en twintig jaaren niet meer dan zes Caravaanen uit Rusland vertrekken; na de afzending van de laatste, geraakte deeze handel aan het kwijnen, zijnde een noodzakelijk gevolg van het wantrouwen.

Ik gaa de opgaaf der bezwaaren voorbij, welke de Chineezen ten lasten van de Russen meenden te hebben; verscheiden bekende geschiedschrijvers hebben verslag van de klagten gegeeven, welken veroorzaakt wierden door de agter elkander volgende verhuizingen van de Kalmouksche Tartaaren, en van eene meenigte Toungoussers die allen door het hof van Petersburg vriendelijk ontfangen wierden; men heeft deszelfs behendige staatkunde zich beurtelings gemaatigd en bedreigende zien gedraagen, dog teevens altoos ontwijkende om China genoegen te geeven.

Deeze twisten duurden tot op de komst van de regeerende Keizerin op den throon; naauwlijks had Catharina II. de teugels der regeering in handen genomen, of zij zag ten voordeele van haar onderdaanen, van den uitsluitenden handel in pelterijen, en van het zenden der Caravaane naar Pékin af; deeze daad van rechtvaardigheid en weldaadigheid, het verstand en het hart van deeze souvereine waardig, was echter niet voldoende om aan den handel deszelfs voorige werkzaamheid weder te verschaffen: de vijandschap tusschen de twee rijken wierd nog meer aangezet door de omstandigheid van die zelfde Toungoussers, die, geen behaagen meer vindende in, en misnoegt over derzelver nieuwe verblijfplaats, zich eensklaps aan de Russische heerschappij onttrokken, en naar hun vaderland keerden, ten einde zich weder onder het Chineesche gebied te stellen.

Zedert heeft men gezien dat de twee volkeren alle verbittering hebben afgelegt, zich oprechtelijk vereenigt, en dat de goede verstandhouding tusschen de kooplieden van dag tot dag meer toenam en belangrijker wierd; naar maate dat de Russische comptoiren te Kïakhta, het welk bevolkt, vergroot en versterkt is geworden, vermeenigvuldigden, begaven ook de Chineezen zich naar hun vlek Zurukhaire of Naïmatschinn; door wederzijdsche commissarissen wierden de ruilingen bestierd, en de Mongolsche taal wierd in de onderhandelingen gebruikt, dewelken door tolken geschiedde.

Het is 'er verre van daan dat de Russen het voordeel van den handel zouden genieten; de Chineezen, die zich altoos in maatschappijen vereenigen, zijn oneindig ijveriger omtrent het waarneemen hunner belangens en veel omzichtiger in hunnen handel, ook weten zij altoos de prijs der Russische Koopmanschappen te bepaalen, en deeze behendiglijk daar heenen te leiden, om hunne Koopmanschappen, volgens de eerst gestelde prijs, waar van zij nooit afgaan, te koopen, de Thee, bij voorbeeld, verschaft hun een onnoemlijk voordeel[222]; zij verkoopen die zo duur, dat de koopers vervolgens genoodzaakt zijn om zich daar van met verlies weder te ontdoen; om zich deswegens schadeloos te stellen, tragtten deeze derzelver pelterijen, waar van de Chineezen groote liefhebbers zijn, in prijs te vermeerderen; dog derzelver loosheid doet hen tegens die bedriegerij op hunne hoede zijn.

[222] Wanneer ik mij te Okotsk bevond, kostte het pond thee zestien roubels, en nog was ze zeer schaars te bekomen; men zeide mij, dat ze van Petersburg kwam, welke stad ze thans uit Engeland of Holland trekt.

Ik zou te langwijlig worden indien ik hier alle de zaaken wilde optellen die bij deeze ruilingen in aanmerking komen; Ik verzoek den nieuwsgierigen leezer om het werk van Coxe of Pallas in te zien, die beide dit onderwerp zeer breed hebben behandeld, volgens de naspooringen welken zij omtrent den uit- en invoer in den jaare 1777 gedaan hebben, begrootten zij het geheel van deezen handel op vier millioenen roubels; dog zedert dien tijd, bevestigen verscheiden geloofwaardige verhaalen dat dezelve aanmerkelijk is verminderd; tegenswoordig zelfs kan men zeggen dat ze geheel te niet geloopen is[223].

