Part 25
Bij de eerste invallen in de nabuurige landen wierd men niet zonder leedweezen gewaar, dat aldaar dezelfde voordeelen niet te verwachten waaren: overal vertoonde de natuur zich als eene stiefmoeder: de onvrugtbaarheid van den grond, evenredig aan de gestrenge luchtsgesteldheid, de verbaazende werkeloosheid van deszelfs woeste bewoonders, voor het grootste gedeelte uit jaagers, veehoeders, en visschers bestaande, beloofden geene aanzienlijke bronnen van welvaart; alles scheen veel eer ingericht te zijn om alle denkbeelden van een goed vooruitzicht te laaten vaaren. Echter wist de vindingrijke gierigheid zich daar evenwel schatten ten nutte te maaken; op het zien van de kleeding deezer volkeren bedagt zij oogenbliklijk om dezelve daar van te berooven, tevens berekenende de moogelijkheid om daar in door eene verleidelijke ruiling wel te slaagen, als meede het onmeetelijk voordeel, het welk deeze tak van koophandel zou aanbrengen, indien het haar gelukte denzelven te vermeesteren.
Wanneer men zich meer oostwaards in Asia verspreide, bevond men de pelterijen hoe langer hoe fraaijer; dit was genoeg om de Russen te doen begrijpen, dat het met derzelver belang en roem overeenkwam, om alle de gedeeltens van deezen wijd uitgestrekten oord aan hun gezag te onderwerpen. Tot hier toe waaren deeze landschappen het toneel der strooperijen van een opgeraapten hoop Cosakken en Tartaaren geweest, waar bij zich eenige Russen, door dezelfde zucht na roof gedreeven, gevoegt hadden; de goede uitslag hunner onderneeming verspreide zich al verder en verder; het lokaas van voordeel deed een veel grooter getal emigranten derwaarts komen, wier stoutmoedigheid aanwies naar maate van den tegenstand, welken de inboorlingen hen booden. Te vergeefs had de natuur deeze in onvruchtbaare woestenijen, en in het midden der bosschen geplaatst, alwaar derzelver onafhangelijkheid voor allen aanval gedekt scheen te zijn; te vergeefsch verstrekten de onguure nevels, de bergen en bevroozene zee-en hen tot bolwerken; voor de heerschzucht, voor de ontembaare begeerte na overwinningen, en voor den dorst na rijkdommen zijn geene gevaaren onoverkomelijk; De kloekmoedigheid der inlanders veroorzaakte dagelijks gevegten, dog dit kon hen van de onderdrukking niet bevrijden; de overwinnaars kwamen om zo te spreeken meer en meer te voorschijn, naar maate 'er meer in deezen bloedigen strijd omkwamen; door veelvuldige versterkingen, bij de regeering goedgekeurd, wierden deeze verliezen hersteld; zij zogten daar door te voorkomen, dat de overwonnenen den tijd niet hadden, om zich van derzelver verbaastheid en schaamte te ontdoen, namelijk dat zij voor een hoop vreemdelingen hadden moeten bukken, wier overheersching zich bij iedere overwinning al verder verspreide. Reeds hadden zij door het geweld hunner wapenen zich van het geheel land tot aan Okotsk meester gemaakt, en zich in het noorden tot aan de rivier Anadir verspreid.
Om van zo veel aanwinst zeker te zijn, moest men tot de grondregelen van bestier en koophandel toevlucht neemen; dadelijk bouwde men sterktens, en steeden vertoonden zich; hoe ellendig deeze inrichtingen ook waaren, nogtans verschaften deeze aan de handeldrijvende Russen en anderen, welken het reizen door deeze landschappen ondernamen, eene schuilplaats; door den togt of door hunne gevaarlijke onderneemingen afgemat, konden zij derwaarts de wijk neemen of hulpmiddelen vinden tegens de beleedigingen der oorsprongelijke inwoonders, welken zich altoos bereid betoonden om het juk afteschudden, en weerwraak te neemen.
Behalven de kwellingen van allerhanden aart, die men, ongetwijffelt buiten kennis van het hof, waar aan zij zich onderworpen hadden, tegens hen pleegde, hadden zij daar en boven dikwils veel te lijden van de verraderijen, wreedheden, en alle de buitenspoorigheden, waar toe woeste overwinnaars, die door den goeden uitslag, het misbruiken der rijkdommen en des gezags, en door de hoop op straffeloosheid weggesleept worden, kunnen vervoerd worden. In het bedrijven deezer onmenschelijkheden, wierden de bijzondere persoonen gesterkt door het voorbeeld der opperhoofden, en zelfs van de officieren, derwaards gezonden om deeze ongeregeltheden te stuiten; eindelijk wierd dit kwaad zo groot, dat het zich de gestrengheid van den souverein op den hals haalde; de inkomsten der tollen kwamen niet in denzelfden overvloed in de schatkist, de schattingen gingen verlooren of verminderden in handen van hen, die met den ontfangst belast waaren; van daar die menigvuldige veranderingen der opperhoofden, wier ondeugden en ongerijmde handelingen te recht beschuldigt waaren, en ten minsten een spoedig opontbod verdienden; van daar de ongeoeffendheid der krijgsbenden, de ongehoorzaamheid onder de volkplantingen, de dagelijksche aanklagten, moordenarijen en alle die misdaaden, welken door de regeeringloosheid voortgebragt worden.
Het zelfde lot trof Kamschatka, na dat één opperhoofd der Cosakken[166] de inwoonders van dit schiereiland genoodzaakt had om zich zelfs aan het Russische juk te onderwerpen. Hoe vreesselijk wierd het zelve op hunne hoofden verzwaard! hoe veel onlusten, beroovingen, en opstanden ontstonden daar niet uit! Deeze inlandsche en verwoestende oorlog eindigde niet, voor en aleer men in een beter bestuur voorzien had.
[166] Ziet _Coxe_, het 1. Capittel.
Als toen wierd 'er een nieuwe staat van zaaken gebooren; de voorrechten der landzaaten wierden meer geëerbiedigt, de belastingen minder willekeurig ingevordert, en de verplichtingen beter waargenomen; de koophandel, van de beletzelen ontheven, waar meede die omringd was, begon wel te slaagen, de inkoopen op vooruitzicht (speculations) vermeerderden; vermoogende Russische Kooplieden zonden derzelver factoors naar Okotsk, en deeze stad wierd de hoofdplaats der andere koopsteden, welken in vervolg van tijd opkwamen; deszelfs voordeelige legging in het middenpunt der overwonnen landschappen verschafte haar deeze voorkeur, en deed de kleinheid van haare haven over het hoofd zien: dog de scheepvaart bepaalde zich bijna alleen tot de vaart op vragt; het waaren grootendeels galjooten, die den handel op Kamschatka dreeven.
De ladingen, welke dezelven aanbragten, namelijk de kostbaare pelterijen, die men aan de inwoonders door middel van ruiling of belasting onttrok, wierden vervolgens in het hart van het rijk gezonden, alwaar de verkoop daar van onder het oog van het Hof, en grootendeels voor deszelfs rekening geschiedde, de eigenzinnigheid der inlandsche of buitenlandsche koopers bepaalde alleen den koopprijs; de kunst der verkoopers bestond daar in om de waarde hunner koopmanschappen te doen rijzen; dog de behendigheid van den een, en de naiever van den ander verschaften geen wezentlijk voordeel, dan alleen aan de regeering door de verbaazende rechten, welken zij vordert van het geen gekogt word.
Ondertusschen bloeide Okotsk; het getal der Koopvaardijscheepen, de welken op deszelfs ree af en aanvoeren, vermeerderde dagelijks: meer uitgebreide verbintenissen deeden ook grooter uitzichten gebooren worden.
De Russische caravanen, die van Siberien afreisden, waaren van woestijn tot woestijn, van rivier tot rivier, tot op de grenzen van China gekomen. Na zeer hevige verschillen, en verscheiden geschonden en verbrooken verdragen, wierd eindelijk vastgesteld, dat de twee natien te zamen op de grenzen zouden handelen. Dit voorrecht, het welk nog aan geen der nabuuren van het Chineesche Keizerrijk was toegestaan, was geschikt om aan den Russischen Koophandel[167] eene oneindige uitgebreidheid te verzorgen.
[167] Het zou hier mogelijk de plaats zijn, om melding te maaken van de berichten, die mij ter zelver tijd gegeeven wierden, over den oorsprong, den voortgang en den aart der verbintenissen van deeze twee rijken; dan dewijl de caravaanen door de Russen naar Kiatka gezonden, zich gewoonlijk te Irkoutsk verzamelen, scheen het mij voeglijker, van deezen handel melding te maaken bij mijn komst in de laatstgemelde stad, alwaar ik mogelijk nog naauwkeuriger berichten deswegens zal kunnen bekomen.