[223] Bij mijne komst in Siberien, verzekerde men mij bij herhaaling, dat de Russische Kooplieden de inkoopen die ze bij vooruitzicht op vertrouwen van het laatste verdrag gedaan hadden, zich berouwden; en ten bewijze dat ze daar van geene verwachting hadden, lieten verscheidenen onder hun mij derzelver pakhuizen zien, ten einde mij de groote meenigte pelterijen te toonen, die ze daar in opgeslooten hadden, en kwamen allen daar in overeen dat zij met ongeduld naar het tijdstip verlangden, waar in een nieuw verdrag hen in staat zou stellen om zich van derzelver goederen te ontdoen.

Indien het mij geoorloft is mijne gedagten te zeggen, dan zou ik durven verzekeren dat het mij voor Rusland en zelfs voor China van het uiterste belang voorkomt, om dadelijk zodanige nieuwe verbintenis te sluiten; dog om het zelve op eene duurzaamer en nuttiger voet voor den wederzijdsche handel der twee rijken te vestigen, zou het mogelijk eerst en voor al noodig zijn, dat dezelve gezamentlijk de zwaare belastingen verligtten, en alle de beletzelen uit den weg ruimden die den koopman bevreesd maaken en te rug houden; misschien zou het ook Ruslands belang zijn, om van deszelfs natuurlijke voordeelen, welken zijne ligging aan het zelve verschaft, gebruik te maaken, en van Okotsk of Kamschatka, of zodanige andere haven als men het geschiktste zou oordeelen, vaartuigen aftezenden, die regelregt indien het mogelijk was te Macao of te Canton de Koopmanschappen konden verhandelen, welken men nu met groote onkosten overland naar Kiakhta overbrengt, als dan twijffel ik zeer, of de kosten tot derzelver uitvoer en tot den invoer van de Chineesche waaren, wel zo hoog zouden loopen; de gemeenschap tusschen Okotsk en Siberien is zo moeijelijk niet te verkrijgen, en dat landschap zou ongetwijffelt meer bloeijen zo dra deeze weg meer bezogt wierd; deeze aanmerkingen brengen mij natuurlijk te rug op het geen ik in het I Deel van dit werk (noot (_d_), bladz. 9. en bladz. 72.) gezegt heb, wegens een ontwerp van een Engelsch Koopman te Macao; Om wat reden zouden de Russen dezelve weg niet beproeven? bezitten zij niet veel meer voortbrengzelen dan de Engelschen, om zich van den handel in pelterijen op China alleen meester te maaken? Wanneer eenmaal deezen weg geopend was, zou het gemaklijk vallen die gemeenschap ook tot andere zaaken uittestrekken; Ik zal van het onschatbaar voordeel niet gewaagen, het welk Rusland daar en boven uit deeze handeldrijvende scheepvaart zou trekken, die namelijk, om in een groot aantal goede zeelieden te formeeren.

Toebereidzelen tot mijn vertrek.

De toebereidzelen tot mijn vertrek bestonden alleen in het koopen van een Kibitk[224]. Ik was nu niet meer door het meedeneemen van leevensmiddelen belemmerd, ook was ik zeker van op iedere wisselplaats zo veel te zullen vinden als ik zou noodig hebben; de Heer Gouverneur gaf mij een _poradojenei_ of vrijgeleibrief tot Petersburg. Er wierd vastgesteld dat ik door een soldaat van de bezetting zou vergezeld worden, wiens kloekmoedigheid en getrouwheid beproeft was, en dat een der postbodens van het Cabinet van den Heer Gouverneur Generaal, door wien deeze bijzonder aanbevolen was, zich met mij zou begeeven; ten einde mij op mijn togt door zijn raad en ondervinding de behulpzaame hand te bieden.

[224] Dewijl ik mijn reis zo spoedig mogelijk wilde voleindigen, liet ik het grootste gedeelte mijner goederen in handen van een koopman de Heer Medrédoff, die de beleefdheid had van de bezorging dier goederen op Petersburg wel op zich te willen neemen.