Ook was den Kooplieden deeze nieuwe deur tot het verhandelen van derzelver pelterijen zo dra niet geopend, of zij waaren reeds op de middelen bedagt om 'er zich in een grooter menigte van te voorzien; derzelver vaartuigen, aan stuurlieden toebetrouwd, welken van de scheepen, aan de kroon toebehoorende, genoomen waaren, begaven zich ten oosten van Kamschatka; deeze zeelieden, meer onderneemend dan bekwaam, verkreegen een geluk, het geen ze zich nimmer hadden kunnen voorstellen; niet alleen ontdekten zij onbekende eilanden, maar daar en boven keerden zij van derzelver togten met zulke aanzienlijke ladingen, in zeer fraaije pelterijen bestaande, te rug, dat het hof van Petersburg het nodig oordeelde, om zich meer in het bijzonder met deeze ontdekkingen bezig te houden.
Beslooten hebbende om dezelve voorttezetten, in de hoop van eenmaal deeze eilanden onder het getal haarer bezittingen te stellen, stelde de regeering de uitvoering haarer ontwerpen in handen van meer bevaaren zee-officieren, als van eenen Behring, Tchirikoff, Levacheff, en andere niet minder vermaarde mannen; sommigen wapenen en scheepen zich te Okotsk in, anderen vertrekken uit de haven van Avatscha of St. Pieter & Paulus, aan den uithoek van Kamschatka gelegen; een ieder doorkruist op het ievrigste den ruimen archipel, die zich aan deszelfs oog opdoed, en gaat van de eene ontdekking tot de andere; de Koper, de Behring, de Vossen, de Aleutische Eilanden worden beurtelings opgespoord; en de schatkist van de kroon word op nieuw verrijkt. Na dat deeze gelukkige Argonauten een geruimen tijd op deeze zee-ën gedwaald hadden, landen zij op de Americaansche kust. Een schiereiland (Alaxa) vertoond zich aan hen; aan land gegaan verneemen zij daar, dat het zelve een gedeelte van een uitgebreid vast land uitmaakt; alles kondigt hen aan, dat het de nieuwe waereld moet zijn, en verrukt van blijdschap, neemen zij den weg na hun vaderland.
Naauwlijks hadden zij verslag van den gelukkigen uitslag hunner reis gedaan, welke te meer bevestigt wierd door de nuttige waarneemingen, die zij meede bragten, of de uitzichten des koophandels wenden zich met allen iever na een gewest, alwaar men dezelve van onuitputtelijke bronnen verzekerde; Russische comptoiren wierden te Alaxa opgericht[168], en de onnoemelijke voordeelen hebben zedert altoos, niettegenstaande den verren afstand, de werkzaamste verstandhouding tusschen de factoors en derzelver lastgeevers onderhouden: ziet hier, hoe de handel te Okotsk geschied, van waar een aantal scheepen jaarlijks naar America afvaaren.
[168] Ik zal in geene bijzonderheden treden over de wijze, waar op deeze inrichtingen gemaakt zijn. Ongelukkig betoonden de Russen zich aldaar geenzints braaver nog menschlievender, dan men hen in derzelver voorgaande overwinningen zich heeft zien gedraagen, en ik wenschte wel, dat het van mij af hing om voor altoos een gordijn te schuiven voor die ijsselijke vertooningen, welken zij bij derzelver aankomst alhier herhaalden; dog de onrechtvaardigheid en ontrouw der bevelhebbers, stuurlieden, handelaars en matroozen, hebben gelegenheid gegeeven tot zo veele klagten en rechtsgedingen, en zo veele schrijvers hebben daar van gesprooken, dat ik dit alles te vergeefs met stilzwijgen zou voorbijgaan; vooral is het bekend, dat verscheide scheepelingen, tot deezen togt gebruikt, beschuldigt zijn geworden van veel eer de pelterijen ontvreemd dan gekogt te hebben, welken zij zich bij derzelver terugkomst dubbel lieten betaalen; niet te vreden met de ongelukkige inboorlingen van de vrugten van derzelver moed en arbeid te berooven, noodzaakten zij die dan eens om onder derzelver oog en tot hun voordeel, de otters, beevers, zeekoeijen, de vossen enz. te vangen, en dan wederom gingen zij zelfs ter jagt, door een overdreeven mistrouwen of roofzucht bestierd. Na een zodanig gedrag is men niet vreemd, om hen nog van meer afschuwelijker buitenspoorigheden verdagt te houden. Hoe kan men ook vooronderstellen, dat op zulk een verbazenden afstand, de voorschriften en de bedreigingen van den souverain altoos de misdaaden zouden hebben kunnen voorkomen? de ondervinding heeft voor al in de uitgestrektheid van het Russische rijk maar al te veel doen zien, dat het gezag verzwakt, naar maate het zelve van deszelfs middelpunt verwijderd is. Hoe veel jaaren van waakzaamheid en gestrengheid zal het niet nodig hebben om zich beter te doen gehoorzaamen, en de misbruiken te verbeteren! Hier aan arbeid het tegenwoordig bestier reeds zedert lang, en het is waarschijnlijk, dat deszelfs poogingen niet te vergeefsch geweest zijn.
Wanneer een koopman voorneemens is om deeze reis in persoon, of door een van zijn gemagtigden te doen, vraagt hij de goedkeuring van den Commandant, en zeldzaam word hen zulks geweigert; de laading van het schip word in acties verdeeld; ieder, die wil, kan dezelve koopen: het getal der acties gaat de bepaalde som der kosten van de uitrusting, en verkrijging der goederen, die tot ruiling moeten dienen, niet te boven, welken in stoffen, yzerwerk, coraalen, doeken, brandewijn, tabak en andere zaaken, bij de wilden in achting, bestaan; de officieren en matroozen genieten geene bezolding, dog zij hebben een deel in de laading, het welk men _paï_ noemt; de togten duuren drie, vier tot zes jaaren, en altoos geleid de winzucht hen naar de minst bezogte plaatsen, of tragt nog anderen te ontdekken[169].
[169] Zodanig was zelfs het ontwerp van een mij bekend handelaar, die daarvan de grootste voordeelen verwachtte; met de kaart der reize van Cook in de hand, dacht hij de rivier, welke na deezen vermaarden zeebouwer genaamd is, te gaan opzoeken, en vervolgens zijn togt tot in de nabuurschap van de baaij _Nootka_ voorttezetten. Indien hij zijn voornemen kan uitvoeren, is het zeer mogelijk, dat hij zich niet geheel in zijne hoop zal bedroogen vinden; en mogelijk zullen deszelfs landsgenooten eenmaal aan zijn vernuft en kloekmoedigheid de ontdekking van nieuwe bronnen van welvaart verschuldigt zijn.
Bij derzelver terugkomst zijn de scheepen aan een gestreng onderzoek onderhevig, volgens de factuur van de lading moeten de uitrusters aan den Fiscaal de rechten betaalen, die hij zich van alle de zaaken, welken de lading uitmaaken, toeeigent; ze word vervolgens gewaardeert, en door eene gelijke deeling ontfangt iedere houder der actien in _Natura_ of anders, het beloop van zijn inleg (behalven de zee-schade en de goederen, die van geene waardij zijn) en deszelfs gedeelte in het voordeel, indien 'er gewonnen is. Men begrijpt, dat de kans bijna alleen beslist over de hoeveelheid van het geen, dat gedeeld moet worden, of over het te kort komende; en eindelijk, een gedeelte der koopmanschappen word te Okotsk verkogt, en een ander gedeelte naar Yakoutsk en van daar naar Irkoutsk overgebragt, van waar ze naar Kiakhta vervoerd worden, om de begeerte der Chineesche koopers optewekken.
Bestier.
De regeeringsform zou geen minder onderzoek dan de koophandel verdienen; dan geduurende mijn verblijf in Kamschatka welkers rechtbanken allen aan die van Okotsk onderhevig zijn, zo als ik reeds opgegeeven heb, ben ik reeds in staat geweest van omtrent dit onderwerp vrij uitgebreide aantekeningen[170] optezamelen; mij blijft nog overig, wat van nader bij de krijgstucht van de bezetting, en het bestier van de stad, het welk beide eveneens mijne verwondering trok, te beschouwen.
[170] Ziet het eerste deel, _Bladz._ 119. enz.