Om hier aan de laatste hand te leggen, verzogt hij mij des avonds bij hem ten eeten; terwijl wij aan tafel zaten, wierd de stad door eene vrij hevige aardbeving getroffen, dezelve duurde twee minuuten, wij wierden zulks aan het vallen der glaazen, en aan het waggelen van onze tafel en stoelen gewaar, alle de klokken van de stad geraakten aan het luijden, en verscheidene schildwagtshuisjes wierden omvergesmeeten. In de eerste verbijstering, vormde men duizenderleie gissingen, over de oorzaak van deezen schok, en daar ik had opgemerkt, dat de beweging of luchtgolving van het zuiden naar het noorden deszelfs richting genomen had, meende men de aanleiding daar toe in de nabuurschap van het meir Baikal te vinden; ik laat dit ter oplossing aan de natuurkundigen over.

1788. _Augustus_ Den 10.

Mijn afreize en laatste trek van de genegenheid van Golikoff voor mij.

Ik nam van den Heer Arsénieff afscheid; zijn zoon en de Heer Dolgopoloff wilden mij volstrekt tot aan de eerste wisselplaats uitgeleide doen, niettegenstaande alle mijne aangewende poogingen om zulks voortekomen; wij stapten in het rijtuig, wanneer den braaven Golikoff geheel in traanen zwemmende, mij smeekte dat ik hem de vrijheid wilde vergunnen om mij even zo ver als die twee Heeren te mogen volgen, dit was voor hem, zeide hij tot mij, de aangenaamste belooning die ik hem kon toestaan; deeze jongste trek van genegenheid doorgriefde mij het hart, en ik ontwaarde dat ik, wanneer ik hem zijn verzoek toestond, niet minder gelukkig was dan hij.

Na dat ik de rivier Angara[225] met een pont was overgevaaren, bereikten wij in weinig tijds de plaats onzer scheiding; terwijl ik mijne dankzeggingen en afscheidsgroet aan den Heer Commandant en de Heer Arsénieff hernieuwde, tragtte Golikoff, zich agter het rijtuig schuil houdende, zijne traanen te verbergen, terwijl hij mij aan de zorg van den soldaat die hem zou opvolgen aanbeval; wanneer mijne paarden in gereedheid waaren, berste eensklaps zijne wanhoop uit, hij schoot toe en omhelsde mijne knieën, onder het uitroepen dat hij mij nimmermeer verlaaten zou. Ik mogt hem bij herhaaling zeggen, dat het niet van mij afhing om hem mêe te neemen, dat hij zulks wel wist, dog niets kon baaten; mijne redeneeringen, mijne vriendelijkheden, niets vermogt op hem om mij los te laaten; men moest hem van mijne voeten en vervolgens van het rijtuig het geen hij gegreepen had, wanneer hij mij verloor, afscheuren; nimmer, geloof ik, onderging mijne aandoenlijkheid heftiger aanval, ik vertrok zeer bedroefd; de smert, van de aandrift mijner dankbaarheid niet te hebben kunnen volgen[226] door aan den wensch van dien waardigen man te voldoen, kwelt mij nog heden, en daar blijft mij niets anders overig dan de hoop, dat zulks ter zijner kennis zal komen, want ik durf mij niet vleijen hem eenmaal te zullen wederzien.

[225] Deeze rivier de naam van TOUNKOUTSKA aanneemende loopt tot in de Yéneséi (bij de stad Yénéseisk), en ze valt op eenigen afstand van Irkoutsk, in het uitgestrekte meir, het welk de Russen de ZEE VAN BAIKAL noemen; men zegt dat deeze van hooge bergen omringt is, deszelfs water is zoet en de scheepvaart gevaarlijk door de menigvuldige stormen; het deed mij leed dat ik het zelve niet heb kunnen gaan beschouwen.

[226] Ik denk niet dat het noodig zal zijn de levendigheid mijner uitdrukkingen, in het afschetzen van mijne gevoelens voor dien soldaat, te rechtvaardigen; Ik heb niets te zeggen aan hem die, onderricht van de diensten, welken hij mij beweezen heeft, mij deswegens zou willen laaken.

1788. _Augustus_

Bijzonderheden van mijne reis.