Ik meende een tomeloos krijgsvolk, gelijk het eertijds was, te zullen zien, namelijk eene bende van woeste Cosakken, in den aart roovers, en geene andere wetten eerbiedigende dan hunne eigenzinnigheid of belang. Er ging geen dag om, of eenigen liepen met geweer en wapenen weg; dikwils wierden de magazijnen door deeze onbeschaamde krijgsknegten geplunderd. Te vergeefsch wapenden de uitvoerders van het oppergezag zich met strengheid om dit overloopen en rooven te beletten; te vergeefsch ondergingen alle de schuldigen, die men kon agterhaalen, de straf van de _Battogues_ of dunne stokjes, en de andere gebruikelijke kastijdingen onder de Russische krijgsbenden; men vond 'er onder deeze ongelukkigen, die zodanig gehard waaren tegen de slaagen, of zo onverbeterlijk, dat zij den volgenden dag op nieuws gestraft wierden, zonder dat immer zwaarder strafoeffeningen dezelve konden wederhouden, nog aan anderen ten afschrik verstrekken; deeze bezetting is echter tegenswoordig aan eene gestrenger krijgstucht onderworpen, en de voorbeelden van ongehoorzaamheid zijn veel zeldzaamer; zonder tegenspraak is men aan de hervormers hier van, wier geduld en bekwaamheid ook dit goede reeds uitgewerkt hebben, allen lof verschuldigt.
Het burgerlijk bestier vereischt van deszelfs kant dezelfde voorzorgen; het was niet gemaklijk hetzelve in een stad te vestigen, die onder deszelfs inwoonders een groot getal bannelingen telt; de meesten van deeze hebben de onuitwischbaare schandvlek verdiend, welke de hand der gerechtigheid op derzelver misdaadige hoofden drukte, en de overigen, tot de galeijen verweezen, zoeken onophoudelijk, onder het geketend werken aan de haven, middelen uittedenken om straffeloos deeze boeijen te verbreeken; somtijds ontkomen 'er eenigen en ongelukkig is als dan de plaats, waar heen zich deeze galeiboeven begeeven! Dog de onophoudelijke waakzaamheid van den Commandant doed hun niet lang van deeze gevaarlijke vrijheid genot hebben; welhaast worden ze op nieuw gevangen en gestraft; alsdan belaad men ze met zwaarder ketenen, die aan de eerlijke burgers, welken onder deeze booswichten leeven, de openbaare veiligheid verzekeren; het gedrag van den Heer Kokh scheen mij in diergelijke gelegenheden even zo verstandig als standvastig te zijn; bij de gemaatigdheid, welke zijn hoofdhoedanigheid uitmaakt, voegt hij de onverzettelijkste gestrengheid.
De Lamouters, Toungoussers en de Yakouters verschaffen insgelijks veel bezigheids aan de regeering, het zij door derzelver klagten, het zij door hunne menigvuldige muiterijen, voor al bij den ontfangst der belastingen; dit belangrijke werk is aan den Heer Loftsoff, Capitan Ispraunick toevertrouwd: door zijne arbeidzaamheid en voorzigtigheid weet hij de onlusten te stillen, de verschillen bijteleggen, en zonder geweld de beveelen van zijne souvereine te doen uitvoeren. Ik ben in staat geweest om te beoordeelen, hoe zeer de inwoonders over zijn bestier voldaan waaren.
Het is in deezen voorspoedigen staat, dat ik dit departement gevonden heb; mogt het getuigenis, het geen ik met het grootste vermaak ten zijnen voordeele afleg, tegen de voorige verhaalen worden overgesteld, en den leezer op zijne hoede doen zijn tegens den indruk, welken het nadeelig vooroordeel, opgevat uit de voorstelling der misbruiken van de oude regeeringsform, op hem mogt gemaakt hebben! Men is ten minsten dit getuigenis aan de nieuwe inrichting verschuldigt, dat, indien er nog eenige abuizen in het bestier plaats hebben, dezelve onophoudelijk zich toelegt om die te verbeteren, naar maate dat ze ontdekt worden.
Ontwerp om de inwoonders van Okotsk elder te verplaatzen.
Zedert kort liep het gerugt (op welken grond is mij onbekend) dat het hof voorneemens zou zijn, om de inwoonders van Okotsk of naar Oudskoï, of naar eenige andere nabuurige plaats overtebrengen. Indien dit waarlijk deszelfs voorneemen is, verbeeld ik mij, dat het zelve de noodzaaklijkheid zal begreepen hebben, om op deeze kusten eene aanzienlijker stad te bezitten, welker gemaklijke gelegenheid, grootte en veiligheid van de haven, in deszelfs keus ter verplaatzing zal in aanmerking komen.
Bijzonderheden over den togt van den Heer Billings.
Ik heb beloofd eenige bijzonderheden wegens de zending van den Heer Billings te zullen meede deelen: reeds heb ik gezegd, dat zijne twee scheepen op de werf van Okotsk gebouwd wierden, dog ik zou mij zeer verlegen vinden om optegeeven, naar welken oord zij zich 't zeil zullen begeeven; het is mij onmogelijk geweest dit geheim te ontdekken; al het geen 'er mij van bekend is, bestaat hier in, dat de Heer Billings uit hoofde van zijn verkreegen roem en de proeven van bekwaamheid, welken hij op een der reizen van Capitein Cook zijn landsgenoot betoond heeft, naar Rusland geroepen is met den rang van Scheeps Capitein, om op eenen geheimen togt het bevel te voeren, dien men meent eenige ontdekking ten doel te hebben; het gezag, dat men hem toegestaan heeft, schijnt zeer uitgestrekt te weezen; de bouwstoffen, werklieden, matroozen, en al het geene hij noodig zou kunnen hebben, is hem door het hof bezorgd.
Om meerder spoed te kunnen maaken, had de Heer Billings zijn volk verdeeld; een gedeelte wierd onder bevel van den Heer Hall, zijn lieutenant, naar Okotsk gezonden ter bouwing van de twee vaartuigen, terwijl hij zich met de overige manschap, voorzien van sterke sloepen en andere vaartuigen, die hij in allen spoed op de rivier Kolumé had doen vervaardigen, naar de ijs-zee begaf.
Niemand wist voor als nog het oogmerk van deezen eersten togt, een ieder verloor zich in gissingen; de waarschijnlijkste waren, dat deeze zeeman getragt had om dit gedeelte van Asia om te reizen, van de rivier Kolumé af, en de caap Sutoï voor bij te zeilen, tevens een weg zoekende om door de zee van Kamschatka naar Okotsk te rug te komen; dog indien dit zijn oogmerk mogt geweest zijn, is het waarschijnlijk, dat hij in de uitvoering onoverkomelijke zwaarigheden zal ontmoet hebben, vermits hij na eenen moeijelijken togt van eenige maanden in de rivier Kolumé is binnen geloopen, en zich van daar naar Yakoutsk heeft begeeven.
De arbeid onder het bestuur van den Heer Hall te Okotsk was geduurende een groot gedeelte van den winter gestaakt, dog terwijl ik mijn verblijf aldaar hield, wierd dezelve hervat en met iever voortgezet; reeds was het beloop van een schip in gereedheid, en de kiel van het ander op de werf opgezet; de lijndraaijers, smeeders, timmerlieden zeilemakers; & kalfaters[171] hadden bijzondere werkplaatsen; de tegenwoordigheid der Officieren, onder welkers opzicht deeze arbeid geschiede, wakkerde onophoudelijk den iever der werklieden aan; niettegenstaande den grooten spoed, dien ik van alle kanten aan deeze bouwing zag toebrengen, twijffel ik echter, of deeze vaartuigen binnen twee jaaren nog wel in staat zullen weezen om onder zeil te kunnen gaan.
[171] Deeze waren benevens de werkbaazen en bevaaren matroozen allen uit Rusland gekomen. Om echter het noodige getal matroozen te bekomen, was de Heer Hall genoodzaakt recruuten aanteneemen; en de orders, waar mede hij voorzien was, waaren zo sterk, dat de Commandant hem op zijne eerste vordering al de noodige manschappen en materiaalen bezorgde.
De rivier Okhota ontdoed zich van het ijs.
Bij niemands geheugen was de rivier Okhota langer met ijs bezet geweest dan tot den 20 Maij; dit jaar echter raakte dezelve tot groote verwondering der inwooners niet los dan in den namiddag van den 26; dit schouwspel lokte de geheele stad uit, en ik wierd daar bij genodigt als tot eene partij van vermaak; dog in het denkbeeld zijnde, dat ik niets anders zien zou dan het geen ik te Petersburg bijgewoond had, toonde ik even weinig begeerte als nieuwsgierigheid. Men verdubbelde de noodiging en ik ging meede naar den oever; de meenigte was reeds daar: ik wierd op het oogenblik door een aantal lieden omringd, die zich in eene eenstemmige opgetogenheid bevonden, op het gezicht der verbaazende ijsschotsen, welken door den snellen stroom van alle kanten weggevoerd wierden. Zij botsten met geweld tegens, en stapelden zich op elkander. Een oogenblik daar na hoorde ik een sterk gekerm; ik zag rondom, van waar dit geschreij kwam, en ik ontdekte een troup mannen en vrouwen, die even als wanhoopigen langs den oever liepen: ik naderde al beevende in de gedagte, dat het een of ander ongelukkig kind in leevensgevaar was; dog ik vond mij bedroogen.